Gratis winkelen
zondag 26 juli 2020
Er was een tijd, best lang geleden, dat je via een prijsvraag 1 of 2 minuten gratis winkelen kon winnen in een supermarkt. Degene die gewonnen had vloog met een winkelwagen naar de wasmiddelen, kaasvitrine en de flessen sterke drank om maar zoveel mogelijk dure spullen te scoren in die paar minuten. De race tegen de klok werd live opgenomen en wij konden meekijken op tv. Dit soort prijsvragen bestaan niet meer. Er zijn mensen die toch af en toe gratis willen winkelen en dan uit stelen gaan in een supermarkt. Daar staat een hoge boete op, maar ze doen het toch. In de regiokrant van deze week stond vermeld dat er weer iemand op heterdaad was betrapt. Vooral de supermarkt bij het NS-station is regelmatig de klos, ik heb het daar live meegemaakt.
Deze supermarkt ligt op loopafstand van mijn huis, dus daar haal ik mijn boodschappen. Zo ook die bewuste dag. Ik had de verse waren al in mijn mandje, maar moest alleen nog een pak zout hebben. Dat is een artikel waar ik lang mee doe en niet vaak nodig heb. Ik wist niet meer waar het stond en liep enkele keren alle vakken langs op zoek ernaar. Mijn pad kruiste iedere keer een slordige jongeman met een plastic diepvrieszak bij zich, waar hij steeds een duur artikel instopte. Hij had geen mandje, maar ik had geen argwaan, Hij zet zijn boodschappen bij de kassa wel op de loopband, dacht ik. Achterdochtig werd ik, toen ik 2 even slordig uitziende maten van hem ontdekte, die ook speurend langs de schappen liepen, maar niks bij zich hadden. Regelmatig hadden ze even contact met elkaar.
Ik had het zout gevonden, het was niet druk in de winkel, dus ik was meteen aan de beurt bij de kassa. De jongen met de diepvrieszak naderde langzaam mijn kassa. In een opwelling zei ik zacht tegen de kassajuffrouw : zie je die jongen met die volle diepvrieszak, Ik weet het niet zeker, maar ik vertrouw hem niet, hij stopt er alleen maar dure dingen in, Hij zag haar kijken en sloeg op het pad gelijk rechtsaf om naar de kassa naast haar te gaan. Onmiddellijk greep de kassiere de microfoon en riep de supermarktmanager op om naar die andere kassa te komen. De manager ging 1 meter na de kassa staan. Net op tijd, want de jongen wandelde rustig met zijn diepvrieszak langs de kassa, waar op dat moment iemand stond te betalen, zonder ook maar iets af te rekenen. De manager hield hem aan en vroeg om zijn kassabon. Die heb ik niet gekregen, riep hij luid. Zijn 2 trawanten vlogen op dit teken meteen de winkel uit. De aangehouden jongen werd agressief en verzette zich tegen zijn aanhouding
Ik had ondertussen afgerekend, liep in een grote boog om het tumult heen en ging snel de winkel uit. Ik zag nergens zijn 2 handlangers. Om naar huis terug te lopen, moet ik het fiets/voetgangerstunneltje onder het spoor door. Daar stond gelukkig niemand, maar ik moest ook nog een heel stuk lopen langs een hertenkamp, waar het altijd rustig is. Ik ging steeds harder lopen, bang dat zijn maten gemerkt hadden dat ik het voor hen had verknald en me achterna zouden komen om verhaal te halen. En beetje buiten adem bereikte ik mijn huis en keek om, maar ik zag gelukkig niemand. Enige dagen later stond er een uitgebreid politieverslag in onze regiokrant. De dief had de winkelchef bedreigd om hem aan zijn mes te rijgen als hij hem weer tegenkwam. De politie had hem daarop gearresteerd en in voorlopige hechtenis genomen.
Geschrokken dacht ik : waarschuwen doe ik niet meer, het winkelpersoneel mag voortaan zelf opletten. Niemand beschermt me op straat tegen een wraakactie van hem of zijn vrienden. Voortaan eerst even goed nadenken aan de gevolgen. zodat ik zelf niet in de problemen kom.
geplaatst door sixty - 3208 keer gelezen
Vorige berichten
Een toekomst zonder zorgen
De gemiddelde leeftijd van de deelnemers aan deze site zal 70 jaar zijn, schat ik. Vanaf de kleuterschool kan ik me dingen nog goed herinneren. Daarvoor zijn het nog vage momentopnames die af en toe door mijn hoofd flitsen, maar zo’n 65 jaar aan concrete herinneringen is er wel verzameld.Herinneringen aan vreugde en verdriet, ontmoeting en afscheid, succes en falen, gezondheid en ziekte, trots en schaamte, hulp en bedrog, geluk en pech. Ieder van ons heeft hetzelfde in meer of mindere mate meegemaakt.
