De tekencheck, deel twee
zaterdag 13 juni 2020
Een droom. Ik zit in de trein, veilig bij het raam. Buiten rent een man door het weiland; zijn blauwe overall fladdert rond zijn pezige gestalte. Ik kan zijn gezicht niet zien, hij draagt een groot bord aan een stok voor zich uit. Op het bord staat de zwart-wit afbeelding van een gezicht. Een klap - en het gezicht bedekt het hele raam naast me. Ik verstijf, kan niets anders doen dan blijven zitten waar ik zit.
In werkelijkheid zat ik in een vrijwel lege trein rustig De Kleine Prins te lezen, eindelijk. Hoe oud zou ik geweest zijn toen ik voor het eerst over dit boek hoorde, en het graag wilde lezen? Hoe dan ook, dit moest dus wachten totdat ik het boekje toevallig uit de kast met tweedehands boeken van zo´n fijne Leidse boekwinkel had gevist. Een gaaf boekje met een blauw-grijze stofomslag, gedrukt in het jaar 1951. De Kleine Prins, waarin de schrijver constateert dat grote mensen van cijfers houden: ´Wanneer je hen vertelt van´n nieuwe vriend, vragen ze nooit het belangrijkste. Ze zeggen nooit ¨Hoe klinkt z´n stem? Van welke spelletjes houdt hij het meest? Verzamelt hij vlinders?¨ Maar ze vragen: ¨Hoe oud is hij? Hoeveel weegt hij? Hoeveel broertjes heeft hij? En hoeveel verdient z´n vader?¨ Dan pas vinden ze dat ze hem kennen.´ De kleine prins zelf, die zijn verliefdheid op die ene roos niet kon verdragen, evenmin als haar dwingende afhankelijkheid van hem. Hij voelt zich bedrogen als hij door een tuin met duizend rozen loopt: zo uniek was zij dus niet. Gelukkig is daar de vos, die hem leert wat het onderscheid is tussen die ene en al die anderen. ´Tam maken´, noemt hij het - en zelf wil hij maar al te graag ´tam´ gemaakt worden door de kleine prins. Om zijn leven zin te geven, om in een zonovergoten korenveld de gouden lokken van zijn vriend de kleine prins te kunnen zien en daar blij van te worden.
Die ene. Hij was de enige goed gebouwde man tussen alle andere mannen op het zonovergoten plein, en hij liep breed lachend op mij af. Jemig. Deze man was mijn date. Na een verontschuldigende we-moeten-nu-eenmaal-afstand-van-elkaar-houden-begroeting liepen we samen eerst de ene, en toen toch maar de andere kant op. Dit had een stilte-date mogen zijn wat mij betreft, zo´n date aan een lange tafel met dat heen en weer geschoven boek. Ik mijn verlangen om hem aan te raken al dan niet kuis omschrijvend, hij zijn drang om àlles te vertellen onderdrukkend om direct te kunnen opschrijven wat er wel toe deed, waar hij nu pas bij het naderende afscheid aan toe was. We waren op onze hoede voor het beest corona, terwijl hij de perfecte man was voor een tekencheck.
Plotseling nieuwsgierig geworden naar de pijnlijke rode plek in m´n rechter oksel, een paar dagen eerder gevoeld en zonder bril waargenomen in het zwakke badkamerlicht, keek ik via de grote, zonbeschenen spiegel in m´n woonkamer recht in de muil van het andere beest, het beest dat besmette tekenbeet heet: Een rode bult met een rode ring eromheen. Het was half vijf in de middag, de vrijdag voor het pinksterweekend. Dit beest zou een hoop gedoe gaan geven. Nu, na twee weken antibiotica, moet hij bedwongen zijn. De bosjes van Polderpark Cronesteyn bleken gevaarlijker dan de adem van de tegemoetkomende wandelaars. Ik ga niet meer voor hen aan de kant op zo´n smal paadje. Ik moet eerst iemand vinden die er daadwerkelijk aardigheid in heeft om een minutieuze tekencheck uit te voeren.
