Hoe gek ben je?
dinsdag 13 september 2016
Sinds m’n dochters mij met een list tot het internet hebben bekeerd, is er nogal wat veranderd in mijn leven. Zo winkel ik nauwelijks meer, voer ik nog zelden een telefoongesprek, heb ik via Facebook de hartsvriendin uit mijn kindertijd teruggevonden en laat ik de ontmoeting met mijn toekomstige levensgezel niet meer aan de schikgodinnen over maar zoek ik hem zelf, in deze digitale kaartenbak. Arbeidsintensief, dat wel, maar ook overzichtelijk en prettig afstandelijk - totdat ik Zijn kaart open en ik op basis van woorden en foto’s een beslissing moet nemen. Zelf contact opnemen? Hem laten jagen? Wie is deze man? Ik wil met mijn vingertoppen zijn kaaklijn volgen, vanaf het plekje voor zijn oorlel tot het midden van zijn kin en weer terug. En ik weet dat ik verloren ben. Hij is veel te aantrekkelijk.
Mijn eerste date ooit was een man uit de krant. We zaten aan een tafeltje met een tafelkleedje in een verder leeg café-restaurant en hij wilde samen met mij naar Engeland zeilen om mijn geschiktheid als levensgezel te testen. Dat wilde hij met alle vrouwen wier brieven hij had uitgekozen. Een slaapplek voor in het schip en en een slaapplek achterin, dus discretie gegarandeerd. Nou had ik wel eerder op een schip gebivakkeerd. En dat is alleen leuk als hij en ik het langs elkaar heen wurmen in de krappe ruimte aangrijpen voor naakt plezier, in de punt. Nee, een Engelandvaarder ben ik niet geworden.
Het eerste veelbelovende contact via een datingsite verprutste ik op een manier die ik nu, jaren later, bijna begrijp. Hij beschreef in gloedvolle taal mijn wezen als godin van de liefde, als koningin van het licht. Ik wilde hem een teleurstelling besparen en schreef terug over mijn duistere kant en over de vaat op het aanrecht. Einde contact.
Toch stapte ik op een zonnige dag op de bus naar mijn eerste internet-date. We hadden elkaar over de schoonheid van de taal geschreven, over muziek - en het was aangenaam en wederkerig. We liepen langs de zee en we zouden gaan zwemmen, want het was warm. Nou had ik wel eerder met iemand in zee gezwommen. En dat is alleen leuk als hij en ik elkaar een beetje verzuipen in de golven - om elkaar in een warme duinpan met mond op mond beademing weer tot leven te wekken. Nee, ik ben niet gaan zwemmen. Wij waren een 100% match!
Het was op een andere zonnige dag dat mijn date en ik elkaar begroetten als een verloren gewaande geliefde. Verbaasd. Ontroerd. Het wad zinderde om ons heen en ieder oogcontact zou het begin van een zoen kunnen zijn - maar die zoen kwam pas veel later, nadat we waren verdwaald op weg naar een restaurant, nadat we samen hadden gegeten en hij mij naar huis had gebracht. Ons matchpercentage was een beetje meer dan 70. Het mysterie van de aantrekkingskracht…
Laatst las ik een intrigerende Facebook-post van de School of Life, het instituut van de prettig twijfelende filosoof Alain de Botton: ‘Datingsites beloven ons levenslang geluk als je maar zoekt naar mensen met gemeenschappelijke interesses. Dacht je echt dat je zo de meeste kans maakt op het vinden van de ware? Misschien start een duurzame relatie juist met het besef dat je beide behoorlijk gek bent en jezelf niet kent.’ Volgens Alain is de meest zinvolle vraag die je de ander kunt stellen: ‘Hoe gek ben je?’ Het lijkt mij een boeiend experiment: de vraag ‘Wat verwacht je van een relatie?’ vervangen door: ‘Hoe gek ben je?’ Invullen verplicht.
