Op de eerste plaats geen kritiek
vrijdag 8 februari 2019
Het datingwereldje laat zich vaak vergelijken met andere situaties in het openbare leven. Al heel vaak is de term etalage gevallen, Je plaatst jezelf in de etalage en tegelijkertijd stroop je de winkels af om net dat ene te vinden, waar je al zo lang naar op zoek bent. Vrouwen hebben de naam dat zij vaker en met meer plezier winkelen. Als je iets vaak doet en er ook nog lol in hebt krijg je er ook ervaring in. Dat zou betekenen dat vrouwen meer vaardigheid hebben in het winkelen, maar hoe is dat bij het daten? Volgens mij ligt het vaardigheidsgehalte bij daten fifty – fifty.
Als je gaat winkelen heb je een paar dingen nodig. Een welgevulde beurs of een pinpas met een rekening, die niet rood staat, maar ook een behoefte, je hebt iets nodig in je huis of voor je lijf. Daar ontdek ik weer wel een essentieel verschil tussen mannen en vrouwen. Mannen gaan doorgaans gericht winkelen, vrouwen zien het winkelen vaker als iets gezelligs. In het achterhoofd hebben ze wel een wens om iets aan te schaffen, maar zij vinden het niet erg om iets geheel anders aan te schaffen of onverrichterzake huiswaarts te keren. Anderzijds kunnen vrouwen en mannen elkaar soms een goed advies geven bij het winkelen.
Misschien is het voor mannen en vrouwen daarom niet zo plezierig om op zaterdag – de standaard dag voor shoppen - samen de stad in te gaan. Gelukkig snappen veel stellen dat, manlief wordt soms met kinders ergens gedropt – kinderen een frisdrankje of een patatje, de man een pilsje – en na enkele uren wordt het gezinnetje verenigd. De man mag dan wel de soms goedgevulde tassen sjouwen, in het ergste geval heeft hij een appje gehad of hij haar en het resultaat van het shoppen met de auto wil ophalen…
Ook voor daten via de site moet je over het een en ander beschikken, en nog wat meer dan bij een koopjesjacht. De wens om serieus een partner te gaan ontmoeten staat voorop, dan een goed werkende computer, laptop of wat dies meer zij, een redelijke taalvaardigheid, en toch ook een portemonnee met daarin meer dan een paar armzalige euromuntjes of een pinpas, die achter een bankrekening in de min staat. Natuurlijk ga je jouw profiel op een rustig moment samenstellen. Als je gaat zoeken naar een partner, doe je dat toch niet tijdens het werk of op een andere plaats, waar iedereen kan zien waar je mee bezig bent?
Die wens om serieus iemand te willen ontmoeten moet mijns inziens op de eerste plaats staan. Helaas zijn daar weer voorwaarden aan verbonden. Je moet genoeg ruimte hebben, tijd en bezigheden mogen de vervulling van je wens niet in de weg staan. Een goed advies van een derde is net als bij het winkelen niet verkeerd!
Het is goed om open te staan voor de ander, je in te leven en begrip te hebben. Het is moeilijk om te beoordelen waarop iemand op afknapt, dat is voor iedereen verschillend!
In een blog van Sixty las ik over kritiek. Je hoeft en kunt het niet altijd eens zijn met andermans levensstijl, kleding, hobby’s. Ik ga in zo’n geval eerst na, in hoeverre die aspecten echt een hinderpaal zouden zijn, als ik echt een duurzaam contact met de lady zou hebben.
In een winkel mag je sowieso ook kritiek hebben, maar die mag niet vooringenomen zijn. Ooit moest ik samen met een vrouwelijke kennis plaatsen reserveren voor een etentje met twintig personen. In het eerste restaurant dat we bezochten vond zij het nodig gewag te maken tegenover de gerant over de slechte ervaringen van anderen juist met dat etablissement. Ik kon wel door de grond zinken Dat doe je toch niet? Zo is het ook als je iemand voor het eerst bij je thuis uitnodigt incorrect, als jouw gast kritiek spuit over je inrichting…
Jij en de ander moeten als persoon op de eerste plaats komen. Wie en hoe die persoon is? Dat is een lange zoektocht…
geplaatst door Aktivo1 - 4923 keer gelezen
Vorige berichten
Hoe oud moet je zijn?
