Privacy
zondag 30 augustus 2020
Ons handelen en ons leven is anno 2020 vooral gebaseerd, noodzakelijk in vele gevallen, maar ook afhankelijk van het digitaal gebeuren. Wij en de maatschappij kunnen niet zonder. De tijd van het salaris wekelijks contant ontvangen in een zakje voorzien van een loonstrookje ligt al ver achter ons. Lastig voor degenen die niet in staat zijn, op wat voor manier dan ook, deel te nemen aan de online business. En er zijn er ook die er niet aan willen deelnemen. Voortschrijdend in de tijd zal er niemand meer zijn zonder digitale kennis en het kunnen omgaan met een computer. Geregeld worden we gewaarschuwd om onze privacy te beschermen en wordt door verschillende sites onze privacy gewaarborgd. De wet op de privacy, zo’n twee jaar geleden ingevoerd helpt daarbij een handje. Alhoewel… ik vraag mij af in hoeverre deze wet kan worden gehandhaafd, indien wij massaal een openbaar formulier bij de horeca invullen, inclusief ons telefoonnummer, voor iedereen zichtbaar dus. Misbruik ligt altijd op de loer, evenals de mogelijkheid om gehackt te worden.
Soms filosofeer ik wel eens in mijzelf, hoe zou ik kunnen leven zonder al die digitale middelen. Kunnen reizen zonder geregistreerde pas, enkel met contant geld op zak, zonder bankrekening, zonder smartphone. In feite dus nergens meer geregistreerd staan, dus simpel weg verdwijnen in de anonimiteit. Het zal mij niet lukken. Het salaris wordt gestort op een bankrekening. Van een inkomen ben ik afhankelijk om in leven te blijven, of ik zou het moeten gaan doen door in ruil voor werkzaamheden, of goederen te ruilen om in mijn levensbehoeften te gaan voorzien.
We worden overal gevolgd op diverse manieren. Op onze computer en smartphone zitten een camera en een zender. Ja, inderdaad, je kunt alles uitzetten, maar dan nog… Opeens floept mijn camera op de computer aan en wordt ik door de virusbeschermer gewaarschuwd, dat ik zichtbaar ben. Ik schrik me rot. Ik lees veel thrillers en kijk er ook graag naar op series op de tv. Er zijn zoveel manieren om iemand af te luisteren, op te sporen en te volgen. Denk maar aan de spionage praktijken. Soms bespreek ik zaken met een collega, die even niet voor andere oren bestemd zijn, waarop die collega opmerkte: ‘Er zit hier toch niet ergens een zendertje?’ Dus ik ben niet de enige die van al die digitale mogelijkheden wel eens paranoïde wordt.
Hier op deze site worden we op diverse manieren aangeraden in het begin van een contact voorzichtig te zijn. Niet direct telefoongegevens uit te wisselen en bij ongewenste intimiteiten hebben we de mogelijkheid dit te melden en iemand te blokkeren. Ik vertrouw er op dat ook onze mail box veilig is en alleen bestemd en gelezen wordt door mij. Maar ook door de redactie worden we in de gaten gehouden. Dat is ook prima om hun site de veiligheid te blijven waarborgen.
Anoniem voel ik mij al lang niet meer, maar wil ik een partner vinden, zal ik mij toch op de digitale snelweg moeten begeven, soms paranoïde, of niet.
Liefs,
Monique
geplaatst door monique3 - 2547 keer gelezen
Vorige berichten
Opkomen voor jezelf
Voor de komende bijeenkomst van de Powervrouw training heb ik huiswerk te doen over “opkomen voor jezelf”.
Volgens de opdracht moet je eerst een mening over iets hebben en dan volgt het opkomen voor jezelf middels een ik-boodschap.
Maar ergens is een mening niet wat bij mij als eerste stap opkomt, maar grenzen. Je grens weten. Misschien gaat dat hand in hand met een mening?
Toch voelt voor mij die grens belangrijker.
En nu ik erover nadenk, is die grens meer gevoelsmatig en een mening eerder mentaal. Wat ook in kan houden dat je in emotie schiet om je grens te handhaven en een mening uiten mogelijk makkelijker op een kalmere manier kan.
Als ik even denk aan mijn akkefietje met de achterbuurman vorige maand, dan ging ik toch echt wel in emotie. Hij was over mijn grens heen gegaan, praktisch letterlijk omdat het de schutting –begrenzing van mijn perceel- betrof.
Ik had hem de dag ervoor op een kalme manier mijn mening gegeven. En die werd niet gerespecteerd.