Ja, ik hoop dat je een beetje gek bent, op een natuurlijke manier. Je lacht als ik na een strandwandeling het weinige zand uit mijn schoenen schud en constateer dat ik last moet hebben gehad van psychosomatisch zand. Niet uitleggen, niet doen, ik weet wat ik zeg en dat het eigenlijk niet goed is zo. Maar eerst lees ik steeds weer je profieltekst, kijk ik naar je foto’s en volg ik in gedachten met mijn vingers je kaaklijn.
geplaatst door RodeJas - 12745 keer gelezen
Vorige berichten
Oude liefde roest niet
Soms hoor ik dat mensen die gescheiden zijn of waar de partner van is overleden, na hun verwerkingsperiode op zoek gaan hun vriend(in) uit hun jeugd. Die vinden ze dan terug via hun oude middelbare school maar ook facebook is een goede optie. Zo hoorde ik deze week dit verhaal van een gezellige, rasechte Amsterdamse taxichauffeur.
We reden weg van het AMC-ziekenhuis in Amsterdam terug naar huis en kwamen vrijwel meteen langs een plein waar 3 bekende fastfoodrestaurants vlak naast elkaar gebouwd zijn. Weet je hoe Amsterdammers dit plein noemen, vroeg hij mij? Ik zou het niet weten, antwoordde ik. Het "Obesitasplein" lachte hij en wreef over zijn buik, ik kom er ook regelmatig. Ik schoot ook in de lach en zei vrolijk : Dat is een goeie , die zal ik onthouden.
Toen we op de snelweg reden zag ik opeens een whatsapp bericht bovenin zijn navigatie verschijnen met een foto erbij van een knappe, donkerharige vrouw. Huh, hoe kan dit nou op je navigatiescherm verschijnen? zei ik verbaasd. Simpel, mijn navigatie is verbonden met mijn telefoon, antwoordde hij. Leuke vrouw heb je, zei ik waarderend. Jazeker, ik heb het enorm getroffen met haar, zei hij zacht.
Hij vervolgde, ik ben 7 jaar geleden gescheiden en een half jaar later ben ik mijn oude schoolvriendin weer gaan zoeken, waar ik stapelverliefd op was toen ik 14 jaar oud was. Ik vond haar op facebook. Zij was al enige tijd weduwe stond daar vermeld, dus heb ik de moed bij elkaar geraapt en contact met haar gezocht. We zijn nu alweer ruim 6 jaar een setje en hebben het bijzonder fijn met elkaar. Dan heb je echt geluk gehad, antwoordde ik hem.
Nou, niet helemaal hoor, zei hij serieus. Ik heb wel ZELF de actie ondernomen om haar weer te vinden. Als ik thuis had blijven zitten kniezen was ik waarschijnlijk nu nog alleen geweest. Met mijn drukke baan en wisseldiensten had ik weinig tijd om uitgebreid met allerlei vrouwen te gaan daten. Bovendien had ik het altijd jammer gevonden dat wij elkaar uit het oog waren verloren. Misschien was ik anders lang geleden al met haar getrouwd. Joost mag het weten...
De grote schoonmaak en opruiming in drievoud
Bij de term grote schoonmaak krijg ik een beeld voor ogen, dat in mijn jeugd en wellicht in de jonge jaren van velen op ons netvlies genesteld is: Maart, een moeder met haar schort, emmer, bezem en bleekwater, en het hele huis ging op zijn kop.
Er werd heel wat gesopt in het voorjaar in de naoorlogse jaren. Nu is het schoonmaken niet meer zo tijdgebonden. Bij schoonmaken hoort ook een ander, eveneens niet favoriet werkje: Opruimen.
Bij opruimen komen een paar basale karaktereigenschappen kijken. Een wil, inzicht, doorzettingsvermogen, netheid, maar ook gevoelens. Het is vaak razend lastig afscheid te nemen van spullen, die je ooit gekocht hebt of die je cadeau hebt gekregen. Ik las de volgende vuistregel om in vier stappen op te ruimen:
Alles uit de kast(-en) halen. Je krijgt wel een hoop rommel maar je zult er van versteld staan wat je in de loop van de jaren bewaard hebt. En het kan zelfs nog leuk worden!