“Mijn leeftijdsrestrictie staat tussen de 51 en 69 jaar, want leeftijd zegt niets. Iemand van 55 kan al achter de geraniums zitten, terwijl iemand van 68 nog vol in het leven staat.”
“Die laatste vind ik veel interessanter, maar daar kan ik dan niet op reageren…”
De intro en de regel hierboven vormen samen de reactie van een 55-jarige lezeres op mijn vorige blog over de rol die afstand speelt bij het wel of niet beginnen aan een relatie.
Want hoe oud moet je eigenlijk zijn voor de liefde? En hoe oud moet die ander zijn? Op deze datingsite lijkt het antwoord simpel: dat bepaal je zelf met de schuifbalk. Met één muis- of vingerbeweging op het scherm stel je de harde grenzen in. Alsof de klik tussen twee mensen zich laat dwingen door een geboortejaar.
Eenrichtingsverkeer
De lezeres die deze reactie achterliet, liep misschien pardoes tegen de muur van de instellingen van haar potentiële partner op. Waar haar eigen schuifbalk ruim genoeg stond om die vitale man van 68 te zien, had hij de digitale deur aan zijn kant mogelijk iets strakker in het slot gegooid. Eenrichtingsverkeer door een algoritme. Het laat precies zien hoe de schuifbalk, die bedoeld is om te filteren, verandert in een boemerang. En dat roept de vraag op of ‘we’ de neiging hebben om een getal te verwarren met een karakter.
De biologische illusie
Het selecteren op een geboortejaar is een overblijfsel uit de tijd dat we dachten dat de cijfers op de verjaardagskalender onze vitaliteit bepaalden. Vroeger was je met zestig oud. Punt. Dan mocht je gaan zitten wachten op het einde.
Vandaag de dag is die grens vloeibaar. Je hebt vijftigers die mentaal al met de vut zijn en achter de geraniums zitten. Maar het omgekeerde is net zo waar: er lopen zestigers en zeventigers rond die marathons lopen, reizen, ontdekken en een agenda hebben waar een dertiger een burn-out van krijgt. En toch vertrouw je blind op die digitale restrictie.
Het filter als schild
Waarom doe je dat? Waarom richt je de focus zo scherp op de geboortedatum? Misschien is het angst. Angst voor de mismatch, of simpelweg de drang naar grip op je eigen leven. Het filter is je schild. Het beschermt je tegen de chaos van de werkelijkheid. Als je de vijver maar klein genoeg maakt, blijft het overzichtelijk.
Maar met het uitsluiten van het risico, sluit je ook de verrassing buiten. De lezeres van 55 die niet kan reageren op de man van 68 is het slachtoffer van een digitaal systeem dat geen nuance kent. Want op datingsites is de leeftijdgrens vaak een onverbiddelijke uitsmijter: wie één dag over de grens is, komt de club niet in. Hoe goed je van binnen ook danst.
Achter de geraniums
De vraag 'Hoe oud moet je zijn' gaat naar mijn idee helemaal niet over cijfers, maar over de blik in de ogen en het vuur in de ziel. Er is een wezenlijk verschil tussen biologische leeftijd en mentale leeftijd. De geraniums zijn geen bloemen; het is een gemoedstoestand. Het is het moment waarop de nieuwsgierigheid sterft. Het moment waarop iemand besluit dat alles wat de moeite waard was, al achter hem/haar ligt.
Je herkent ze direct: de mensen die alleen nog praten over hun fysieke ongemakken en waarom vroeger alles beter was. Ze hebben de deur naar de wereld op slot gedaan. Aan de andere kant staat de categorie die weigert te capituleren. De man of vrouw tegen de 70 die nog volop durft te dromen; die zich laat verrassen door een nieuw boek, een vreemde stad of een spontane ontmoeting. Die niet vraagt: 'Hoe lang heb ik nog?', maar: 'Wat gaan we vandaag doen?'
De kilometerstand
Dus, hoe oud moet je nu eigenlijk zijn? Misschien moeten we die schuifbalken gewoon met rust laten. Misschien moeten we accepteren dat de liefde zich niet laat vangen in een vooraf ingesteld bereik. Wat zegt een getal nu helemaal over de warmte van een stem, de scherpte van een grap of het vermogen om er simpelweg te zijn?
