Over fruitvliegjes en bankenkoorts
zondag 12 augustus 2018
Pardon waarde bloggers, ik wurm mij er (weer) even tussen. Niet dat ík geen blogger ben; niet dat ik van plan ben om, als schrijver met de langst aaneengesloten staat van dienst hier, wie dan ook op het matje te roepen. Fruitvliegjes, daar gaat dit blog over. Wel begrijp ik dat ik, door te blijven schrijven, inmiddels bij de ‘azijnzeikers’ ben ingedeeld. Dat is goed. Heb je eigenlijk wel aan mij gedacht toen je dat opschreef?
Ja, laat ik - mede bij ontstentenis van een vruchtbaar liefdesleven - maar eens over fruitvliegjes schrijven. Of over de wormpjes in het holletje van verregende frambozen, over de bloeiende hortensia’s in m’n stadse voortuintje, over het verschil in woordkeuze bij een gelijke levensinstelling: ‘viriel’ is de man, ‘behoeftig’ de vrouw. Over de zes waxinelichten die in dikke glazen kandelaars op een plank staan te wachten tot het kerstfeest is, over het via de mond inademen van een fruitvliegje, over de kunst van het niet luisteren naar een intiem telefoongesprek in de stiltecoupé van een trein. Over hoe iets goeds een schokgolf teweeg kan brengen.
Over fruitvliegjes die geen frambozen rechtstreeks van de struik lusten maar wel vaatdoekjes, over het via de neus inademen van een fruitvliegje, over de pikorde bij vrouwen, over het kiezen van de mooiste en meest efficiënte sekssimulator, over het nieuwe stof onder mijn bed, over de gunstige werking van het zaaien van veldsla, lathyrus en Oost-Indische kers op het immuunsysteem, over het zielige verdrinken van fruitvliegjes in een bodempje Cabernet Sauvignon.
Over de woorden ‘iedereen die nog tijd heeft voor drama, werkt niet genoeg in z’n tuin’, over de ontdekking dat er zoiets als ‘trashdating’ bestaat, over het alternatieve verhaaltje-voor-het-slapengaan van The Book of Life: ‘Bunny is getrouwd. Hij haatte het gevoel, alleen te zijn meer dan hij de vrouw die hij een aanzoek heeft gedaan, liefhad.’
Over de zin van het eten van chocolade koekjes bij huidhonger, over het onbevredigende resultaat van het kopen van een nieuwe jurk als substituut voor seks, over mijn onvermogen een waar antwoord te formuleren op de vraag ‘Wat moet ik echt over je weten?’, over het raadsel van de aantrekkingskracht, over de beperkingen van woord en beeld bij het inschatten van iemands aantrekkelijkheid, over de urgentie van het ontwikkelen van zowel een geur-appje met vingertop-sensor als een uitstralingsindicator - waarmee acute mismatches de wereld uit zullen zijn.
Over de lustverhogende schoonheid van brandende kerstlampjes in een oude appelboom, over het kiezen van de juiste man om tijdens een warme zomernacht onder die appelboom een fles roze cava mee te delen, over reclame voor duurzaam ijs, over het gegeven dat een schrijvende vrouw acht keer meer kans heeft om hatelijke reacties te krijgen dan een schrijvende (blanke) man. Over het kaartspel ‘met wie zou ik moeten samenleven?’, waarmee de zoekende mens zijn idee dat zijn partner ‘humoristisch, ambitieus, sportief, optimistisch, knap en relaxed’ moet zijn, kan bijstellen. Over de bankenkoorts die m’n leven beheerst sinds ik mijn geliefde, oude bank heb overgedragen aan een nieuwe eigenaar. Of over de zee die, evenals de liefde, altijd zichzelf is en altijd weer nieuw.
geplaatst door RodeJas - 6932 keer gelezen
Vorige berichten
Verjaardagen, je kunt er niet omheen
Elk jaar word ik een paar keer bepaald bij een verjaardag in de familiekring. Twee keer heel kort na elkaar, mijn zoon en een dag eerder ikzelf. Het is dan weer puzzelen wanneer we dat vieren. De rest van mijn familie verjaart op geheel andere tijden in het jaar, zoonlief en ik zijn veroordeeld tot de maand januari.
Verjaardagen werden vroeger doorgaans gevierd op de geboortedag. Nu in veel relaties tweeverdieners zijn zullen zij hun verjaardag vaker in het weekend vieren, voorop gesteld dat zij niet op zaterdag of zondag hoeven te werken. Mijn verjaardag viel dit jaar op zondag en de verjaardag van mijn zoon op maandag. De “viering” van de laatstgenoemde dag schuift dan een kleine week op.
Ik liep in voorgaande jaren tegen een dilemma aan. Wie nodig ik wanneer uit?
Het leek vroeger altijd eenvoudig iedereen op dezelfde dag en tijd bij mij thuis welkom te heten. Achteraf bleek dit nu mijn kleinkinderen wat ouder zijn en mijn zoon een hond heeft, die hij vorig jaar ook meenam niet zo’n slimme optie te zijn. Vorig jaar hoorde ik na de verjaardag van een van mijn kennissen, dat ze “not amused” was, door de combinatie van mijn jongste kleinkind, die ernstige gedragsproblemen heeft en de hond met de overige visite.
Ook tussen de kennissen onderling is het helaas niet altijd koek en ei…
Om herhaling van deze situatie uit te sluiten had ik nu twee “shifts” afgesproken, eerst komen mijn kennissen / vrienden en daarna mijn familie. Dat is ook met het oog op de beschikbare ruimte een goede oplossing.
