Veren
zaterdag 30 maart 2024
Het begon al voor de eerste pauze op deze paaszaterdag.
Of Witte Donderdag iets te maken had met Black Friday. Ik vond het zo'n gekke vondst nog niet van de enige moslim in mijn klas, die al drie weken de Ramadan trotseerde en trouw naar de les kwam, maar nu toch vermoeid begon te ogen.
In de pauze hoorde ik de ene collega tegen de andere krijsen: er is bijna niemand; als ze geen Holi hebben, dan hebben ze wel Ramadan, alsof het twee vormen van een zeer besmettelijke uitslag betrof.
In het lokaal naast me zat een door mij zeer gewaardeerde andere collega. Hij gaf een online les. Ken je dat fenomeen? Dat je steeds harder gaat praten, als iemand je weliswaar niet begrijpt maar overigens wel uitstekend hoort? Dat gebeurt ook vaak met online lesgeven. De volumeknop gaat bijna automatisch op standje burenruzie; de ander is immers heel ver weg. Zo ook bij de door mij zeer gewaardeerde collega. Dus Bill, hoorde ik hem schreeuwen tegen de cursist, in Dutch we are very informal and we say very quickly you instead of you, so if it's okay with you I'll call you you and I would like you to call me you too, so I'll call you you and you call me you too. Is that okay with you?
Wat Bill ervan meegekregen heeft, weet ik niet, maar de pauze was voorbij en de groep vroeg mijn aandacht. Wanneer het nieuwe seizoen begon, was de vraag. Ik gaf ze het antwoord en zei erbij dat ik ze geen les zou geven, omdat ik 5 mei naar Frankrijk vertrok voor een paar maanden. Zo snel al, vroeg iemand. Ja, antwoordde ik, want ik rijd graag op zondag en een week later is het een zwarte zondag in Frankrijk.
Dat had ik nou beter niet kunnen zeggen.
Ik denk weleens, als ik hier lees dat mensen eerst willen weten of ze een goed kunnen praten met iemand, voordat ... ja voordat wat eigenlijk? Kun je nou niet beter gewoon eerst een keer de veren uit het matras vrijen, voordat je je samen in Babylon waagt? Al die misverstanden komen later wel.
geplaatst door PlanB - 1509 keer gelezen
Vorige berichten
Buitenland
Mijn leraar Frans, lang geleden op de middelbare school, vertelde eens een verhaaltje over een gebeurtenis ergens in Frankrijk. Hij was bij een viskraam gekomen en had wel trek in een rolmops. Dat is een zure haring om een augurkje heen gerold, met een paar cocktailprikkers erdoorheen. Maar hij wist niet hoe je dat noemde in het Frans, dus hij begon het te omschrijven: hareng, rouler, cornichon, bâtonnet… De visboer begreep het : Ah! Un rollmops! Dat vond ik erg grappig. Daarbij kwam ook het ontzag van dorpsjongens voor iemand die over Frankrijk kon vertellen. Onze wereld was klein, zelf was ik toen nog nooit in het buitenland geweest. Afgezien dan van het schoolreisje naar Trier, dat zo rond die tijd moet hebben plaatsgevonden – nadat de traditionele Rome-reis ons, wegens de economische malaise van die jaren, door de neus was geboord.
Buitenlandse reizen waren in onze familie meestal beperkt tot de bedevaartsreis naar Lourdes. Wie zich die pelgimage kon permitteren kon rekenen op een verhoogde status, want blijkbaar werd er goed geboerd. Vol trots kwamen ze dan ook terug met flesjes gewijd Lourdeswater voor iedereen. Een eeuwenoude lokroep waar buitenland synoniem was van bedevaart. Iets anders had je er niet te zoeken. En die traditie is nog steeds levend, er is een neef die tot op de dag van vandaag Lourdes-reizen organiseert.
Mijn ouders hoorden niet bij de uitverkorenen, zij zagen Lourdes alleen op de stereofoto’s uit de souvenirshop. Maar gelukkig hadden wij in Roermond, de stad die tegenwoordig vooral bekend is van de Designer Outlet, onze eigen Maria-bedevaart. Dat is de Kapel-in-’t-Zand, ook met een legende en bijpassend mirakel, iets met een beeldje in een put. Water uit die put is dus ook gewijd en werkzaam tegen kwalen en ongelukkige toestanden. Minder heilig natuurlijk dan het water uit Lourdes, dus we hoefden er niet mee aan te komen bij familie. Maar als die familie bij ons op visite kwam, dan namen ze vaak toch wel een flesje mee… voor de zekerheid.
