De speld in de hooiberg
zaterdag 4 augustus 2018
Lees Verder
De speld in de hooiberg
Het is eenvoudiger iets kwijt te raken dan het weer te vinden, tenzij je heel systematisch te werk gaat. Als je zelf iets verloren bent weet je soms nog waar je met het voorwerp geweest bent, als je dat niet weet wordt het lastig. Ik was vroeger archivaris, een van mijn taken was die documenten op te zoeken, die anderen niet meer of niet snel genoeg konden traceren. Je snap het wel, privé voel ik me uiterst onprettig, als ik iets kwijt ben. Gelukkig komt dat niet vaak voor. Regelmatig maakte ik het daarentegen mee, dat ik met iemand op stap was, die de fietssleutels niet terug kon vinden, een hele tas moest worden omgekeerd voordat het gewraakte stukje metaal tevoorschijn kwam…
In een relatie zijn we snel geneigd de partner er bij te betrekken. Vriendelijk: Weet jij waar xxx ligt? Assertief: Waar heb je xxx gelegd? Wat indringender: Ik zoek xxx, heb je dat nu weer niet op de juiste plaats terug gelegd? Het is erg kort door de bocht om een ander de schuld te geven van onze eigen onachtzaamheid.
Soms klagen mensen over het gemis van iets, dat ze niet zijn kwijtgeraakt maar van iets, dat ze graag zouden willen hebben; het is evenwel onbereikbaar. De voorbeelden zijn bekend: Een mooi huis, gezondheid, een aardig banksaldo, en last but not least een lieve partner.
Wat heb ik vaak op Things2share of elders op de site klaagzangen gelezen van leden, die het maar niet lukt iemand te ontmoeten. Okay, zelf sta ik al heel wat jaren op deze site, met een langere ( ruim 3 jaar) en twee kortere relaties als resultaat. Ook ik heb teleurstellingen moeten incasseren, maar de Klaagliederen zijn wat mij betreft een hoofdstuk uit Oude Testament en inhoudelijk niet een hoofdstuk voor ons forum Things2share.
Zoek en gij zult vinden is in relatieland ook een dooddoener. Alle handvaten ten spijt, die ons worden aangereikt moeten we het bij een date, al bij het uitnodigen van iemand, toch zelf doen. Als je kijkt hoeveel mensen single zijn, zou je denken, dat er ergens iemand is, met wie jij het kunt vinden. In een alleraardigst boekje “Lekker single” las ik enkele hoofdstukken (De partnerjacht en Internetliefde) die dit illustreren, ook letterlijk door de tekeningen van Gummbau. Ik vind het niet verkeerd om over de ervaringen van anderen met daten te lezen. Gelukkig is er tegenwoordig veel over geschreven (even googelen, beste mensen!).
Hoe kritisch mag / moet je zijn bij je partnerkeuze? Steven je inderdaad af op die ene speld in de hooiberg of neem je gaandeweg de zoektocht met minder genoegen? Een tip: Als je langer dan een jaar op de site staat ingeschreven, pas dan wel je zoekleeftijd aan!
Ik gooi even een Latijnse spreuk in dit hoenderhok: Nihil desperandum. Vertaald: Je moet nooit wanhopen! Of je je criteria gaandeweg bijstelt is JOUW keuze!
Ik wens iedereen veel succes!
geplaatst door Aktivo1 - 6107 keer gelezen
Vorige berichten
Durf Jij?
Tijdens mijn lunch kijk ik naar een interview van een datingcoach en toevallig heeft ze het over flirten.
Ze zei dat praktisch niemand, man of vrouw, direct de signalen oppikt als iemand met hen flirt. Het duurt vrij lang en vergt meerdere signalen eer het doordringt dat er met ons geflirt wordt?!
Een signaal is bijvoorbeeld een blik en/of een glimlach.
Dan volgt altijd de vraag: hoeveel keer in 10 minuten tijd denk jij dat je een teken van interesse moet geven, zodat de ander het door heeft?
Jaren geleden kwam ik op hetzelfde stuk van een andere datingcoach en ook dezelfde vraag. Ik wist dit keer dus al dat het behoorlijk wat is. Ook het feit dat het gevraagd wordt is al een indicatie dat één keer een zwoele blik of een lachje niet voldoende zal zijn.
En dat is het dus ook niet.
Schijnbaar denken mannen dat je naar iemand anders glimlacht. Iemand die achter hem staat of vlak naast hem.
En dan heb jij als vrouw misschien al je moed bijeen geschraapt om überhaupt één keer naar hem te glimlachen! De kans bestaat dat jij dan aanneemt dat hij niet geïnteresseerd is in jou, maar dat hoeft dus helemaal niet het geval te zijn.
Eén keer interesse tonen is simpelweg niet genoeg.
Hoe vaak dan wel?
Oké. Hier dan het antwoord. Gebaseerd op onderzoek.
In 10 minuten tijd moet je maar liefst 29 signalen van interesse tonen! Pas dan dringt het bij de ontvanger door dat je hem of haar bedoelt.
