Pinxteren
zaterdag 19 mei 2018
Mijn excuses, mevrouw, mijne heren; ik wurm mij even tussen u in. Met beide ellebogen en zonder aanhalingstekens want immers helemaal zelf bedacht - behalve natuurlijk wat niet zelf bedacht is en dus wel tussen aanhalingstekens staat. Maar dat gebeurt straks pas. Of ‘strax’, zoals een spannende vriend altijd schrijft. Hij schrijft ook altijd ‘sex’, wat niets anders is dan het Engelse woord voor seks. Vroeger leverde het herhaaldelijk gebruiken van het woord ‘sex’ in een tekst bijpassende advertenties op, maar die tijd is voorbij. Er is wel meer voorbij. ‘Geef nooit je texten af,’ schreef die vriend ook - terwijl hij echt geen extra ixen nodig heeft om mijn aandacht te trekken.
Het is vandaag bijna Pinksteren - of Pinxteren zo je wilt - en juist vandaag vond ik het briefje terug. Of toevallig vandaag, of doordat ik van alles terug vind nu ik aan het verhuizen ben. Voor mij is Pinksteren een schoolkleurplaat bij een oud verhaal: Mannen op sandalen met een vlammetje boven hun hoofd. Ik had hun gewaden kakelbont gekleurd en kreeg daarvoor een reprimande van de juffrouw. Die gewaden moesten wit zijn. Ik was acht, geloof ik. Tekstinterpretatie als exact vak...
Het briefje draagt het logo van een plaatselijk café-restaurant en de bovenste helft is beschreven in het beheerst regelmatige handschrift van de man met een zeemanshart die accountant moest worden vanwege zijn slechte ogen. Eronder staat mijn reactie, in ronde, half getekende letters. Het was zo oorverdovend druk in het restaurant dat we hebben opgeschreven wat we elkaar wilden zeggen. In potlood. Uit te gummen woorden over een onvergetelijke, op voorhand tijdelijke liefde uit de tijd dat daten een levendig gebeuren was en seks gewoon een keuze. We ontmoetten elkaar op een parkeerplaats. Hij had mij al eerder gezien, ik hem niet. Hij was naar het klooster gegaan waar m’n theaterkoor oude en nieuwe Ierse liederen zong, en ik m’n texten voorlas over de wereld van de Ieren van vóór St. Patrick. Krachtige, breekbare vertelsels over Selkies, over liefde en magie - en dat alles in een halflange, witte jurk met iets doorzichtig zeegroens erover. Op die parkeerplaats had ik hem willen omhelzen als een dierbare, oude vriend. Maar het was nog te vroeg, we wisten immers nog niet hoe groot het zou zijn.
De kast in mijn keuken is een open Lundia-kast met twee van die grote, zacht sluitende laden. Plek genoeg voor kookboeken die ik nooit meer lees, voor een blauwe bak met thee- en koffieglazen, voor een kleine muziekinstallatie, voor twaalf flesjes nagellak en voor een map met recepten waarin ik grasduin als er iemand komt eten. In die keukenkast staat ook een platte opruimbak annex aflegplaats; de blijkbaar onvermijdelijke doorgangsplek voor kleinoden die nergens anders passen dan in zo’n bak. Daar, tussen de kaart van Leiden en de verf-kleurstalen, vond ik het briefje. Op de voorkant, onder het logo, heeft de serveerster de naam van het lekkere, glutenvrije stokbrood geschreven dat werd geserveerd. Daarom heb ík het briefje en niet hij, opdat ik het stokbrood niet zou vergeten. We hadden het over daten; hij wilde weten hoe ik op berichten reageerde. Op de achterkant van het briefje staat, netjes onder elkaar: ‘1. onaardig. 2. beleefd. 3. aardig. 4. lief.’ Daaronder, in inmiddels vlekkerige zinnen: ‘1. in mijn ogen: nooit (wel in de ogen van de ander). 2. meestal 3. als ik graag wil dat hij terug mailt. 4. alleen tegen jou.’ Later stond hij verlegen tegen mijn aanrecht geleund en vroeg om een glas beerenburg. Schipperslatijn voor: ‘Ik wil graag bij je blijven slapen, vannacht.’ Ik hoop dat hij gelukkig is, en dat hij het briefje niet is vergeten.
geplaatst door RodeJas - 7093 keer gelezen
Vorige berichten
Kom je zondag ook weer?
