Wat doe je als het regent?
vrijdag 14 september 2018
Ik ben geen beginneling in de liefde, maar wat het kopen van een nieuwe bank betreft ben ik zo groen als gras, zo groen als mijn favoriete jurk, zo groen als de bankjes in de stoptrein tussen Utrecht en Zwolle. ¨Als u in de rijrichting kijkt, kunt u aan de rechterzijde uitstappen,¨ laat de conducteur er via de luidsprekers weten. Ik kijk in de rijrichting maar blijf rustig zitten; de trein raast nog over de Veluwe. Schuin voor me staat een man op en bonkt met zijn vuist tegen het raam. Hij kijkt woedend naar de vrouw vlak voor hem op het groene bankje.
Bijna vijfendertig jaar zijn mijn oude bank en ik samen geweest - en toen moest ik op zoek naar een nieuwe. Ik vergat de zee er bijna door, zo intensief heb ik naar een bank gezocht. Naar dé bank. Uiteindelijk stond hij gewoon in Rotterdam, de stad van mijn vader. Misschien moest ik even intensief naar een levensgezel gaan zoeken, de zee vergeten en voor hem naar Groningen reizen, naar Utrecht, naar Zoeterwoude, naar Eindhoven, naar Alkmaar en nog eens naar Alkmaar….
Met m´n laatste mogelijk toekomstige levensgezel zat ik genoeglijk onder een parasol, in de stromende regen. Hij vroeg: ¨Wat doe je als het ´s ochtends zo verschrikkelijk regent?¨ Ik dacht verrukt aan de nieuwe bank die over drie dagen in m´n huiskamer zou staan. En aan het nieuwe leven waarin ik optimaal gebruik zou maken van die bank. Dus ik antwoordde: ¨Ik ga na of ik een dringende klus heb. Heb ik die niet, dan nestel ik mij op m´n bank met een boek dat ik dringend moet lezen.¨ Wat meer een gedachte-experiment was dan de werkelijkheid: Ik trek bij regen mijn rode jas aan en ga boodschappen doen, of met de trein naar het Mauritshuis om naar dat ene schilderij met roze pioenrozen te kijken. Mijn date zou bij regen een eind gaan fietsen, vermoed ik - maar hij liet het onderwerp rusten. Waarmee we in een notendop bewezen dat Alain de Botton, mijn favoriete filosoof wat liefdeszaken betreft, gelijk heeft: ´De enige mensen die normaal lijken, zijn de mensen die we nog niet goed kennen.´ Maar zo vergat ik ook deze keer dat er, eveneens volgens Alain de Botton, slechts één echt belangrijke vraag is tijdens zo´n eerste ontmoeting. Die vraag luidt: ¨Hoe gek ben je?¨ Vrij vertaald naar deze ontmoeting: ¨Wat doe je als het regent?¨
De man in de trein met de groene bankjes had nog geen vier minuten geleden de vrouw staan aflebberen toen ze terugkwam van het toilet. Op het middenpad. Hij in zijn hemd en zij in een nette zwarte jurk. Als ze de coupé uitlopen gaat zij voorop en laat ze de deur voor zijn neus dichtklappen. Zouden ze op vakantie zijn geweest? Twee gezaghebbende relatietherapeuten hebben immers ontdekt dat wel 50% van de relaties verslechtert tijdens de vakantie, en slechts 50% verbetert. Ach, relatietherapeut zijn, en dan zo´n onmetelijk nuttige ontdekking doen...
Mijn nieuwe bank blijkt een aangename huisgenoot. Was zijn voorganger een massief grenenhouten gevaarte vol blauwwit gestreepte kussens, deze is van stof en staal, strak en elegant. Hij zit lekker stevig. Hij ligt lekker zacht. Ik word blij als ik hem zie, als ik aan hem denk. Hij is saffierblauw, op zijn kussenhoezen staan de roze pioenrozen van het schilderij in het Mauritshuis, ik vind hem geweldig - en ik ken hem nog niet goed.
geplaatst door RodeJas - 6966 keer gelezen
Vorige berichten
Het leugenbankje en de Schrijver
Het leugenbankje en de Schrijver
Bijna iedereen kent het wel, een plek in het dorp waar senioren/gepensioneerden samenkomen om het laatste nieuws, of de dag door te nemen. Meestal zijn het mannen. Weduwnaars, of mannen die hun echtgenote tevens de vrijheid gunnen om haar eigen ding te doen. Tenminste, dat idee hoop ik dan maar. Want na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd breekt er voor beiden een andere levensfase aan. Een nieuwe invulling geven aan het leven en in de relatie. Dat is voor sommige relaties vaak even wennen en vergt opnieuw aanpassingen.
