Verloren tijd
vrijdag 9 maart 2018
De trein kwam aan om vijf over negen. Om twintig voor tien vertrekt de bus. Ik moet dus wachten, wachten op de bus. Het is donker hier, een diepblauw soort donker. De stationsrestauratie is dicht, al jaren. De AHtoGo is dicht, al uren. De tijd doet er eigenlijk niet toe; dicht is dicht. ‘Open’ doet er evenmin toe; open is de afhaalpizzeria maar daar wacht men niet op de bus. Een lift versieren? Welnee, het is hier wel eens akeliger geweest: Natte voeten en de diepe kou in m’n botten van een tevergeefse date aan zee bij opkomend tij. M’n laatste date was gewoon aan een tafeltje in een naburig café en ik zag zijn ogen oplichten toen ik binnenkwam. Don Juan in topvorm. Ik voelde me gevaarlijk veilig bij hem.
Wachten kan de moeite waard zijn, als ik maar weet waarop of op wie, en vooral hoe lang. Godot hoeft dus niet op mij te rekenen. Hier wachten is verloren tijd, maar ik wil nu eenmaal naar huis. Koud houten bankje, matje uit de wandel-rugtas onder m´n billen, ik zit. De beige mevrouw verderop op het bankje wil ook wel zo’n matje: “Ik moet altijd een uur op de bus wachten als ik uit Rotterdam kom.” Een gesprek is een goede remedie tegen verloren tijd, vooral een quasi-filosofisch gesprek met een wildvreemde. Ik haak af bij haar argument voor dat uur wachten: “...want mijn man is buschauffeur.” Zal ik haar mijn matje lenen? Nee, ze houdt zich maar warm met haar man de buschauffeur. Tijd voor een whatsapp-gesprek, misschien. Mijn foto van de klok mislukt; het diepblauwe licht heeft de tijd opgeslokt. Toch versturen, samen met hem als de reïncarnatie van Marcel Proust op zoek gaan naar de verloren tijd? Ik verstuur de foto. Kort en heftig remmen, een krak, een plof. De pizzakoerier ligt plat op zijn buik naast de brommer op straat en de automobilist staat al tegen hem te schreeuwen. “Deze mensen hebben geen respect getoond voor elkaars ruimte,” zegt een uitheems ogende man tegen zijn zoontje. Het kind knikt ernstig. Het zou zomaar goed kunnen komen met de wereld. Lezen is ook een goede remedie tegen verloren tijd. Het boek uit mijn koffer is Alain de Bottons ‘Weg van liefde’, zeer aanbevolen voor daters en relatie-desperado’s: ‘...vaak zijn fantasieën het beste dat we uit onze talrijke en tegenstrijdige verlangens kunnen voortbrengen: ze stellen ons in staat in de ene realiteit te verkeren zonder de andere kapot te maken. Door te fantaseren besparen we degene om wie we geven de onverantwoordelijkheid en griezelige eigenaardigheid van onze driften.’ Staat dat er werkelijk? Hoe kan ik ook lezen in dit licht? Dit is licht voor woorden met mijn ogen dicht, woorden die zomaar in me opborrelen; zachtjes gepreveld om de beige mevrouw niet te laten schrikken: ‘Alles verandert, opnieuw beginnen kun je met de laatste ademtocht, maar wat gebeurd is, is gebeurd en het water dat je bij de wijn deed, kun je er niet meer uitgieten…...Waar slaapt mijn liefde, mijn liefde vannacht, sterren die wiegen in dennen en winden, waar slaapt mijn liefde, mijn liefde vannacht......Er is nog nimmer iets geschreven en nooit nog heb ik iets gezegd, alles wat bestaat bestaat van jou af aan, en in jouw ogen en met jou als doel, die aanvang en bestemming bent…..Tegenover mij staat hij, staat zijn kromzwaard. Wij dansen in doodlopende sporen, verdraaien het pad. Hij laat zijn handen op mijn huid verglijden...’ Ho. Daar heb je hem weer, de woestijnman met zijn kromzwaard. Erotiek op dit bankje, in dit diepblauwe donker, hoe hongerig moet ik zijn? Voor de pizzeria schuift de blauwe bus haast geruisloos mijn blikveld binnen. Mijn tijd hier zit erop. Ik ben bijna thuis.
(De gedicht-fragmenten zijn van Bertold Brecht, Ingrid Jonker, Ilja Leonard Pfeijffer en Albertina Soepboer.)
geplaatst door RodeJas - 7246 keer gelezen
Vorige berichten
Uitgehuwelijkt
Afgelopen weekend heb ik 2 kunstroutes bezocht. Ze waren allebei in de buurt en dus te bezoeken met de fiets. Als bonus heb ik ook diverse mooie tuinen mogen betreden waarin de beelden, het keramiek of de schilderijen zeer fraai stonden opgesteld. Toch hadden sommige kunstenaars hun werk ook nog volledig opgesteld staan in hun atelier.
