Een feestje voor iedereen hoewel
maandag 4 mei 2026
Als ik dit schrijf is het 27 april 2026, Koningsdag. Normaliter is maandag de meest saaie dag van de week. Veel winkels zijn dicht, het deel van de bevolking, dat nog betaald werk doet is vaak niet thuis. Vandaag gaan overal de vlaggen uit, men gaat feestvieren, er zijn vrijmarkten waar jong en oud overbodige en overjarige spullen proberen te slijten aan de voorbijgangers.
Een andere optie is de televisie-uitzending van het bezoek van Willem en Maxima, zo kan ik van mijn luie stoel wat van de feestvreugde meepakken. Ik zie ze nu schaatsen op een kunstijsbaan in Dokkum, een herinnering aan de Elfstedentocht.
De titel van dit blog eindigt met hoewel. Dat woord betekent een nuancering. Er zijn mensen die niet of maar voor een deel in de feestvreugde kunnen of willen delen.
Natuurlijk is het prachtig, dat onze koning en koningin zich nu zo laagdrempelig profileren in de samenleving en de afstand tussen hen en “het gewone volk” kleiner hebben gemaakt. Hun sportieve opstelling helpt daar zeker mee.
Er zijn velen, die om persoonlijke redenen de blijdschap van de feestvierders niet in hun leven ervaren. Denk aan de ziekenhuizen waar de bewoners wat er vandaag in Dokkum gebeurt wel op de tv meemaken maar mogelijk hierdoor herinnerd worden aan de tijd, waarop ze actief aan deze feestjes mee konden doen.
Er zijn naast Koningsdag nog meer feestjes ook in de persoonlijke levenssfeer waar niet iedereen volledig aan kan meedoen. Elke stad en dorp heeft wel iets waar alle inwoners van kunnen genieten, waar ze ook bij ingeschakeld worden om wat er plaats vindt tot een succes te maken. Door de hulp van vrijwilligers en vaak met financiële steun van de gemeente en sponsors krijgen deze feestjes gestalte. Gelukkig worden dan die mensen, die beperkt zijn in hun mobiliteit, dikwijls geholpen om ook mee te kunnen doen.
Wie kort voor deze feesten iets naars heeft meegemaakt, denk aan een overlijden van een familielid, een scheiding, heeft wellicht moeite met hoe de meesten in zijn of haar omgeving zo’n dag beleven. Laten we weer wel proberen te genieten wat er op een dag als Koningsdag op ons afkomt. Ik genoot van de uitvoering van Bohemian Rhapsody in Dokkum en daarna het klokkenspel van het carillon met Merck toch hoe sterck… Elf jaar geleden was ik ook in Dokkum en toen speelde het carillon die oude hymne ook. Toen was het niet zo druk, ik waande mij in de zestiende eeuw. Wat een tegenstelling, deze twee toppers uit een recent en ver verleden. Kun je aan de mate van het applaus afmeten hoezeer het gebrachte op prijs wordt gesteld? Of is het handenklappen een loos gebaar?
Hoe kun je een feest zo maken dat zoveel mogelijk mensen er aan deel nemen en er ook van genieten? Je kunt het niet iedereen naar de zin maken.
Dat geldt ook in klein verband. Als ik met een vriendin op stap ga en we een muzikaal programma bijwonen, dan zal niet alles haar en anderzijds mij als muziek in de oren klinken, hoewel dat niet aan de uitvoerenden ligt. Dat verschil in smaak moeten we respecteren. In een twee-eenheid zal het reageren op een voorstelling niet eenduidig zijn. Ik geloof dat je best eerlijk je mening mag geven ook al is die anders dan van je partner!
In de televisie-uitzending van Koningsdag spraken de reporters regelmatig toeschouwers aan om hen te vragen hoe zij het vinden. Die reacties zijn dan heel spontaan, maar hoe zeer wordt zo’n reactie beïnvloed door de bijzondere situatie: iets zeggen terwijl je live op tv bent?
