'Koop nooit een rode jas'
woensdag 18 juli 2018
De zee. Ik kijk naar haar en ik denk heel in de verte aan De Friese Man. De Friese Man, die De Vrouw op handen draagt, maar ook weet dat zij zelf sterk genoeg is om haar rolkoffer de bus in te tillen. Hij vindt krentenbollen eten op de stoeprand een mooie afsluiting van een ochtendje woonboulevard, samen op zoek naar de ultieme bank voor hem. Je jas vies? Joh, dat ziet toch niemand. Nora Ephron gaf haar boek met columns de titel ‘Koop nooit een rode jas’- en ik ben nu als een razende aan het lezen waarom eigenlijk niet.
De zee. Het kostte me moeite om te gaan. Maar. Niks maar. De zee is wat ik nodig heb, nu en voor altijd - naast al het andere dat er wel en niet meer zal zijn. Rechts van mij - ik zit hoog op het strand tegen het duin aan - loopt telkens weer een naakte man vanuit de duinen het strand op, de zee in. Steeds een andere man, lijkt mij. Al blijft het lastig om een man aan zijn rug en billen te herkennen. Wat bevindt zich daar schuin achter mij? Een kluwen opgewonden woestelingen? Verlegen prostaat-lijders met hoge nood? Zal ik? Vreemdgaan is niet vreemd, maar onze natuur, volgens een filosoof op Brainwash.nl. Laat ook maar, ik wil hier nog tijden rustig blijven zitten. Rustig de zee inademen. Weer eentje. Zal ik hun komst klokken? Gaan ze eigenlijk wel plassen? Is de zee daar nog wel veilig voor vruchtbare vrouwen? Is daar wel eens gedegen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan? Wat in het heupriem-vak van m’n rugtas had aangevoeld als een pakje papieren zakdoekjes, blijkt m’n verloren gewaande zakje gedroogde abrikozen te zijn. Lekker, maar plastechnisch gezien niet handig want nu ben ook ik aangewezen op de zee. Ik zie de mannen trouwens wel heen lopen, maar niet terug. Alla, genoeg wandelaars om alarm te slaan als het daar niet pluis is. Als het niet pluist. Als Pluizer de plaats van Windekind heeft ingenomen. “Wat doe ik eigenlijk hier, Windekind?” Geen antwoord. “Wat doe ik hier, Pluizer?” “Doe wat je wilt. Ze is er toch niet meer.” “Wat bezielde haar, Pluizer?” “Je probeert vrede te sluiten met haar leven? Vraag het haar zelf!” “Ze is er niet meer, Pluizer, ze is er niet meer.” “Vraag het aan wie er nog wel is. Vraag het. Vraag het.” “Ik hield van haar, met heel mijn wezen. En samen hielden we van de muziek.” “Dat is genoeg. Alleen die laatste woorden tellen.” Denkhoofd, ik heb een denkhoofd. ‘Reflectie zorgt ervoor dat je je bewust bent van een ideale toestand die je niet kunt bereiken’, schreef filosofe Van Schuppen. Wat een dooddoener is. Dit doet me plotseling denken aan de aantrekkelijke man die 'een reflectieve vrouw’ zocht, maar uiteindelijk een afspraak maken te geforceerd vond. Hij ontmoette mij liever toevallig voor een schilderij in het Groninger Museum. Wat ik als een vriendelijke afwijzing heb beschouwd. ‘Hopelijk ben je zeer vriendelijk, heb je een eigen beroep, daarnaast mag je zeer vriendelijk zijn,’ las ik onlangs in het profiel van alweer zo’n aantrekkelijke man. Zal ik mijzelf bij hem aanbevelen als ‘daarnaast zeer vriendelijk?’ Nee, mijn ‘daarnaast’ omvat het bescheiden pensioen van een zoekend leven. ‘Wees jezelf is zo ongeveer het slechtste advies dat je kunt geven aan sommige mensen,’ las ik ook, in een Facebookpost van The School of Life. Voor advies moet je trouwens helemaal niet bij mij zijn. Ik stel vragen. Je weet na al die jaren immers zelf het antwoord wel?
geplaatst door RodeJas - 6874 keer gelezen
Vorige berichten
Single Story: de Vita-vrouw
“Stilstand is de dood in slow motion. Comfort is gif in een mooi glas. De bank is een graf met een zacht kussen. Je snapt toch wat ik bedoel? Daar ga ik in elk geval wel van uit.”
