Rafelrand
woensdag 28 december 2022
Op de leeftijd, die wij inmiddels hebben bereikt, zullen weinigen van ons nog blanco in het leven staan. Wat bedoel ik met blanco? Die goede, oude tijd, toen we onze tienertijd en/of studietijd nog maar net hadden afgesloten. Ik stond geheel open voor een partner om een eigen bestaan mee op te bouwen, een huis mee te betrekken en het leven mee te delen.
Op dit moment in mijn leven, hoop ik nog steeds nieuw geluk te vinden met een lieve, fijne partner. Samenwonen hoeft voor mij niet meer, want we hebben allebei allang een eigen leven opgebouwd. De grootste uitdaging is nu, kunnen hij en ik nog de tijd en het geduld opbrengen om de ander door en door te leren kennen. Soms hoeft dat niet. Veel is te lezen tussen de regels door in een profieltekst.
Bij : ieder zijn eigen ding, niet geclaimd willen worden, maar ik heb wel een hoog knuffelgehalte, druipt als het ware het "ikke, ikke" ervan af. Het klinkt in ieder heel geval anders als "ik ga ervoor, jij ook?" Datzelfde gevoel krijg ik bij de term "open relatie". Die term houdt in dat intiem binden aan 1 partner er in dit geval dus niet inzit. Ik waardeer de eerlijkheid, maar ik zoek dit soort relaties niet.
Als een profiel(tekst) bij beiden in goede aarde valt, en de klik er ook is, ben ik er nog niet. Hoe gaat het als het zondagse gevoel op den duur verdwijnt en ook de mindere karaktereigenschappen boven komen drijven. Er heeft zich, bij mij althans, in de loop der tijd ook een rafelrand ontwikkeld. Een rafelrand kan een grote rol spelen in het wel of niet aangaan van een nieuwe relatie. Ik kom uit een ouderwets, groot katholiek gezin, waar sterke verschillen waren tussen de jongens en de meisjes.
Waar vrouwen waren, hoefden de mannen in het huishouden niets te doen in ons gezin. Ik werd dus voorbereid op een leven als moeder en huisvrouw, inclusief de zorg dragen voor alle gezinsleden. Mijn oudste broer was nog te beroerd om zijn eigen ontbijtbordje even naar de keuken te brengen als hij verstek had laten gaan bij het gezamenlijke ontbijt. Hij liep gewoon weg zonder om te kijken weg. Ook kan ik me niet herinneren dat hij zelfs maar EEN keer meehielp bij de afwas in al die jaren. Zijn zussen wisten niet beter dan dat zijn gedrag normaal was, zeker in die tijd van meer dan 50 jaar geleden.
Toen ik eenmaal getrouwd was en zelf kinderen kreeg, bleef ik dan ook braaf thuis, want mijn man bracht het inkomen binnen. De kennis die ik had vergaard bij mijn dure opleiding en arbeidzame leven vervaagde snel. Na mijn scheiding kon ik dus niet meer terug naar de goede baan die ik had gehad en moest ik met hulp van het UWV omscholen naar een totaal ander beroep. Gelukkig heb ik altijd goed kunnen leren, dus dat lukte. Ook moest ik ervaren nu echt alles alleen te doen: zoals het opvoeden van mijn kinderen, het kostwinnerschap, klussen klaren, nieuwe sociale contacten opbouwen, etc.. Het heeft me grote zelfstandigheid opgeleverd, niks mis mee. Maar dit verhaal heeft wel twee kanten.
Het is te vergelijken met zelf een kledingstuk maken. De stof heeft een zelfkant en een rafelkant waar de stof is afgeknipt. De rafelkant stik je af met een zigzagrand voor je verder gaat. De zigzagrand is niet recht toe recht aan, maar gaat gelijkmatig van de ene kant naar de andere kant. Net als het in het echte leven : geven en nemen...
geplaatst door sixty - 1889 keer gelezen
Vorige berichten
Keuken
Wat zeg jij nou, zegt ze.
Ik zeg gewoon, ja hoor eens, als ik dat niet mag zeggen, daar zeg ik toch niks geks mee als ik dat zeg, dus ik wil dat gewoon kunnen zeggen, zonder dat jij zegt wat zeg jij nou en als ik dat niet kan zeggen dan hebben we elkaar niets meer te zeggen, denk ik. Ik denk, ik zeg het gewoon.
Nou sorry, dat kun je echt niet zomaar zeggen, zegt ze.
Wat kan ik niet zeggen, zeg ik, dat eerste of dat tweede?
Ik zeg niks meer, zegt ze.
Ik zei alleen maar neuken in de keuken, zeg ik.
Dat bedoel ik, zegt ze, dat kun je niet zomaar zeggen.
Ja maar ik wilde nog iets anders zeggen, zeg ik.
Had je toch gelijk kunnen zeggen, zegt ze.
Nee want jij zei gelijk wat zeg jij nou.
Sorry hoor, ik weet ook niet altijd wat ik moet zeggen, maar zeg maar wat je nog meer wilde zeggen dan, zegt ze.