Spontane ontmoetingen met een onbekende hebben voordelen boven een date via een datingsite, nadeel is wel, dat je voordien vrijwel niets van de ander weet. Omdat je vanuit je luie stoel kunt lezen, wat iemand bezig houdt en wat zijn of haar achtergronden zijn. Ik vraag me af welke vorm het meeste kans biedt op een geslaagd oftewel duurzaam contact.
Ook is het mogelijk dat je spontaan iemand ontmoet, die je wel oppervlakkig of al heel goed kent, en dat die ontmoeting resulteert in iets moois.
Eind februari dit jaar was ik een kleine week druk met het bezorgen van folders over de verkiezingen voor de nieuwe gemeenteraad van mijn stad. Omdat ik dit jaar zelf als lijstduwer ook op een kandidatenlijst sta en er op een van beide folders ook foto’s van mij staan was ik extra gemotiveerd om een paar duizend folders in die brievenbussen te doen, waar geen nee - nee of nee – ja stickers op geplakt waren. Tijdens die actie ontmoet ik af en toe ook bijzondere mensen.
Voor mij staat een vrouw – vrij klein van stuk, ik zou er zo over heen kijken – en kijkt mij aan. “Kom je zondag ook weer in Amsterdam dansen?” Opeens herinnerde ik mij haar, en ik vinkte in gedachten mijn agenda af. “Jazeker, ik kom!” Bijzonder dat ze zo dicht bij mij in mijn stadsdeel woont, en haar tot nu toe nooit onderweg ben tegen gekomen.
Een halve week later zag ik haar binnenkomen, we hebben en paar keer een dansje gemaakt. Hoewel zij met haar auto was gekomen en ik met het OV heb ik er niet op aangestuurd om een lift te krijgen. Dat zou er te dik bovenop liggen, alleen als ze dat had aangeboden had ik daar dankbaar gebruik van gemaakt.
Ik ben niet iemand die wanneer hij onderweg iemand tegenkomt “urenlang” aan de praat blijft. Liever druk ik mijn gevoelens uit op papier of via de mail. Niettemin heeft zo’n gesprekje mij een fijn gevoel. Ook als iemand mij zomaar op straat groet of bedankt, dat ik hem of haar voorliet gaan bij het passeren op een smalle stoep is een opsteker voor mijn humeur.
Bij de “spontane” ontmoetingen met mensen uit mijn eigen omgeving – eigenlijk bedoel ik daarmee elke ontmoeting met uitzondering van die, die via een datingsite tot stand kwamen – besef ik mij goed, dat ik van velen weinig afweet, hoewel ze al in mijn “inner circle” verkeren. Zeker als mijn gesprekspartner en ik in een groter gezelschap verkeren ga ik niet snel de diepte in. Gevaar is dan dat er meeluisteraars zijn en in het ergste geval dat die zich met ons gesprek bemoeien.
Het valt mij wel op dat spontane ontmoetingen in deze leeftijdsfase minder frequent voorkomen. Of zou er een verschil zijn tussen het wonen in een stad of een dorp of tussen de regio waar we wonen? Hebben mensen op het platteland nog meer aandacht voor elkaar dan stedelingen? Mogelijk ligt het juist aan het karakter, sommigen zullen wat gemakkelijker iemand zomaar aanspreken dan mensen, die zich in het openbaar niet zo gemakkelijk spontaan uiten.
Wellicht is voor die laatste categorie daten via internet dé weg naar een serieuze relatie.
Overigens heeft het contact met het danseresje uit mijn eigen woonomgeving geen vervolg gekregen. Soms denk je dat het geluk binnen handbereik ligt, maar dat is doorgaans “wishful thinking”. Dat betekent dat je dingen graag ziet zoals je hoopt dat ze zijn, in plaats van hoe ze écht zijn. En een ultra korte woonafstand is op zich genomen dus geen garantie voor een duurzaam contact.
