Eeuwelingen
maandag 14 juni 2021
Door het heerlijke weer buiten ga ik graag met een goed boek op mijn patio zitten en zo dubbel genieten. Geest en lichaam vinden aldus verpozing, “Mens sana in corpere sano”, een gezonde geest in een gezond lichaam. Nu is teveel zon ook weer niet goed, en om almaar in een boek verdiept te zijn zou ik ook niemand willen aanraden.
Jaren geleden werd ik geprikkeld om het boek met de titel Eeuwelingen te kopen. Ik was toehoorder bij iemand, die hier een referaat over hield. Het is rond de eeuwwisseling geschreven door een journaliste, die voor haar boek 22 mensen heeft geïnterviewd, die elk 100 jaar of ouder waren op het moment van het interview. Een aantal van hen waren zelfs nog voor 1900 geboren, en een deel van deze stokoude personen maakte zelfs drie eeuwen mee (de negentiende, de twintigste en de eenentwintigste).
Het leest buitengewoon plezierig, het zijn allemaal levensechte verhalen, non fictie dus. Ik kon mij heel goed inleven in wat deze 22 honderdjarigen meegemaakt hebben.
De levensverwachting is de afgelopen decennia behoorlijk toegenomen. Toch zal maar een beperkt aantal 50plussers uit 2021 de 100 jaar bereiken. Dat is niet iets om op voorhand over te jeremiëren. Ik ken mensen die, hoewel ze nog redelijk vitaal zijn, van zich zelf zeggen, dat ze absoluut niet zo oud hoeven te worden.
Natuurlijk gaat het niet om de leeftijd op zich, maar over de kwaliteit van het leven. Dat heeft zowel te maken met de geestelijke en lichamelijke gezondheid, als ook met de situatie, waarin je op leeftijd geraakt. Ouder worden in je uppie is van een ander gehalte dan het zo geprezen samen oud worden. Maar… ook in de laatste versie komt er een moment, waarin een van beiden alleen komt te staan. Net als sommige overeenkomsten “van rechtswege” eindigen eindigt elke relatie onontkoombaar door het overlijden van een van beide partners. Heel af en toe lees ik in de krant over de viering van een 60 of zelfs 70 jarig huwelijk. Die berichten zijn zeldzaam, omdat veel huwelijken voortijdig stranden.
Veel vaker is er al een einde aan de relatie gekomen door een bewuste keuze om het contact te stoppen. Die echtscheiding of verbreking van een andersoortige langdurige relatie maken ook ouderen vaker mee. Een deel van de ouderen, die hun partner door overlijden verloren hebben houdt het voor gezien, zij hoeven niet meer zo nodig opnieuw aan de bak. Vooral als iemand de echte zielsverwant, zijn of haar maatje op hoge leeftijd heeft verloren doet een weduwe of weduwnaar weinig moeite om een nieuwe partner te ontmoeten. Toch… Zelfs in een verzorgingshuis bloeit er wel eens iets op. Jonge weduwnaars en weduwen staan vaker open voor een nieuwe relatiestart. Als hun partner een lang ziekbed heeft gehad gebeurt het zelfs, dat de doodzieke wederhelft hem of haar op het hart drukt niet alleen te blijven.
De eeuwelingen uit het boek zijn vrijwel zonder uitzondering weduwen en weduwnaars. Er is onderzoek gedaan naar de levensverwachting, gehuwden lopen een lager risico om te overlijden. Dit is mogelijk het gevolg van hun relatief gezonde levensstijl. Nooit-gehuwde en gescheiden mensen hebben, als gekeken wordt naar zaken als roken, drinken en overgewicht, vaker een ongezonde levensstijl. Het positieve effect van het huwelijk is voor mannen groter dan voor vrouwen. Dit komt mogelijk doordat vrouwen in het algemeen beter op de gezondheid van zichzelf en hun partner letten dan mannen. Ook onderhouden vrouwen gemiddeld grotere sociale netwerken dan mannen. Mannen kunnen met hun problemen vaak alleen bij hun vrouw terecht. Mogelijk hebben echtscheiding en sterfte van de partner hierdoor meer schadelijke gezondheidseffecten op de man dan op de vrouw. (Bron: Stat-line).