“Het is in elk geval het enige wat ik kan denken als ik op mijn datingsites door de profielen surf. Mannen die trots poseren naast een oldtimer, op een boot met een biertje of, de ergste van allemaal, een selfie op de bank. Het enige wat die beelden in stilte uitschreeuwen, is stagnatie. Je kunt de levensenergie bijna zien wegtrekken. Het zijn geen profielen; het zijn grafschriften in wording.”
“Vitaliteit. Dat is het enige wat écht telt. De rest is overbodig. Die mannen praten over ‘genieten van het leven’ met een glas rode wijn in de hand op een terras. Dat is geen genieten, dat is je cellen vergiftigen. Genieten is de endorfinekick na tien kilometer kneiterharde intervaltraining. Dat je voelt dat je leeft, dat elke spier in je lijf heeft gewerkt.”
“Mijn profiel is beeldend. Foto van mij op een bergtop in de Alpen; bezweet maar voldaan. Foto van mij tijdens de Dam-tot-Dam-loop. Foto van mijn weekmenu; allemaal clean, biologisch, macro-perfect. En daarbij zoek ik een ‘actieve partner’. Dat is niet zomaar een wens, dat is een absolute voorwaarde voor overleving. MIJN overleving.”
“Ik heb één keer een date gehad. Met een man die in theorie een serieuze kandidaat was. Hij zag er in elk geval fit uit op zijn foto’s. Ik durfde voorzichtig al te hopen op een fysiek gezonde zielsverwant. We hadden afgesproken voor een wandeling. Na een halfuur, toen we nog maar iets meer dan drie kilometer hadden gelopen, stelde hij voor om op een bankje te gaan zitten. ‘Even bijkomen,’ zei hij.”
“Bijkomen? Ik was net rustig warmgedraaid om een paar uur lekker door te stappen. Ik voelde meteen mijn energielevel crashen. Alsof je een F1-bolide vraagt om permanent in de tweede versnelling te rijden en tussendoor onnodige pitstops te maken. Ik heb de date ter plekke beëindigd. ‘Onze basissnelheid ligt te ver uit elkaar,’ zei ik. Wat had ik anders moeten zeggen… Dat is toch gewoon eerlijk?”
“Ze zeggen dat ik te veeleisend ben. Dat is echt klinkklare nonsens. Ik vraag alleen om een gedeelde levensstandaard. Hoe kan ik samen zijn met iemand die zijn lichaam als een afvalbak behandelt? Iemand die ‘ontspant’ door op de bank te liggen? Dat doe je met actieve rust, zoals een hersteltraining. De bank is waar ambitie sterft in eenzaamheid.”
“Ik hoor mijn vriendinnen weleens praten over ‘samen oud worden’. Ik wil helemaal niet oud worden. Ik wil mijn hele leven lang fit blijven. Ik wil op mijn tachtigste nog een marathon kunnen lopen. Met een man die naast me loopt, niet eentje die bij de finish op me wacht met een rolstoel.”
“Een kennis vroeg me laatst: ‘Heb je een vaste openingszin op die datingsites van jou? Iets om het ijs te breken?’ Zeker. Ik hou het simpel en efficiënt. ‘Leuk profiel. Wat was je hartslag in rust vanochtend?’”
Deze Single Story is fictief. Het verhaal is 'opgetekend' in Grand Café 'De Nieuwe Kans', dat alleen op digitaal papier bestaat. Dat het allemaal verdacht veel op de werkelijkheid lijkt, is puur toeval. Maar misschien ook niet...
