Dooddoener
donderdag 22 augustus 2024
Het ligt niet aan jou. Als dit tegen je wordt gezegd, dan weet je dat het foute bingo is.
We moeten praten, biedt nog enige hoop, maar hier is alles al verloren. Je wordt gedumpt met een complimentje. Krijgt een schop onder je kont met een schouderklopje. Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen en ik zal het niet zijn. Ik heb het zelf namelijk ook eens tegen iemand gezegd. Daarom weet ik dat het flauwekul is.
Het ligt niet aan jou. Wat zeg je nu eigenlijk? Ja, dat is het juist. Je weet niet precies wat je wilt zeggen. Want je weet niet precies hoe het zit. Je kunt er de vinger niet op leggen, laat staan achter krijgen. Had je nu nog wat concrete leads (je ruikt niet lekker, je snurkt als een kettingzaag, je houdt van hobby’s, je vindt Kluun, As it is in heaven en Julio Iglesias leuk), maar die heb je niet! Je snapt zelf ook niet goed waarom, maar je weet één ding zeker: ik wil hiermee stoppen. Dat zou je natuurlijk ook gewoon zo kunnen zeggen, het is een begin, maar dat doe je niet. Waarom niet, dat mag de goeie god weten, maar dat doe je niet.
Omdat we in datingland zo fijn van achteren naar voren werken, is afwijzen en afgewezen worden betrekkelijk vaak aan de orde. Is dat het? Wil je niet kwetsen? Ben je bang voor ruzie? Of wil je er gewoon snel vanaf, zonder al te veel gedoe? Nog een mogelijkheid: op deze manier laat je zien dat de puberale relatie ver achter je ligt. De puberale relatie waarin alles altijd aan de ander ligt, waarin de ander de bron is van al je geluk en ongeluk. Maar dat stadium ben jij ontstegen, jij ‘houdt het bij jezelf’, dat heb je geleerd op de cursus.
Het kan allemaal. Van alles een beetje, kan ook. Allemaal een beetje waar, zelfs dat kan. Maar dat je niet helemaal straight bent, dat je om de hete brei heen draait, dat is ook een beetje waar En dat weet je.
Wat je nog niet weet, is hoe het is om een koekje van eigen deeg gepresenteerd te krijgen. Die les had ik nog tegoed. De vrouw met wie ik al een paar maanden iets had, zei: ‘Ik wil onze liefdesrelatie beëindigen, maar het ligt beslist niet aan jou.’ Je krijgt eigenlijk direct de neiging om de ander te bedanken, maar ik kon me inhouden. Ik zei dat ik het begreep. En daar was geen letter aan gelogen. Het effect was er niet minder om. Ik voelde me uit het lood geslagen, alle kanten opgestuurd, behalve de goede. Einde gesprek voordat het was begonnen. Ik hoorde: jij hebt hier niets mee te maken, dit gaat helemaal niet over jou, over ons, dit gaat alleen maar over mij. En tegelijkertijd hoorde ik ook: het ligt wel aan jou. Zoals bij de pragmatische paradox: kijk niet naar dit bord, denk niet aan een roze olifant, enz. En ten slotte hoorde ik: waag het niet om er iets van te zeggen, want ik heb zelf het boetekleed al aangetrokken. Een One (wo)Man Show met een zinnetje van vijf woorden. Best knap.
Het zal mijn ongelovige blik zijn geweest die haar deed besluiten er nog een schepje bovenop te doen. ‘Ik vind je echt een bijzondere man.’ Au! Die zin heeft ongeveer dezelfde werkingskracht als chemische castratie, maar is in tijd gezien veel effectiever, want werkt direct. Ik word nat als ik aan je denk, dat wil je horen. Of andere bemoedigende woorden. Maar niet dat je bijzonder bent. Hoe vond je het boek? Ja, wel bijzonder. In meeste gevallen bedoelt iemand dan: niet om doorheen te komen.
