Een week in woorden
maandag 19 december 2016
Maandag: Het regent niet, het hagelt niet, het stormt niet, het is alleen maar akelig grijs. Ga naar buiten! Ik loop een heel half uur naar de koorrepetitie en direct daarna naar de infomarkt over de renovatie van mijn huis. De woningbouwvereniging wil zonnepanelen plaatsen, maar mijn verbruik is te laag om ze rendabel te maken. De man van de wbv raadt mij aan om een hennepplantage te beginnen. Ik grijns en hij krijgt een kleur. Snel doet hij een passender voorstel.
Dinsdag: Weer die grauwte buiten. Melancholie ligt op de loer. Op de bank liggen lezen in ‘De mooiste verhalen’ van Herman Hesse? Nee, ik schop mijzelf naar buiten. Ga een kerstboom kopen bij het sympathieke tuincentrum een kwartiertje lopen van mijn huis. En kom helemaal tevreden terug met een vijfpoot van wilgentakken, kunstig in elkaar gedraaid door mensen met een verstandelijke beperking. Nu op zoek naar de juiste versiersels om een kerstboom van hem te maken. Op nieuwjaarsdag mag hij de tuin in, volgehangen met vogelvoer.
Woensdag: Slaapkamer veranderd! Ik ging naar boven om een trui te halen die ook in de was mocht - en plotseling zag ik het. Mijn bed. Van altaar onder het dakraam naar uitnodigend gebaar, met het hoofdeinde tegen de buitenmuur. Nu heeft de muur tegenover het bed een warme kleur nodig... ‘s Avonds kerstliedjes geoefend met het wijkkoor. Met deze club wordt het zingen nooit wat en toch is het leuk.
Donderdag: Wandeltraining, dus de wekker loopt af als het nog nacht lijkt. We doen een stevige stoelendans met pylonen. Lang, lang geleden was mijn moeder boos op me omdat ik op mijn eigen verjaardagsfeestje de stoelendans won. Ze wees de verliezer als winnaar aan. De trainer, onkundig van dit jeugdtrauma, omarmt me bij de derde ronde en houdt me stevig vast totdat alle pylonen bezet zijn. Ik laat het lachend toe.
Vrijdag: Intensief appcontact met J. Waarom maken hij en ik geen toekomstplannen na al die jaren? Vriendschap plus is blijkbaar onze max... Kerstmarktoptreden met het wijkkoor, dresscode ‘kerstglitter.’ Ik ben de enige die dit letterlijk heeft genomen en sta te glanzen tussen het zwart. Buiten, bij het vuur en de sfeervol verlichte kraampjes, horen we de accordeoniste niet. Daardoor is onze soliste de enige die het einde van ‘So this is christmas’ haalt in de oorspronkelijke toonsoort.
Zaterdag: De bus is gratis, vandaag. Weg dufheid, ik print mijn ticket en ga. Groningen is niet gratis, dus kies ik voor Leeuwarden. De stad ligt er grijs bij vanuit de bus. De de skyline maakt me triest. Meneer Bonnema, waarom moest uw zerk zo hoog worden? Een geliefde kocht hier een huis, ooit. Voor ons samen. Een huis waarin ik niet wilde wonen, in deze stad waarin ik niet wil wonen. Weg was ons ‘samen.’ Met een plaspauze en een kunstzinnige kaart voor mijn kleindochter in gedachten loop ik het Fries Museum binnen - en loop er ruim twee uur later pas weer uit: Ik kon zomaar zonder wachtrij naar de wondermooie schilderijen van Alma-Tadema gaan kijken! Mijn favoriet: De vrouw met wie het goed kersen eten is. Of de drie vrouwen die uitkijken over de zee? Of de dodelijke rozenblaadjes?
Zondag: Het is zowaar licht buiten! Ik loop een energiek ommetje en schrijf mijn blog voor match4me af. Lang telefoongesprek met mijn favoriete ex. Hij refereerde aan de houding waarmee ik tijdens de laatste voorstelling van het theaterkoor voor de dirigent ging staan: alsof ik Alles voor hem zou doen. Dat stak hem. En ik ging het nog uitleggen ook.
