Is wat je van ver haalt altijd lekker?
zondag 2 september 2018
Pakweg 60 jaar geleden hadden we een heel ander boodschappenlijstje als nu. De winkels waren toen nog vaak beperkt tot het buurtwinkeltje. Daar gaf je bij de toonbank je lijstje af, waarna de winkelbediende je boodschapjes van de schappen achter hem of haar pakte. Ter plekke woog hij of zij sommige zaken af. In die tijd kwamen de groenteman, de bakker, de visboer en de schillenman aan de deur. In sommige dorpen komt er nu nog een boodschappenwagen langs (leve de man van de SRV, hieperdepiep hoezee). Toen waren er nog geen kiwi’s, kaki’s, speciale sauzen, we aten heel anders. Veel van die nieuwigheden moeten we nu uit verre landen laten komen.
In die goeie ouwe tijd – excuus voor dit taalgebruik – waren ook veruit de meeste verbintenissen tussen twee personen, die niet zo ver van elkaar woonden. Je ging uit, op een dansavondje in je stad of dorp zag je dat leuke meisje uit jouw eigen stad, in de kerk ging je zitten naast die spetter, waar je al een tijdje het oog op had. Je kreeg dus contact met iemand, die niet zo ver van jou vandaan kwam; dat maakte het wat eenvoudiger op nog eens wat af te spreken. Uitzondering hierop waren mannen, die verliefd werden op een vrouw uit de Gordel van Smaragd. Veel later kwamen er contacten tussen autochtone Nederlanders en mensen, die uit de landen rond de Middellandse Zee naar Nederland kwamen om hier hun brood te verdienen. Deze veranderingen betekenden dat andere culturen en religies gemeengoed werden. Er werden grenzen doorbroken, deze ontwikkelingen gingen evenwel niet zonder slag of stoot.
Wie niet spontaan aan de bak kwam plaatste een advertentie in een krant, of als de nood echt hoog was schreef je je in bij een huwelijksbureau.
De digitale wereld van vandaag zorgt voor het doorbreken van andere grenzen. Je gaat gericht op zoek, het overkomt je niet meer. Toch stellen we automatisch daarbij onze grenzen.
Hoe vaak lees ik niet in een profiel: niet meer dan 20 kilometer vanaf mijn woonplaats? Of in het zoekprofiel staat uit welke provincies men iemand zoekt, naast de eigen provincie vaak uit aangrenzende regio’s. Toch klopt dit niet altijd. Iemand die bijvoorbeeld in Hilversum woont en alleen een partner uit Noord-Holland wenst vergeet, dat de afstand Den Helder – Hilversum veel groter is dan Hilversum – Amersfoort (dat dus in Utrecht ligt).
Ook hebben we vaak ideeën over karakterverschillen: Brabanders zouden gezellig zijn, Friezen stug, Zeeuwen zuinig (het beruchte Zeeuwse meisje, geen cent teveel). Stedelingen zijn weer anders dan bewoners van het platteland.
Ik vraag me af of we, als we bij een afwijzing de afstand noemen wij als reden vaak iets anders in het profiel zagen, waarom we geen afspraak willen maken. Die andere reden durven we niet te benoemen, zeker als het gaat om uiterlijkheden. Ik vind het zelf heel moeilijk om dan eerlijk te zijn, een leugentje om bestwil is snel gemaakt. In elk geval vind ik, dat je na een date de afstand niet als reden mag opgeven, immers, dat wist je toch al toen je het profiel las!
Wat is er dan nog waar van het gezegde “Wat je van ver haalt is lekker”? Wie in een kleine plaats woont heeft vaak weinig keuze, in de vijver waarin je vist zijn meeste vissen al bezet. In een dorp geldt doorgaans “Ons kent ons”. Singles uit een kleine gemeente zullen dan hun vleugels uitslaan naar een stad of een andere regio. Met als gevolg, dat daar de cultuur verschilt van hun eigen woonomgeving, dus zij ontmoeten meer kansen, of het succes navenant is valt nog te bezien.
Er is altijd een afstand tussen jou en je beoogde partner, een fysieke afstand of een spirituele afstand of beide afstanden. Durven we die te overbruggen
geplaatst door Aktivo1 - 6375 keer gelezen
Vorige berichten
Thuis
Zo, lekker kontje, dacht ik, toen ze wegliep.
