Rode wangen
zondag 17 december 2017
Lieverd, zullen we een kerstboom nemen, dit jaar? Lieverd, wat voor kerstboom zullen we dit jaar nemen? Lieverd. Wat zeg je? Nee, zo is het niet gegaan, ook dit jaar niet. Deze lieverd heeft in haar eentje een hoge vijfpoot van wilgentakken naar huis gedragen en die op een open plek in haar woonkamer neergezet. Mijn boom. Nu de ekster in mij loslaten en hem tot kerstboom versieren. Als kind heb ik argeloos over de engeltjes in het luchtruim gezongen - en hoewel ik nog steeds graag kerstliedjes zing, ben ik nu vooral een heiden die in deze donkere tijd van het jaar de zonnewende wil vieren met een glanzende jurk, lekker eten, goed gezelschap en een boom vol lichtjes.
Er was een tijd dat mijn dochters de kerstboom vol hingen met glitter-slingers en knutselwerkjes. Knalroze en helblauw, daar hielden ze van. Ik hing mijn slingers er verbindend tussendoor, slingers van zilver en goud. Slechts een zilveren vogeltje met een klodder roze op de vleugeltjes heeft die tijd van liefdevolle kerstkitsch overleefd. Ik klem hem hoog aan een wilgentak. Minimalistisch zal mijn boom zijn dit jaar, met zorgvuldig gekozen versiersels. Twee fragiele engeltjes en een zware, gekleurde bal heb ik al, gevonden in de wereldwinkel. (Wanneer ik iets moois zoek, zoek ik het liefst in een kleine winkel met een uitgelezen assortiment.) Maar het is niet genoeg, zelfs niet als de lichtjes branden. Ik ga schatzoeken in de barokke overdaad van het tuincentrum, waar ik aarzelend een betonnen rendiertje oppak. Deze dan maar?
Juist als ik besluit dat de versiering van mijn vijfpoot precies goed is zo maar de lichtjes te fel, manifesteert Hij zich tussen de kerstbomen. Hij glimlacht, ik glimlach; we zijn altijd blij om elkaar te zien en de goden zijn ons wat dat betreft welgezind. Koffie, thee, chocolademelk? Niks, dat kan ook. Alleen maar even bij elkaar zitten aan de grote tafel met kleurplaten en kleurpotloden; dit tuincentrum houdt de kindekes liever weg bij de ballen. Hij vertelt enthousiast over de ademhalings-lessen die hij geeft, en over het weldadige gevoel dat je krijgt van twintig minuten volledige concentratie op je ademhaling. “Kom je ook?” Ik kijk hem aan. Hij kijkt terug en onze wangen kleuren zich bij voorbaat rood. Toch zeg ik het: “Dat gevoel krijg je ook van één minuut zoenen...” Soms zijn woorden nodig om een gebeurtenis weer waar te laten zijn. Een gebeurtenis die verbindt, verwart, gedroomd lijkt. We beseffen het allebei: we zullen elkaar niet meer zo zoenen als die avond, niet meer op basis van dat onbesuisde verlangen. “Zoenen heeft consequenties,” zegt hij - en ik weet té goed wat hij bedoelt om hem te weerspreken. Hij is geen heiden, zoals ik. Vragend leg ik mijn vingers op het stukje trui waaronder ik zijn pezige onderarm weet. “Vanavond kook ik voor een groepje studievrienden,” is zijn behoedzame antwoord. Helder. Ook onze volgende ontmoeting zal worden gearrangeerd door de goden.
Ik koop een grote, zilverwitte bal en twee lange snoeren met kleine balletjes. Onregelmatige bogen van zilveren parels tussen de wilgentakken. Samen met de lichtjes, de twee engeltjes, de kleurige bal en het oude, zilveren vogeltje maken ze van de vijfpoot een kerstboom. Mijn kerstboom.
geplaatst door RodeJas - 8409 keer gelezen
Vorige berichten
Verjaardagen, je kunt er niet omheen
Elk jaar word ik een paar keer bepaald bij een verjaardag in de familiekring. Twee keer heel kort na elkaar, mijn zoon en een dag eerder ikzelf. Het is dan weer puzzelen wanneer we dat vieren. De rest van mijn familie verjaart op geheel andere tijden in het jaar, zoonlief en ik zijn veroordeeld tot de maand januari.
Verjaardagen werden vroeger doorgaans gevierd op de geboortedag. Nu in veel relaties tweeverdieners zijn zullen zij hun verjaardag vaker in het weekend vieren, voorop gesteld dat zij niet op zaterdag of zondag hoeven te werken. Mijn verjaardag viel dit jaar op zondag en de verjaardag van mijn zoon op maandag. De “viering” van de laatstgenoemde dag schuift dan een kleine week op.
Ik liep in voorgaande jaren tegen een dilemma aan. Wie nodig ik wanneer uit?
Het leek vroeger altijd eenvoudig iedereen op dezelfde dag en tijd bij mij thuis welkom te heten. Achteraf bleek dit nu mijn kleinkinderen wat ouder zijn en mijn zoon een hond heeft, die hij vorig jaar ook meenam niet zo’n slimme optie te zijn. Vorig jaar hoorde ik na de verjaardag van een van mijn kennissen, dat ze “not amused” was, door de combinatie van mijn jongste kleinkind, die ernstige gedragsproblemen heeft en de hond met de overige visite.
Ook tussen de kennissen onderling is het helaas niet altijd koek en ei…
Om herhaling van deze situatie uit te sluiten had ik nu twee “shifts” afgesproken, eerst komen mijn kennissen / vrienden en daarna mijn familie. Dat is ook met het oog op de beschikbare ruimte een goede oplossing.