Zo betrad ik een atelier waar de kunstenaar veel schilderijen van Rembrandt van Rijn had nageschilderd. Hij zei met een brede lach : je hoeft niet meer naar het Rijksmuseum om zijn schilderijen te bekijken, je kunt zijn werk hier ook bewonderen. Hij had ook nog "het puttertje" van Carel Fabritius nageschilderd, Rembrandts meest getalenteerde leerling. Rembrandt is helaas niet zo netjes met het werk van zijn beste leerling omgesprongen.
Als hij een schilderij van Carel mooi vond, zette hij gewoon zijn eigen handtekening eronder, vertelde de kunstenaar me. Hij kwam ermee weg, omdat Fabritius nog een leerling van hem was. Meestervervalser Han van Meegeren, die o.a. schilderijen van Vermeer had vervalst kreeg er gevangnisstraf voor. Rembrandt was in wel meer dingen niet zo netjes, antwoordde ik hem. Ik heb ooit eens gehoord dat hij veel schulden had gemaakt en dat hij in 1656 vrijwillig failliet ging om het erfdeel van zijn zoon te beschermen, maar zijn huis & inboedel werden later toch nog verkocht.
Ook weet ik dat hij na de dood van zijn vrouw Saskia van Uylenburgh een kindermeisje, Geertje Dircx had ingehuurd voor zijn zoon Titus. Zij was ook de huishoudster. Hij werd op haar verliefd en zij werd zijn minnares. Niet vreemd, maar wel ongepast dat ze ongehuwd samenleefden als man en vrouw, dat kon echt niet in die tijd. Hij deed haar dus een trouwbelofte. die hij net zo makkelijk weer verbrak, toen hij een relatie kreeg met Hendrickje Stoffels, zijn grote liefde en muze. Geertje pikte dat niet en klaagde hem aan. Dat kon ze niet winnen want Rembrandt was toen al een beroemd kunstenaar. Sterker nog, zij had de ringen van zijn vrouw, die hij zelf aan haar geschonken had, naar de lommerd gebracht. Hij klaagde haar dus ook aan. Door zijn toedoen werd zij 5 jaar opgesloten in een tuchthuis.
Het gesprek met deze kunstenaar ging als volgt verder. Hij zei : geloof het of niet, maar mijn vrouw en ik zijn aan elkaar uitgehuwelijkt. Wat, hier in Nederland (?), dat meen je niet, zei ik en keek hem verbaasd aan. Tja, mijn vader had een grote boerderij, haar vader was ook een rijke boer. Wij werden door onze ouders gezien als een uitstekende huwelijkskandidaat. Ook kenden onze ouders elkaar, wij hadden dezelfde achtergrond, dezelfde waarden en normen, kat in het bakkie. Hoe liep dat af, vroeg ik hem, zijn jullie gelukkig geworden? Na 55 jaar huwelijk is ze nog steeds mijn vrouw. Geen enkel probleem, onze ouders hadden het goed gezien, antwoordde hij met pretlichtjes in zijn ogen.
By the way, ik heb hier ook nog een dienblad vol met kleine borreltjes oranje bitter staan, voor al mijn bezoekers. Tast toe, proost ...
Wat ik ben, ben ik door mijzelf...
“Wat ik ben, ben ik door mezelf”
Deze uitspraak van L. van Beethoven zag ik deze morgen op een muurschildering tijdens mijn wandeling in Nijmegen. Hij schreef dit in 1806 aan zijn beschermheer Prins Lichnowsky. Hij schrijft: “Prins, wat jij bent ben je door je geboorte. Wat ik ben, ben ik door mezelf. Er is maar één Beethoven.”
Vandaag is het mijn verjaardag. Vier ik mijn geboortedag. Vier ik het leven. Eens, dat kleine mensje, wat is geworden, zoals ik nu ben. Niet met de muzikale kwaliteiten van L. van Beethoen, maar net andere kwaliteiten, niet groots, maar met een unieke persoonlijkheid. Gevormd door mijn keuzes, mijn dromen. Geleerd van mijn fouten. Waar geen twee sterren aan de hemel hetzelfde schijnen. Zo is er nooit iemand geweest – en zal er ook nooit iemand zijn – die precies hetzelfde is zoals ik ben. Zoals iedereen anders is met een eigen verhaal.
Waarom zoeken mensen toch naar iemand die perfect is. Iemand die voldoet aan een lijstje? Ik sprak een kennis nadat ze iemand voor het eerst ontmoet had. Lyrisch vertelde ze ,dat ze dezelfde interesses hadden. Wat belangrijk is, dat we ieder onszelf durven te zijn. Vooral weten wie wij zelf zijn. En vooral de tijd geven om elkaar te ontdekken. Om elkaars unieke persoonlijkheid te leren kennen. Wat soms jammer is, dat bij een eerste bericht al wordt geconstateerd, dat beider interesses op een heel ander vlak liggen en dat dan een verder vervolg geen zin heeft. Al vaker heb ik ervaren dat communicatie via WhatsApp, mail, of op welke manier dan ook, anders wordt geïnterpreteerd, dan bedoeld was. Dat kan door mijn manier van omschrijven komen, maar ook door de invulling en opvatting van de lezer. Maar of dat dan bewijst, dat er geen mogelijkheid bestaat om bij elkaar te kunnen passen? Het zou kunnen. Door het verder in real life geen kans te geven mis je wel de intonatie van een stem, de gezichtsuitdrukkingen, het zien van een persoonlijkheid in uitstraling, denk ik. Geef het een kans, Ontmoet elkaar. Wie weet wordt je beiden verrast.