De uitdaging is simpel, al vraagt het wel wat moed: zet die restrictie aan jouw kant naar beide kanten eens vijf (of toon lef: tien) jaar ruimer dan je comfortzone nu toelaat. Kijk niet naar het bouwjaar, maar naar de kilometerstand en het onderhoud. Je zou zomaar iemand kunnen tegenkomen die nooit geraniums heeft gehad en ook niet van plan is om die in huis te halen. Want uiteindelijk gaat het er niet om hoeveel jaren er in je leven zitten, maar hoeveel leven er in je jaren zit. En dat laat zich niet filteren.
Weer of Geen Weer
Er zijn toch maar weinig dingen zoveel besproken als het weer! In Nederland dan toch.
Toen ik in Jakarta woonde hadden we het zelden over het weer, omdat het daar vrijwel altijd hetzelfde was. Alleen in het regenseizoen mopperde je wat vaker, maar dan heb je ook een reden om te mopperen ook!
Een Nederlandse regenbui is doorgaans kinderspel vergeleken met een tropische stortbui.
Het weer heeft gewoon een grote invloed op de mens. Toen ik in Den Bosch in de kunsthandel van mijn ouders werkte, werd het impact ervan duidelijk. Een kunsthandel is natuurlijk sowieso al niet zo druk bezocht als een supermarkt of Blokker, maar met slecht weer kwam er meestal de hele dag niemand.
En als er al iemand kwam, waren ze meestal niet in een goed humeur. Drijfnat, een paraplu waar nog flink water afliep. Daar moest je als winkelier ook een oplossing voor hebben, want die lekkende regenschermen wil je niet je hele winkel door.
Als de zon scheen, kwamen er veel meer mensen, ook wel meer kijkers, en dan waren mensen veel vrolijker en meer ontspannen.
Heel vroeger had ik een enorme hekel ik had aan regen. Ik moest op de fiets naar school en in het najaar hadden we geregeld pittige buien. Ik had een regencape en dat hielp wel wat, maar de onderkant van je broekspijpen en je schoenen werden alsnog kletsnat.
Ik had echt altijd een snerthumeur als ik door regen moest fietsen. Dan kwam ik ook goed sjaggo thuis.
Ook met daten kan het weer een grote rol spelen. Als het 36C is, is in de auto kruipen om iemand te gaan ontmoeten niet uitnodigend. Oké, bijna iedereen heeft dan wel airco, maar toch.
Ik heb zelf geen airco, althans, die werkt helaas niet, en ik ga met flinke hitte liever niet in mijn zwarte autootje op pad. Dan zou ik een date verplaatsen.
Als het pijpenstelen regent, zit je ook weer. Dat kan je keuze van kleding al flink beïnvloeden. En indien je een stuk moet lopen van parking naar bestemming moet de paraplu voor de dag komen.
Je kunt ook voor een pet of capuchon of iets dergelijks gaan, maar als vrouw vind ik dat niets. Ik wil dan geen nat geregend haar, vreselijk, maar haar wat zo plat zit als wat door een capuchon vind ik ook niet prettig.
En dan heb je nog perikelen met vorst, eventuele gladheid en kou. Dat kan ook je plannen overhoop gooien om af te spreken of beperken wat je samen gaat doen.
Ik ben geen held met autorijden als het glad is. De laatste paar jaar viel me op dat er ook minder gestrooid wordt. Zeker ook iets om rekening mee te houden. Hier in dit achteraf gebied zijn nogal wat smallere ‘boerenweggetjes’ die je met gladheid beter links kunt laten liggen.
Maar er zijn ook nog andere weer-gerelateerde factoren waar je mee van doen kunt krijgen.
Zo had ik een eerste ontmoeting met iemand in juni. Het was prachtig mooi weer, lekker zonnetje. Niet te heet, echt heerlijk.
Vóór de ontmoeting moest ik nog even snel de stad in en daar merkte ik hoe ontzettend druk het was. De winkelassistente vertelde dat er iets te doen was waardoor er heel veel toeristen waren. Zeker gezien het zulk mooi weer was.
Meteen had ik helder dat de ontmoeting op de afgesproken plek niet zou gaan werken. We zouden elkaar treffen bij een restaurant vlakbij mij, maar met die drukte zou het heel lastig worden je auto ergens kwijt te kunnen.