Dan kun je je meteen ook afvragen hoe vaak iets al onderuit gaat op dit stuk? Ik bedoel, 29 keer is hartstikke veel! En elke keer moet je flirt weer enthousiast en oprecht geïnteresseerd overkomen terwijl je na de 5e keer waarschijnlijk iets hebt van, “hij/zij ziet me niet zitten, laat maar!”
Je moet toch verdomd veel zelfvertrouwen hebben om 29 keer achter elkaar in korte tijd te glimlachen en aantrekkelijke blikken te werpen.
Ik zou over een tijdsbestek van een hele avond zoveel signalen geven aan één persoon al heel wat vinden, laat staan in tien minuten.
Er zijn buiten een oogopslag en glimlachen natuurlijk nog meer dingen die onder flirten vallen.
Voor vrouwen -ik weet niet welke voor mannen ook gelden, sorry, heren- is het aanraken van je hals, lippen, kin, ook een teken van flirten. En even met je haar spelen.
Dat gaat het makkelijkst met lang haar maar met een beetje improvisatie kun je met korter haar ook een heel eind komen en misschien nog wel leuker dan met lang haar. Het vergt misschien wel iets meer lef.
Als je je hoofd ietsie opzij doet, een tikje à la prinses Diana, en dan je vingers even door je haar haalt, kan dat ernstig aantrekkelijk en speels zijn.
Nou zou ik die zelf liever houden voor signaal nummer 31 of misschien zelfs 40, haha. Met andere woorden, als interesse flirt als Meneer de Ontvanger de boodschap al begrepen heeft.
Even over je hals strelen met je vingers is –voor mij dan toch- een wat minder spannende om te doen. Denk ik.
Maar ik ben eerlijk. Ik vind het eigenlijk wel heel wat om zoveel flirts te moeten doen. Voor mij voelt dat al snel overdreven. Terwijl het een normaal onderdeel is van ‘the mating game’.
Toch zijn er mensen voor wie dit allemaal heel makkelijk is. Sommigen zijn er van nature gewoon goed in en kunnen met Jan en Alleman of Janet en Allevrouw flirten.
En met Jan en Alleman is denk ik nog wel te doen. Ik hoef niets met Jan en Alleman dus dan zit er geen spanning of zg. afwijzingsrisico aan vast.
Dat verandert per direct als je moet gaan flirten met iemand waar je wél wat mee zou willen.
Vroeger als kind was het toch echt allemaal makkelijker. Als je verkering wilde met iemand schreef je dat op een klein briefje en liet een vriendin het afgeven aan de jongen. Hij antwoordde dan op een soortgelijke manier en met wat mazzel had je daarna verkering.
Hoe makkelijk is dat?
En nog vroeger vroegerder hadden we het scenario met het kanten zakdoekje. Dat was toen de versie van de glimlach, oogopslag enzovoorts. Nou zullen de jonge vrouwen destijds dat net zo goed ook wel hebben gedaan. Maar al had je dat dan nog maar 5 keer gedaan, dan werd de boodschap in één klap duidelijk als je je zakdoekje per ongeluk expres liet vallen.
Ik ben eigenlijk wel voorstander van het weer invoeren van dat zakdoekje. Dat zou het voor beide partijen een heel stuk makkelijker maken en een hoop gedoe schelen!
Zolang men dan ook voor zakdoekjes gaat en geen kanten stringetjes. In de huidige maatschappij bestaat die kans weer wel.
Een ander nadeel is dat de man dan ook je adres moet weten, anders kan hij het zakdoekje niet terug komen brengen.
Maar dat is eigenlijk ook weer op te lossen door een adres van een restaurant en dag en tijd erop te schrijven.
En nu zit ik me dan af te vragen hoe dat zou zijn. Om ergens een leuke man te zien en gewoon anno nu, 2026, per ongeluk-expres een kanten zakdoekje aan zijn voeten te laten vallen.
En dan weglopen om alsnog even om te draaien met een mooie oogopslag en glimlach.
Ik zwijmel. Misschien heb ik teveel romantische films gekeken!
Maar dan nog. Hoe zou zoiets in 2026 aflopen?
Het is zeer zeker speels en uitdagend tegelijk. En verrekte duidelijk!
Eindig ik met de vraag: wie hier is goed in flirten? Met iemand die je ziet zitten dan, hè?!
De stoelfiets
Het is grauw buiten. In de muren van mijn flat klinkt het geruis van bolletjes die de spouw in worden geblazen, onder de vloer overleggen twee mannen met elkaar, op het dak klinkt gestommel, en in mijn hoofd klinken flarden Matthäus Passion. Van die ene, die hemelse, die intens kleurrijke, de Passion die gedirigeerd werd door de nog jonge magiër Klaus Mäkelä. Ooit, op de lagere school, maakte ik in mijn bijbels kleurboek de kleren van Jezus extra kleurig. Wee mij, ongehoorzaam kind! De kleren van Jezus moesten wit.