In relaties is opkomen voor jezelf ook een ding. Een kunst. Wat ik heb geleerd is dat het vooral belangrijk is om het niet op te potten.
Ook hier weer van belang om je grenzen te weten. En die dan ook te handhaven.
Dat laatste vind ik zelf altijd het lastigste. Ik voel wel wanneer iets niet goed valt bij me, wanneer er over mijn grenzen wordt gegaan. De volgende stap om dan aan te geven dat ik het niet fijn vind, of in een erger geval meer “tot hier en niet verder!” is niet altijd makkelijk.
Bij velen komen dan toch wel bepaalde angsten op. Angst dat het over is, verlatingsangst, faalangst, angst bevestigd te krijgen dat je niet de moeite waard zijn een paar voorbeelden.
Om door dat soort angsten dan maar niets te zeggen waarmee er over je grens wordt gegaan.
In mijn laatste relatie was ik heel erg aan het ‘oefenen’ met op de juiste manier communiceren als iets me dwars zat. Toen heb ik wel een aantal keren dingen helder aangegeven.
Eén van die keren staat me nog heel helder voor de geest. Omdat ik het zo ongelofelijk spannend vond om te doen. Het is ook niet iets wat je doorgaans in je opvoeding meekrijgt.
Mijn partner was na het eten op de bank gaan liggen om even een dutje te doen. Ik weet nog dat ik in de keuken stond met de afwas. Waar hij voor de zoveelste keer niet bij hielp. Leuk vond ik dat niet, want ik ben geen huishoudster die eten maakt en dan de afwas doet terwijl hij lekker op de bank ligt. Ik doe ook liever iets anders dan afwassen, maar het moet nou eenmaal gedaan worden.
Ik wilde dat op de juiste manier communiceren met een ik-boodschap. Hoe lang het duurde voor ik de kamer in durfde lopen, weet ik niet meer. Ik weet wel dat ik helemaal stond te shaken, over mijn hele lichaam. Ik vond het zó eng!
Toen ik eindelijk de kamer in liep, barstte ik van de zenuwen in tranen uit. In plaats van rustig communiceren wat ik niet leuk vond, zat ik hartverscheurend te snikken in mijn bureaustoel.
Hij was meteen helemaal alert en kwam naar me toe. Hij maakte een opmerking die niets met het voorval van doen had, maar wel uit zijn hart kwam. Ik schoot erdoor in de lach waardoor hij ook moest lachen, en de lucht was geklaard. We hebben er kort over gesproken, het was opgelost.
Ik was blij dat ik het toch gedurfd had al vond ik het nog zo spannend!
Onlangs heb ik een gevalletje opkomen voor mezelf gehad toen de buurman voor de zoveelste keer zijn vrachtwagen met de cabine voor mij raam wilde plaatsen.
Dat ging me bizar genoeg heel goed af. Ik zag het toen ik de gordijnen opende en als uit het niets kwam er een “Nope, gaat niet gebeuren!” op.
Zonder twijfel of zenuwen erop af, klaar.
Maar in andere gevallen, met sommige mensen, blijf ik het toch lastig vinden. Zeker ook als ik tevoren al weet dat ik een lawine van verbaal geweld over me heen ga krijgen.
Dan is het voor mij ook altijd even afwegen of het wel de moeite waard is om iets te zeggen. In bepaalde situaties weet ik dat de consequentie van iets zeggen voor mij erger is dan het maar te laten zitten.
Soms laat ik de ander dan gewoon zeggen wat ze zeggen, zonder dat ik het in mezelf opneem en zonder dat ik me schik naar hun wensen/eisen.
Ik ken een paar mensen bij wie dat zo kan gaan. De volgende keer dat ik ze zie, kunnen ze weer heel chill zijn. Wisselvallige mensen dus.
Toch kan het ook bij zulke mensen soms werken als je kalm aangeeft, “Ik vind dit niet fijn…” En soms werkt het niet. Ik ben ook een keer opgestaan en weggegaan. Zonder emotioneel gedoe, gewoon kalm. Mijn grens was bereikt en als iemand door blijft gaan, is kalm weggaan ook opkomen voor jezelf.
Het is wel zo dat ik me bij die mensen niet emotioneel veilig kan voelen. In een liefdesrelatie zou dat voor mij niet werken.
Met daten, wat toch het voorstadium is van een relatie, is het in romantiek het lastigst. Dan moet je samen nog het raamwerk creëren voor de relatie. En als dat niet lukt, dan houdt het op.
Al met al toch wel een dingetje, dat op een goede manier opkomen voor jezelf!