De Kapel-in-’t-Zand (de naam is bedrieglijk, het is een forse neogotische kerk van de 19e eeuw) heeft ook, net als Lourdes en andere bedevaartsoorden, wanden vol devotietegeltjes. Daarop uiten mensen hun dankbaarheid jegens Maria, wegens verleende gunsten, of ze vragen Maria om voor hen te bidden in moeilijke tijden, of om genezing van een ziekte. Om een link te leggen, bidden om een lieve man/vrouw te vinden, of dankbaarheid voor een geslaagde verbintenis hoort ook tot de mogelijkheden.
Daarvoor is het nu dan wel te laat, dacht ik, want elke centimeter is bedekt. Maar op de site (laatst bijgewerkt 2024) lees ik tot mijn verbazing, dat er ruimte voor nieuwe tegeltjes is gecreëerd. Tegen een bijdrage van honderd euro per tegel kunnen we voor iedere wens de hulp van Maria inroepen. Overigens mag bidden natuurlijk altijd, dus mocht de de lezer(es) na een bezoek aan de Designer Outlet nog een paar uurtjes te besteden hebben, dan is een bezoekje aan de Kapel in ‘t Zand zeker aan te bevelen. Het is een wonderlijke plek, echt.
Wat Lourdes betreft, ik ben daar vele jaren later nog wel eens langs gekomen, meermaals zelfs, op de route naar de Pyreneeën. Ik kan persoonlijk geen deel uitmaken van die wereld en ik werp een cynische blik werp op de bedevaartsindustrie met gewijd water plastic jerrycans als dieptepunt. Maar tegelijk heeft het ook iets ontzagwekkends, die mensenmassa die daar uit de hele wereld samenkomt, verenigd in een gezamenlijk verhaal. Dat is wonderbaarlijk.
Titanium
Vroeger, vorig jaar nog, liep ik met gemak tochten van zo’n dertig kilometer, met een bewogen gemiddelde van vijf-en-een-halve kilometer per uur. Vandaag denk ik: het gaat best goed met me. Ik vergeet namelijk steeds weer waar ik mijn kruk heb laten staan; de rechter, de enige die ik nog gebruik. Ik loop ongemerkt verder zonder kruk. En de fysiotherapie begint, met roeitrainer, leg-press en crosstrainer, steeds meer op een sportschool te lijken. Ik hou van trainen in een sportschool. Maar waarom staat mijn facebookpagina plotseling vol met filmpjes van mannelijke paaldansers?
Een droom: Er is een jonge vrouw in huis. Ze danst, ze zingt, en ze draagt een wijde, rode jurk. Het is iets met een opname; overal lopen technici en camera mannen. Maar ze regelt het zelf, soepel heen en weer bewegend op mijn volle aanrecht. Ze heeft haar eigen beeltenis over het grote schilderij in mijn huiskamer gehangen. Ik heb haar twee popjes gegeven om mee te spelen, maar ze wil ook het derde hebben, het popje met de witte kleertjes. Ze stampvoet en ze schreeuwt.
Over welk lichaamsdeel ben je het meest tevreden, vroeg ze, de meest welgeschapene onder ons, wandelaars. We zaten dicht bij elkaar, op drie ronde stenen, en we aten onze meegebrachte boterhammen. Zelf noemde ze haar sexy vrouwelijke sleutelbeenderen, verstopt onder een modieus lila fleecevest. Ik noemde mijn stevige billen, en ik ging even staan om te laten zien hoe ik dat bedoelde. De vrouw tegenover mij was het meest tevreden over haar dikke haardos. De andere vrouw wist niets speciaals, ze was met alles wel tevreden. En tot slot noemde de enige man in het gezelschap zijn neus.
Wat mis ik deze gesprekjes, deze saamhorigheid, deze lange wandelingen! Nou ja, het was de afgelopen week toch veel te warm voor het echte wandelwerk. En het duurt nog wel een week of wat voordat het kunstwerk van titanium en porselein zich als zorgeloos belastbare heup in mijn bekken heeft genesteld. Ik heb al wel een nieuwe wandeljas gekocht. Hij is rood - als oranjerood ook rood mag heten!