Hopelijk hebben jullie allemaal 27 april 2026 beleefd als een leuke, inspirerende dag.
geplaatst door Aktivo1 - 443 keer gelezen
Vorige berichten
Tachtig
Mij kwam toevallig ter ore dat mijn bijdragen als eenpitter hier worden gemist, door sommige mensen tenminste, nou ja, in elk geval door één persoon. En dat doet me deugd. Ik vind het al heel wat dat mijn afwezigheid hier überhaupt wordt opgemerkt. Want ik was dus op vakantie en daarna had het werk zich wat opgestapeld, vandaar. En als eenmaal het ritme weg is, dan dan wordt het een stuk lastiger op de draad weer op te pakken en helemaal als het hoofd er niet naar staat door werkdruk en zo.
Dat geldt in zijn algemeenheid voor alles waar een mens zich wel eens toe moet zetten, waar je moeite voor moet doen. Daarnaast speelt het een rol dat er normaal gesproken niemand naast mij staat om mij aan mijn goede voornemens te houden; een stok achter de deur zou misschien wel helpen (Schrijven jij ! Anders zwaait er wat !) - maar in dat geval zou ik hier op de verkeerde plek zitten ;-). Nee de inspiratie moet meestal uit de tenen komen. Het schijnt dat er hier lieden zijn die hun causerieën uit de losse pols schutdden, maar dat is bij mij niet het geval, het is steeds een uitdaging, die ik met mezef ben aangegaan, om elke paar weken iets passends op – het virtuele - papier te krijgen. Als oefening, voor de voldoening, en natuurlijk is het ook leuk om af en toe met aardige vrouwen in contact te komen.
Wanneer je iets al een tijdje volhoudt, dan neemt de motivatie toe om het lijntje niet te breken. Duolingo, de talen--app die vast bij velen van jullie bekend zal zijn, maakt daar gebruik van door ons aan te sporen om vooral iedere dag tijd eraan te besteden: daardoor bouw je aan een zogeheten ‘streak’ (reeks), het aantal dagen dat je achtereen één of meer lessen hebt gevolgd. Ik zit op negenhonderdzoveel, maar er zijn mensen die een streak van vele jaren hebben. Dat geef je niet gemakkelijk op – ook al weet je wel dat het nergens op slaat, het is puur ‘psychologisch’. Zo werkt het ook, zij het niet zo geraffineerd, met blogs. Is de reeks eenmaal gebroken, dan is de magie van de ‘streak’ weg. En daarmee het psychologische duwtje dat net de doorslag kan geven.
Het zal wel verschillen van persoon tot persoon, hoe gemakkelijk iemand een discipline weer oppakt. Voor de een is het even doorzetten, om op eigen kracht een nieuwe ‘streak’ op gang te krijgen, een ander heeft er geen moeite mee (of begint er niet meer aan, dat kan ook). Het kan ook een kwestie zijn van een zekere rust en focus ervoor vinden. Net als een kar die met moeite in beweging komt, maar eenmaal op gang rolt-ie wel weer verder, daar is minder inspanning voor nodig. Zo moet ik er na een vakantie even inkomen, om weer netjes een maaltijd voor mezelf te koken, dat gaat dan de eerste dagen nog wat rommelig. Maar dat koken zit snel genoeg weer in het patroon, daar is geen aansporing voor nodig. Een mens moet toch eten per slot van rekening. Het is dan geen discipline meer maar een gewoonte. Anders is het bijvoorbeeld met sportactiviteiten, die kunnen wel een duwtje gebruiken, net als blogs. Deze is er in elk geval weer uit. - Ik had het eigenlijk over vakantie willen hebben, daar kom ik misschien nog op terug.
Tachtig, nee niet mijn leeftijd maar dit was alweer mijn 80ste stukje hier, een stuk over stukjes eigenlijk. :-P
Je krijgt ook in Hongarije niet alles zo als je het zou willen
Iedereen heeft wel enkele diep gekoesterde wensen, die hij / zij graag in vervulling ziet gaan.
Dat dit niet lukt heeft allerlei oorzaken: Domweg pech, angst om iets bijzonders te ondernemen, financiële, sociale en fysieke beperkingen, tijdgebrek. En welke prioriteiten stel je, wat vind je belangrijk? Ik ga waar mogelijk jaarlijks twee keer per jaar met een busreis naar een land / gebied, waar ik nog niet eerder geweest ben. Dan luister ik wel naar de aanbevelingen / adviezen uit mijn omgeving, maar ik beslis zelf op welk land mijn keuze valt.