Maandag: Gelezen bij het ontbijt: “Waarom online daten niet zo goed werkt als je denkt. Het grootste probleem: hoe meer keuze er is, hoe minder blij mensen zijn met wat ze uiteindelijk kiezen.” Zou het? Ik ben geneigd niks te kiezen als de keus te groot is. Niemand. En dat is natuurlijk niet de bedoeling.
geplaatst door RodeJas - 7580 keer gelezen
Vorige berichten
Terug naar normaal. Einde van de feestjes, hoewel?
December zou traditioneel de feestmaand zijn, begin januari heeft december dan nog wel een staartje door de nieuwjaarsrecepties die overal plaatsvinden. Recepties van bedrijfswege, van de plaatselijke overheid, van het verenigingsleven. Overal doet men de moeite mensen in beweging te brengen naar hun locatie, waar een drankje en een hapje gereed staan; er wordt verwacht dat je iedereen die er is minimaal “De beste wensen” toezwaait.
Als er onder de aanwezigen mensen zijn, die je wat beter kent behoort een knuffel, een zoen ook tot de mogelijkheden. Ik word voor een paar van die bijeenkomsten uitgenodigd, afhankelijk van het tijdstip en de weersomstandigheden sla ik die invitaties niet over. Ik ken iemand, die er prat op gaat zo veel mogelijk nieuwjaarsbijeenkomsten van bestuurlijke organisaties bij te wonen, dat gaat mij te ver. Het is niettemin heel goed om bij te praten en het is zeker goed voor het privé-netwerk. Daarbij zal ik eerlijk zijn, de spiritualiën en de snacks worden in dank aanvaard.
Wie op een nieuwjaarsreceptie belandt van een organisatie, op grond van een algemene kennisgeving in een plaatselijke krant moet er niet raar van opkijken, als er geen echte bekenden zijn. Ik zag in de jaren, dat ik op de bijeenkomst van mijn gemeente kwam vaak een aantal mensen op een bank aan de zijkant zitten zonder dat ze echt contact maakten. Hoe is het mogelijk, geen aansluiting op een bijeenkomst, die juist bedoeld is voor een stukje verbinding? In de loop der jaren begon ik steeds meer koppies te herkennen.
Er zijn bezoekers, die getweeën acte de présence geven, ze hebben in elk geval elkaar om te praten. Vaak gaan deze stellen na een tijdje uiteen, wanneer het man en vrouw betreft zoeken ze vaak hun seksegenoten op. Voor de nieuwjaarsrecepties geldt bijna altijd een strak tijdsregime. Kort voor de opening staat al een groep te wachten. Het eerste uur / half uur besteden zij aan consumeren en contacteren, daarna volgt een toespraak van de hotemetoot van de organisatie, bij een gemeente natuurlijk de burgemeester. Slimme bezoekers hebben hem of haar dan al de hand geschud, en hebben er voor gezorgd, dat ze op het moment suprême (aan het eind van de redevoering) een goed gevuld glas in de hand hebben om te toosten, want zo hoort het wel.
Het “feestje” van mijn eigen gemeente sla ik in principe de laatste jaren niet over, ook omdat ik in een notendop dan weer hoor hoe de burgervader terugblikt en welke plannen het stadsbestuur voor het nieuwe jaar heeft. Dat kan ik dan weer naderhand in mijn krant enigszins gekleurd teruglezen. Het viel mij dit jaar op, dat in de terugblik nu geen specifieke zaken benoemd werden, en in de vooruitblik onze burgemeester op het saamhorigheidsgevoel hamerde, de bekende zorgzame samenleving. Ik was met andere woorden geen cent wijzer geworden. Maar wie weet heeft de journalist van mijn dagblad dat anders geïnterpreteerd.