Het exitgesprek was bijna afgelopen, maar niet nadat ze had gezegd: ‘Ik ben er gewoon nog niet aan toe.’ Ja, zoveel had ik door alle rookgordijnen heen inmiddels wel begrepen. En bijna was het zover. Bijna wilde ik haar bedanken voor deze onbaatzuchtige daad van zelfopoffering. Bijna wilde ik haar vragen of ik nog iets voor haar kon doen. Bijna wilde ik zeggen: ‘Goh, wat vervelend allemaal voor je.’ Het moest niet gekker worden.
Ik ben een man en zoek een vrouw. Daarin ligt besloten dat het een vrouw was die mij deze waardevolle aanvullende les leerde. En ze zal vast de enige niet zijn die zich van deze stijlfiguur bedient. Maar toch zou het me helemaal niet verbazen als het vooral mannen zijn die dit doen. Gewoon, vanwege onze natuurlijke aanleg om de dingen ingewikkelder te maken dan ze zijn. There must be fifty ways to leave your lover, Paul Simon zong het al, maar van alle manieren om je snor te drukken of om gedumpt te worden, is dit een hele nare. Het ligt niet aan jou. Het klinkt zo sympathiek, maar het is zo’n dooddoener.
Als reactie op sommige reacties op mijn laatste blogje, heb ik dit blog van alweer veel te lang geleden met plezier herplaatst.
geplaatst door PlanB - 2293 keer gelezen
Vorige berichten
Verhouding
Ik ben alweer negenenzestig jaar geworden, liever had ik dat nog even uitgesteld, maar je houdt het niet tegen ;-).Een goed moment om weer eens tegen het licht te houden hoe we leeftijd ervaren, hoe we daarmee omgaan. Volgens mij draait het om verhoudingen. Als vormgever denk ik in verhoudingen; hier op deze site verhouden we ons tot elkaar en met een minnaar of minnares heb je een verhouding. Gaandeweg ga je begrijpen dat de werkelijkheid, zoals we die ervaren, niet in steen is gebeiteld, maar steeds weer samenhangt met omstandigheden. Hoe de wereld om je heen eruit ziet en en hoe die op jouw aanwezigheid reageert. Zijn er kansen of tegenslagen, krijg je energie, word je aangemoedigd om een en ander te ondernemen, hoe zien anderen jou, zulke factoren bepalen uiteindelijk of het glas halfvol of halfleeg is.
Hoe jong of oud ik mij voel heeft óók met verhouding te maken. Iemand die veel met jongere mensen omgaat an zich daardoor ook jeugdiger voelen, in de zin van energiek, levenslustig, creatief. Het moet liefst wel van twee kanten komen, het is een wisselwerking. Als bijvoorbeeld die jeugdigen je kleinkinderen zijn, dan kan ik me voorstellen dat je, door deelgenoot te zijn van hun spel en ontwikkeling, ook weer het kind in jezelf ervaart. Maar als je wordt neergezet als een kwetsbare bejaarde (“rustig jongens, opa is moe”) dan ben je oud in hun ogen en misschien meer geneigd om jezelf ook zo te zien. Zo is je gevoelsleeftijd dus relatief.
Ik heb een goed contact met mijn zoon die nu in de dertig is. Ik denk wel dat we kameraadschappelijk met elkaar omgaan en daar voel ik me dan jong bij. Want we zijn serieuze gesprekspartners en hij is voor mij ook een voelspriet in de wereld van zijn generatie. Maar op andere momenten, als hij vindt dat ik meer aan sport moet doen (ik doe al best veel), of dat ik een bangerik ben geworden met hoogtevrees (dat is waar) dan kan ik me ook behoorlijk oud voelen. Stel je niet aan, zeuren doe je maar als je negentig bent, zegt-ie dan. En dat is een fijn hart onder de riem. Nog ruim twintig jaar dus, dat is een hele tijd. Het is heel wat waard om zo met mijn kind om te kunnen gaan.
