Kersen eten
donderdag 8 augustus 2019
Het was weer domweg alleen wakker worden, vanochtend - wat gek genoeg minder alleen voelt dan alleen gaan slapen. Berkenzaadjes overal, blauw zonlicht door dat ene niet-verduisterende gordijn, een droom die woorden nodig heeft om niet vergeten te worden.
Heb je nu al genoeg gelezen? Dit is anders wel het blog dat medeblogger Realist heeft aangekondigd met de woorden: 'Vrouwen bijten op hun nagels en mannen gaan er eens goed voor zitten.' Adel verplicht - en mijn schouders zijn sterk genoeg om deze weelde te kunnen dragen. Maar soms denk ik na over mijn terugkeer-nickname, voor als ook ik ben vertrokken wegens te zwaar overschreden grenzen.
De droom. Een rommelige stad, een pad met holle grijze keien veel te steil omhoog. Een man gaat achter me lopen en zet zijn handen op mijn heupen om me naar boven te helpen; zijn jongere metgezellen lopen ons voorbij. Eenmaal boven gaat de man zitten, de linker pijp van zijn gelige broek hangt slap over het bankje. Het is een lege broekspijp zonder been. Bij de halte van Haagse tramlijn 9 zie ik hem weer lopen, één en al stralende kracht tussen onbetekenende mensen. We zwaaien, we omhelzen, we zoenen. Hè, lekker. Dan pakt hij het zwarte snorretje van zijn bovenlip en plakt het op mijn wang.
Gisteren, op weg naar de viswinkel voor ´Dutch streetfood´ bij uitstek (in stukjes gesneden zoute haring met gehakte uitjes en een vlaggetje), stond er een glazen schaaltje op de stoep voor de kapper. Kersenpitten en -steeltjes op de bodem. In mijn gedachten sta ik weer voor het schilderij ´Kersen eten´ van Alma Tadema: Een jonge vrouw op een bank, open blik, tijgervel, losse jurk, een uitnodigend uitgestoken hand vol kersen. ´Kersen eten´ is al eeuwenlang een synoniem voor vrijen. ´Blijf je nog even kersen eten?´ Ach, deze vraag zou alle misverstanden rond dat kopje koffie uit de wereld kunnen helpen…
Ik serveer mijn koffie trouwens in standaard glazen. De gekleurde bekertjes stonden op een tafel vol afgeprijsd serviesgoed en ik wist direct dat dit het moment was: ze waren immers jarenlang van een onbetaalbare schoonheid geweest, deze bekertjes. Zoals zo vaak wanneer een grote wens in vervulling kan gaan, werk ik er quasi-kalm naar toe. Pak hier en daar een glas op, een kandelaar - evenals de vrouw aan de andere kant van de tafel. Zij is eerder bij de bekertjes dan ik. Ze neemt er eentje van de stapel, loopt ermee naar de man een paar meter verderop, laat het aan hem zien. Een goedkeurend knikje, een zoen. Ze loopt terug en pakt alle bekertjes van de tafel. Allemaal! Hé, ik hoef maar één bekertje, of nee toch twee. Een beetje singleschaamte is mij niet vreemd.
Ik ben trouwens ook nog nooit verloofd geweest. Misschien moest ik daar maar eens minder quasi-kalm naar toe werken.
geplaatst door RodeJas - 5308 keer gelezen
Vorige berichten
Je krijgt ook in Hongarije niet alles zo als je het zou willen
Iedereen heeft wel enkele diep gekoesterde wensen, die hij / zij graag in vervulling ziet gaan.
Dat dit niet lukt heeft allerlei oorzaken: Domweg pech, angst om iets bijzonders te ondernemen, financiële, sociale en fysieke beperkingen, tijdgebrek. En welke prioriteiten stel je, wat vind je belangrijk? Ik ga waar mogelijk jaarlijks twee keer per jaar met een busreis naar een land / gebied, waar ik nog niet eerder geweest ben. Dan luister ik wel naar de aanbevelingen / adviezen uit mijn omgeving, maar ik beslis zelf op welk land mijn keuze valt.
Afgelopen week ben ik naar het noordwesten van Hongarije geweest, omdat een medereisgenoot van een eerdere vakantie mij dat land heeft aanbevolen. Een singlereis, dus wie weet ontmoet ik aardige mensen en heel misschien zelfs een nieuw maatje.
De rit naar dit land is op zich al een belevenis. Ik kijk veel naar buiten, een spandoek boven de snelweg in Oostenrijk was koren op mijn molen: Zum handyschauen pauze nehmen. Oftewel: Als je (steeds) met je mobiel bezig bent moet je ook dat ding even laten rusten. Een lid van onze groep had haar smartphone in een souvenirshop in Hongarije laten liggen. Gelukkig belde de eigenaar van die winkel vanaf haar smartphone het hotel op (dat nummer was in haar mobiel opgeslagen) en een dag later kwam hij zelfs op een locatie waar we toen waren het kleinood aan de eigenaresse overhandigen.