Samen een tafeltje op het terras van het restaurant kon ook nog wel eens problematisch zijn. En een eerste ontmoeting waarbij je beiden noodgedwongen aan een andere tafel moet gaan zitten of met andere vreemde mensen een tafel moet delen, schiet natuurlijk ook niet op.
Hij was al onderweg, dus ik heb hem snel geAppt en mijn adres gegeven. Dat doe ik nooit, maar ja, op dat moment bleef er niet veel anders over.
Als je in een toeristisch gebied woont, kan het weer zo indirect ook een grote rol spelen!
En dan is er nog wind. Als het heel heet is, ben je blij met een briesje. Maar wat als je geregeld van doen hebt met harde wind of heftige stormen?
Daar had ik nooit zo over nagedacht tot ik hier in dit dorp kwam wonen. Toch wel het ergste in die zin van het eiland.
Langs de gehele westkust heb je veel meer met wind en storm van doen dan verderop in het binnenland.
Ook dat kan weer een invloed hebben op daten. Zo was ik ooit in Flevoland bij de man waarmee ik al een tijdje aan het daten was.
Ik moest die avond naar huis, wat een rit inhield langs de gehele westkust. Maar het stormde en er werd zelfs gewaarschuwd niet de weg op te gaan als het niet perse hoefde.
Het was zo heftig dat ik moest blijven slapen. Nou waren wij al wat langer samen, maar dan nog.
Maar als je zoiets meemaakt met een nieuw iemand kan dat toch voor ongemakkelijke situaties zorgen.
We klagen er wel eens over dat mensen niet zo moeten klagen over het weer, maar al met al speelt het toch gewoon een grote rol!
Eindig ik ermee ons allemaal een mooie zomer te wensen met heerlijke temperaturen en veel zon!
Op naar beter
Licht! De muur tegenover mij is wit, met hoge, donkere ramen. Een vrouwenstem noemt mijn naam, en nog een keer. Een slang blaast warme lucht mijn bed in, mijn heup is een bal van vuur. Mijn voet ligt naar buiten, dat mag niet! Dat mag helemaal niet! Ik heb alles al kapot gemaakt, ik krijg geen adem meer, dit is een droom, dit moet wel een droom zijn. De vrouw tilt mijn been op en vraagt of ik het kan ontspannen. Nee, te veel pijn. Er is nog een vrouw; ze praten zacht met elkaar en één van de twee geeft me een prik in mijn buik. Het vuur in mijn heup dooft, de pijn trekt weg. Ik droom niet. Vanaf nu ben ik een wandelaar met een heupprothese. Ik krijg een rood waterijsje. De chirurg komt even langs; hij is blij en tevreden. En als hij dat is, ben ik het ook!
Al met al breng ik veel te veel tijd door in mijn inmiddels veelbesproken eenpersoonsbed. Lange nachten, middagslaapjes. Dat moet anders. Voortaan doe ik mijn middagdutjes op de bank.
Mijn rode stoel is het middelpunt van mijn tijdelijke universum. Zittend op die stoel leg ik mijn been omhoog, deed ik de eerste oefeningen, at ik de door mijn dochters gekookte maaltijden en keek ik tv. ‘Good omens’ met de ene dochter, ‘Bodkin’ met de andere. Ze zijn weer terug naar hun eigen huis, mijn schatten van dochters! En hierbij bedank ik ook mijn zusje hoog in de hemelen: Zij heeft me min of meer gedwongen om mijn verrijdbare en verstelbare tekentafel mee te verhuizen. Hij stond bijna acht jaar lang in de schuur, en nu is hij mijn àlles tafel. Zo af en toe bedienen liefdevolle handen de stofzuiger rond mijn universum, anders zou het een muizenparadijs worden.
Tijdens de nacontrole liet de chirurg me een röntgenfoto zien van zijn werk, de ‘nieuwe heup’. Wat ik zag was een futuristisch ogende constructie à la Picasso. Hij leek op een heup zoals een moderne vibrator op een penis lijkt. Helemaal niet dus.
Gistermiddag heeft de fysiotherapeut me geleerd hoe ik in mijn eentje, op krukken, door de zware voordeur van mijn flat naar buiten kan lopen. Op naar beter!