Nou, zeg ik, ik was vandaag in de les bezig met de tweeklanken en de tweetekenklanten, zegt een van de cursisten ineens noiken in de koiken. Wat zeg jij nou, zeg ik.
Nou, zegt hij, ik werk in een restaurant en daar heb ik dat geleerd. Wat heb je daar geleerd, zeg ik, neuken in de keuken? Nee, zegt hij, oefenen met de eu-klank. Ze maken altijd grapjes om onze uitspraak van die moeilijke klanken, zegt hij. Ja, zeg ik, dat klopt, want je zegt noiken in de koiken, probeer het nog eens. Nuiken in de kuiken, zegt hij. Ga maar door met oefenen, zeg ik. Met noiken in de koiken, zegt hij.
Lekker boeiend, zegt ze. Dus je wilt helemaal niet met me neuken in de keuken?
Nou, dat zeg ik niet, zeg ik.
Ja, doei, zegt ze, ik ga koken.
Dans
Dans slingert als een rode draad door mijn levens en mijn liefdes.Dat begon al heel vroeg, mijn ouders deden een tijdje net alsof ze hippies waren, we woonden toen in Amsterdam Zuid en dansten tussen de schuifdeuren op alle hippiemuziek:)
Op de kleuterschool raakte ik bevriend met een klasgenootje wier moeder professioneel danseres en choreografe was en vanaf 1973 zelfs les gaf aan de Kunstacademie. Voor haar best wel eens lastig om met kleuters opgescheept te zitten maar creatief als ze was gaf ze ons gewoon rollen in haar voorstellingen. We moesten bijvoorbeeld dansen als wuivend riet langs de rivier of als waterdruppels in een regenplas en dat ging ons prima af!
Door omstandigheden verhuisden mijn ouders naar een truttig dorp en daar ging het heel anders toe, men ging daar op stijldansen. Ik ben altijd voorstander alles een keer te proberen en ging dus met mijn nieuwe overbuurmeisje tien weken elke woensdagavond naar de dansschool bij het spoor. Er was daar wel een heel leuke jongen dus dat maakte veel goed, maar de lessen zelf waren heel ouderwets, de man moest leiden en de vrouw haar mond houden, blijkbaar waren de jaren zestig in dit dorp nog niet aangebroken. In een soort houdgreep sleurde de dansleraar me over de parketvloer om voor te doen hoe het moest en na tien weken kon ik het wel een beetje maar ik dacht, dit is meer iets voor noodgevallen.
Inmiddels was er disco, punk en new wave uitgebroken en daar voelde ik me meer bij thuis. Mijn zakgeld was ontoereikend en zelfs als ik elke avond ging oppassen kwam ik niet uit de kosten, maar creatief als ik ben, vond ik er oplossingen voor; ik ging gewoon werken in de discotheek, eerst bij de garderobe en later achter de tap, zo hoefde ik nooit meer entree te betalen en draaiden de dj's altijd mijn favoriete nummers:) Mijn schoolresultaten gingen wel wat achteruit en ik irriteerde me aan docenten die klaagden dat ik zat te gapen op maandagochtend, dus ik besloot staatsexamen te doen. Zo kon ik in de weekenden lekker dansen en alvast mijn diploma's halen in mijn eigen tijd. Zodra ik van die docenten verlost was haalde ik binnen 15 maanden twee diploma's en danste naar hartelust!
Niet verwonderlijk misschien dat mijn eerste grote liefde een jongen was die altijd semi ongeinteresseerd langs de dansvloer voor muurbloem speelde. Mijn tweede grote liefde danste twaalf jaar later elk weekend met me in de Melkweg. En mijn laatste grote liefde? Daarmee danste ik voor het eerst op een zomeravond in een romantisch park 915 kilometer hier vandaan:) Maar de aller aller mooiste dansvoorstelling was toch wel die van Scapino, gelukkig is het dit weekend weer zover!
Speelt dans in jullie levens en liefdes ook een belangrijke rol, of kijken jullie alleen nog de Notenkraker met de kerstdagen?
Toeval of Niet?
Ken je dat, van die dingen die je ineens elke keer ergens tegenkomt of hoort? Dat je bij jezelf denkt dat het wel héél toevallig is.
Of zou je dan van synchroniciteit spreken? En de volgende vraag: betekent het wat of is het inderdaad gewoon toevallig toeval.
Net zoals je overal zwangere vrouwen ziet als je zelf zwanger bent of wilt worden. Of overal verliefde stelletjes ziet als je een gebroken hart hebt.
Dan vraag je je ook af, wat is dit?!
Zo kwam ik een aantal jaren terug ineens veel mannen tegen met een bepaalde naam. Dat was een wat ouderwetse Hollandsche naam die anno nu niet meer zo vaak voorkomt.
Daarom viel het me op.
Ik was toen ook single, maar de betreffende mannen vond ik niet interessant als potentiële partner. Toch vond ik het typisch dat ik ineens overal mannen met die naam tegenkwam.