Hoe gaat jullie dat af? En doe je het ten koste van alles of laat je het soms ook maar waaien?
Het leugenbankje en de Schrijver
Het leugenbankje en de Schrijver
Bijna iedereen kent het wel, een plek in het dorp waar senioren/gepensioneerden samenkomen om het laatste nieuws, of de dag door te nemen. Meestal zijn het mannen. Weduwnaars, of mannen die hun echtgenote tevens de vrijheid gunnen om haar eigen ding te doen. Tenminste, dat idee hoop ik dan maar. Want na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd breekt er voor beiden een andere levensfase aan. Een nieuwe invulling geven aan het leven en in de relatie. Dat is voor sommige relaties vaak even wennen en vergt opnieuw aanpassingen.
Vlakbij het plein in het dorp waar ik dikwijls naar de Supermarkt ga, staan twee bankjes in een driehoek. Iedere keer wanneer ik naar het plein loop, kom k er langs. Vaak zijn beide bankjes bezet. Sinds een jaar schuif ik weleens bij hen aan. De namen weet ik niet, maar in gedachten noem ik een man met altijd een pet op en doorgaans verhalen over zijn schip verteld ‘de schipper’, een man met een stropdas om ‘directeur’, een immer alles uitleggende man, intellectueel’, een man met zijn haar in een paardenstaart , hippie’, en de man met een blocnote ‘schrijver’.
Een jaar geleden in Mei, de zon scheen, het was een heerlijke temperatuur, waarop ik bij het passeren tegen de mannen op de bankjes de geijkte opmerking over het weer maakte: ‘Lekker hè hier in het zonnetje’. De aanleiding voor een praatje was geboren en ik ging op een hoek zitten naast een man die zat te schrijven. Stilzwijgend zat hij naast mij, terwijl de gesprekken gewoon doorgingen. Het intrigeerde mij. Op mijn vraag waarom hij schreef, was zijn antwoord: “Ik hou van schrijven, maar ook van een verhaal maken. Niet alleen wil luisteren, maar ook omdat ik wil begrijpen. Wil aanvoelen en verstaan en het waarom de verhalen en meningen geuit worden.” Ik dacht hem te begrijpen. Ik legde het hem uit in mijn eigen woorden. “Doordat je gedachten omgezet worden in uitgesproken woorden geef je het vorm. Vaak ook voor jezelf. En door het op te schrijven in eigen woorden, wordt het een blijvende herinnering in een eigen verhaal met het begrip en het waarom men dit aan elkaar vertelt.”
“De waarheid zit niet in wat men zegt, maar waarom men het zegt.” De schrijver.
Vanmorgen liep ik langs de vijver voor het Gemeentehuis. Zoals wel vaker het geval is, zaten er nu ook een aantal mannen te vissen. Alleen mannen. Vrouwen heb ik er nog nooit gezien. En toch zullen er wel dames zijn, die van deze volkssport genieten. Een sport waarvoor je eindeloos geduld moet hebben. Soms vraag ik weleens, of er al wat gevangen is. Waarop dikwijls het antwoord volgt van “Nee, nog niet!” Laatst kwam ik in de vroege morgen een jonge knul tegen op het Schelpenpad langs de Vliet. Hij duwde een volgeladen kar voort waarop allerlei benodigdheden om te vissen. Hij vertelde dat hij de nacht had doorgebracht langs het water en nu naar huis ging om te slapen.
Zo ongeveer veertien dagen geleden wandelde ik langs dezelfde vijver en zag een ganzenechtpaar met maar liefst elf kuikentjes. Vanmorgen was het ouderpaar luidruchtig aanwezig, mede door de bedrijvigheid rond het water. Behoed maar eens elf jonge gansjes voor gevaar en houdt ze bij elkaar. Leuk om dit schouwspel op een afstand te volgen. “I love it.” En ja het Engels wordt steeds meer verweven in onze taal. Zelf vind ik het soms ook leuker klinken, of soms beter in uit te drukken. En natuurlijk door films en muziek wordt een andere taal ook vertrouwder. Toen mijn vriend in onze verkeringstijd terugkwam van een reis uit Noorwegen zei hij: “Jeg elsker dig.” Ik hou van jou. Net zoals ‘I love you en ‘Je t’aime’ vind ik het in een andere taal toch leuker klinken. Vooral in het Frans klinkt het wat lieflijker. Frans wordt niet voor niets de taal der liefde genoemd. En misschien klinkt in de moedertaal ‘ik hou van jou’ minder magisch. Wanneer wordt gezegd bijvoorbeeld: ‘Ik vind je lief’, dan klinkt het toch wat speelser en niet zo hard.