Er werden weer heel wat handen geschud en ik zag hoe ook knuffels uitgewisseld zijn. Ik ervaar deze recepties anders dan voorheen steeds minder als iets feestelijks. Daarom was ik ook in mijn dagelijkse kloffie verschenen.
Hoe gaan jullie om met deze periodieke bijeenkomsten? Beschouw je het als een verplicht nummertje, een mogelijkheid om oude bekenden te ontmoeten, probeer je er als het even kan onderuit te komen of vereer je de nieuwjaarsrecepties in jouw omgeving wel met jouw aanwezigheid?
Sneeuwwitje en de zeven vrijers, een wintersprookje.
Het gebeurde eens dat een koning een dochter had, ze werd sneeuwwitje genoemd, omdat haar huid zo wit was als sneeuw. Toen ze ouder werd en haar schoonheid onmiskenbaar was, liet de Koninklijke Jager een oogje op haar vallen. Sneeuwwitje zag hem wel zitten en de twee besloten om samen ervandoor te gaan. Want ze kon het toch al niet zo goed vinden met haar stiefmoeder, de Boze Koningin, die nogal jaloers was aangelegd.
De jager bleek echter een gemene snoodaard te zijn die haar wilde vermoorden en daKt soort narigheid, want hij had het op een akkoordje gegooidmet de koningin. Sneeuwwitje gaf hem een rake klap in zijn gevoelige delen en wist zo te ontsnappen naar het Grote Bos. Daar zwierf ze een tijdje helemaal alleen rond… tot ze het appartementencomplex van de Zeven Vrijers zag. Moe en hongerig besloot Sneeuwwitje om daar aan te kloppen.
Een vriendelijke vrijer deed open, hij was onmiddellijk getroffen door haar schoonheid en bood haar onderdak aan in zijn apartement in ruil voor enige huishoudelijke diensten. Kom maar op mijn stoeltje zitten, zei hij, maar dat ging Sneeuwwitje allemaal wat te snel, ze bedankte vriendelijk en klopte aan bij de volgende deur.
Ook deze vrijer bleek thuis te zijn en haar charme ontging hem niet. Kom maar van mijn bordje eten zei hij. Dat leek haar toch niet zo’n goed plan want de aantrekkelijkheid was helaas niet wederzijds. Dus verzon ze een smoes en ging gauw naar de volgende deur.
Warempel, ook de derde vrijer was aanwezig en natuurlijk was ook deze getroffen door haar ravissante verschijning! Kom eten van mijn broodje stamelde hij. En dat liet ze zich geen twee keer zeggen. De conversatie tijdens de maaltijd liet wel wat te wensen over en ze besloot om het daar maar bij te laten. Na de nodige plichtplegingen keerde zij ook hem dus de rug toe en belde aan bij vrijer Vier.
Die stond al in de startblokken, want haar aanwezigheid was niet onopgemerkt gebleven. Hij nodigde haar uit om zijn lekkere groenten te komen proeven. Sneeuwwitje had net gegeten, dus ze sloeg het aanbod af. De man zag er bovendien niet al te fris uit vond ze, dus de volle maag was een welkom excuus om hem af te poeieren. Op naar de volgende.
Toen vervolgens nummer Vijf haar óók uitnodigde om een vorkje met hem te komen prikken, in ruil voor een paar kleine hand-en-spandiensen begon het wel een beetje vervelend te worden, want Sneeuwwitje wilde toch enkel een gastvrij onderdak en geen verdere verplichtingen. Dat liet ze hem weten. De goede man was er beduusd van en verzekerde haar omstandig van zijn nobele intenties. Maar Sneeuwwitje stond alweer bij de volgende deur.
Kom je met mijn mesje snijden? vroeg vrijer Zes. Een vreemde man met een mes, dat leek Sneeuwwitje ook niet zo’n geweldig idee. Geschrokken deinsde ze terug en liep gauw verder. En zo was ze bij de laatste deur in het complex aangeland. Buiten was het inmiddels donker geworden, dus deze moest het dan maar worden, dacht ze.