Dat was wellicht niet per se een gepaste gedachte na ons gesprek, maar gedachten leiden een vrij autonoom bestaan. Je kunt er zo weinig tegen doen. Ze hooguit achteraf betreuren, maar om onkruid te wieden, moet het eerst opkomen, al zou ik mijn gedachte over haar kont niet als onkruid willen afdoen. En daarbij, wat de een onkruid noemt, is voor de ander een prachtige plant.
We stonden op het brood te wachten. De bakker die het brood op de camping bezorgde, was weer eens te laat. Ze zei, dat ze de dag erop weer naar huis ging en toen ik haar vroeg waar thuis was, was haar antwoord dat thuis voor haar niet met een plek te maken had, maar meer met mensen en dan vooral die ene. Nee, die was er nu niet, maar ze had het wel gekend en daarom wist ze dat ze thuis was in zijn armen, waar dan ook. Ik vond het, hoe interessant ook, nog wel zware kost om tien over acht, het was al erg warm, maar zij stak enthousiast van wal. Een lange stoet aan schrijvers, dichters, filosofen en zelfs schilders passeerde de revue om haar invulling van het begrip thuis kracht bij te zetten. Mijn enige bijdrage aan het gesprek bestond uit een verwijzing naar het liedje Hier van Stef Bos en Fernando Lameirinhas, wat ik alleen maar ken, omdat ik het altijd in de les behandel.
De bakker bracht verlossing. Ze nam haar brood, ik wenste haar wel thuis, ze draaide zich om, liep weg en ik dacht mijn ongepaste gedachte.
Ik ben inmiddels ook weer thuis. Er is niet veel veranderd. Ja, de kleur van het duinbos waarop ik uitkijk, was eind mei groen en is nu geel, maar de struiken en bomen hier hebben welbeschouwd weinig te klagen in vergelijking met hun verkoolde collega's op de zwartgeblakerde vlaktes en hellingen in een groot deel van Zuid-Frankrijk.
Mijn thuis is geloof ik toch meer een plek dan een mens. Natuurlijk zou die plek wel heel erg beïnvloed worden door de aanwezigheid van een ander, dat wel. Ik moet er niet aan denken. Alhoewel, zo'n kont zou enige onderhandelingsruimte bieden.
Rollenspel
Ze kwamen me weer goed van pas de afgelopen weken, de adviezen van de psychiater die mijn huwelijk had gefileerd: ‘Je hebt je te veel in hem ingeleefd,’ zei ze. Ze had tien minuten de tijd voor tien gesprekken van een uur, die psychiater, want ze ging met zwangerschapsverlof. Wat ik toen geen probleem vond. Later eigenlijk wel: Ze zei ook dat ik ‘nog heel’ was, maar zo heel was ik nou ook weer niet. Ach, in deze beknopte vorm is het voor mij wel gemakkelijker te onthouden allemaal. ‘Ga nooit meer met hem in discussie’, dat zei ze ook.
Dit is een datingsite: Een soort club van mensen die elkaar niet kennen en die de club verlaten zodra ze wel iemand hebben leren kennen. Dit is een bijzondere datingsite; een datingsite met extra mogelijkheden om het ‘thuiskomen’ succesvol te laten verlopen: Things2Share, en de blogs. Met plaatjes, muziek filmpjes, tekstjes en teksten vertellen we elkaar alvast wie we zijn. Hoe leuk, hoe gevoelig, en hoe geïnteresseerd in de wereld om ons heen enzo. De persoonlijke berichten bestaan alleen uit woorden. Nu lijkt het mij logisch dat twee vreemden die elkaar mails sturen, zich in de ander proberen in te leven om het geschrevene goed te begrijpen: getypte woorden zijn soms niet meer dan het makkelijke buitenste schilletje van een mens. Trouwens, ik heb ooit gepleit voor het plaatsen van een handgeschreven brief bij een profiel, om meer inzicht te verkrijgen in de rafelrandjes van iemands karakter. Naïef, natuurlijk. Wie zich achter een onechte foto kan verstoppen, kan zich ook verstoppen achter een onechte handgeschreven brief. Maar ja, dit is wel een datingsite; het is echt de bedoeling om elkaar bij wederzijdse belangstelling uiteindelijk in de ogen te zien. En wie ben jij dan?