Of zoals een quote in Het Frans:
Chaque jour je t’aime davantage, aujourdhui plus qu’hier, et bien moins que demain
Elke dag hou ik meer van je, vandaag meer dan gisteren en heel wat minder dan morgen.
Rosemonde Gerard
Liefs,
Monique
Klein( e ) kinderen worden groot
Op twee kasten in mijn huis staan fotolijstjes met prentjes van mijn zoon en schoondochter en hun kinderen. Maar de meeste foto’s vind ik terug in een aantal fotoalbums. Ik zie hen in allerlei levensfasen, vandaag trof ik ook de geboortekaartjes in de albums aan.
Ik ben gezegend met een intelligente nazaat. Zijn drie kinderen zijn heel verschillend. In de gesprekken bij hem thuis merk ik, hoe anders het leven van mijn kleinkinderen is als dat met mijn eigen jeugd vergelijk. Zowel de vaardigheden die ze op de middelbare school leren als de manier, waarop ze hun vrije tijd besteden verschillen hemelsbreed van wat ik pakweg zestig jaar eerder meemaakte.
De relatie tussen kinderen, kleinkinderen en hun ouders respectievelijk grootouders is weer individueel verschillend. Elk huisje heeft zijn kruisje.
Ik vraag mij hoe langer hoe meer af, hoeveel bemoeienis een grootouder kan hebben met het leven van de kleinkinderen. Wanneer die kleinkinderen zelf hun vriendschappen tot een relatie promoveren komt het voor, dat de grootouders daar weer anders tegen aan kijken dan de ouders, die er veel directer bij betrokken zijn.
Welke plaats nemen grootouders in in het leven van hun kleinkinderen? Ikzelf vind het nog wel zo relaxt om mij enkel aan de zijlijn met het gezin van mijn zoon te bemoeien
Als grootouder moet ik mij goed beseffen, dat relaties zestig jaar geleden qua inhoud heel verschillend zijn. Het woord “latten” was toen nog niet uitgevonden, er werd veel minder vaak gescheiden en samenwonen zonder boterbriefje noemde men hokken. Die term is in onbruik geraakt sinds de invoering van het geregistreerd partnerschap.
Toch gaat er wel wat door je heen, als jouw kleinkind kiest voor een invulling van zijn of haar leven, waarover jij nooit had durven denken.
Welke hulp kan en mag je geven als grootouder en als ouder van oudere kinderen? Ik hoor dat tegenwoordig financiële steun wijd en zijd geaccepteerd is om te voorkomen, dat jonge mensen onder de armoedegrens belanden. Maar andersom kan het ook gebeuren, dat kinderen goed “geboerd” hebben en hun financiële positie een eenmalige of regelmatige donatie aan hun ouders niet in de weg staat. Onlangs zag ik, dat een zoon, die goed in zijn slappe was zit zijn moeder maandelijks een paar honderd euro schenkt.
Toch zal het vaker voorkomen, dat ouders hun kinderen nadat ze uitgevlogen zijn een geldelijk steuntje in de rug geven. Daar zitten wel wat risico’s aan vast. Als er meer kinderen zijn dreigt het gevaar, dat het ene kind meer gesteund wordt dan het andere. Ik heb ontdekt, dat er tegenwoordig vaak om geldelijke steun wordt gevraagd door kinderen vanwege andere eisen die het leven, de maatschappij stellen. In de jaren ’50 en ’60 bestonden veel dingen niet, die nu niet meer weg te denken zijn uit de wereld om ons heen. Communicatiemiddelen, de tv (die toen nog maar in opkomst was) de mobiliteit, meer recreatiemiddelen.
Als mijn kleinkinderen in de wereld van mijn kinderjaren maar een dag zouden moeten leven zouden ze zich niet alleen in hoge mate verbazen maar zich al gauw heel ongelukkig voelen, door alles wat ze missen in vergelijking met hun leventje in de 21e eeuw.
Zijn we in onze welvaartsontwikkeling en consumptiedrang (te) ver doorgeschoten?
Dezelfde eisen zijn nu ook te zien als we een relatie willen starten. Wie met weinig luxe weet te leven wordt vaak met de nek aangekeken. Als je relatief eenvoudig leeft scoor je maar matig op de relatiemarkt. Mijn kleinkinderen zullen als ze een partner willen ontmoeten met wat anders moeten komen aanzetten als ik, in de tijd dat ik op vrijersvoeten ging. Of is dat een verkeerde voorspelling?
.