Wanneer eigenlijk?
dinsdag 3 juli 2018
Wij vroegen het ons af, mijn sterke vriendin met de gouden handen en ik: Wanneer wóónt een mens eigenlijk in zijn nieuwe huis? Zodra de verhuizers zijn vertrokken? Zodra het ´oude´ huis naar tevredenheid is opgeleverd? Zodra de nieuwe gemeente je inschrijving heeft verwerkt? Zodra je er hebt geslapen? Zodra de wasmachine er draait? ¨Zodra de kapstok hangt,¨ zei ze beslist, mijn vriendin. Want dat had ze net gedaan, de kapstok ophangen.
We vroegen ons wel meer af, zo tussen de losse boekenplanken en de dozen met boeken: Wanneer hebben twee mensen eigenlijk een relatie met elkaar; zijn ze elkaars geliefden? Na de derde ontmoeting? Na twee nachten samen slapen, een nacht in haar bed en een nacht in het zijne? Na het wederzijds uitgesproken “Ik hou van je?” Nee, nog lang niet, wisten we allebei. Na de derde seconde van de eerste date? Dat zou zomaar kunnen, wisten we ook. Zodra hij z’n verliefdheid uitschreeuwt op Facebook en haar daarbij tagt? Dan is het over, wat het ook was. Na de eerste gezamenlijke vakantie? Nee, samen vakantie vieren kan ook zonder relatie. Zodra beiden als vanzelfsprekend hun profiel verwijderen van de datingsite? Dat leek ons wel een goede aanwijzing voor het bestaan van zoiets gemeenschappelijks als een relatie. Behalve als één van de twee geliefden blogs schrijft: die moet immers de lezers op de hoogte houden van het prille geluk. En de ander moet dan ook maar blijven, zodat hij kan lezen hoe het er voor staat. Zijn hier nooit twee bloggers elkaars geliefden geweest? Haar visie, zijn visie? Veel boeiender dan één kant van het verhaal.
Misschien kan ik nu zeggen dat ik in dit huis woon omdat ik het kon opbrengen een dag vrij te nemen van het dozen uitpakken en het toch weer anders ordenen van de de borden in de keukenkast. Met een woonoppervlakte van 60 m2 komt het nu eenmaal precies. Op mijn verjaardag nam ik zomaar de trein en de tram naar de zee. En toen ik helemaal zout en uitgewaaid terugkwam, deden de dozen er niet toe want mijn dochter kookte een verjaardagsmaal in m´n nieuwe keuken.
Misschien woon ik hier zodra ik niet vergeet het koffiezetapparaat aan te zetten als ik m´n gast koffie heb beloofd. Woon ik hier zodra alle schroot van de overbodige kasten is vermorzeld onder de stalen massage-roller die huishoudt in de milieustraat. Woon ik hier zodra de verhuizer de lege verhuisdozen heeft opgehaald. Zodra m´n logee en ik andere plannen hebben dan het schilderen van de laatste muurtjes. Zodra de klok hangt om de nieuwe tijd aan te geven. Zodra m´n nieuwe adres het vanzelfsprekende antwoord is op de vraag ´waar woon je.´ Ik woon hier zodra ik een bekende tegenkom in de krappe stadse supermarkt. Zodra ik weer de moeite neem om m´n nagels te lakken. Zodra ik lid ben geworden van de bibliotheek. Ik woon hier zodra ik heb geaccepteerd dat wonen in een dorp het hele dorp omvat, maar wonen in de stad een halve straat.
geplaatst door RodeJas - 7018 keer gelezen
Vorige berichten
Single Story: de Blokkeerster
“Snel afspreken… Ben je gek geworden? Ik check eerst de profielen van A tot Z. En 99 van de 100 keer weet ik al genoeg. Doe mij maar een wijntje, trouwens. Chablis, als ze dat hebben. En anders Sauvignon Blanc.”
“Kijk, daar heb je er weer zo eentje. Opzichtige foto in een poloshirt met zo’n irritant opstaand kraagje. Geblokkeerd. Wat dénkt zo’n man? Dat ‘ie de prins van Monaco is? Door naar de volgende.”
“Ah, een schrijffout in zijn eerste zin. ‘Ik vindt…’. Met DT. Blokkeren. Meteen. Als je de basis van je eigen moerstaal niet beheerst, hoe wil je dan een relatie onderhouden? Weg ermee.”
“Oh, deze is leuk. Vakantiefoto in de Ardennen. Die man ziet er best vriendelijk uit… Maar hij heeft wandelschoenen aan. En ik háát wandelen. Dat wordt nooit iets. Klik. Geblokkeerd.”
“Mijn vriendinnen verklaren me voor gek. ‘Je geeft niemand een kans’, zeggen ze. Onzin. Ik geef die mannen juist een kans om mij niet teleur te stellen. Ik doe gewoon aan risicomanagement. Ik ben vijftig-plus, ik heb geen tijd meer voor onzin, voor mannen die niet bij me passen, voor projecten.”