Dat ik weer een andere leeftijd moet noemen als iemand mij vraagt: “Hoe oud ben je” is soms confronterend, zeker als het iemand is die verder niets van mij weet. Standaard reageer ik dan met “Hoe oud denk je?” Dat lijkt tactisch, maar het is niet uitgesloten, dat de reactie niet gespeend is van een complimentje.
Wat er op tafel komt is een ander punt van aandacht. Een deel van de visite heeft heel specifieke wensen wat betreft een natje en droogje. Omdat van een eenpersoons huishouden nooit geëist mag worden, dat de bewoner standaard een assortiment van een lunchroom heeft heb ik dat wensenlijstje gelukkig vorig jaar goed uitgewerkt en zorgvuldig bewaard.
Het is fijn als een van mijn gasten aanbiedt wat te helpen bij het bedienen en opruimen. Door wie dat doet merk je meteen, hoe zorgzaam iemand is.
Ik hang thuis geen slinger of andere versiersels op. De hopelijk gezellige sfeer komt wel door de gesprekken. Die zijn weer geheel anders als familie of als vrienden / kennissen op bezoek zijn.
Zelf ontkom ik niet aan het evalueren van het voorbije jaar en een vooruitblik op het nieuwe levensjaar. In 2026 heb ik behalve een of twee keer een vakantiereisje maken niets bijzonders op de agenda staan. Maar ik ben terughoudend bij het boeken van het reisje, wie weet komt er iemand op mijn pad met wie ik samen op reis ga. Je weet maar nooit.
Welke ervaringen hebben jullie met het vieren van verjaardagen? Kiezen jullie voor een mix van familie en vrienden of juist niet? Vieren jullie het op de dag zelf of liever op een dag in het weekend? Of vieren jullie het helemaal niet?
Vorm
... of inhoud? Daar moest ik aan denken bij al het geneuzel en gebeuzel over taalfouten.
Ik heb lang geleden twee jaar een relatie gehad met een niet-geletterde vrouw. Dat de relatie geen stand hield kwam niet door haar gebrekkige geletterdheid, maar door mijn gebrekkige emotionele intelligentie. Over hoe het daar nu mee is gesteld doe ik geen uitspraken. Hij is al lang niet op de proef gesteld. Op een schrijffout heb ik haar overigens nooit kunnen betrappen, want ze kon niet schrijven.
Nu ben ik de laatste om te beweren dat taal alleen vorm is. Ik zou er een hele filosofische traditie die in het westen teruggaat tot op de Grieken mee ontkennen. Taal is betekenis, taal is context. Maar wat is de betekenis van betekenis en wat is context? Van die dingen.
Dus nee, ik ga taalgebruik, wel de meest pragmatische component, niet degraderen tot vorm, maar geneuzel en gebeuzel over d/t-fouten beslist wel. Dat gaat immers over hoe wij de taal vormgeven in zijn verschillende gedaantes, de geschreven taal wel te verstaan in dit geval. In de gesproken taal hoor je dat verschil helemaal niet. En laten we nu gemiddeld veel meer spreken dan dat we schrijven. Maar dan nog, ook in de gesproken taal horen we veel 'fouten'. Wat zijn eigenlijk fouten? Maar dat terzijde.
Helaas zijn we hier in eerste instantie aangewezen op het geschreven woord; die foto's zijn helemaal niet belangrijk toch? En laat nu niet iedereen de gave van het woord gegeven zijn. Kijk er langsheen, zou mijn tip zijn. En anders wordt het zoeken naar spelt in een hooiberg. Ik denk nog vaak aan haar.
Over de irritante gewoonte om taalfouten expliciet op taalfouten te wijzen en die te verbeteren en de onzin daarvan gaat in mijn vakgebied nog wel een leuke anekdote rond trouwens. Op maandag vraagt de juf tijdens het kringgesprek aan Jantje wat hij gedaan heeft in het weekend. En Jantje zegt: ik heeft bij papa geslapen. Nee, zegt de juf, ik héb bij papa geslapen. O, zeg Jantje, ik heeft u niet gezien.
Welterusten.
Opa
Een bekend fenomeen is dat veel mannen het fijner vinden om opa te zijn dan vader,en zo ook mijn vader. Groot voordeel was dat hij al op zijn 45ste voor de eerste keer opa werd en hij speelt deze rol nu al veertig jaar met verve:) Eerst natuurlijk voor mijn dochters, en mijn nichtjes. En inmiddels is hij ook al weer geruime tijd overgrootvader gelukkig. Maar een opa, dat hebben mijn kleinkinderen niet. Met mijn kleinzoon doe ik wel wat stoere dingen zoals samen varen met de kano of schatzoeken langs de geocaches. Maar niemand die met hem timmert of hem banden leert plakken en zo. Zijn vader doet dat ook niet met hem, die heeft een eigen bedrijf en altijd druk en weg. Zijn moeder heeft ook eigen bedrijven en als er iets stuk is, regelt ze iemand die het fixt
Maar hoe leuk is het, als er rolmodellen zijn in je leven waarvan je kan leren dat je heel veel zelf ook kan maken? Deze week zag ik een film uit Tokyo waarbij je familieleden kon huren. Best wel triest om te bedenken dat ook in Japan de familie verbanden al zo verwaterd zijn dat inhuur nodig kan zijn. Deze film had ook wel een vleugje humor en verhuurde geen opa's, maar wel vaders, echtgenoten en journalisten. Maar goed, wat heb je eraan om eenmalig een opa in te huren? Je wil toch dat je kleinkinderen iemand hebben die echt van ze houdt, en niet alleen deze week maar volgend jaar ook nog. Er zit niet veel anders op, ik moet ze maar zelf leren timmeren en banden plakken dan:)