Dat ik weer een andere leeftijd moet noemen als iemand mij vraagt: “Hoe oud ben je” is soms confronterend, zeker als het iemand is die verder niets van mij weet. Standaard reageer ik dan met “Hoe oud denk je?” Dat lijkt tactisch, maar het is niet uitgesloten, dat de reactie niet gespeend is van een complimentje.
Wat er op tafel komt is een ander punt van aandacht. Een deel van de visite heeft heel specifieke wensen wat betreft een natje en droogje. Omdat van een eenpersoons huishouden nooit geëist mag worden, dat de bewoner standaard een assortiment van een lunchroom heeft heb ik dat wensenlijstje gelukkig vorig jaar goed uitgewerkt en zorgvuldig bewaard.
Het is fijn als een van mijn gasten aanbiedt wat te helpen bij het bedienen en opruimen. Door wie dat doet merk je meteen, hoe zorgzaam iemand is.
Ik hang thuis geen slinger of andere versiersels op. De hopelijk gezellige sfeer komt wel door de gesprekken. Die zijn weer geheel anders als familie of als vrienden / kennissen op bezoek zijn.
Zelf ontkom ik niet aan het evalueren van het voorbije jaar en een vooruitblik op het nieuwe levensjaar. In 2026 heb ik behalve een of twee keer een vakantiereisje maken niets bijzonders op de agenda staan. Maar ik ben terughoudend bij het boeken van het reisje, wie weet komt er iemand op mijn pad met wie ik samen op reis ga. Je weet maar nooit.
Welke ervaringen hebben jullie met het vieren van verjaardagen? Kiezen jullie voor een mix van familie en vrienden of juist niet? Vieren jullie het op de dag zelf of liever op een dag in het weekend? Of vieren jullie het helemaal niet?
Vorm
... of inhoud? Daar moest ik aan denken bij al het geneuzel en gebeuzel over taalfouten.
Ik heb lang geleden twee jaar een relatie gehad met een niet-geletterde vrouw. Dat de relatie geen stand hield kwam niet door haar gebrekkige geletterdheid, maar door mijn gebrekkige emotionele intelligentie. Over hoe het daar nu mee is gesteld doe ik geen uitspraken. Hij is al lang niet op de proef gesteld. Op een schrijffout heb ik haar overigens nooit kunnen betrappen, want ze kon niet schrijven.
Nu ben ik de laatste om te beweren dat taal alleen vorm is. Ik zou er een hele filosofische traditie die in het westen teruggaat tot op de Grieken mee ontkennen. Taal is betekenis, taal is context. Maar wat is de betekenis van betekenis en wat is context? Van die dingen.
Dus nee, ik ga taalgebruik, wel de meest pragmatische component, niet degraderen tot vorm, maar geneuzel en gebeuzel over d/t-fouten beslist wel. Dat gaat immers over hoe wij de taal vormgeven in zijn verschillende gedaantes, de geschreven taal wel te verstaan in dit geval. In de gesproken taal hoor je dat verschil helemaal niet. En laten we nu gemiddeld veel meer spreken dan dat we schrijven. Maar dan nog, ook in de gesproken taal horen we veel 'fouten'. Wat zijn eigenlijk fouten? Maar dat terzijde.
Helaas zijn we hier in eerste instantie aangewezen op het geschreven woord; die foto's zijn helemaal niet belangrijk toch? En laat nu niet iedereen de gave van het woord gegeven zijn. Kijk er langsheen, zou mijn tip zijn. En anders wordt het zoeken naar spelt in een hooiberg. Ik denk nog vaak aan haar.
Over de irritante gewoonte om taalfouten expliciet op taalfouten te wijzen en die te verbeteren en de onzin daarvan gaat in mijn vakgebied nog wel een leuke anekdote rond trouwens. Op maandag vraagt de juf tijdens het kringgesprek aan Jantje wat hij gedaan heeft in het weekend. En Jantje zegt: ik heeft bij papa geslapen. Nee, zegt de juf, ik héb bij papa geslapen. O, zeg Jantje, ik heeft u niet gezien.
Welterusten.
Opa
Een bekend fenomeen is dat veel mannen het fijner vinden om opa te zijn dan vader,en zo ook mijn vader. Groot voordeel was dat hij al op zijn 45ste voor de eerste keer opa werd en hij speelt deze rol nu al veertig jaar met verve:) Eerst natuurlijk voor mijn dochters, en mijn nichtjes. En inmiddels is hij ook al weer geruime tijd overgrootvader gelukkig. Maar een opa, dat hebben mijn kleinkinderen niet. Met mijn kleinzoon doe ik wel wat stoere dingen zoals samen varen met de kano of schatzoeken langs de geocaches. Maar niemand die met hem timmert of hem banden leert plakken en zo. Zijn vader doet dat ook niet met hem, die heeft een eigen bedrijf en altijd druk en weg. Zijn moeder heeft ook eigen bedrijven en als er iets stuk is, regelt ze iemand die het fixt
Maar hoe leuk is het, als er rolmodellen zijn in je leven waarvan je kan leren dat je heel veel zelf ook kan maken? Deze week zag ik een film uit Tokyo waarbij je familieleden kon huren. Best wel triest om te bedenken dat ook in Japan de familie verbanden al zo verwaterd zijn dat inhuur nodig kan zijn. Deze film had ook wel een vleugje humor en verhuurde geen opa's, maar wel vaders, echtgenoten en journalisten. Maar goed, wat heb je eraan om eenmalig een opa in te huren? Je wil toch dat je kleinkinderen iemand hebben die echt van ze houdt, en niet alleen deze week maar volgend jaar ook nog. Er zit niet veel anders op, ik moet ze maar zelf leren timmeren en banden plakken dan:)