Laat ik nou een maand of twee, drie later online een man tegenkomen waar ik meteen een hele sterke klik mee had. En yup, die heette ook zo.
Toen moest ik me toch ook even op het hoofd krabben. Zo van, heeft het Universum me hier al die tijd op voorbereid?
De laatste tijd heb ik een ander gevalletje toeval. Niet direct man-gerelateerd.
Ik ben de laatste tijd behoorlijk gefascineerd door iets waarbij paardrijden een grote rol speelt.
En ineens komt dat overal en nergens omhoog. Ook herinneringen waarvan ik eigenlijk niet eens meer wist dat ik ze wist.
Zo had ik als 14-15 jarige een vriendin met een eigen pony en daar heb ik veel op gereden. Eerst gewoon stappen, daarna leerde mijn vriendin me een beetje rijden zodat ik ook draf en verlichte zit kon. Ik was geen ervaren ruiter en springen of galopperen werd ik niet blij van.
Maar buiten dat heb ik er altijd zó van genoten!
Ik wilde als kind altijd al paardrijden maar ik mocht niet van mijn moeder.
Ik ging dan maar geregeld bij de manége kijken, met verlangen in mijn hart!
Grappig genoeg had ik rond mijn 16e-17e een verloofde die paard kon rijden. Weer zo’n herinnering die ver weg gezakt was.
Met hem heb ik één keer paard gereden. Wat heb ik daar van genoten! Ik was eerst op een kleine, rustige pony gezet, maar dat had ik in een paar minuten gezien. Heen en weer geklotst worden met die korte stappen, de grond zo dichtbij, ieeekh!
Toen kreeg ik een grotere pony waar ik heerlijk op gereden heb. In hoeverre ik nou eigenlijk wist waar de gas en de rem zat, weet ik niet meer, haha.
Vroeger ging ik ook vaak met mijn vriendin naar de manége waar zij les had. Toen was er een keer een nieuw paard wat ik meen een politiepaard was geweest. Dat was het hoogste paard wat ze ooit hadden gehad. En ik mocht daar op!
Ik schat daar ik daar met een blok (hulpmiddel) op gekomen ben. Eenmaal erop vond ik het toch wel héél erg hoog en was ik blij dat ik eraf was.
De laatste keer dat ik op een paard heb gezeten, was toen ik een jaar of 37 was. Mijn ex had een paard gekocht en toen ik de kids naar hem bracht, had hij het gezadeld en al buiten staan. Ik mocht erop als ik wilde.
Héél graag!
Maar… ik kreeg het niet voor elkaar erop te komen? Mijn kinderen lagen dubbel, mijn ex ook. Ik moest ook lachen, maar was wel verbouwereerd, had dat niet verwacht. Ik dacht dat ik fit, lenig en sterk was. Daar stond ik lelijk op mijn neus te kijken!
Uiteindelijk ben ik er met een blok op gekomen.
En daarna nooit meer op een paard gezeten, laat staan gereden.
Maar nu van de week iemand in huis die me vraagt, “Heb jij iets met paarden?”
Huh? Nee, hoezo?
Zegt hij, “Nou, om de Ariat laarzen in de gang.”
Verroest! Ik heb inderdaad een paar jaar terug laarzen gekocht die ik leuk vond wat heel toevallig eigenlijk rijlaarzen zijn.
Wat blijkt? Hij rijdt zelf paard, zowat heel zijn familie zit in de paarden.
Toevallig?!
Ik vertelde hem mijn verhaal, en dat ik nekletsel heb na ongeval en niet meer durf. Oh-zo bang dat ik eraf val en weer letsel oploop.
Daarop zei hij dat er een manége is die ritten doet met beginners of bange mensen. Dan rijdt er iemand met je mee op een fiets die het paard vasthoudt.
Wow…
Nou zit ik in dubio.
Ik ga hem wel vragen om de naam van die manége.
Enerzijds voel ik enorme vreugde! Misschien kan ik mijn droom alsnog uit laten komen! Af en toe op een paard!
Tegelijkertijd komt er stevige angst op.
Maar ik vind het ook weer belangrijk om jezelf te geven waar je zo naar verlangt. Moet je dat dan door angst om zeep laten helpen?
Als single loop je eigenlijk vaak al dingen mis, zelfs al heb je een fijn en vervuld leven in je eentje en ben je gelukkig.
Ik vind het ook belangrijk geregeld uit je comfort-zone te stappen. Anders ga je meer en meer vastroesten.
Als ik denk aan weer in het zadel zitten, dat geur van leder, paard en hooi, dan schreeuwt mijn hele wezen “ja!!”
Dat voelt zo als thuis. Vertrouwd.
Echter, als ik denk aan mijn nekje, misschien eraf vallen, slaat de angst toe.
Maar ja, dit komt toch niet voor niets op mijn pad? Het is toch geen toeval dat er een optie blijkt om af en toe veilig(er) paard te kunnen rijden.
Ik ga er nog eens over nadenken!