Boeien slaken
dinsdag 11 mei 2021
Afgelopen zondag was het buiten plotseling aanmerkelijk warmer dan binnen. Althans, ná het onweer en vóór het onweer; in de urenlange luwte tussen twee onweersfronten. Het was de perfecte dag des oordeels, bedenk ik achteraf. Ik moet ook alles zelf regelen...
Het voorjaar duurt lang, dit jaar. Het fluitenkruid bloeit en bloeit en ik temper het tranen van mijn ogen met cetirizine - wat ´s nachts goed uitpakt, maar wat overdag een wattig laagje over m´n denkvermogen legt. Het alternatief is wekelijks amechtig naar de teststraat fietsen. Waar zijn we in ´s hemelsnaam in beland? Oftewel, zoals Bas Heijne, nu een kleine eeuwigheid geleden al, in een kritisch-beschouwend artikel in de NRC schreef: ´… Als je de verantwoordelijkheid consequent bij de burger zelf legt, moet je niet gek opkijken als hij zich vervolgens overal mee gaat bemoeien´, en : ´...Ik zag de schreeuwers eerder als een Grieks koor bij een eigen kleine Hollandse tragedie. Dit waren Nederlandse burgers die hun eigen verantwoordelijkheid namen.´ (Met ´schreeuwers´ bedoelt hij het pannen-protest tijdens een toespraak van Mark Rutte vanuit zijn kamer in het Torentje.)
Dit zijn woorden die mij nog steeds helpen om niet in welke kwalijke rol dan ook te vervallen. Om letterlijk in beweging te blijven. Ik woon nu eenmaal in een vrij land dat pret-testen uitdeelt aan vakantiegangers en festivalbezoekers. Een land dat zijn bibliotheken, musea, hogescholen en universiteiten nog vrijwel gesloten houdt. Corona-boeien slaken blijkt een even ingewikkeld proces te zijn als het boeien zelf. Wees gerust, onder het motto ´één prik is geen prik´ gedraag ik mij braver dan de allerbraafste man!
Om letterlijk in beweging te kunnen blijven, heb ik trouwens schoenen nodig. Nieuwe schoenen. Dus liep ik, toen de boeien los genoeg waren, zielsgelukkig de Leidse schoenwinkel binnen waar ik vorig zomer prima wandelschoenen had gekocht. Het waren hardloopschoenen, dat wel. Maar ik was te laat: binnen mijn favoriete merk was mijn maat uitverkocht. Vrijwel alle andere maten trouwens ook. ´Alle mensen zijn gaan wandelen, en allemaal op hardloopschoenen´, mopperde de schoenverkoper. Nu had hij niets meer voor zijn hardlopers - waarmee hij impliciet aangaf, liever hardlopers in zijn winkel te zien dan wandelaars. Ik zal zijn wens respecteren. Heb ik al eens geschreven dat 'respect' verworden is tot een nietig stopwoordje? Vooral gebruikt om de ander de mond te snoeren? Bij dezen dan.
Op mijn balkonnetje staan spinazie en mesclun heftig groen te zijn, groener dan mijn groene jurk. Hun blaadjes groeien veel te dicht op elkaar. Mijn schuld. Schuld valt bij mij sowieso in vruchtbare aarde. Het zal wel niet goed opkomen, dacht ik, dus strooi ik het halve zakje maar in die pot. Natuurlijk komt zo´n zaaisel wel goed op, tuinieren in potten is immers kinderspel vergeleken bij tuinieren in de volle grond. Ik oogst dus nu vooral kiemblaadjes. Lekker pittig op een plakje rode biet.
Is het trouwens niet eens tijd om werkelijk te oogsten, definitief te oogsten? In een comfortabele leunstoel weg te zakken, 'kom maar, lieve' te zeggen, en elkaar te lieven tot aan onze dag des oordeels? Zucht. Want, vrij naar Willem Elsschot: tussen droom en daad staan woorden in de weg, en boeien die bezwaren.
geplaatst door RodeJas - 2938 keer gelezen
Vorige berichten
Adam & Eva: de vrouw
Ik zit zo wel eens te denken aan hoe vrouwen vroeger leefden. Hoe zwaar ze het hadden. En ja, dan ben ik blij dat het in mijn generatie heel anders is!
Ik moet er werkelijk niet aan denken te moeten doen wat ik ook nog bij mijn moeder heb gezien als klein meisje.