geplaatst door RodeJas - 3005 keer gelezen
Vorige berichten
Het zijn de mensen die de wereld interessant maken
Het zijn de mensen die de wereld interessant maken
Vannacht werd ik wakker en ging deze zin door mijn gedachten: “Het is de mens die de wereld interessant maakt”. Waarom? Ik zou het niet weten.. Maar vanmorgen liet mij deze plotseling ontstane gedachte niet los. Misschien is het de reden dat ik naar een serie heb gekeken waarin voornamelijk door manipulatie van situaties het beoogde resultaat moest worden bereikt. Mensen beïnvloeden elkaar. Manipulatie is een slechte manier om dingen naar je hand te zetten. Mensen zijn creatief, schrijven door het leven heen allemaal hun eigen verhaal. En niet iedereen komt in de geschiedenisboeken, zoals Napoleon, Martin Luther King, Obama, Kennedy, Albert Schweitzer om maar enkele bekende namen te noemen. Of het nu gaat om kunst, wetenschap en de manier waarop we met elkaar omgaan, elkaar ontmoeten, de menselijke factor zorgt ervoor dat de wereld daardoor volop in beweging blijft. Op dit moment nog een levend voorbeeld van invloed betreffende de menselijke factor; Donald Trump. Hij houdt de wereld in beweging en naast al zijn doelen voornamelijk de geschiedenisboeken in wil gaan als vredestichter.
Maar goed, wat zou de wereld zijn zonder mensen om ons heen. Mensen die we ontmoeten op straat, in cafés, in de supermarkt. Mensen die we liefhebben, familie en vrienden. Het zijn de mensen die kleur geven aan ons leven. Ik kan op een bankje gaan zitten, maar zonder iemand naast mij waarmee ik een interessant gesprek kan voeren blijft het maar een gewoon bankje. Hoewel even alleen zitten om in eigen gedachten tot rust te komen is ook weleens fijn. Zeker in, op dit moment, zo’n hectische wereld.
In mijn opinie: Mensen hebben mensen nodig. Mensen willen elkaar ontmoeten. Gedachten uitwisselen, elkaar om advies vragen, om samen te werken. Om een partner te vinden. Elkaar voor het eerst ontdekken bij een date. Wat zo’n ontmoeting interessant kan maken is niet enkel het uiterlijk, want achter elk uiterlijk zit een mens. Een mens met dromen, een mens met een verhaal dat nieuwsgierig maakt. En wie weet wordt de wereld leuker door wie je ontmoet.
Het zijn mensen die de wereld bijzonder en interessant maken.
Liefs,
Monique
Verjaardagen, je kunt er niet omheen
Elk jaar word ik een paar keer bepaald bij een verjaardag in de familiekring. Twee keer heel kort na elkaar, mijn zoon en een dag eerder ikzelf. Het is dan weer puzzelen wanneer we dat vieren. De rest van mijn familie verjaart op geheel andere tijden in het jaar, zoonlief en ik zijn veroordeeld tot de maand januari.
Verjaardagen werden vroeger doorgaans gevierd op de geboortedag. Nu in veel relaties tweeverdieners zijn zullen zij hun verjaardag vaker in het weekend vieren, voorop gesteld dat zij niet op zaterdag of zondag hoeven te werken. Mijn verjaardag viel dit jaar op zondag en de verjaardag van mijn zoon op maandag. De “viering” van de laatstgenoemde dag schuift dan een kleine week op.
Ik liep in voorgaande jaren tegen een dilemma aan. Wie nodig ik wanneer uit?
Het leek vroeger altijd eenvoudig iedereen op dezelfde dag en tijd bij mij thuis welkom te heten. Achteraf bleek dit nu mijn kleinkinderen wat ouder zijn en mijn zoon een hond heeft, die hij vorig jaar ook meenam niet zo’n slimme optie te zijn. Vorig jaar hoorde ik na de verjaardag van een van mijn kennissen, dat ze “not amused” was, door de combinatie van mijn jongste kleinkind, die ernstige gedragsproblemen heeft en de hond met de overige visite.
Ook tussen de kennissen onderling is het helaas niet altijd koek en ei…
Om herhaling van deze situatie uit te sluiten had ik nu twee “shifts” afgesproken, eerst komen mijn kennissen / vrienden en daarna mijn familie. Dat is ook met het oog op de beschikbare ruimte een goede oplossing.