Mist
Al een paar dagen vrij mistig, maar het duinbos waar ik direct op uitkijk heb, is nog kaal, dus de vogels kunnen hun voortplantings- en nesteldrift niet verbergen; hebben ze ook helemaal geen behoefte aan.
Mijn aandacht wordt vooral getrokken door twee duiven die verschrikkelijk omslachtig en ingewikkeld om elkaar heen hippen en wippen. Ik word er ongeduldig van en maak onwillekeurig ook een vergelijking met (online) dating, dus besluit mij te verdiepen in het paringsritueel van de duif.
Sekseverschillen zijn bijna niet zichtbaar, het vrouwtje is meestal iets kleiner en slanker dan het mannetje.
Die vergelijking laat ik onbeslist.
De eenvoudigste manier om het geslacht te bepalen is door het gedrag te observeren.
Dat klopt als een bus
Tijdens de balts, en zelfs na het vormen van een koppel, neemt het mannetje een typische houding aan: hij zwelt zijn hals op, tilt de iriserende veren iets op, beweegt ritmisch op en neer, draait om zijn as en maakt een kenmerkend geluid.
Sorry mannen, dit klopt ook wel, zij het niet letterlijk
Wanneer het koppel gevormd is, wrijven ze hun wangen tegen elkaar en vertonen ze heel teder gedrag. Ze zijn monogaam, hun band duurt een leven lang en eindigt pas bij de dood van een van de twee. Alleen dan besluit de overlevende om wel of niet een nieuwe partner te zoeken.
Dit aspect bevindt zich helaas buiten het blikveld van deze site, maar ik zie toch met enige regelmaat duiven terugkeren op dit nest.
Tijdens de paring houden de duiven elkaar vast bij de snavel en buigen ze hun nek herhaaldelijk naar links en rechts, totdat het vrouwtje door de knieën zakt om door het mannetje bevrucht te worden.
Ik kan alleen uit eigen ervaring spreken. Doorgaans verloopt het dan iets anders.
Het is inmiddels donker. Ik doe de gordijnen maar toe, net als mijn snaveltje.
Kan ik dichtbij je zijn...
Afgelopen week dacht ik na over een onderwerp om een blog te schrijven. Ik kan natuurlijk schrijven over de disasters, of de leuke momenten welke ik heb meegemaakt tijdens mijn datingperiode. Ik kan het hebben over liefde, maar ook haat in relaties. Over het wel, of niet geloven in horoscopen, over het laten lezen van koffiedik betreffende de liefdesverwachtingen in de toekomst. En nog zoveel meer onderwerpen. Echter, de gedachten aan al die onrust in de wereld laten mij niet los. Zeker in deze periode moet ik weer denken aan wat mijn ouders en grootouders vertelden over de tweede Wereldoorlog. Hoe ze, na gevlucht te zijn, weer terugkeerden bij hun beschadigde woning. De winkelpui was er uitgeblazen en er hingen twee overleden Canadese soldaten over de toonbank. Soldaten die misschien ook een partner hadden, die ouders en familie hadden. Zoveel verdriet en pijn wat oorlog veroorzaakt.
Kan ik dichtbij je zijn
De maan wordt versluierd door stof en rook,
sirenes loeien door stille straten,
waar is nog te schuilen
nu de aarde trilt door bommen.
Ik wil alleen maar dichtbij je zijn.
Tussen huizen met kapotte daken
is de oorlog rood en zwart.
Scheuren in muren waar stenen los van raken,
waarachter eerder werd gelachen.
Ik wil alleen maar dichtbij je zijn.
Maar je bent er niet,
ergens, ergens ver weg beland,,
strijdend aan verre grenzen
voor je cultuur en je vaderland.
Ka ik dichtbij je zijn.
Kan ik nog geloven in wat raketten beloven,
dat door deze waarheid
de wereld op vrede wordt voorbereid,
en dat verschroeide aarde weer groen wordt,
nu we op deze wijze tot hoop op vrede worden verleid.
Dus zeg me: kan ik dichtbij je zijn,
als raketten beloven, dat ik je hand weer kan vasthouden
je hart weer kan voelen kloppen
en ik het verlangen naar vrede kan behouden.
Laat tussen onze adem een kleine vrede heersen.
Ik wil alleen maar dichtbij je zijn.
Liefs,
Monique