Ik wandelde gewapend met geadresseerde ansichtkaarten het postkantoor van Tatabanya, de plaats waar mijn hotel staat. Elk jaar zend ik er 10 vanaf mijn vakantieadres naar bekenden in Nederland. Ik stond voor vier loketjes met evenveel aardige loketmedewerksters, die mijn uit het woordenboekje geleerde zinnetjes niet verstonden (wat is Hongaars een moeilijke, bijna niet uit te spreken taal!); uiteindelijk kwam er een wat ouder mannetje aanzetten met een envelop waar een paar postzegels.in zaten, niet genoeg voor mijn doel en niet met de juiste waardes. Drie dagen later had ik in Boedapest wel succes, de kaarten zijn daar gepost. Wanneer ze aankomen in Nederland is nog de vraag… Tijdens mijn wandeling in Boedapest spotte ik op een reclamezuil een affiche van een optreden in Boedapest van Richard Clayderman op 5 juni. Dat was net een dag voor mijn vertrek naar Hongarije. Als ik dit eerder had geweten had ik wellicht de vakantie wat eerder gepland! In mijn vorige blog wees ik op het belang van voorbereidingen. Een reisgenote was verkeerd over betalingen geadviseerd, je kon echt niet overal met pin betalen, heb toen maar de kosten van haar lunch voorgeschoten..
Een gebeurtenis drukte een zwaar stempel op de reis. Een dame in het gezelschap had voor haar mobiliteit een rollator. In Boedapest bleef ze met een wiel steken in de tramrails, viel voorover en moest naar het ziekenhuis, waar enkele wonden in haar gezicht gehecht werden. Gelukkig waren er enkele andere medereizigsters getuige van dit drama. Het slachtoffer en een hen kwamen een halve dag later in het hotel terug. Mooi dat iemand dan in de bres springt en buddy is. Achteraf hoorden we, dat de zoon van de vrouw met de rollator haar vooraf ten zeerste had afgeraden met deze reis meen te gaan. Zelf had ik een wandeladvies gekregen over de bestrating van Boedapest, die niet overal geschikt is voor iemand met een beperkte mobiliteit. Ik kan mij nog redelijk goed te voet redden, maar ik vraag mij af, of deze dame naar haar zoon had moeten luisteren of toch haar eigen wens moest doorzetten (ook al is het gebeurde domme pech). Of kan zij beter reizen met een organisatie als de Zonnebloem?
Okay, ik heb ook veel mooie dingen meegemaakt en leuke mensen ontmoet. Boedapest is een prachtige stad, niet in het minst door de vele bruggen die de stadsdelen Boeda en Pest (gescheiden door de Donau) met elkaar verbinden. Het kasteel Grasselkovich in Grödöllö was de moeite waard om te bezoeken, jammer dat daar nu net geen gids bij was. Die was er wel op de eerste dag bij de stadsrondrit. Ook Tihany was apart, een dorp dat geheel in het teken van de kweek van lavendel staat en van de producten, die men van lavendel maakt. De basiliek van Esztergom vond ik heel fraai, het is de grootste van Hongarije. Ik heb daar even plaatsgenomen op de orgelbank, hoewel ik echt geen muzieknoten lezen kan. Het weer was de hele week erg goed, wel daalde de temperatuur van dag tot dag naar normale waarden. Onderweg heb ik wat ( roof-) vogels gezien, bij het Balatonmeer genoot ik van karekietenzang; ik kwam dus wel aan mijn trekken. Achteraf vraag ik me af of ik verwachtingen over een mogelijke nieuwe vriendschap wel had mogen koesteren. Zo kom ik weer terug bij de titel van deze blog..
Over mannen enzo
Een droom: Hij en ik zijn na lange tijd weer samen. We zitten op een muurtje, en we worden uitgenodigd om mee te eten met een gezelschap. Grote ronde tafel op een zonovergoten pleintje, aardige mensen; mensen met wie ik een gemeenschappelijk verleden blijk te hebben.
Hij en ik willen weg, samen zijn maar dan ook echt helemaal samen. Eerst in een bootje, dan lopend met het luchtbed op een platte bolderkar. Hij kent het adres en koestert zijn erectie, ik trek de bolderkar over een half opengebroken klinkerweg. Het oude gebouw dat boven de stadsmuur uit torent, daar moeten we zijn. Het personeel is kerstversiering aan het ophangen en wijst ons de kamer: wit betegeld, TL-verlichting, groot bad, een half muurtje tussen de kamer ernaast. Ik zie een blonde vrouw zachtjes op en neer bewegen. Ze knikt me vriendelijk toe. De ruimte hangt vol wasgoed, ook het bad is bedekt met natte kleren.
Hij blijft met zijn rug naar mij toe staan. Ik kijk naar hem. Die rug is niet van de man met wie ik hier zou willen zijn; deze man zal mij zijn eigen keuze voor deze kamer verwijten. Ik stel voor om eerst wat te gaan eten.