“Snap je? Ik heb mijn leven op orde. Mooi huis, goede baan, fijne vrienden. Het is een mozaïek dat ik zorgvuldig heb opgebouwd. De man die in mijn leven stapt, moet dus van onbesproken gedrag zijn. Een aanvulling, geen werkwoord. En dat zie ik op die site gewoon niet.”
“Het is een parade van slordigheden. Mannen die poseren met een gevangen vis, mannen die maar één foto hebben of mannen die zelf vinden dat ze humor hebben. ‘Met mij kun je lachen.’ Tuurlijk… Stuk voor stuk rode vlaggen. Mijn vinger zweeft dan al boven de blokkeerknop. Het is een automatisme geworden; noem het maar digitale hygiëne. Het ruimt zo lekker op.”
“Natuurlijk verlang ik naar een man. Een arm om me heen. Iemand die vraagt hoe mijn dag was. Maar dan zie ik weer een profiel van iemand die ‘een maatje’ zoekt en dan voel ik het al. De jeuk. Een maatje? Neem een hond! Eet haring met uitjes. Blokkeren.”
“Het is veiliger zo. Niemand kan je kwetsen als je de deur op slot houdt. Geen ongemakkelijke dates, geen stiltes die je moet vullen, geen mannen die uiteindelijk toch anders blijken te zijn dan je hoopte. Teleurstelling is de brandstof die ik niet meer in mijn tank wil.”
“Dus ja, ik blokkeer. Liever de controle over een afwijzing door mezelf dan de pijn van een afwijzing door een ander. Mijn inbox is brandschoon. Een triomf van orde en overzicht. Mijn hart ook, maar dat is tenminste heel. Stil, maar heel.”
“Af en toe, heel soms, is er een profiel dat door mijn strenge selectie komt. Een man met een goede smaak, een intelligent geschreven tekst, foto’s die kloppen. Dan voel ik een flintertje hoop. Een gevaarlijk gevoel. Dan stuur ik snel mijn bericht. Altijd hetzelfde: ‘Leuk profiel. Wat ga jij doen om me over de streep te trekken?’”
“Zijn antwoord is mijn laatste test. Als hij te snel reageert, is hij wanhopig. Duurt het te lang, dan is hij ongeïnteresseerd. En als de tekst me niet direct omver blaast? Klik. Geblokkeerd.”
Deze Single Story is fictief. Het verhaal is 'opgetekend' in Grand Café 'De Nieuwe Kans', dat alleen op digitaal papier bestaat. Dat het allemaal verdacht veel op de werkelijkheid lijkt, is puur toeval. Maar misschien ook niet...
Je Perspectief
Mijn tuin is momenteel zo mooi! Heel veel staat al in bloei, van sommige dingen is dit de enige bloei die ze zullen hebben. Zoals mijn brem die prachtig staat te pronken met lange takken bomvol gele bloemetjes die heerlijk geuren.
Achter de vorig jaar nieuw aangelegde border, met nu al bloeiende korenbloemen, groeit een weelde van boshyacinten. Je moet er wel even voor omlopen om die te kunnen zien omdat ze een beetje verstopt staan achter de hoge planten in de border.
Niet alles in de tuin -of in het leven- is in één oogopslag zichtbaar.
Ik geniet altijd intens van mijn tuin al is hij niet in tiptop perfecte staat van onderhoud. Hij is te groot voor mij alleen om dat voor elkaar te krijgen. Maar ik ben er blij mee, zie de schoonheid van de natuur, de bloemen overal, de hommeltjes die dankbaar honing komen drinken. En straks zelfs een paar wespen die blij zijn met het water uit het watervalletje en vijverton.
Vreemde mensen echter zeggen óf niets óf komen met iets als “ach, ik hou wel van een natuurtuin.” Wat een beleefde manier is om te zeggen dat ze het maar een zootje vinden, of als ze het ergens wel waarderen dat ze het zeker zelf niet zouden willen hebben.
De schoonheid die zo uitbundig aanwezig is, lijkt men niet te zien. En ook niet de liefde en het vele werk die ik er in stop. Meestal denkt men dat ik er amper wat aan doe.
Ik heb nog nooit iemand gehad die zei, “Wauw, wat goed dat jij dat in je eentje zo mooi kunt houden!”
Perspectief is zo’n apart iets.
Het gros van de mensen is niet heel positief georiënteerd, al zeggen ze zelf van wel. Maar het is net een beetje als in de stressvolle Westerse maatschappij leven. Dan voel je niet meer dat je stress hebt, maar het is er toch.
In daten speelt hoe je dingen ziet ook een grote rol. Sowieso al om iemand te treffen die op dezelfde golflengte zit en eenzelfde kijk heeft als jij.
Maar ook hoe je zelf potentiële partners ziet.
