Maar ondertussen
maandag 7 augustus 2017
Ik kan nou wel denken dat ik het liefst verkering zou hebben met de buurman (het huis naast mij staat leeg, dus wie weet), maar ondertussen voel ik mij ongemakkelijk als ik op deze site een plaatsgenoot tegenkom. En ik kan nou wel denken dat ik niet aan spullen gehecht ben, maar ondertussen staat er een stapel cd’s op de bank die uit praktisch oogpunt weg mag maar die uit emotioneel oogpunt blijft staan tot ik het zeker weet. De stapel cd’s bedoel ik, niet de bank: Ik heb mij er inmiddels bij neergelegd dat de bank, in al zijn onverwoestbare, oncomfortabele eenvoud, niet bij de spullen hoort maar bij de te koesteren herinneringen.
Ik kan nou wel willen schrijven over die ene sympathieke plaatsgenoot die een date in zijn nieuw verbouwde huis voorstelde, zodat ik op een zonnige dag gewoon naar hem toe fietste en hij en ik na de koffie met koek aan het wieden sloegen in zijn nieuw aangelegde groentetuin; over de twee mannen met wie ik even had gemaild en die ik onbedoeld toch heb ontmoet: de één stapte met zijn dochtertje in dezelfde trein als ik, en de ander hield, met zijn zonnebril op, fietspauze in de kantine waar ik met een vriendin wachtte op de start van een wandeltocht; over het ongemakkelijke moment waarop een wandelmaat uit mijn dagelijkse leven, actief op dezelfde datingsite als ik, mij een compliment maakte over mijn profiel en ik hem helemaal niet opgemerkt bleek te hebben.
Ik kan nou wel willen schrijven over de verhalen achter de cd’s die de stapel op de bank vormen, over de geruststellende gedachte dat de gemeentelijke gleuf voor overbodige cd’s zo smal is dat er maar één cd tegelijk in kan en ik dus tijdens het invoeren alsnog kan beslissen om de cd weer mee naar huis te nemen; dus eigenlijk over de vraag wat te doen met de hoopvol zelf samengestelde of in zijn geheel gekopieerde cd’s die ik ooit van aardige dates heb gekregen, of van geliefden die slechts drie weekenden bleven; cd’s met muziek die geen gezamenlijke muziek werd en zal worden. Weg, weg met die stapel op de bank. Maar ondertussen mag er best een nieuwe verkering langskomen die me nieuwe muziek geeft, muziek waar ik van hou - of hij nu mijn buurman is of niet.
Ja, ik kan nou wel willen schrijven over de liefde gevat in een schijfje met muziek, althans over de hoop op liefde, het verlangen naar liefde, de verwachting van liefde - maar ondertussen schijnt de zon onweerstaanbaar en ging ik eerst de peterselie op de picknicktafel water geven, en de lavendel in de potten op het stapelmuurtje. Toen de gieter leeg was, kriebelde er iets in mijn haar. Ik dacht: zeker zo’n leuk, knalgroen wantsje - en ik veegde het beestje voorzichtig weg met m’n hand. Maar het was geen wants; het was een wesp. Dus: ik kan nu wel dit blog zitten te schrijven, maar ondertussen hoop ik dat m’n linker middelvinger niet nog dikker wordt dan hij nu al is.
geplaatst door RodeJas - 8266 keer gelezen
Vorige berichten
Zoen in mijn nek
Dit is een datingsite. Een soort club van mensen die elkaar niet kennen en die de club verlaten zodra ze wel iemand hebben leren kennen. Zo simpel
De wereld van de reclame
Overal is reclame, op radio, op tv, internet, in folders en op grote reclameborden langs de snelweg. Je kan er bijna niet omheen. Ik weer daarom he
Vrije tijd
Vrije tijd
Geniet van je pensioen! Dat waren de afsluitende woorden tijdens een telefoongesprek met mijn oudste zoon afgelopen zondag. Hij, nog