Als obstakel bij het ouder worden, maar dat is uiteraard persoonlijk, ervaar ik de hogere drempel om nog eens iets nieuws te beginnen. Ik ga bijvoorbeeld niet meer actief op zoek naar werk. En met een boel ervaringen achter de rug het ook niet altijd eenvoudig om inspiratie te vinden. Wat valt er nog te leren, te ontdekken? Heel veel nog, maar maak ik daar dan werk van? Dat gaat niet vanzelf en het lukt ook niet altijd, zeker niet met de gretigheid van weleer. Want hoe ik het ook wend of keer, de noodzaak van toen, om een bestaan op te bouwen, om op ontdekkingsreis te gaan op onbekend terrein, is er niet meer en dus ook niet meer die drive. Ik moet de motivatie nu dieper zoeken.
Dat kan voor sommige mensen een reden zijn om een relatie te zoeken, om die motivatie te vinden om (weer) op ontdekkingsreis te gaan. Want met steun en feedback van een partner is de motivatie een stuk hoger, althans dat is de verwachting. Dan kun je met elkaar overleggen, ervaringen met elkaar te delen; en dat kunnen reizen zijn, maar bijv. ook interessante boeken. Dat is top, maar van het omgekeerde kan ook sprake zijn, denk ik wel eens. Want zolang als ik ‘zoekende’ ben heb ik een reden om een goed figuur te slaan in de relatiemarkt (gezonde leefstijl, interessante bezigheden en dergelijke), maar als ik eenmaal een levenspartner heb gevonden, zou die motivatie dan juist minder kunnnen worden? Dat is natuurlijk niet de bedoeling, als je het mij vraagt. Toch een kwestie van alert blijven hoe dan ook, op naar de zeventig.
Oude liefde roest niet
Soms hoor ik dat mensen die gescheiden zijn of waar de partner van is overleden, na hun verwerkingsperiode op zoek gaan hun vriend(in) uit hun jeugd. Die vinden ze dan terug via hun oude middelbare school maar ook facebook is een goede optie. Zo hoorde ik deze week dit verhaal van een gezellige, rasechte Amsterdamse taxichauffeur.
We reden weg van het AMC-ziekenhuis in Amsterdam terug naar huis en kwamen vrijwel meteen langs een plein waar 3 bekende fastfoodrestaurants vlak naast elkaar gebouwd zijn. Weet je hoe Amsterdammers dit plein noemen, vroeg hij mij? Ik zou het niet weten, antwoordde ik. Het "Obesitasplein" lachte hij en wreef over zijn buik, ik kom er ook regelmatig. Ik schoot ook in de lach en zei vrolijk : Dat is een goeie , die zal ik onthouden.
Toen we op de snelweg reden zag ik opeens een whatsapp bericht bovenin zijn navigatie verschijnen met een foto erbij van een knappe, donkerharige vrouw. Huh, hoe kan dit nou op je navigatiescherm verschijnen? zei ik verbaasd. Simpel, mijn navigatie is verbonden met mijn telefoon, antwoordde hij. Leuke vrouw heb je, zei ik waarderend. Jazeker, ik heb het enorm getroffen met haar, zei hij zacht.
Hij vervolgde, ik ben 7 jaar geleden gescheiden en een half jaar later ben ik mijn oude schoolvriendin weer gaan zoeken, waar ik stapelverliefd op was toen ik 14 jaar oud was. Ik vond haar op facebook. Zij was al enige tijd weduwe stond daar vermeld, dus heb ik de moed bij elkaar geraapt en contact met haar gezocht. We zijn nu alweer ruim 6 jaar een setje en hebben het bijzonder fijn met elkaar. Dan heb je echt geluk gehad, antwoordde ik hem.
Nou, niet helemaal hoor, zei hij serieus. Ik heb wel ZELF de actie ondernomen om haar weer te vinden. Als ik thuis had blijven zitten kniezen was ik waarschijnlijk nu nog alleen geweest. Met mijn drukke baan en wisseldiensten had ik weinig tijd om uitgebreid met allerlei vrouwen te gaan daten. Bovendien had ik het altijd jammer gevonden dat wij elkaar uit het oog waren verloren. Misschien was ik anders lang geleden al met haar getrouwd. Joost mag het weten...