Net zoals je in mijn tuin niet direct de boshyacinten ziet staan, kunnen bepaalde karaktertrekken ook niet meteen in het oog springen.
Belangrijk om niet te snel te zijn met oordelen zodat je niet het kind met het badwater weggooit.
Maar net zo belangrijk om eventuele rode vlaggen op tijd op te merken en niet te negeren.
Er is echter ook een ander iets wat voorkomt. Als je langere tijd zoekende bent als single, of minder leuke ervaring achter de rug hebt in relatie of daten, kun je een beetje vast komen te zitten in een bepaald perspectief. Eentje die niet helpt. Bijvoorbeeld te snel oordelend, te bang, niet meer echt open, er niet meer in geloven, rigide in plaats van flexibel.
Het advies van John Gray –auteur van Mannen komen van…- is dan misschien best wel eens een goede!
Dat is om een jaar lang te gaan daten maar niet met het idee dat je je droompartner of soulmate gaat ontmoeten. Dat laat je los. Je gaat met het idee daten dat je pas na een jaar die ene geweldige partner gaat ontmoeten.
Het doel is om weer te gaan leren ontspannen, open te zijn, niet bang of rigide enzovoorts.
Dat is uiteraard allemaal veel makkelijker als je (tijdelijk) niet het doel hebt dat je je droompartner moet vinden. Je wordt dan vanzelf al veel ‘losser’.
Als je dat zo een jaar doet, kom je op een heel andere flow, je straalt heel anders uit. Je haalt met dit doen de druk van de ketel.
De kans dat je dan daarna je soulmate gaat vinden én dat het ook gaat werken omdat je niet meer zo ‘strak’ staat, is veel groter.
En er blijft natuurlijk altijd de mogelijkheid dat je gedurende dat jaar alsnog die geweldige partner ontmoet.
You never know!
Slecht nieuws
De al wat oudere man is vaker het onderwerp van slecht nieuws in de vorm van een overlijdensbericht dan de al wat oudere vrouw, las ik. Wat ook slecht nieuws is voor die al wat oudere vrouw - in het bijzonder als ze single is, en op zoek naar een man om van te houden, een man om haar leven mee te delen. Zo blijven er immers steeds minder goede mannen over die een mogelijk toekomstige geliefde zouden kunnen zijn? Egoïstisch? Joh, het zijn maar woorden. En alleen iemand die mij niet kent, zal mij hier helemaal in herkennen.
Dit is al de achtste week van de steigers rond mijn flat. Naar buiten kijkend door de opening tussen mijn bolletjes gordijnen, zie ik niet de lindeboom die naar binnen kijkt, maar een steigerpaal. En mijn tuintje heeft het moeilijk. De mahonia’s bij het muurtje kunnen mij niet zoveel schelen; die stonden hier al, en zelf zou ik nooit voor een haag van mahonia's kiezen. De aardbeitjes, de primula’s, het daslook, en de jonge krentenbomen, taxussen en zwarte vlieren gaan mij wel aan het hart. Maar ja, waar moeten de werkmannen anders hun voeten neerzetten, onderweg naar een nieuw karwei? Ik vroeg hen wanneer het door de hogedrukspuit ontstane gat schuin boven mijn kamerraam gerepareerd zou worden. Het voegwerk aan de gevel leek immers afgerond te zijn? Ze kwamen een kijkje nemen, de twee mannen. Maar nee, mevrouw, dat is betonrot, en reparatie van betonrot staat niet in onze opdracht. Hè, betonrot, alarm, onmiddellijk repareren! Toch? Ik dacht aan de lijdensweg met de lekkende asbestleiding in mijn badkamer, een paar jaar geleden. Het laten repareren van betonrot zou weleens evenmin simpel kunnen zijn. Ze snapten het, geloof ik, die werkmannen. Eentje maakte een foto; hij ging contact opnemen met de beheerder.
Die al wat oudere mannen en het slechte nieuws: In de nieuwsbrief van het CBS las ik, dat het aantal in het verkeer omgekomen mannen het afgelopen jaar is gestegen, terwijl het aantal omgekomen vrouwen is gedaald. Het betreft vooral fietsende mannen, en vrijwel alleen fietsende mannen van zeventig jaar en ouder. Gevalletje vergrijzing, en van mannen die meer fietskilometers blijken te maken dan vrouwen? Of is het gecompliceerder? Zijn mannen, ook de al wat oudere, competitiever dan vrouwen, en zijn vrouwen meer risicomijdend? Deze vrouw in ieder geval wel: Vanwege de vele (door auto’s!) omver gereden fietsers in mijn nieuwe, oude woonplaats Leiden, verplaats ik mij daar te voet of per step. En ik vraag jullie, al wat oudere mannen… Nee, ik vraag jullie niks, helemaal niks. Wees vooral gelukkig, op die veel te snelle fiets!
Bron: CBS nieuwsbrief, cbs@nieuwsbrief.cbs.nl