Zou een nieuwe relatie dan een garantie voor een lang leven zijn? Dat lijkt me te kort door de bocht. De kwaliteit van dat langere leven zou toch voorop moeten staan? Toch is het de moeite waard hier eens over na te denken.. Ik ga mijn geliefde boek nog maar een keertje lezen, veel honderdjarigen vertelden wat hun geheim van hun hoog bejaard zijn is, en wie weet steek ik er wat van op…
geplaatst door Aktivo1 - 2449 keer gelezen
Vorige berichten
Tachtig
Mij kwam toevallig ter ore dat mijn bijdragen als eenpitter hier worden gemist, door sommige mensen tenminste, nou ja, in elk geval door één persoon. En dat doet me deugd. Ik vind het al heel wat dat mijn afwezigheid hier überhaupt wordt opgemerkt. Want ik was dus op vakantie en daarna had het werk zich wat opgestapeld, vandaar. En als eenmaal het ritme weg is, dan dan wordt het een stuk lastiger op de draad weer op te pakken en helemaal als het hoofd er niet naar staat door werkdruk en zo.
Dat geldt in zijn algemeenheid voor alles waar een mens zich wel eens toe moet zetten, waar je moeite voor moet doen. Daarnaast speelt het een rol dat er normaal gesproken niemand naast mij staat om mij aan mijn goede voornemens te houden; een stok achter de deur zou misschien wel helpen (Schrijven jij ! Anders zwaait er wat !) - maar in dat geval zou ik hier op de verkeerde plek zitten ;-). Nee de inspiratie moet meestal uit de tenen komen. Het schijnt dat er hier lieden zijn die hun causerieën uit de losse pols schutdden, maar dat is bij mij niet het geval, het is steeds een uitdaging, die ik met mezef ben aangegaan, om elke paar weken iets passends op – het virtuele - papier te krijgen. Als oefening, voor de voldoening, en natuurlijk is het ook leuk om af en toe met aardige vrouwen in contact te komen.
Wanneer je iets al een tijdje volhoudt, dan neemt de motivatie toe om het lijntje niet te breken. Duolingo, de talen--app die vast bij velen van jullie bekend zal zijn, maakt daar gebruik van door ons aan te sporen om vooral iedere dag tijd eraan te besteden: daardoor bouw je aan een zogeheten ‘streak’ (reeks), het aantal dagen dat je achtereen één of meer lessen hebt gevolgd. Ik zit op negenhonderdzoveel, maar er zijn mensen die een streak van vele jaren hebben. Dat geef je niet gemakkelijk op – ook al weet je wel dat het nergens op slaat, het is puur ‘psychologisch’. Zo werkt het ook, zij het niet zo geraffineerd, met blogs. Is de reeks eenmaal gebroken, dan is de magie van de ‘streak’ weg. En daarmee het psychologische duwtje dat net de doorslag kan geven.
Het zal wel verschillen van persoon tot persoon, hoe gemakkelijk iemand een discipline weer oppakt. Voor de een is het even doorzetten, om op eigen kracht een nieuwe ‘streak’ op gang te krijgen, een ander heeft er geen moeite mee (of begint er niet meer aan, dat kan ook). Het kan ook een kwestie zijn van een zekere rust en focus ervoor vinden. Net als een kar die met moeite in beweging komt, maar eenmaal op gang rolt-ie wel weer verder, daar is minder inspanning voor nodig. Zo moet ik er na een vakantie even inkomen, om weer netjes een maaltijd voor mezelf te koken, dat gaat dan de eerste dagen nog wat rommelig. Maar dat koken zit snel genoeg weer in het patroon, daar is geen aansporing voor nodig. Een mens moet toch eten per slot van rekening. Het is dan geen discipline meer maar een gewoonte. Anders is het bijvoorbeeld met sportactiviteiten, die kunnen wel een duwtje gebruiken, net als blogs. Deze is er in elk geval weer uit. - Ik had het eigenlijk over vakantie willen hebben, daar kom ik misschien nog op terug.
Tachtig, nee niet mijn leeftijd maar dit was alweer mijn 80ste stukje hier, een stuk over stukjes eigenlijk. :-P
Je krijgt ook in Hongarije niet alles zo als je het zou willen
Iedereen heeft wel enkele diep gekoesterde wensen, die hij / zij graag in vervulling ziet gaan.