Nu is een date afspraak nakomen niet de meest opvallende eigenschap van iemand die, ondanks een uitvoerige mailwisseling, niet lijkt te willen laten zien wie hij echt is. En dan vergaat het mij net zoals De Kleine Prins, die ontdekte dat alle tijd die hij aan zijn roos had besteed, die roos juist zo belangrijk voor hem maakte.* Wat te doen? De adviezen van die psychiater als verouderd beschouwen en mij volledig in deze onbekende man verliezen? Er zijn in de loop der jaren immers zoveel nieuwe inzichten ontstaan in de psychiatrie; misschien zou ik nu een totaal ander advies krijgen?
Nee, ik heb een beter idee, een veel beter idee: we maken er een Larp Date van! LARP is een rollenspel zonder publiek; elke deelnemer speelt een zelf bedacht personage, passend bij een vooraf afgesproken thema. Bij deze date hoeft het thema niet als vanzelfsprekend een liefdesverhaal te zijn, lijkt mij, dit is immers een eerste ontmoeting. Hoewel, bestaan er eigenlijk verhalen die niet over de liefde gaan? Oh ja, Macbeth van Shakespeare, het koningsdrama vol bloed en verleiding; daarin is wellust uitsluitend machtswellust. Dan kan ik mijn zwartfluwelen heksenjurk weer eens dragen, en hij kan Macbeth zijn, met krullenpruik, baard, en een hoed met een brede, slappe rand. Of zou hij meer fantasie hebben en voor een minder realistisch personage kiezen? Hoe dan ook, we ontmoeten elkaar - en dan, na wat inleidende zinnetjes, gebeurt het. Hét. Die stem, die lach, die handen, die manier van bewegen, die half verscholen ogen. We leggen onze maskers af, en we vallen elkaar haast huilend van opluchting in de armen. En we leefden nog lang en gelukkig.
*uit ‘De Kleine Prins’, van Antoine de Saint-Exupéry
Misschien mag ik ook weer even leunen
Mijn hele leven heb ik geleerd om op eigen benen te staan. Als ondernemer moest dat ook wel. Er waren altijd beslissingen te nemen, problemen op te lossen en plannen die anders liepen dan verwacht. Dan rechtte ik mijn rug, bedacht een nieuwe route en ging weer verder.
Ik ben altijd nieuwsgierig gebleven. Naar andere mensen, onbekende plaatsen en alles wat het leven nog te bieden had. Soms bracht die nieuwsgierigheid mij iets moois, soms een flinke tegenvaller. Maar ook daar kwam ik weer uit. Zelfstandig zijn wordt op den duur bijna een tweede natuur.
Bijna zeven jaar geleden verloor ik mijn lieve, mooie echtgenote. Gelukkig bleven de mooie herinneringen: een vertrouwde blik, een hand op mijn arm en het stille gevoel dat er iemand was bij wie ik gewoon mezelf kon zijn.
Zoals iedereen heb ook ik dus de momenten van succes, pech, geluk en verdriet gekend. Toch ben ik gelukkig en tevreden. Nieuwsgierig en dankbaar voor wat het leven nog iedere dag brengt. In de psychologie wordt wel gezegd dat geven net zo fijn is als ontvangen. Wat mij betreft klopt dat en het is toch geweldig als je ook daadwerkelijk iets kan en mag betekenen voor een ander?
Maar soms, zou ik mijn zelfstandigheid best even naast me neer willen leggen. Dan verlang ik naar iemand die vraagt of ik het niet koud heb. Die een kop koffie voor me neerzet zonder dat ik erom hoef te vragen. Iemand die zegt: “Ga jij maar zitten, ik zorg vandaag een beetje voor jou.”
Niet omdat ik het zelf niet kan. Juist omdat ik het altijd zelf heb gekund. Misschien is dat wel het kleine geheim van sterke mensen: achter al dat aanpakken, doorzetten en oplossen zit soms gewoon iemand die graag even vertroeteld wil worden.
Machiel van der Schoot