Tussen Groningen en Leiden
vrijdag 14 juli 2023
We waren op de terugreis van Groningen naar Leiden, mijn vriendin en ik. We hadden geshopt en niks gekocht, we hadden het Forum beklommen en thee gedronken op een winderig dakterras. Kortom, we waren gelukkig. ‘‘Wanneer werd je voor het eerst geconfronteerd met de slechtheid van de mens?’’ vroeg ze, mijn vriendin. Zo gelukkig waren we samen.
Dit is een tussenstukje. Hét tussenstukje. Het tussenstukje heeft altijd een specifieke functie in mijn blogs. Het kan zowel een citaat van mijzelf zijn (uit eerdere blogs), als een citaat uit bestaande teksten van anderen. Als de schrijver iemand anders is dan ikzelf, vermeld ik zijn naam.
‘‘U heeft niet ingecheckt mevrouw’’, zegt de conducteur vriendelijk. Nu stond het moment van inchecken mij nog helder voor geest - al hadden de werkzaamheden op het Groninger station mijn concentratie geen goed gedaan. De binnen drie minuten vertrekkende trein evenmin. Wat te doen? ‘‘U kunt in Zwolle alsnog inchecken op het perron,’’ zegt hij, nog steeds vriendelijk. Ik staar naar mijn OV chipkaart in zijn blauwe hoesje. Er staat een tweede klas dalvrij-abonnement op, voor vandaag opgeschaald naar eerste klas. Er staan ontelbare uit- en inchecks op. Alleen die ene niet. Er klinkt een alarmsignaal wanneer ik hem voor de Zwolse incheckpaal houd: mijn saldo is te laag. O ja, expres, om te voorkomen dat ik onbedoeld incheck buiten de daluren. Hoe kon ik dat vergeten? Mijn vriendin neemt me bij de arm en leidt me de trein weer in.
Het eerste blog waarin ik meerdere tussenstukjes heb gebruikt, was ‘Dag kat’ van 22 mei 2022. Die citaten konden het ‘dag kat’ immers krachtiger verwoorden dan ik zelf. Het duurt een blog of tien voordat ik de juiste lay-out onder de knie heb, zie ik nu. Ik ben blij met m’n tussenstukjes; ze maken mijn blogs duidelijk herkenbaar.
Goed, er was zojuist een agressieve zwartrijder in de boeien geslagen, ik was wat stilletjes vanwege mijn ontbrekende incheck, en m’n vriendin vroeg wanneer ik voor het eerst werd geconfronteerd met de slechtheid van de mens. ‘‘Hoe slecht?’’ ‘‘Slécht slecht.’’ Het werd dus de dief bij de telefooncel: Ik zal achttien zijn geweest, negentien misschien. Ik was op reis, en alles wat ik nodig had, zat in zo’n geruit stoffen koffertje met een rits rondom. De telefooncel is krap, ik laat het koffertje buiten liggen. Een magere man ritst het open en laat in één vloeiende beweging mijn portemonnee in zijn binnenzak glijden. Ik storm de cel uit en zeg dat hij die terug moet geven. Wat hij doet. Wat hij gewoon doet!
Gek genoeg heeft dit voorval minder indruk op me gemaakt dan het voorval in de klas: Wij, meisjes, hadden met elkaar afgesproken om in een lange broek op school te komen, zonder rok erover - wat ten strengste verboden was. Het schoolhoofd ziet alleen mij in mijn blauwe helanca broek en stuurt me naar huis. Mijn klasgenoten laten het stil voorbij gaan. Hoe slecht is gebrek aan moed, gebrek aan solidariteit?
Er is altijd een moment. Eén cruciaal moment. Het is het moment dat het verloop van de dingen bepaalt, van het samenspel binnen een relatie, de groeirichting van een mensenziel, de machtsverhoudingen in een groep.
's Nachts droom ik mij een donderwolk van licht in de slaapkamer; een licht dat wittig in de spiegeldeuren van de kast hangt wanneer ik mijn ogen open. Helemaal veilig heb ik mij dus niet gevoeld…
geplaatst door RodeJas - 1788 keer gelezen
Vorige berichten
Zo vrij als een vogeltje of een vleermuis
Voor middelgrote afstanden (tot pakweg 25 km.) maak ik bij voorkeur gebruik van mijn gewone fiets zonder elektrische ondersteuning. Voor grotere af
Herinneringen liggen aan de bron voor de toekomst
Herinneringen liggen aan de bron van de toekomst
Herinneren…Weet je nog mam, toen we… Onlangs zaten we met heel ons gezin aan
Als je voor een dag een man zou mgen zijn
Iedere maandagmiddag ontmoet ik in het dorpshuis een groepje alleeenstaande dames. Onder leiding van een activiteiten begeleidster gaan dan we iets