Dat dit niet lukt heeft allerlei oorzaken: Domweg pech, angst om iets bijzonders te ondernemen, financiële, sociale en fysieke beperkingen, tijdgebrek. En welke prioriteiten stel je, wat vind je belangrijk? Ik ga waar mogelijk jaarlijks twee keer per jaar met een busreis naar een land / gebied, waar ik nog niet eerder geweest ben. Dan luister ik wel naar de aanbevelingen / adviezen uit mijn omgeving, maar ik beslis zelf op welk land mijn keuze valt.
Afgelopen week ben ik naar het noordwesten van Hongarije geweest, omdat een medereisgenoot van een eerdere vakantie mij dat land heeft aanbevolen. Een singlereis, dus wie weet ontmoet ik aardige mensen en heel misschien zelfs een nieuw maatje.
De rit naar dit land is op zich al een belevenis. Ik kijk veel naar buiten, een spandoek boven de snelweg in Oostenrijk was koren op mijn molen: Zum handyschauen pauze nehmen. Oftewel: Als je (steeds) met je mobiel bezig bent moet je ook dat ding even laten rusten. Een lid van onze groep had haar smartphone in een souvenirshop in Hongarije laten liggen. Gelukkig belde de eigenaar van die winkel vanaf haar smartphone het hotel op (dat nummer was in haar mobiel opgeslagen) en een dag later kwam hij zelfs op een locatie waar we toen waren het kleinood aan de eigenaresse overhandigen.
Ik wandelde gewapend met geadresseerde ansichtkaarten het postkantoor van Tatabanya, de plaats waar mijn hotel staat. Elk jaar zend ik er 10 vanaf mijn vakantieadres naar bekenden in Nederland. Ik stond voor vier loketjes met evenveel aardige loketmedewerksters, die mijn uit het woordenboekje geleerde zinnetjes niet verstonden (wat is Hongaars een moeilijke, bijna niet uit te spreken taal!); uiteindelijk kwam er een wat ouder mannetje aanzetten met een envelop waar een paar postzegels.in zaten, niet genoeg voor mijn doel en niet met de juiste waardes. Drie dagen later had ik in Boedapest wel succes, de kaarten zijn daar gepost. Wanneer ze aankomen in Nederland is nog de vraag… Tijdens mijn wandeling in Boedapest spotte ik op een reclamezuil een affiche van een optreden in Boedapest van Richard Clayderman op 5 juni. Dat was net een dag voor mijn vertrek naar Hongarije. Als ik dit eerder had geweten had ik wellicht de vakantie wat eerder gepland! In mijn vorige blog wees ik op het belang van voorbereidingen. Een reisgenote was verkeerd over betalingen geadviseerd, je kon echt niet overal met pin betalen, heb toen maar de kosten van haar lunch voorgeschoten..
Een gebeurtenis drukte een zwaar stempel op de reis. Een dame in het gezelschap had voor haar mobiliteit een rollator. In Boedapest bleef ze met een wiel steken in de tramrails, viel voorover en moest naar het ziekenhuis, waar enkele wonden in haar gezicht gehecht werden. Gelukkig waren er enkele andere medereizigsters getuige van dit drama. Het slachtoffer en een hen kwamen een halve dag later in het hotel terug. Mooi dat iemand dan in de bres springt en buddy is. Achteraf hoorden we, dat de zoon van de vrouw met de rollator haar vooraf ten zeerste had afgeraden met deze reis meen te gaan. Zelf had ik een wandeladvies gekregen over de bestrating van Boedapest, die niet overal geschikt is voor iemand met een beperkte mobiliteit. Ik kan mij nog redelijk goed te voet redden, maar ik vraag mij af, of deze dame naar haar zoon had moeten luisteren of toch haar eigen wens moest doorzetten (ook al is het gebeurde domme pech). Of kan zij beter reizen met een organisatie als de Zonnebloem?
Okay, ik heb ook veel mooie dingen meegemaakt en leuke mensen ontmoet. Boedapest is een prachtige stad, niet in het minst door de vele bruggen die de stadsdelen Boeda en Pest (gescheiden door de Donau) met elkaar verbinden. Het kasteel Grasselkovich in Grödöllö was de moeite waard om te bezoeken, jammer dat daar nu net geen gids bij was. Die was er wel op de eerste dag bij de stadsrondrit. Ook Tihany was apart, een dorp dat geheel in het teken van de kweek van lavendel staat en van de producten, die men van lavendel maakt. De basiliek van Esztergom vond ik heel fraai, het is de grootste van Hongarije. Ik heb daar even plaatsgenomen op de orgelbank, hoewel ik echt geen muzieknoten lezen kan. Het weer was de hele week erg goed, wel daalde de temperatuur van dag tot dag naar normale waarden. Onderweg heb ik wat ( roof-) vogels gezien, bij het Balatonmeer genoot ik van karekietenzang; ik kwam dus wel aan mijn trekken. Achteraf vraag ik me af of ik verwachtingen over een mogelijke nieuwe vriendschap wel had mogen koesteren. Zo kom ik weer terug bij de titel van deze blog..