Soms durf ik plotseling iets wat ik nog nooit ook maar heb willen durven: de ruimte onder mijn vloer bekijken, op mijn buik liggend, door het gat van het kruipluik. Er brandde licht, een man had zojuist gangen voor de bolletjes slang gegraven onder de tussenmuurtjes door. Waarom staan hier wel muurtjes van baksteen, en onder de andere flats niet? Wat, wie hebben de bouwvakkers hier verborgen, 70 jaar geleden? Er lag zand, en het rook er naar zand.
Soms heb ik iets nodig wat ik eigenlijk niet wil hebben, zoals een hometrainer. Waar zet ik een hometrainer neer, in mijn kleine flat? In de schuur dan maar? Die is leeg, dat moest. De bovenburen hadden last van koude voeten - wat wordt opgelost door de plafonds in de schuren te isoleren. Twee helderblauwe zee containers staan er voor de flat op straat. Ze bieden ruimte voor onze schuur spullen - en ruimte voor contact. Zo bood mijn buurman mij aan om te helpen sjouwen. En toen ik mijn spullen, in afwachting van die buurman, netjes in de hal had neergezet, kwam een jong stel de trap af. ‘Moet dat nog in de container? Die is bijna vol, vindt u het goed dat wij u helpen? Nu?’ Ik vond het goed. Ik had eerst een rondje kringloopwinkel en tweedehands Lundia gemaakt, samen met mijn schoonzoon. Schappen en zijstukken naar een loods vol schappen en zijstukken; een heel leven aan boekenkasten in ruil voor een houten tv kastje. Het kan altijd nog minder, nóg minder. De kringloopwinkel kreeg de broodbakmachine, de gordijnen, de luxaflex, de lampenkappen van wit email en de blauwe fiets. De kerstboom met zijn stalen krullen, het kratje met ballen en slingers, de gereedschapsbak en de rolkoffer vol ingelijste fotocollages staan tijdelijk in de logeerkamer. Dan weet je het alvast, mocht je bij mij willen logeren.
Ook ik had koude voeten, maar dat heb ik opgelost met kleurige wollen matten en met crocs. En nu krijg ik ook nog bolletjes op het zand onder mijn vloer. De wollen matten laat ik liggen, ze staan zo heerlijk huiselijk.
Maar nou die hometrainer. Die schijnt onontbeerlijk te zijn voor een snel herstel na de heupoperatie. Ha, ik ga zo snel herstellen dat ik naar de oefenruimte van de fysiotherapeut kan lopen wanneer ik aan die hometrainer toe ben. En tot die tijd behelp ik mij wel met weerstandsbanden en een stoelfiets. Een stoelfiets? Jawel, een stoelfiets. Er bestaan zelfs speciale stoelfietsen voor senioren. Die hebben elektrische trapondersteuning, zodat de senior zich niet hoeft in te spannen, al fietsend op zijn stoel. Wie de logica hiervan inziet, mag het zeggen. Er blijkt een heel universum aan fitnessapparaten speciaal voor senioren te bestaan, apparaten die het de al wat oudere mens gemakkelijk maken om te bewegen. Zelf ga ik gewoon weer moeilijk doen: twintig tot vijfentwintig kilometer wandelen, dat is mijn doel. Maar eerst moet ik op zoek naar schoenen die ik kan aantrekken zonder mij te bukken.
Sexting
Wil jij nog wat zeggen?
Nou. Ja. Of eigenlijk niet. Ik weet het niet.
Soms kun je beter niets zeggen, denk je niet?
Dat ligt eraan.
Waaraan?
Aan wat je wilt zeggen. Of niet.
Nou, laat ik het zo zeggen, als ik het voor het zeggen zou hebben ...
We hebben net aan sexting gedaan. Ik wist ook niet dat het zo heet. Wel hoe je het schrijft. Dat deden we na afloop, schrijven. Wat je misschien beter niet kunt doen.
Toch heel anders dan echte sex, schrijft ze.
Ja, want dat schrijf je met 'ks', schrijf ik.
Dat bedoel ik niet, schrijft ze, dat maakt toch niks uit?
Ik ga toch niet schrijven dat het nix uitmaakt, schrijf ik.
Je snapt toch wel wat ik bedoel, schrijft ze.
Ja, schrijf ik, als je seks met een 'x' schrijft, zijn we met zijn zessen.
Wil jij het dan met zijn zessen doen, schrijft ze.
Nou, schrijf ik, dat lijkt me niks.
Of nix, schrijft ze, met een knipoogje (zo'n brailleteken voor de emotioneel blinden), maar wat wil je nou eigenlijk zeggen, schrijft ze er direct achteraan.
Nou, schrijf ik, dat het inderdaad een heel verschil is, seks of sex.
Dat zeg ik toch, schrijft ze.
Nog koffiedrinken voor we trouwen, schrijf ik.
Bedoel je koffiedrinken of koffiedrincken, schrijft ze, alweer met een knipoog.
Ik geef me over, schrijf ik.
Heb je nu alweer zin schrijft ze.