Ik herinner me nog goed dat we onze eerste wasmachine kregen. Een heel groot bezwaai, een bovenlader. En een losse centrifuge ernaast. Af en toe haalde mama de grote trommel eruit (geen idee waarom?) en dan kroop ik erin. Ik vond dat wel leuk, zo’n groot glanzend metalen ‘huisje’.
Vóór die tijd gebruikte mijn moeder grote zinken ketels op het gasfornuis had om de was in te koken.
Dat moest je dan als vrouw allemaal erop en eraf (kunnen) tillen. Toch een knap staaltje!
En als je daar dan mee klaar was, moest de wringer uitgezet om de was daar doorheen te draaien zodat het ergste nat eruit was. Daarna kon de boel dan eindelijk opgehangen worden.
In de grote woonkeuken hadden we onder de eettafel een kokos vloerkleed. Eens in de zoveel tijd moest dat naar buiten en werd er matten geklopt. Dat hield dan wel in de eettafel en stoelen verplaatsen, kleed oprollen, naar buiten sleuren, over een wasdraad hijsen, en dan met de mattenklopper erop.
Hoe dan de eetkamer-voor-gelegenheden en woonkamer werden gedaan, weet ik eigenlijk niet? Ik meen dat daar wel vloerbedekking lag, maar volgens mij was er nog geen stofzuiger.
Ik weet nog wel dat we vroeger een binnen- en buitenbezem hadden. Tussen het mattenkloppen door werd er met een zachte bezem geveegd.
Wie heeft er nu nog een binnenbezem? Ik niet. Nooit gehad ook.
Toen dingen vervangen werden door apparaten werden de voormalige wasketels buitenbadjes voor mij en mijn zus. Ik kreeg als jongste uiteraard de kleinere ketel, wat best krap was, maar toch fijn om met water te kunnen spelen.
De waswringer hebben wij als kids ook veel plezier van gehad! Dat ding was best groot, bijna als een huishoudtrap. Misschien omdat mijn moeder vrij lang was.
We hadden dan wat todden die we vuil gingen maken met modder of gekneusde bladeren. Dan werd er ‘gewassen’ en daarna moest het todden-wasje door de wringer. Dat was en bleef altijd het moment supreme van het hele gebeuren, haha.
Soms draaiden we ook gewoon natte lappen er doorheen, puur omdat het zo leuk was!
Maar dan effe terug, vrouwen hadden het vroeger gewoon zwaar.
En dan moest als manlief thuis kwam het eten op tafel staan. Dan afwassen, kinderen om 7 uur in hun pyama’s voor de TV om de Fabeltjeskrant te kijken, en waarschijnlijk hadden pa en ma daarna eindelijk rust.
Hoe het in de relatie eraan toeging, zal per koppel wisselend zijn geweest. Maar globaal gezien had een vrouw minder te zeggen en was de man de baas in huis.
Mijn moeder was echter behoorlijk vooruitstrevend, terwijl mijn vader meer behoudend was. Geboren medio 1940 waren zij denk ik zo’n beetje van de eerste grote transformerende generatie.
Ik weet nog heel goed hoeveel moeite mijn vader ermee had toen mam haar rijbewijs wilde halen. Het heeft heel wat voeten in aarde gehad eer ze rijles mocht nemen. Dat had dus zijn goedkeuring nodig!?
Maar samen ergens heen gaan met mijn moeder achter het stuur ging hem 10 straten te ver. Hij was de man, hij reed!
Eenzelfde probleem was er toen mijn moeder wilde gaan werken. De man hoorde immers broodwinner te zijn. Waarschijnlijk was het beeld in die tijd dat een man zwak was als zijn vrouw werkte. Werd dat gezien als “Wat is dat voor man die niet zelf voor zijn gezin kan zorgen?!”
Toch was dat in de jonge jaren van mijn ouders al normaler aan het worden, al waren de baantjes meestal niet spectaculair. Schoonmaken of op de veiling groenten verwerken of zo.
Mijn moeder werkte op kantoor bij de rechtbank, beëdigd en al. De reden was niet dat er te weinig geld was. Ze wilde voor zichzelf meer dan alleen thuis poetsen en boenen.
Heden ten dagen willen mensen ook meer dan dat. Niet alleen op persoonlijk vlak maar ook in relatie heeft dit enorme veranderingen teweeggebracht.