De laatste droom: Ik sta vanaf een hoog bovenraam naar beneden te kijken; ik woon blijkbaar in zo’n prachtig, voormalig pakhuis. Er komt een auto de hoek om scheuren, een Lamborghini ofzo. Hij rijdt op mijn (onze?) voordeur in, keert en scheurt er weer vandoor. Ik ga bij de voordeur kijken: het is een mosgroene deur van dubbel staal, en hij is helemaal verbogen aan de zijkant. Een man in een beige overjas komt de schade opnemen. Ik zie helaas geen schade, zegt hij. Er is nog een man, een man in een lange, donkere jas. Hij rinkelt met iets in zijn jaszakken en glimlacht naar me, met schitterende ogen. Ik heb geen flauw idee wat hij bedoelt.
Een blokkade – een noodzakelijk kwaad ?
In een oorlogssituatie gebruiken landen een blokkade om hun tegenstanders op de knieën te krijgen. Door met schepen de toegang tot havens af te sluiten proberen ze een land tot overgave te dwingen, zonder direct geweld te gebruiken. Omdat aldus geblokkeerde landen niet verstoken willen zijn van de aanvoer van allerlei zaken maken ze gebruik van schepen die de blokkade omzeilen, zogenaamde blokkadebrekers.
Het overkomt mij regelmatig, dat ik een goed plan heb en iets mij ervan weerhoudt om het uit te voeren. Ik voel mij als het ware geblokkeerd. Er zijn omstandigheden die verhinderen om het plan in daden om te zetten, zoals tijdgebrek of andere afspraken. Ook kunnen er mensen uit mijn omgeving zijn die mij overreden dat wat ik in mijn hoofd heb te laten varen.
Zo’n blokkade heeft natuurlijk ook te maken met mijn gevoelens.
Net als bij een blokkade in oorlogsomstandigheden zijn er voor zo’n blokkade van mijn gevoelens en plannen ook blokkadebrekers nodig, die zorgen voor een doorbraak.
Het komt voor dat er een blokkade is waar ik zelf weinig tegen kan uitrichten. Soms heb ik die blokkade zelf veroorzaakt. Als ik iemand op haar of zijn tenen heb getrapt zal zij / hij mij uit de weg gaan. Dan heb ik geen toegang tot die ander.
In een ander geval komt die blokkade uit de lucht vallen, zonder dat ik er op bedacht ben.
Een blokkade kan ook uit veiligheidsoverwegingen gedaan worden. In de geschiedenis zijn landen bekend, die zich afsloten. Splendid isolation, een heel goede omschrijving van wat zij daarmee beoogden. De term werd eind 19e eeuw gebruikt voor de buitenlandse politiek van Groot-Brittannië. Het land weigerde destijds permanente bondgenootschappen aan te gaan om zo buiten de (conflicten van de) Europese politiek te blijven. Dit (letterlijk: 'schitterende afzondering') is een uitdrukking die verwijst naar een toestand waarin iemand of iets zich doelbewust en zelfbewust afzijdig houdt van de buitenwereld, vaak omdat dit als prettig, veilig of voordelig wordt ervaren. (bron: Wikipedia). Tegenwoordig is Noord-Korea een voorbeeld van zo’n land.
Maar deze blokkade is een afsluiting, die het land of de persoon zelf in het leven heeft geroepen. Bij een land is dit eigenlijk een afsluiting door diegenen, die daar aan de touwtjes trekken. De andere inwoners van het land worden ertoe gedwongen en / of zo geïndoctrineerd, dat ze hier geen bezwaar tegen maken of er in mee moeten gaan.
Blokkeren van mensen op een datingsite lijkt een paardenmiddel, helaas is het soms nodig. Veelal uit zelfbescherming. Of om regelmatige irritaties te voorkomen. Wanneer een contact niet fijn verlopen is moet je hier soms toe overgaan. Als andere leden van een datingsite zich in het openbaar of via een mailwisseling bij herhaling incorrect uitlaten is blokkeren een oplossing. Ik vind het wel raar, dat iemand, die mij onlangs blokkeerde toch regelmatig op mijn profiel blijft kijken. Niettemin vind ik het goed, dat een datingsite de mogelijkheid heeft om iemand te blokkeren.
Een andere reden voor blokkeren is het doorgaan met mails zenden, hoewel je nadrukkelijk hebt aangegeven geen interesse te hebben. Sommige mensen hebben een bord voor hun hoofd. Deblokkeren is een optie, maar dat kun je mijns inziens maar een keer doen. Als de gedeblokkeerde daarna weer in de fout gaat is een definitieve blokkade de enige juiste weg.
Ik hoop zo min mogelijk tot blokkeren over te moeten gaan. Er zit toch iets negatiefs in dat woord verstopt.