De grote schoonmaak en opruiming in drievoud
Bij de term grote schoonmaak krijg ik een beeld voor ogen, dat in mijn jeugd en wellicht in de jonge jaren van velen op ons netvlies genesteld is: Maart, een moeder met haar schort, emmer, bezem en bleekwater, en het hele huis ging op zijn kop.
Er werd heel wat gesopt in het voorjaar in de naoorlogse jaren. Nu is het schoonmaken niet meer zo tijdgebonden. Bij schoonmaken hoort ook een ander, eveneens niet favoriet werkje: Opruimen.
Bij opruimen komen een paar basale karaktereigenschappen kijken. Een wil, inzicht, doorzettingsvermogen, netheid, maar ook gevoelens. Het is vaak razend lastig afscheid te nemen van spullen, die je ooit gekocht hebt of die je cadeau hebt gekregen. Ik las de volgende vuistregel om in vier stappen op te ruimen:
Alles uit de kast(-en) halen. Je krijgt wel een hoop rommel maar je zult er van versteld staan wat je in de loop van de jaren bewaard hebt. En het kan zelfs nog leuk worden!
Keuzes maken. Maak drie stapels: Wat je wel wilt bewaren, wat je sowieso weggooit en wat je misschien bewaart.
Afscheid nemen en bedanken. Dan bedank je de spullen die je niet meer wilt hebben en bedenkt wat er mee gaat gebeuren: Wegooien, weggeven of verkopen.
Opbergen. Wat je echt wil bewaren geef je nu weer een plekje.
Er is ook zoiets als digitale opruiming. Velen bewaren een ontstellende hoeveelheid digitaal materiaal op de harddisk van hun laptop, pc, op een stickie of op hun smartphone. Ik was in mijn werkzame leven lid van een commissie die zich druk maakte over de bewaartijd van papieren documenten, en in een later stadium ook over het bewaren van digitale bestanden. Daarmee ging ook een opruimactie gepaard; wat moet je doen om te voorkomen dat je computer dichtslibt? Als spook dreigt ook nog eens de duurzaamheid van de opslagmedia. Veel digitaal materiaal van de eerste generatie is nu niet meer te raadplegen… Er is ook van overheidswege het een en ander hierover geregeld. Je kunt niet zomaar een oud archief – wie zou daar nog in geïnteresseerd zijn? – in de kliko voor oud papier doen.
Als derde aspect van opruimen durf ik intermenselijke contacten aan te stippen. Vrijwel iedereen heeft een adreslijst van naaste verwanten, vrienden en kennissen, met telefoonnummers en tegenwoordig ook emailadressen en zelfs Skype Nicknames.
Zo’n lijst van mensen uit je leven hoort dynamisch te zijn. Mensen verhuizen, krijgen een ander telefoonnummer, overlijden, krijgen een relatie of verdwijnen uit je gezichtsveld door een conflict. Een adreslijst is er in wezen ook in je hoofd, in je hart!
Misschien is het opschonen, het aanpassen en aanvullen gevoelsmatig van de laatste “lijst” nog lastiger dan de acties bij het opruimen in huis en het opschonen van digitale bestanden. Dat kun je maar deels op grond van praktische overwegingen doen. Ik merk dat jaarlijks als ik de adreslijst voor het verzenden van nieuwjaarsgroeten ga doorlopen. Het beste is dan dezelfde driedeling als bij het opruimen van spullen te hanteren: Die mensen zal ik altijd op mijn lijst laten staan, die mensen gaan van de lijst af en over een andere groep moet ik nog even nadenken.
Zowel bij het opruimen van spullen, bij digitale opruimingen als bij het zich bezinnen over menselijke contacten moet ik toch afgaan op mijn gevoel. Ik vind dat knap lastig…