We zoeken persoonlijke vervulling in het leven én in relatie.
In plaats van slechts een schoon huis, eten op tijd op tafel, kinderen baren en verzorgen, wil je als vrouw jezelf kunnen ontwikkelen. En daarbij een man die je daarin steunt. Niet een man met een “het enige recht van de vrouw is het aanrecht” visie.
Op een of andere manier schoot daarstraks het Adam & Eva verhaal door mijn hoofd. En hoe dat aansluit bij het oude relatiemodel: de vrouw ondergeschikt aan de man, man is de baas.
En dan teruggaand naar de situatie daarvoor met Adam’s eerste vrouw Lilith: als je de man niet gehoorzaamt, wordt je de deur uit geschopt en je reputatie vernaggeld.
Anno nu zijn we meer en meer terug aan het gaan naar Adam & Lilith: man en vrouw werkelijk gelijkwaardig.
Partners die naast elkaar staan, elkaar steunen, samen groeien en ontwikkelen in plaats van één partner in de schaduw van de ander.
De vrouw die volop zichzelf kan zijn, rechtop kan staan en in haar kracht met een man aan haar zijde die haar respecteert en koestert.
**PS Niet mijn bedoeling een religieus debat te creëren. Ik gebruik Adam & Eva puur als metafoor.
Single Story eXtra: de Barman
“Grand Café De Nieuwe Kans is vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week open. Digitaal bestaat geen echte sluitingstijd. Het wordt alleen afwisselend licht en donker. Dag en nacht vervagen hier.”
“Ik heb Mano de afgelopen maanden talloze keren zien zitten. Altijd aan datzelfde tafeltje bij het raam, waar hij tijdens gesprekken met andere gasten aantekeningen maakte en die daarna uitwerkte tot verhalen.”
“Ik zag hem met zijn tafelgenoten. De één nog vol energie van de ochtend, de ander met de wallen van een slapeloze nacht. Hij noemde het interviews, een onderzoek naar de liefde. Ik hoorde hem vragen stellen over verbinding en over de muren die mensen om zich heen bouwen, terwijl ik op de achtergrond de menukaarten uitdeelde en de bestellingen opnam.”
“Vandaag is het anders. Mano zit er wel, maar de stoel tegenover hem is leeg. Geen gast, geen gesprek. Hij zit druk, bijna koortsachtig te schrijven. Net alsof hij een artikel moet afronden voor de deadline hem inhaalt. Het is vreemd om hem daar zo te zien zitten zonder de beschutting van een gesprekspartner, alleen met zijn pen. Dat zorgt ervoor dat ik op een andere manier naar hem kijk. Hij oogt kwetsbaar.”
“Ik hoorde hem de afgelopen weken filosoferen over de tekortkomingen van anderen. Over de types die niet durven of de types die juist te hard van stapel lopen. En onwillekeurig begon ik die vragen op mezelf te projecteren. Wat voor mens ben ík eigenlijk, dat ik hier in deze eeuwige stroom van passanten sta toe te kijken hoe anderen proberen, en vaak falen, om tot de kern te komen?”
“Als barman ben ik er wel, maar ik doe nooit echt mee. Ik ben de gastheer van andermans eenzaamheid. Mijn eigen hart geef ik nooit bloot. Ik heb mezelf altijd wijsgemaakt dat die afstand mijn ‘vrijheid’ is, een vorm van professioneel overzicht. Maar is het eigenlijk niet gewoon een vorm van arrogantie? Ik oordeel over mensen die hun kwetsbaarheid tonen, terwijl ik zelf veilig achter de barrière van de tapkast blijf staan.”
“Aan het tafeltje van Mano schoven de meest uiteenlopende types aan. Onder al die maskers zag ik steeds dezelfde trilling: de universele angst om niet goed genoeg te zijn als het masker eenmaal afgaat. En ik merkte dat ik mezelf die vraag ook stelde. Weet ik nog wel wat ik moet zeggen als de bar er niet is? Kan ik nog wel ‘zijn’ zonder de rol van de man met de glimlach en de snelle repliek?”
“Ik ben de afgelopen dagen bij mezelf naar binnen gegaan. Daar kwam ik een man tegen die liever de regie houdt dan zich overgeeft. Een man die liever polijst dan schuurt. Maar door de flarden van de gesprekken die ik opving, heb ik geleerd dat glans pas ontstaat door wrijving. Je kunt niet verwachten dat het leven je raakt als je handschoenen draagt bij alles wat je aanraakt. Dat geldt voor mijn gasten, maar blijkbaar ook voor de man die de glazen vult.”