Keuzes maken. Maak drie stapels: Wat je wel wilt bewaren, wat je sowieso weggooit en wat je misschien bewaart.
Afscheid nemen en bedanken. Dan bedank je de spullen die je niet meer wilt hebben en bedenkt wat er mee gaat gebeuren: Wegooien, weggeven of verkopen.
Opbergen. Wat je echt wil bewaren geef je nu weer een plekje.
Er is ook zoiets als digitale opruiming. Velen bewaren een ontstellende hoeveelheid digitaal materiaal op de harddisk van hun laptop, pc, op een stickie of op hun smartphone. Ik was in mijn werkzame leven lid van een commissie die zich druk maakte over de bewaartijd van papieren documenten, en in een later stadium ook over het bewaren van digitale bestanden. Daarmee ging ook een opruimactie gepaard; wat moet je doen om te voorkomen dat je computer dichtslibt? Als spook dreigt ook nog eens de duurzaamheid van de opslagmedia. Veel digitaal materiaal van de eerste generatie is nu niet meer te raadplegen… Er is ook van overheidswege het een en ander hierover geregeld. Je kunt niet zomaar een oud archief – wie zou daar nog in geïnteresseerd zijn? – in de kliko voor oud papier doen.
Als derde aspect van opruimen durf ik intermenselijke contacten aan te stippen. Vrijwel iedereen heeft een adreslijst van naaste verwanten, vrienden en kennissen, met telefoonnummers en tegenwoordig ook emailadressen en zelfs Skype Nicknames.
Zo’n lijst van mensen uit je leven hoort dynamisch te zijn. Mensen verhuizen, krijgen een ander telefoonnummer, overlijden, krijgen een relatie of verdwijnen uit je gezichtsveld door een conflict. Een adreslijst is er in wezen ook in je hoofd, in je hart!
Misschien is het opschonen, het aanpassen en aanvullen gevoelsmatig van de laatste “lijst” nog lastiger dan de acties bij het opruimen in huis en het opschonen van digitale bestanden. Dat kun je maar deels op grond van praktische overwegingen doen. Ik merk dat jaarlijks als ik de adreslijst voor het verzenden van nieuwjaarsgroeten ga doorlopen. Het beste is dan dezelfde driedeling als bij het opruimen van spullen te hanteren: Die mensen zal ik altijd op mijn lijst laten staan, die mensen gaan van de lijst af en over een andere groep moet ik nog even nadenken.
Zowel bij het opruimen van spullen, bij digitale opruimingen als bij het zich bezinnen over menselijke contacten moet ik toch afgaan op mijn gevoel. Ik vind dat knap lastig…
Spiegel
De eu van neuken in de keuken bezorgde mijn cursist nog slapeloze nachten, toen de volgende tongbreker zich alweer aandiende.
Mijn docent, begon hij, dat vind ik altijd iets ontroerends hebben, dat bezittelijk voornaamwoord, mijn housbaasmevrouw is boos op mij. Ik dacht direct, de ui en de ou/au zijn van later zorg, eerst maar even dit blog. Vertel maar, zei ik.
Ik zei, zei mijn cursist, ik betaal morgen die hoer.
Nee, zei mijn housbaasmevrouw, volgens zijn zeggen, je moet eerst de huur aan mij betalen.
Waarop mijn cursist zei, volgens zijn zeggen dan, dat zeg ik, ik betaal morgen die hoer.
Waarop zijn huisbazin, volgens zijn zeggen dan, zei, nee, eerst mij betalen, want morgen is het de eerste van de maand.
Dat zeg ik toch, zei mijn cursist, volgens zijn zeggen, ik betaal jou morgen mijn hoer.
Uit de rest van zijn verhaal begreep ik dat de huur inmiddels betaald is, maar dat de relatie ernstig verstoord is. Werk aan de winkel.
Kijk, bij de oe is je mond klein en rond en zijn je lippen strak getuit, zei ik, en bij de uu zijn je lippen meer gespreid en ligt je tong verder naar voren. Het is een kwestie van veel oefenen.
Met de huisbaasmevrouw, vroeg hij.
Nee, zei ik, alleen voor de spiegel.