Afgelopen week ben ik naar het noordwesten van Hongarije geweest, omdat een medereisgenoot van een eerdere vakantie mij dat land heeft aanbevolen. Een singlereis, dus wie weet ontmoet ik aardige mensen en heel misschien zelfs een nieuw maatje.
De rit naar dit land is op zich al een belevenis. Ik kijk veel naar buiten, een spandoek boven de snelweg in Oostenrijk was koren op mijn molen: Zum handyschauen pauze nehmen. Oftewel: Als je (steeds) met je mobiel bezig bent moet je ook dat ding even laten rusten. Een lid van onze groep had haar smartphone in een souvenirshop in Hongarije laten liggen. Gelukkig belde de eigenaar van die winkel vanaf haar smartphone het hotel op (dat nummer was in haar mobiel opgeslagen) en een dag later kwam hij zelfs op een locatie waar we toen waren het kleinood aan de eigenaresse overhandigen.
Ik wandelde gewapend met geadresseerde ansichtkaarten het postkantoor van Tatabanya, de plaats waar mijn hotel staat. Elk jaar zend ik er 10 vanaf mijn vakantieadres naar bekenden in Nederland. Ik stond voor vier loketjes met evenveel aardige loketmedewerksters, die mijn uit het woordenboekje geleerde zinnetjes niet verstonden (wat is Hongaars een moeilijke, bijna niet uit te spreken taal!); uiteindelijk kwam er een wat ouder mannetje aanzetten met een envelop waar een paar postzegels.in zaten, niet genoeg voor mijn doel en niet met de juiste waardes. Drie dagen later had ik in Boedapest wel succes, de kaarten zijn daar gepost. Wanneer ze aankomen in Nederland is nog de vraag… Tijdens mijn wandeling in Boedapest spotte ik op een reclamezuil een affiche van een optreden in Boedapest van Richard Clayderman op 5 juni. Dat was net een dag voor mijn vertrek naar Hongarije. Als ik dit eerder had geweten had ik wellicht de vakantie wat eerder gepland! In mijn vorige blog wees ik op het belang van voorbereidingen. Een reisgenote was verkeerd over betalingen geadviseerd, je kon echt niet overal met pin betalen, heb toen maar de kosten van haar lunch voorgeschoten..
Een gebeurtenis drukte een zwaar stempel op de reis. Een dame in het gezelschap had voor haar mobiliteit een rollator. In Boedapest bleef ze met een wiel steken in de tramrails, viel voorover en moest naar het ziekenhuis, waar enkele wonden in haar gezicht gehecht werden. Gelukkig waren er enkele andere medereizigsters getuige van dit drama. Het slachtoffer en een hen kwamen een halve dag later in het hotel terug. Mooi dat iemand dan in de bres springt en buddy is. Achteraf hoorden we, dat de zoon van de vrouw met de rollator haar vooraf ten zeerste had afgeraden met deze reis meen te gaan. Zelf had ik een wandeladvies gekregen over de bestrating van Boedapest, die niet overal geschikt is voor iemand met een beperkte mobiliteit. Ik kan mij nog redelijk goed te voet redden, maar ik vraag mij af, of deze dame naar haar zoon had moeten luisteren of toch haar eigen wens moest doorzetten (ook al is het gebeurde domme pech). Of kan zij beter reizen met een organisatie als de Zonnebloem?
Okay, ik heb ook veel mooie dingen meegemaakt en leuke mensen ontmoet. Boedapest is een prachtige stad, niet in het minst door de vele bruggen die de stadsdelen Boeda en Pest (gescheiden door de Donau) met elkaar verbinden. Het kasteel Grasselkovich in Grödöllö was de moeite waard om te bezoeken, jammer dat daar nu net geen gids bij was. Die was er wel op de eerste dag bij de stadsrondrit. Ook Tihany was apart, een dorp dat geheel in het teken van de kweek van lavendel staat en van de producten, die men van lavendel maakt. De basiliek van Esztergom vond ik heel fraai, het is de grootste van Hongarije. Ik heb daar even plaatsgenomen op de orgelbank, hoewel ik echt geen muzieknoten lezen kan. Het weer was de hele week erg goed, wel daalde de temperatuur van dag tot dag naar normale waarden. Onderweg heb ik wat ( roof-) vogels gezien, bij het Balatonmeer genoot ik van karekietenzang; ik kwam dus wel aan mijn trekken. Achteraf vraag ik me af of ik verwachtingen over een mogelijke nieuwe vriendschap wel had mogen koesteren. Zo kom ik weer terug bij de titel van deze blog..