Ik schreef al eerder over puzzelstukjes. Geen enkel puzzelstukje is identiek, maar samen vormen ze wel een geheel, zonder dat ze hun eigen vorm verliezen. Elkaar aanvullen, ook al zijn er andere interesses, kan een relatie alleen maar meer boeiend maken. Het unieke zien van iemand anders geeft alleen maar meer ruimte om elkaar echt te leren kennen. Jezelf blijven zonder de vorm te willen verliezen ,maar ook de unieke vorm van iemand anders niet te willen veranderen.
Nog een uitdrukking op deze muurschildering:
“Wanneer de kunst het leven is, is leven een grote kunst” J. S. Bach
Mooi aansluitend op deze dag, het vieren van mijn geboorte dag:
“Wat ik ben, ben ik door mijzelf”
Liefs,
Monique
Single of in een relatie: Ben je een eenpitter ?
Ik ben volgens de wet sinds de zomer van 2006 alleenstaand. Die twee decennia zijn weliswaar onderbroken door een “lange” relatie en twee kortere relaties. In die twintig jaar heb ik ervaren, dat het gegeven single-zijn niet automatisch aangeeft hoe je in het leven staat, hoe je je richt op je omgeving.
In mijn netwerk van mensen zijn veel singles van rond mijn leeftijd, die heel sociaal zijn en zich bekommeren om anderen die op hun pad komen, maar anderzijds ook alleenstaanden, die heel egocentrisch manoeuvreren. Er zijn singles die heel open zijn, heel toegankelijk, die aandacht hebben voor de wereld om zich heen en voor individuele personen. En dus ook alleen gaanden, die hun weg echt alleen gaan.
Ook in relaties kom ik eenpitters tegen, oftewel einzelgängers. Zelfs bij mensen, die verschillende huwelijksjubilea achter de rug hebben merk ik, dat elk van beiden steeds z’n eigen ding doet. Dat hoeft op zich geen probleem op te leveren. Het wordt lastiger als beiden een eenpitter zijn. Dan liggen botsingen, aanvaringen continu op de loer.
Kan een eenpitter veranderen? Is het net zo eenvoudig om een eenpitter zo ver te krijgen, dat hij of zij zijn / haar houding aanpast als wanneer je in je keuken een een pits komfoor inruilt en een kooktoestel met meer branders neerzet?
Zo’n verandering in de keuken vraagt ook om inzicht en handigheid. Als het een pits gaskomfoor ingeruild wordt voor een elektrische kookplaat (in verband met de energietransitie) moet je wel weten of het huidige vermogen dat de energieleverancier levert voldoende is, en of je deze belangrijke wijziging wel echt wilt!
Een poging om een eenpitter te veranderen die lange tijd zonder partner heeft geleefd lijkt op het eerste gezicht een onmogelijke opgave. Eerst moet je weten of hij of zij wil veranderen.
Dan rijst er nog een ander gevaar: Je probeert hem of haar te veranderen op die punten, die jou goed uitkomen. Of, waar je je bij hem of haar aan ergert.
Als je een een pits gaskomfoor inruilt voor een vierpits toestel verdwijnt het oude apparaat niet zonder blikken of blozen. Raar, maar zo is het ook met een single eenpitter. Op het eerste gezicht is-ie veranderd, maar na een tijdje duikt het eenpitter zijn toch weer op.
Ik moet niet steeds onomwonden eenpitters in een kwaad daglicht steken. In hun werksituatie hebben ze vaak veel verantwoordelijkheidsgevoel, ze zijn gemotiveerd om hun taak goed uit te voeren. Het zijn ook vaak mensen aan de top van een organisatie. Hoe straalt dat af naar hun privéleven? Daar zijn andere verbanden, daar hoort geen hiërarchie te bestaan.
Bekend is de grap over de nieuwe baas die een bordje op zijn bureau plaatste: “Hier ben ik de baas” Een dag later miste hij dat irritante bordje. Zijn ondergeschikten vertelden hem toen hij vroeg waar het bordje gebleven was, dat zijn vrouw het was komen ophalen..
Moraal: Hoe iemand op het eerste gezicht lijkt te zijn stemt niet (altijd) in alle situaties overeen met de realiteit! Schijn bedriegt.
Wie heeft met eenpitters te maken (gehad)? En hoe ben je daar dan mee omgegaan??