Soms is het bitterzoet. Wat waren er veel fijne dingen en wat is het jammer dat ze nooit meer terugkomen! Toch prijs ik me gelukkig dat het per saldo een enorme rijkdom in mijn hoofd heeft opgeleverd. Rijkdom, die niemand me meer kan afpakken.
Ik vraag me ook niet meer af of ik het beter of anders had kunnen doen. Ongetwijfeld, maar zou mijn leven dan wel zonder vallen en opstaan zijn verlopen? Natuurlijk niet. Terugkijken doe je op onze leeftijd waarschijnlijk vaker, dan een half leven geleden. Ik zelf -en dat gun ik iedereen- kan zo’n moment van bezinning steeds afsluiten met een gevoel van tevredenheid en dankbaarheid.
Maar meer nog dan dat: het geeft ook vertrouwen in de toekomst. Het leven is nog niet voorbij en waarom zou er niet nog een mooie reis in het verschiet liggen? Ongetwijfeld met hier en daar een spannende hobbel, maar veel minder dan tot nu toe. Met minder bewijsdrang, minder lawaai en minder strijd en daarentegen meer tevredenheid, rust en vrede wordt de weg een stuk eenvoudiger en vriendelijker.
Het is nog niet voorbij, in tegendeel.
Machiel van der Schoot
Buitenland
Mijn leraar Frans, lang geleden op de middelbare school, vertelde eens een verhaaltje over een gebeurtenis ergens in Frankrijk. Hij was bij een viskraam gekomen en had wel trek in een rolmops. Dat is een zure haring om een augurkje heen gerold, met een paar cocktailprikkers erdoorheen. Maar hij wist niet hoe je dat noemde in het Frans, dus hij begon het te omschrijven: hareng, rouler, cornichon, bâtonnet… De visboer begreep het : Ah! Un rollmops! Dat vond ik erg grappig. Daarbij kwam ook het ontzag van dorpsjongens voor iemand die over Frankrijk kon vertellen. Onze wereld was klein, zelf was ik toen nog nooit in het buitenland geweest. Afgezien dan van het schoolreisje naar Trier, dat zo rond die tijd moet hebben plaatsgevonden – nadat de traditionele Rome-reis ons, wegens de economische malaise van die jaren, door de neus was geboord.
Buitenlandse reizen waren in onze familie meestal beperkt tot de bedevaartsreis naar Lourdes. Wie zich die pelgimage kon permitteren kon rekenen op een verhoogde status, want blijkbaar werd er goed geboerd. Vol trots kwamen ze dan ook terug met flesjes gewijd Lourdeswater voor iedereen. Een eeuwenoude lokroep waar buitenland synoniem was van bedevaart. Iets anders had je er niet te zoeken. En die traditie is nog steeds levend, er is een neef die tot op de dag van vandaag Lourdes-reizen organiseert.
Mijn ouders hoorden niet bij de uitverkorenen, zij zagen Lourdes alleen op de stereofoto’s uit de souvenirshop. Maar gelukkig hadden wij in Roermond, de stad die tegenwoordig vooral bekend is van de Designer Outlet, onze eigen Maria-bedevaart. Dat is de Kapel-in-’t-Zand, ook met een legende en bijpassend mirakel, iets met een beeldje in een put. Water uit die put is dus ook gewijd en werkzaam tegen kwalen en ongelukkige toestanden. Minder heilig natuurlijk dan het water uit Lourdes, dus we hoefden er niet mee aan te komen bij familie. Maar als die familie bij ons op visite kwam, dan namen ze vaak toch wel een flesje mee… voor de zekerheid.
De Kapel-in-’t-Zand (de naam is bedrieglijk, het is een forse neogotische kerk van de 19e eeuw) heeft ook, net als Lourdes en andere bedevaartsoorden, wanden vol devotietegeltjes. Daarop uiten mensen hun dankbaarheid jegens Maria, wegens verleende gunsten, of ze vragen Maria om voor hen te bidden in moeilijke tijden, of om genezing van een ziekte. Om een link te leggen, bidden om een lieve man/vrouw te vinden, of dankbaarheid voor een geslaagde verbintenis hoort ook tot de mogelijkheden.