Maar vrijer Zeven bleek nou net niet thuis te zijn, ook al stond de deur wel open, voorzien van een ‘Welkom!’ bordje in Hindelooper schildertrant. Sneeuwwitje keek rond in het appartement en zag er een netjes opgemaakt bed; vermoeid als ze was vleide ze zich erop neer en sliep onmiddellijk in. Toen de rechtmatige bewoner uit zijn nachtdienst thuiskwam was ze alweer vertrokken, op de keukentafel legde ze een briefje neer om de vrijers vriendelijk te bedanken voor de genoten gastvrijheid. Want in het Grote Bos stonden haar nog vele avonturen te wachten, voordat ze weer naar het paleis kon gaan om haar jaloerse stiefmoeder van de troon te stoten. :-P [ vrij naar een sprookje van de gebr. Grimm]
Het komt goed
The Roses! Een hilarisch grappige film over hoe het gigantisch fout kan gaan en weer goed kan komen (heel even maar) tussen twee geliefden die behoorlijk aan elkaar gewaagd zijn. Mijn Leidse dochter en ik gingen kijken, en we hebben gesmuld. Maar twee therapeuten gingen ook naar die film, en zij schreven er samen een artikel over in de krant (NRC). Het echtpaar Rose had fout op fout gestapeld, schreven ze, dit was toch allemaal niet nodig geweest als ze beter naar elkaar hadden geluisterd. Ze hadden hun kennismaking ook nog eens onmiddellijk gevierd met seks, daar kan toch niks goeds van komen? En die relatietherapeut had ook een fout gemaakt: zij had een oordeel toegevoegd aan hun beider, in haar opdracht geschreven, positieve lijstjes. En dan de echtscheidingsadvocaten, die hadden alles kunnen oplossen door een beter voorstel te doen! Ik heb het artikel met verbazing gelezen. Deze twee therapeuten hebben zich geen tranen gelachen terwijl ze naar The Roses keken. Ze hebben de Britse humor niet herkend, zich niet vermaakt met al die opmerkingen vol dubbele bodems en liefdevol verpakte steken onder water. Nee, ze zagen fouten. En dat gaan ze dan uitleggen! Of zou dit artikel ook satire zijn?
Het is vast anders, natuurlijk is het anders: Ik heb gewoon een hekel aan dat eeuwige uitleggen. Ik was zo’n kind dat dacht: ik begrijp niet waarom het wordt uitgelegd - maar het wordt uitgelegd, dus ik begrijp zeker niet hoe moeilijk het is. Mannen zijn onverbeterlijke uitleggers - wat in hun genen moet zitten. En ik ben dan wel een vrouw, maar ik geloof niet dat de man van oorsprong een zwijgende holbewoner is geweest. Integendeel, de mannen moesten elkaar - en hun stamgenoten - immers vertellen in welke grot de beren sliepen, en in welk water de zalmen zwommen. Al dat uitleggen was nodig om te overleven. Maar nu, in deze tijd? De dominee die uitlegt dat we zondig zijn; een gave appel waarin toch een worm blijkt te zitten - en die een rood hoofd krijgt als ik mij hardop afvraag hoe die worm dan in die appel komt? De wandelgenoot die me precies wist te vertellen hoeveel sporen station Leiden Lammenschans heeft en welke treinen er wel of niet stoppen? De orthopeed die me uitlegt dat oudere mensen nu eenmaal kwaaltjes hebben waarvoor ze paracetamol moeten slikken? Geen enkel evolutionair voordeel, lijkt mij. En die orthopeed heeft mazzel dat het een telefoongesprek was.
De twee therapeuten die gingen uitleggen wat er beter had gekund in ‘The Roses’, waren overigens vrouwen. Ook een kwestie van genen: Vrouwen móésten wel betweterige heksen zijn, anders hadden ze onder barre omstandigheden nooit kinderen kunnen grootbrengen.
We passen ín elkaar, waarom zouden we dan niet bíj elkaar kunnen passen? Die ene bijzondere man en die ene, even bijzondere vrouw?
Het komt vast wel goed.