Over mannen enzo
Een droom: Hij en ik zijn na lange tijd weer samen. We zitten op een muurtje, en we worden uitgenodigd om mee te eten met een gezelschap. Grote ronde tafel op een zonovergoten pleintje, aardige mensen; mensen met wie ik een gemeenschappelijk verleden blijk te hebben.
Hij en ik willen weg, samen zijn maar dan ook echt helemaal samen. Eerst in een bootje, dan lopend met het luchtbed op een platte bolderkar. Hij kent het adres en koestert zijn erectie, ik trek de bolderkar over een half opengebroken klinkerweg. Het oude gebouw dat boven de stadsmuur uit torent, daar moeten we zijn. Het personeel is kerstversiering aan het ophangen en wijst ons de kamer: wit betegeld, TL-verlichting, groot bad, een half muurtje tussen de kamer ernaast. Ik zie een blonde vrouw zachtjes op en neer bewegen. Ze knikt me vriendelijk toe. De ruimte hangt vol wasgoed, ook het bad is bedekt met natte kleren.
Hij blijft met zijn rug naar mij toe staan. Ik kijk naar hem. Die rug is niet van de man met wie ik hier zou willen zijn; deze man zal mij zijn eigen keuze voor deze kamer verwijten. Ik stel voor om eerst wat te gaan eten.
‘Helpt je partner je dan niet?’, vroeg de fysiotherapeut bezorgd. Hij was een andere, een invaller. Mijn eigen fysiotherapeut is twee keer bij mij thuis geweest, en heeft beide keren een dochter aangetroffen - met wie hij ogenblikkelijk in gesprek raakte over hun sport. Geen man over de vloer. Hij wist trouwens ook dat ik blogs schrijf op een datingsite - wat hij min of meer hilarisch vond. Ondenkbaar dus dat hij zo’n vraag zou stellen! Een vraag te ver, noem ik dat, een vraag met een aanname. ‘Heeft u een partner die u zou kunnen helpen?’, met die vraag weet ik wel raad. ‘Helpt je partner je dan niet?’ komt veel te dichtbij. Nou ja, hij vroeg ook of ik iets leuks ging doen, komend weekend. Gelukkig kwam er vanochtend een wandelvriend koffie drinken. Hij nam een doosje bevroren blauwe bessen voor me mee, en hij bood spontaan aan om die laatste twee takken van mijn mahonia's af te knippen. Want dat was het probleem: Ik had op een onzalige dag besloten dat ik die haag best zelf kon snoeien. Mahonia’s zijn onnutte planten. Geen vogeltje bouwt er zijn nest, geen bij bezoekt de bloemen, geen rupsje eet van de blaadjes. Ze voorkomen dat mensen op mijn tuinmuurtje gaan zitten, daarom mogen ze blijven. Maar ze hingen te ver over de stoep, veel te ver. Het snoeiwerk heeft mij minstens een week achteruit gezet in het genezingsproces van mijn heup.
Een droom: Ik zit op een klapstoeltje op het zandstrand van een ver meer. Naast me, ook op een klapstoeltje, zit een vriendelijke man, een man met een diepe stem. Het is lekker warm, ik voel me tevreden. Het zand blijkt geen zand te zijn maar asfalt, een bolle asfalt vlakte tot aan een waterplas vol algen. De vriendelijke man vertrekt, met zijn stoeltje. Ik word aangesproken door twee mannen in een lange overjas. Ze willen me waarschuwen: Ik heb mij zojuist verbonden aan een onbetrouwbare mobiele provider, een provider die naar privégegevens vist en die gegevens openbaar maakt in de roddelbladen. Ik realiseer me dat ik al eerder ben gewaarschuwd, en bedank hen vriendelijk. De vraag is wel wie ik nu moet wantrouwen, de provider of deze mannen.