Daarvoor is het nu dan wel te laat, dacht ik, want elke centimeter is bedekt. Maar op de site (laatst bijgewerkt 2024) lees ik tot mijn verbazing, dat er ruimte voor nieuwe tegeltjes is gecreëerd. Tegen een bijdrage van honderd euro per tegel kunnen we voor iedere wens de hulp van Maria inroepen. Overigens mag bidden natuurlijk altijd, dus mocht de de lezer(es) na een bezoek aan de Designer Outlet nog een paar uurtjes te besteden hebben, dan is een bezoekje aan de Kapel in ‘t Zand zeker aan te bevelen. Het is een wonderlijke plek, echt.
Wat Lourdes betreft, ik ben daar vele jaren later nog wel eens langs gekomen, meermaals zelfs, op de route naar de Pyreneeën. Ik kan persoonlijk geen deel uitmaken van die wereld en ik werp een cynische blik werp op de bedevaartsindustrie met gewijd water plastic jerrycans als dieptepunt. Maar tegelijk heeft het ook iets ontzagwekkends, die mensenmassa die daar uit de hele wereld samenkomt, verenigd in een gezamenlijk verhaal. Dat is wonderbaarlijk.
Titanium
Vroeger, vorig jaar nog, liep ik met gemak tochten van zo’n dertig kilometer, met een bewogen gemiddelde van vijf-en-een-halve kilometer per uur. Vandaag denk ik: het gaat best goed met me. Ik vergeet namelijk steeds weer waar ik mijn kruk heb laten staan; de rechter, de enige die ik nog gebruik. Ik loop ongemerkt verder zonder kruk. En de fysiotherapie begint, met roeitrainer, leg-press en crosstrainer, steeds meer op een sportschool te lijken. Ik hou van trainen in een sportschool. Maar waarom staat mijn facebookpagina plotseling vol met filmpjes van mannelijke paaldansers?
Een droom: Er is een jonge vrouw in huis. Ze danst, ze zingt, en ze draagt een wijde, rode jurk. Het is iets met een opname; overal lopen technici en camera mannen. Maar ze regelt het zelf, soepel heen en weer bewegend op mijn volle aanrecht. Ze heeft haar eigen beeltenis over het grote schilderij in mijn huiskamer gehangen. Ik heb haar twee popjes gegeven om mee te spelen, maar ze wil ook het derde hebben, het popje met de witte kleertjes. Ze stampvoet en ze schreeuwt.
Over welk lichaamsdeel ben je het meest tevreden, vroeg ze, de meest welgeschapene onder ons, wandelaars. We zaten dicht bij elkaar, op drie ronde stenen, en we aten onze meegebrachte boterhammen. Zelf noemde ze haar sexy vrouwelijke sleutelbeenderen, verstopt onder een modieus lila fleecevest. Ik noemde mijn stevige billen, en ik ging even staan om te laten zien hoe ik dat bedoelde. De vrouw tegenover mij was het meest tevreden over haar dikke haardos. De andere vrouw wist niets speciaals, ze was met alles wel tevreden. En tot slot noemde de enige man in het gezelschap zijn neus.
Wat mis ik deze gesprekjes, deze saamhorigheid, deze lange wandelingen! Nou ja, het was de afgelopen week toch veel te warm voor het echte wandelwerk. En het duurt nog wel een week of wat voordat het kunstwerk van titanium en porselein zich als zorgeloos belastbare heup in mijn bekken heeft genesteld. Ik heb al wel een nieuwe wandeljas gekocht. Hij is rood - als oranjerood ook rood mag heten!
De laatste droom: Ik sta vanaf een hoog bovenraam naar beneden te kijken; ik woon blijkbaar in zo’n prachtig, voormalig pakhuis. Er komt een auto de hoek om scheuren, een Lamborghini ofzo. Hij rijdt op mijn (onze?) voordeur in, keert en scheurt er weer vandoor. Ik ga bij de voordeur kijken: het is een mosgroene deur van dubbel staal, en hij is helemaal verbogen aan de zijkant. Een man in een beige overjas komt de schade opnemen. Ik zie helaas geen schade, zegt hij. Er is nog een man, een man in een lange, donkere jas. Hij rinkelt met iets in zijn jaszakken en glimlacht naar me, met schitterende ogen. Ik heb geen flauw idee wat hij bedoelt.