De taal van handen
De taal van handen
Tijdens de coronapandemie werden, ter voorkoming van deze ziekte, geen handen geschud. In het begin voelde het voor mij heel ongebruikelijk. Echter inmiddels is het in vele situaties, ook voor mij, meer dan gebruikelijk geworden om, bij binnenkomst bij een arts bijvoorbeeld, geen hand meer te geven. Ergens vind ik het wel jammer omdat, naar mijn idee, ietwat van het respect voor die ander verloren gaat.
Bij een eerste ontmoeting geef je iemand een hand. In dat ene moment kan zoveel schuilgaan. Voor mij geldt dan, klopt de uitstraling van die voor mij nog onbekende persoon, die glimlach, met de handdruk en… met mijn indruk. Soms is die handdruk stevig, soms hartelijk door nog eens extra een druk te geven. Maar soms zijn het alleen de vingers die maar kort mijn hand beroeren en soms krijg ik een heel slap handje. Dat laatste geeft mij geen enkel vertrouwen.
Samen wandelen hand in hand. Een moeder, hand in hand, met een kind. Handen die liefdevol verbinden. Sommige dingen hoef je niet uit te spreken. Soms vertellen handen precies wat het hart bedoelt.
Een hand die in de lucht beweegt. Je zwaait naar iemand die vertrekt. Vanaf een raam, vanaf een perron, vanaf een deur. Soms is een zwaai vrolijk, maar soms verdrietig, dan zwaai je soms langer omdat weggaan moeilijker is dan je wilt laten merken.
Een handdruk. Een hand op je schouder. Vingers die zich ineenvlechten. Een hand die naar je zwaait. Handen zijn zoveel meer dan alleen handen. Zij vormen een brug tussen mensen. In een wereld waarin we zoveel praten, schrijven en berichten sturen via een App kan een simpele handdruk meer toevoegen aan een eventueel gesprek, of meer toevoegen aan een eerste indruk. Wanneer iemand je hand pakt is er even een korte verbinding. Een moment zonder schermen, even geen afstand en misschien wel even zonder woorden.
Omdat ik het zo passend vind bij dit onderwerp, nogmaals mijn gedicht over een wandeling, hand in hand, met mijn kleindochter.
Liefde in handen gevangen