Over mannen enzo
Een droom: Hij en ik zijn na lange tijd weer samen. We zitten op een muurtje, en we worden uitgenodigd om mee te eten met een gezelschap. Grote ronde tafel op een zonovergoten pleintje, aardige mensen; mensen met wie ik een gemeenschappelijk verleden blijk te hebben.
Hij en ik willen weg, samen zijn maar dan ook echt helemaal samen. Eerst in een bootje, dan lopend met het luchtbed op een platte bolderkar. Hij kent het adres en koestert zijn erectie, ik trek de bolderkar over een half opengebroken klinkerweg. Het oude gebouw dat boven de stadsmuur uit torent, daar moeten we zijn. Het personeel is kerstversiering aan het ophangen en wijst ons de kamer: wit betegeld, TL-verlichting, groot bad, een half muurtje tussen de kamer ernaast. Ik zie een blonde vrouw zachtjes op en neer bewegen. Ze knikt me vriendelijk toe. De ruimte hangt vol wasgoed, ook het bad is bedekt met natte kleren.
Hij blijft met zijn rug naar mij toe staan. Ik kijk naar hem. Die rug is niet van de man met wie ik hier zou willen zijn; deze man zal mij zijn eigen keuze voor deze kamer verwijten. Ik stel voor om eerst wat te gaan eten.
‘Helpt je partner je dan niet?’, vroeg de fysiotherapeut bezorgd. Hij was een andere, een invaller. Mijn eigen fysiotherapeut is twee keer bij mij thuis geweest, en heeft beide keren een dochter aangetroffen - met wie hij ogenblikkelijk in gesprek raakte over hun sport. Geen man over de vloer. Hij wist trouwens ook dat ik blogs schrijf op een datingsite - wat hij min of meer hilarisch vond. Ondenkbaar dus dat hij zo’n vraag zou stellen! Een vraag te ver, noem ik dat, een vraag met een aanname. ‘Heeft u een partner die u zou kunnen helpen?’, met die vraag weet ik wel raad. ‘Helpt je partner je dan niet?’ komt veel te dichtbij. Nou ja, hij vroeg ook of ik iets leuks ging doen, komend weekend. Gelukkig kwam er vanochtend een wandelvriend koffie drinken. Hij nam een doosje bevroren blauwe bessen voor me mee, en hij bood spontaan aan om die laatste twee takken van mijn mahonia's af te knippen. Want dat was het probleem: Ik had op een onzalige dag besloten dat ik die haag best zelf kon snoeien. Mahonia’s zijn onnutte planten. Geen vogeltje bouwt er zijn nest, geen bij bezoekt de bloemen, geen rupsje eet van de blaadjes. Ze voorkomen dat mensen op mijn tuinmuurtje gaan zitten, daarom mogen ze blijven. Maar ze hingen te ver over de stoep, veel te ver. Het snoeiwerk heeft mij minstens een week achteruit gezet in het genezingsproces van mijn heup.
Een droom: Ik zit op een klapstoeltje op het zandstrand van een ver meer. Naast me, ook op een klapstoeltje, zit een vriendelijke man, een man met een diepe stem. Het is lekker warm, ik voel me tevreden. Het zand blijkt geen zand te zijn maar asfalt, een bolle asfalt vlakte tot aan een waterplas vol algen. De vriendelijke man vertrekt, met zijn stoeltje. Ik word aangesproken door twee mannen in een lange overjas. Ze willen me waarschuwen: Ik heb mij zojuist verbonden aan een onbetrouwbare mobiele provider, een provider die naar privégegevens vist en die gegevens openbaar maakt in de roddelbladen. Ik realiseer me dat ik al eerder ben gewaarschuwd, en bedank hen vriendelijk. De vraag is wel wie ik nu moet wantrouwen, de provider of deze mannen.