‘Helpt je partner je dan niet?’, vroeg de fysiotherapeut bezorgd. Hij was een andere, een invaller. Mijn eigen fysiotherapeut is twee keer bij mij thuis geweest, en heeft beide keren een dochter aangetroffen - met wie hij ogenblikkelijk in gesprek raakte over hun sport. Geen man over de vloer. Hij wist trouwens ook dat ik blogs schrijf op een datingsite - wat hij min of meer hilarisch vond. Ondenkbaar dus dat hij zo’n vraag zou stellen! Een vraag te ver, noem ik dat, een vraag met een aanname. ‘Heeft u een partner die u zou kunnen helpen?’, met die vraag weet ik wel raad. ‘Helpt je partner je dan niet?’ komt veel te dichtbij. Nou ja, hij vroeg ook of ik iets leuks ging doen, komend weekend. Gelukkig kwam er vanochtend een wandelvriend koffie drinken. Hij nam een doosje bevroren blauwe bessen voor me mee, en hij bood spontaan aan om die laatste twee takken van mijn mahonia's af te knippen. Want dat was het probleem: Ik had op een onzalige dag besloten dat ik die haag best zelf kon snoeien. Mahonia’s zijn onnutte planten. Geen vogeltje bouwt er zijn nest, geen bij bezoekt de bloemen, geen rupsje eet van de blaadjes. Ze voorkomen dat mensen op mijn tuinmuurtje gaan zitten, daarom mogen ze blijven. Maar ze hingen te ver over de stoep, veel te ver. Het snoeiwerk heeft mij minstens een week achteruit gezet in het genezingsproces van mijn heup.
Een droom: Ik zit op een klapstoeltje op het zandstrand van een ver meer. Naast me, ook op een klapstoeltje, zit een vriendelijke man, een man met een diepe stem. Het is lekker warm, ik voel me tevreden. Het zand blijkt geen zand te zijn maar asfalt, een bolle asfalt vlakte tot aan een waterplas vol algen. De vriendelijke man vertrekt, met zijn stoeltje. Ik word aangesproken door twee mannen in een lange overjas. Ze willen me waarschuwen: Ik heb mij zojuist verbonden aan een onbetrouwbare mobiele provider, een provider die naar privégegevens vist en die gegevens openbaar maakt in de roddelbladen. Ik realiseer me dat ik al eerder ben gewaarschuwd, en bedank hen vriendelijk. De vraag is wel wie ik nu moet wantrouwen, de provider of deze mannen.
Mooie woorden zijn lang niet altijd daden
Mooi gezegd dat een grote woonafstand van elkaar geen bezwaar hoeft te zijn om je partner beter te leren kennen. Zelfs als dat inhoudt dat je de ander dan maar sporadisch kunt bezoeken omdat hij/zij meer dan 1000 km van jou verwijderd woont. Een gastvrij onderkomen in het buitenland kan bovendien een heerlijk vakantieadres zijn, zeker als het een Hollandse man of vrouw is, die de plaatselijke taal goed kent. De wederdienst is dan jouw gastvrije huis als hij of zij naar Nederland komt. In beide gevallen heb je geen hotel nodig.
In het buitenland kan degene die daar al lang woont, je tevens alle mooie plekjes in de omgeving laten zien, zonder dat je daarvoor met een hele groep toeristen op pad hoeft te gaan. Omgekeerd kan de ander bij jou in Nederland, rustig zijn & haar familie bezoeken vanuit jouw huis, of bij jou thuis ontvangen. Na een periode bij elkaar geweest te zijn, kan je daarna beeldbellen met elkaar om de relatie samen verder uit te diepen. Dagelijkse beslommeringen val je de ander dan maar liever niet teveel mee lastig, die los je gewoon zelf op.
Maar wat gebeurt er als je iemand ECHT nodig hebt in de tussenliggende periode dat je niet bij elkaar bent? Tot wie wend je je dan? Tien tegen een dat het een familielid is, je kind(eren), die goede buren of je hartsvriend(in) die alle ins en outs van je kent. Je kan immers niet verwachten dat je partner even overkomt omdat je opeens voor een kortstondige opname naar het ziekenhuis moet, je huisdier(en) te verzorgen in de periode dat je dat zelf niet kan, je post dagelijks uit het zicht te leggen om inbraak te voorkomen, etc.
Nou weet ik wel dat ik niet bij voorbaat al overal beren op de weg moet zien, als er nog niks aan de hand is, anders kan ik straks "bijna" alleen nog maar achter die spreekwoordelijke geraniums zitten. Het is bij mij wel zo dat grote avonturen aangaan een stuk minder is geworden, zeker nadat ik met pensioen ben gegaan. Over al die praktische dingen dacht ik 10 tot 15 jaar geleden nog niet zo na. Misschien scheelt het als je zelf ooit hebt meegemaakt dat er iets ernstig mis ging, of bij een dierbaar persoon waar je een hele sterke band mee hebt.
Ik heb ook ondervonden dat iemand die aan het andere eind van ons land woont ook niet zomaar even naar je toe komt, maar dat het vaak allemaal om vaste afspraken draait. Bij ie man of vrouw die veel minder ver weg woont, gaat dat toch allemaal een stuk makkelijker...