Home
Dating voor actieve 50-plussers
Home Facts & figures Succesverhalen Hoe werkt het?
dinsdag 11 juni 2019

EEN NACHTJE IN DE CEL

Met mijn Engelse zomerliefde Dave belandde ik in Zweden in een politiecel. Op mijn dringende verzoek.
Ervaringen opdoen, beléven hoe een situatie voelde, was een sterke drang in mij. Romans verrijkten mijn leven en rekten mijn horizon uit. Ervaringen gingen natuurlijk een stap verder.
Hoe zou het zijn om in een cel te zitten, vroeg ik mij als puber af. Wanneer ik ruiten ingooi, een boete niet betaal, word ik dan een paar dagen opgesloten? Of krijg ik automatisch een strafblad? Dat had ik er nou weer niet voor over. Toen ik begin twintig was ( ruim een halve eeuw geleden), onderhield ik contact met een veiligheidsinspecteur van politie in Amsterdam met het doel stages te regelen voor studenten.
Geleidelijk aan wist ik hem over te halen mij de cellen te laten zien onder het politiebureau. De cellen lagen diep onder de grond. Donker, somber, muf. Tralies tot op de grond. Je kon elkaar wel zien. Drie mannen speelden kaart in de ene cel, in de andere hing een jongeman van mijn leeftijd mat op de bank, een gitaar op de grond.

‘Een Spanjaard’,
vertelde de inspecteur mij later.
‘Geen paspoort. Hij zit daar al twee jaar.’
Nog zit hij op mijn netvlies.
‘Kom, nu laat ik je onze nieuwe cellen zien.’
De inspecteur nam mij mee naar boven, naar een hele nieuwe afdeling.

Trots opende hij een celdeur. Er was licht van buiten, er was een toilet. Er was een echt bed. Tafel en stoel. Toch vloog het mij aan. Het bed vastgeschroefd aan grond en muur. Het tafeltje en de stoel ook, op een dikke poot. De spiegel was van staal. Het toilet mocht je niet zelf doorspoelen, dat deed een bewaker op de gang. Het hele systeem lachte me uit. Ha ha. We weten al dat je je gefrustreerd, razend en of depressief zult gaan voelen. En we hebben gezorgd dat je er niets mee kunt doen. Je bent machteloos. Ik wist niet welke ik erger vond, de cellen beneden of boven. En ik hoefde er geen één nachtje meer in.

Een jaar later zei ik mijn goede baan op en vertrok ik voor een paar maanden naar de Lofoteneilanden, naar een werkkamp van de EWG, de European Working Group. Een paar honderd kilometer boven de poolcirkel. Hoewel ik een zonaanbidder ben, had die regio mij altijd aangetrokken. De natuur was dan ook van een verpletterende indrukwekkende schoonheid. Sindsdien is Nederland voor mij een klein lapje grond met wat parkjes en stadjes. Dave, met wie ik daar bevriend was geraakt en ik besloten na het werkkamp naar huis te liften via Tromsø in het Noorden. Liften was in die tijd nog ongewoon en daardoor gemakkelijk, als er verkeer was. Op de heenweg was ik met een Nederlands meisje naar Oslo gelift. Daar ontmoetten we de andere vrijwilligers. Nog tweeëntwintig uur reisden we met de trein naar Bodø en vervolgens drieëndertig uur met een boot naar de Lofoten. Toen Dave en ik
in Tromsø waren, vroeg ik een lift naar Spitsbergen aan een schipper. Nog zo’n plek waar ik een fascinatie voor had. Dat was goed, zei de schipper, maar we moesten er wel veertien dagen blijven. Dan kwam hij pas terug. Het was augustus, het vroor, we hadden niet genoeg geld voor winterlaarzen en winterjassen. We besloten Spitsbergen te vergeten en namen de trein naar Kiruna, het zilvermijnstadje in Zweden, dat al onder een dikke laag sneeuw lag. Via Lapland zagen we de besneeuwde takken veranderen in bomen met herfstkleuren en tenslotte weer met zomertinten.
In Karlsstad strandden we. Het plensde. Het enige hotel zou al ons geld opslorpen. We scholen onder een boerenkar, in de modder. Weinig comfortabel vooruitzicht voor de komende nacht. Ik kreeg een idee. ‘Weet je wat, Dave? Ik ga de politie bellen. Misschien is er een cel vrij.’

Dave reageerde geschokt. Dat kun je niet maken! Het is geen hotelkamer!’ Maar ik rende al naar de telefooncel. Belde de politie. Gegniffel en overleg aan de andere kant. ‘We hebben er wel eentje vrij. Maar als we een dronkaard of zo oppakken vannacht, moeten jullie eruit.’

Dat risico nam ik graag.
‘Waar zijn jullie? We komen jullie wel ophalen met dit weer.’
Half verzopen bekeken we de cel. Een kaal peertje aan het plafond. Galgjes en namen en data in de muren gekerfd. Een doorgezakt smal bed met een strobaal, een deken vol vlooien erop, bleek naderhand. De deur ging achter ons op slot.

Een ouderwetse, gemoedelijke, bijna romantische cel, vond ik. Al wist ik natuurlijk niet welke ellende zich daar had afgespeeld. En heel heel droog. Het peertje bleef branden.
‘s Morgens vroeg werden we eruit gehaald. Vier agenten gaven ons lachend koffie en broodjes, wilden ons verhaal horen, hadden niet gedacht dat we geen kik zouden geven.
Dave raakte er niet over uitgepraat. Ik weet zeker dat hij dat verhaal nog vaak heeft verteld.
En ik had alsnog een nacht in een cel.


Bekijk mijn profiel op 50plusmatch.nl

geplaatst door Clarissa - 460 keer gelezen

beoordeeld 2.2/5 (5 Stemmen)

Om te reageren op dit blog moet je lid van 50plusmatch.nl zijn!
Schrijf je gratis in!



<< Startpagina

Over 50plusmatch - Privacy - Algemene voorwaarden - Veelgestelde vragen - Contact
Thuiswinkel  Keurmerk Veilig Daten  Fair Climate Fund

Mobiele site
Android app on Google Play iPhone app on iTunes
© 50plusmatch.nl