Maartse buien
De winter voorlopig weer voorbij, dat is goed nieuws, maar daarmee is het nog geen zomer. Het is de tijd van ‘regen en wind, daarvan is maart een vrind’. En mijn stemming gaat zo’n beetje op en neer met het weer. Een mooie dag nodigt uit om plannen te maken voor méér van zulke dagen. Heerlijk, het hele jaar nog voor de boeg! placht een optimistische vriendin rond deze tijd te zeggen. De klokjes en krokussen hebben hun best alweer gedaan en de narcissen zijn op hun beurt weer uit de grond gespoten. Elk jaar opnieuw een bijzondere ervaring, je let even niet op en hocuspocus simslalabim daar staat een veld vol bloemen. En er is genoeg te klussen als het weer wat warmer wordt. Schilderwerk vooral. Houtrot die moet worden bestreden. Fietsen die weer een beurt moeten krijgen, en zo meer. Maar ook de tijd voor fijne wandelingen in het ontluikende lentegroen. Ik krijg er weer zin in. “O wat is het leven fijn als de zon schijnt”: André van Duin had daar in 1983 nog een daverende hit mee. Die wist wel waar mensen vrolijk van worden, heel eenvoudig: de warmte van zonnestralen. En licht.
Maar op een kille dag als vandaag wil de inspiratie niet zo van de grond komen. Gek eigenlijk, dat je van mooi weer, een lichte dag met wat zonneschijn, ineens overal zin in krijgt, opruimen, plannen maken. Ook van allerlei zaken op je to-do-lijst waar je eigenlijk helemaal geen mooi weer voor nodig hebt. Die je dus juist beter had kunnen doen toen het buiten nog winter was, zoals bijvoorbeeld die reparaties aan de tent. Dat je daarmee alvast voorpret hebt voor het volgende buitenseizoen en met voorbereidingen bezig bent. Ik denk dat het voor sommige mensen ook zo werkt. Voor anderen is de winterstop ook echt een pas op de plaats, goed voor boeken en musea. Het voorjaar, ramen open, frisse lucht, grote schoonmaak, een nieuw begin, dat is natuurlijk ook beeldspraak voor mijzelf, hoe ik me voel, waar ik energie van krijg. Daar is ook niks mis mee. En ook in het voorjaar moeten er boeken gelezen en stukjes geschreven worden, dusdaar is deze dag dan weer goed voor.
Alles op z’n tijd. Eén zwaluw maakt de lente niet, ook zo’n fijne boerenwijsheid, daar heb je nog eens wat aan. Nog even geduld wil dat zeggen. Dan kunnen we weer met elkaar afspreken voor gezellige wandelingen, bediend worden op een zonnig terras of creatief picknicken in het gras. Tot dan!
Geven & Ontvangen
Wat me de laatste tijd steeds duidelijker begint te worden, is hoe geven en ontvangen werkt tussen man en vrouw. Of hoe het zou moeten werken.
En als ik dat begrijpen als een soort blauwdruk over vorige relaties leg, zie ik ook waar het mis is gegaan wat dat betreft. En wat het effect daarvan was –op termijn- op de relatie.
Waarschijnlijk heeft het zelfs regelrecht aangestuurd op de beëindiging ervan.
Jaren terug hoorde ik al van een dating- & relatiecoach dat je een man niet meer geeft dan hij verdient.
Het gaat erom dat als een man zelden of nooit iets voor jou doet, in wat voor zin dan ook, de meeste vrouwen automatisch meer gaan doen.
Feitelijk ga je daarmee achter een man aan jagen. En dat is iets wat instinctief een man afstoot.
De reden daarvan gaat weer terug naar hormonen, want je mannelijk of vrouwelijk voelen, hangt daar 100% vanaf.
Geven is eigenlijk voor de man. Dat is namelijk een uitgaande, uitreikende energie. Anders gezegd is het penetrerend. Alles wat mannelijk is, is globaal gezien penetrerend.
Het vrouwelijke is ontvangen van wat de man aanreikt.
Daarmee kom je meteen op één van de lastigste dingen voor de meeste mensen: ontvangen. Echt kunnen ontvangen.
Om dat te doen, moet je hart open zijn en bij bijna iedereen is het hart grotendeels of geheel gesloten.
Denk eens aan een complimentje krijgen van iemand. Hoe normaal is het dan niet om dat waar je een pluim voor krijgt teniet te doen, kleiner te maken.
En zelfs als je wél “dank je wel” zegt, voel je dat dan echt diep van binnen?
Meestal is het een soort getrainde reactie dat je dat hoort te zeggen op zo’n moment.