Dat ik weer een andere leeftijd moet noemen als iemand mij vraagt: “Hoe oud ben je” is soms confronterend, zeker als het iemand is die verder niets van mij weet. Standaard reageer ik dan met “Hoe oud denk je?” Dat lijkt tactisch, maar het is niet uitgesloten, dat de reactie niet gespeend is van een complimentje.
Wat er op tafel komt is een ander punt van aandacht. Een deel van de visite heeft heel specifieke wensen wat betreft een natje en droogje. Omdat van een eenpersoons huishouden nooit geëist mag worden, dat de bewoner standaard een assortiment van een lunchroom heeft heb ik dat wensenlijstje gelukkig vorig jaar goed uitgewerkt en zorgvuldig bewaard.
Het is fijn als een van mijn gasten aanbiedt wat te helpen bij het bedienen en opruimen. Door wie dat doet merk je meteen, hoe zorgzaam iemand is.
Ik hang thuis geen slinger of andere versiersels op. De hopelijk gezellige sfeer komt wel door de gesprekken. Die zijn weer geheel anders als familie of als vrienden / kennissen op bezoek zijn.
Zelf ontkom ik niet aan het evalueren van het voorbije jaar en een vooruitblik op het nieuwe levensjaar. In 2026 heb ik behalve een of twee keer een vakantiereisje maken niets bijzonders op de agenda staan. Maar ik ben terughoudend bij het boeken van het reisje, wie weet komt er iemand op mijn pad met wie ik samen op reis ga. Je weet maar nooit.
Welke ervaringen hebben jullie met het vieren van verjaardagen? Kiezen jullie voor een mix van familie en vrienden of juist niet? Vieren jullie het op de dag zelf of liever op een dag in het weekend? Of vieren jullie het helemaal niet?
Vorm
... of inhoud? Daar moest ik aan denken bij al het geneuzel en gebeuzel over taalfouten.
Ik heb lang geleden twee jaar een relatie gehad met een niet-geletterde vrouw. Dat de relatie geen stand hield kwam niet door haar gebrekkige geletterdheid, maar door mijn gebrekkige emotionele intelligentie. Over hoe het daar nu mee is gesteld doe ik geen uitspraken. Hij is al lang niet op de proef gesteld. Op een schrijffout heb ik haar overigens nooit kunnen betrappen, want ze kon niet schrijven.
Nu ben ik de laatste om te beweren dat taal alleen vorm is. Ik zou er een hele filosofische traditie die in het westen teruggaat tot op de Grieken mee ontkennen. Taal is betekenis, taal is context. Maar wat is de betekenis van betekenis en wat is context? Van die dingen.
Dus nee, ik ga taalgebruik, wel de meest pragmatische component, niet degraderen tot vorm, maar geneuzel en gebeuzel over d/t-fouten beslist wel. Dat gaat immers over hoe wij de taal vormgeven in zijn verschillende gedaantes, de geschreven taal wel te verstaan in dit geval. In de gesproken taal hoor je dat verschil helemaal niet. En laten we nu gemiddeld veel meer spreken dan dat we schrijven. Maar dan nog, ook in de gesproken taal horen we veel 'fouten'. Wat zijn eigenlijk fouten? Maar dat terzijde.
Helaas zijn we hier in eerste instantie aangewezen op het geschreven woord; die foto's zijn helemaal niet belangrijk toch? En laat nu niet iedereen de gave van het woord gegeven zijn. Kijk er langsheen, zou mijn tip zijn. En anders wordt het zoeken naar spelt in een hooiberg. Ik denk nog vaak aan haar.
Over de irritante gewoonte om taalfouten expliciet op taalfouten te wijzen en die te verbeteren en de onzin daarvan gaat in mijn vakgebied nog wel een leuke anekdote rond trouwens. Op maandag vraagt de juf tijdens het kringgesprek aan Jantje wat hij gedaan heeft in het weekend. En Jantje zegt: ik heeft bij papa geslapen. Nee, zegt de juf, ik héb bij papa geslapen. O, zeg Jantje, ik heeft u niet gezien.
Welterusten.