“Ik zie Mano zijn laatste regels schrijven. Hij legt zijn pen weg en staart door het raam naar buiten. Ik zet een verse pot koffie. Straks komen weer nieuwe gasten binnen; elk met hun eigen handleiding en hun eigen angst. En ik zal er zijn om de bestellingen op te nemen, aan deze kant van de bar. Zoals altijd. We hebben allemaal onze eigen plek in dit café. De één schrijft op, de ander drinkt. Ik luister en vul de glazen.”
Deze Single Story eXtra is fictief. De monoloog is geschreven door de barman van Grand Café 'De Nieuwe Kans', dat alleen op digitaal papier bestaat. Dat het op de werkelijkheid kan lijken, is puur toeval. Maar misschien ook niet...
Irritaties, ergernissen, de bom onder elke relatie
De titel van deze blog klinkt als een aanname. Het is jammer, dat ik moest vaststellen, ook in mijn eigen relaties, dat irritaties over het gedrag van een partner een voorbode waren van “einde oefening”. Terwijl vaak in een of meer goede gesprekken ergernissen benoemd kunnen worden en er in goed overleg naar een oplossing gewerkt kan worden.
Er zijn irritaties over een eenmalige domme actie. Een onzorgvuldig gekozen woord in een gezelschap, een opmerking die iemand raakt in zijn of haar ziel. Soms weet je niet dat je door iets te zeggen onprettige herinneringen losmaakt bij de ander. Die irritatie kan door een welgemeend excuus uit de wereld geholpen worden.
Helaas zijn er nog vaker ergernissen die bij allerlei situaties terugkeren. Zelf heb ik onlangs meegemaakt, dat iemand tot zes keer toe op een dag over hetzelfde gebeuren uit het verleden terugkwam. Een repeteerwekker dus. Ik moest mijn gesprekspartner er steeds aan herinneren, dat ik dit al uit den treure had gehoord. Dit gedrag is niet nieuw. Uit de tijd van de Romeinen stamt de uitdrukking: Ceterum censeo Carthaginem esse delendam. Vertaald: Overigens ben ik van mening, dat Carthago verwoest mot worden. Hoewel het historisch beschouwd niet bewezen wis, wordt deze quote aan Cato, een Romeins senator toegedicht. Dat zijn toespraken steeds hiermee eindigden zullen de toehoorders geërgerd hebben, maar het heeft wel effect gehad, de Romeinen hebben Carthago ingenomen en verwoest.
Irritaties bij een date en bij het begin van een relatie zullen alle daters bekend voorkomen. Behalve ergernissen over een verkeerde woordkeuze zijn er nog meer! Denk aan kleding, lichaamsgeur, geen belangstelling voor wat de mede-dater te berde brengt, problemen bij het afrekenen van een consumptie.
Als een van beiden veelvuldig terugkomt op wat er zich heeft afgespeeld in een vorige relatie en vooral als die relatie als het ware de hemel in geprezen wordt zal de toehoorder van deze loftuiting niet bepaald gecharmeerd zijn.
Wanneer men in het begin van een relatie een paar keer bij elkaar thuis is geweest kunnen de verschillen tussen beide huishoudens minimaal stof voor een discussie zijn. En wat denkt u van de kennissenkring of de familie?
Ik denk, dat het van essentieel belang is om irritaties, wat de oorzaak ook mag zijn, op een gewone manier te bespreken, zonder stemverheffing. Daarmee moet je niet te lang wachten.
Als er al een tijd sprake is van een relatie kunnen er ook bepaalde gedragspatronen boven komen drijven. Dan denk ik aan het verschil tussen ochtend – en avondmensen, de verdeling van huishoudelijke taken, de invulling van de vrije tijd. Knelpunten te over. Irritaties over deze aspecten zijn oneindig veel moeilijker in een gesprek op te lossen. Wat denken jullie over de contacten, die beide “geliefden” nog koesteren met mensen uit hun verleden, gesteld dat zij daarmee ooit een liefdesband hadden?
Wie heeft in een relatie behoorlijk te kampen gehad met irritaties (ik zou bijna vragen: Wie niet?). Ben je er - (zijn jullie er samen) uitgekomen?