Als je het echt binnen kunt laten, vervult het je met vreugde. Dan stroomt er liefde door je heen.
Maar terug weer naar het geven.
Ik weet nog dat ik hier in mijn laatste relatie tegenaan liep. Ik geef zo graag, vind dat zo leuk!
De eerste keer dat hij naar mij zou komen, mopperde hij wat over de afstand. Hij zei toen dat hij wel kwam, maar alleen als ie koffie en een knuffel kreeg.
Voor de grap had ik voor hem een knuffel konijntje gekocht. Niets bijzonders, gewoon voor E2 of zo bij de Action.
Ik vond het gewoon leuk gezien de woordspeling.
Toen hij hier was en we aan de koffie zaten, gaf ik hem die knuffel. Hij was helemaal verbouwereerd, wist niet heel goed hoe te reageren. Het levenslot van het konijn was ook geen liefdevolle plek in zijn woon- of slaapkamer. Het arme beestje kwam achteloos op de achterbank van zijn auto te liggen.
Maanden later naderde Valentijnsdag. Ik verwachtte stiekem een verrassing van hem. Ik had zelf een hele mooie kaart gekocht, leuke tekst erin geschreven en opgestuurd.
Maar… ik kreeg geen kaart terug, noch iets anders. Ik verwachte dat mijn kaart wel ergens bij hem in huis stond of hing op een ereplekje. Hij had een zuil in de keuken waar allerlei kaarten op hingen. Maar mijn kaart hing er niet tussen.
Met mijn verjaardag was hij hier. Hij had een mooie bos bloemen bij en een kaart die helemaal bij me paste. Maar geen kado. Met een beschaamde blik zei hij dat hij niet wist wat hij voor me moest kopen.
Ik snapte dat niet, want ik ben toch geen vrouw die geen hobby’s of interesses heeft. En hij kende me goed genoeg.
Met zijn verjaardag een paar maanden later maakte ik een schilderij, liet een T-shirt bedrukken en kocht nog iets kleins waarop ik een persoonlijk tekst liet graveren.
Toen ik hem zijn cadeaus gaf was hij totaal overdonderd. Ik voelde heel duidelijk dat het veel te veel was. Maar ik had het met zoveel vreugde en liefde gemaakt en gekocht…
Een hoop voorbeelden van hoe je teveel kunt doen, meer dan een man verdient. En hij voelde en wist dat het veel meer was dan hij in mij investeerde, vandaar dat hij zich ernstig ongemakkelijk eronder voelde.
Toen de relatie tot een eind kwam, had ik daarna echt iets van, “ik kan in een relatie met een man niet mezelf zijn, want als ik mezelf ben, ben ik gul en vrijgevig. Daar geniet ik van. Maar het ruïneert een relatie! Ik moet me dus anders voor gaan doen dan ik ben?!”
Nu begint het allemaal beter tot me door te dringen hoe het in elkaar zit, of hoort te zitten.
Een man geeft om te krijgen, een vrouw geeft als ze heeft ontvangen/gekregen.
Het krijgen van de man zit hem in de blijdschap van de vrouw om wat hij heeft gedaan of gegeven.
Een man geeft om een vrouw gelukkig en blij te maken.
Daar gaat zijn testosteron van omhoog en maakt dat hij zich goed voelt, het verlaagt zijn stress enzovoorts.
Dat houdt in dat als je als vrouw dankbaar en blij reageert op wat hij voor je doet, je hem al teruggegeven hebt!
Wat je als vrouw geeft, is globaal gezien je vreugde, warmte, speelsheid en blij zijn met wat hij voor je doet.
Als je als vrouw meer voor een man doet dan hij voor jou, verlaag je zijn testosteron, dan ontman je hem feitelijk.
Dat heb ik met mijn ex heel goed gemerkt. Het was zichtbaar op zijn gezicht, zijn lichaamshouding en gehele reactie. Hij wist zelf verdomd goed dat hij niet half zoveel deed voor mij als andersom en voelde zich daar duidelijk niet prettig onder.
Ik heb het helder en hopelijk lukt het me een volgende keer ook om in het vrouwelijke ontvangen te blijven!