Vlakbij het plein in het dorp waar ik dikwijls naar de Supermarkt ga, staan twee bankjes in een driehoek. Iedere keer wanneer ik naar het plein loop, kom k er langs. Vaak zijn beide bankjes bezet. Sinds een jaar schuif ik weleens bij hen aan. De namen weet ik niet, maar in gedachten noem ik een man met altijd een pet op en doorgaans verhalen over zijn schip verteld ‘de schipper’, een man met een stropdas om ‘directeur’, een immer alles uitleggende man, intellectueel’, een man met zijn haar in een paardenstaart , hippie’, en de man met een blocnote ‘schrijver’.
Een jaar geleden in Mei, de zon scheen, het was een heerlijke temperatuur, waarop ik bij het passeren tegen de mannen op de bankjes de geijkte opmerking over het weer maakte: ‘Lekker hè hier in het zonnetje’. De aanleiding voor een praatje was geboren en ik ging op een hoek zitten naast een man die zat te schrijven. Stilzwijgend zat hij naast mij, terwijl de gesprekken gewoon doorgingen. Het intrigeerde mij. Op mijn vraag waarom hij schreef, was zijn antwoord: “Ik hou van schrijven, maar ook van een verhaal maken. Niet alleen wil luisteren, maar ook omdat ik wil begrijpen. Wil aanvoelen en verstaan en het waarom de verhalen en meningen geuit worden.” Ik dacht hem te begrijpen. Ik legde het hem uit in mijn eigen woorden. “Doordat je gedachten omgezet worden in uitgesproken woorden geef je het vorm. Vaak ook voor jezelf. En door het op te schrijven in eigen woorden, wordt het een blijvende herinnering in een eigen verhaal met het begrip en het waarom men dit aan elkaar vertelt.”
“De waarheid zit niet in wat men zegt, maar waarom men het zegt.” De schrijver.
Vanmorgen liep ik langs de vijver voor het Gemeentehuis. Zoals wel vaker het geval is, zaten er nu ook een aantal mannen te vissen. Alleen mannen. Vrouwen heb ik er nog nooit gezien. En toch zullen er wel dames zijn, die van deze volkssport genieten. Een sport waarvoor je eindeloos geduld moet hebben. Soms vraag ik weleens, of er al wat gevangen is. Waarop dikwijls het antwoord volgt van “Nee, nog niet!” Laatst kwam ik in de vroege morgen een jonge knul tegen op het Schelpenpad langs de Vliet. Hij duwde een volgeladen kar voort waarop allerlei benodigdheden om te vissen. Hij vertelde dat hij de nacht had doorgebracht langs het water en nu naar huis ging om te slapen.
Zo ongeveer veertien dagen geleden wandelde ik langs dezelfde vijver en zag een ganzenechtpaar met maar liefst elf kuikentjes. Vanmorgen was het ouderpaar luidruchtig aanwezig, mede door de bedrijvigheid rond het water. Behoed maar eens elf jonge gansjes voor gevaar en houdt ze bij elkaar. Leuk om dit schouwspel op een afstand te volgen. “I love it.” En ja het Engels wordt steeds meer verweven in onze taal. Zelf vind ik het soms ook leuker klinken, of soms beter in uit te drukken. En natuurlijk door films en muziek wordt een andere taal ook vertrouwder. Toen mijn vriend in onze verkeringstijd terugkwam van een reis uit Noorwegen zei hij: “Jeg elsker dig.” Ik hou van jou. Net zoals ‘I love you en ‘Je t’aime’ vind ik het in een andere taal toch leuker klinken. Vooral in het Frans klinkt het wat lieflijker. Frans wordt niet voor niets de taal der liefde genoemd. En misschien klinkt in de moedertaal ‘ik hou van jou’ minder magisch. Wanneer wordt gezegd bijvoorbeeld: ‘Ik vind je lief’, dan klinkt het toch wat speelser en niet zo hard.
Of zoals een quote in Het Frans:
Chaque jour je t’aime davantage, aujourdhui plus qu’hier, et bien moins que demain
Elke dag hou ik meer van je, vandaag meer dan gisteren en heel wat minder dan morgen.
Rosemonde Gerard
Liefs,
Monique
Klein( e ) kinderen worden groot
Op twee kasten in mijn huis staan fotolijstjes met prentjes van mijn zoon en schoondochter en hun kinderen. Maar de meeste foto’s vind ik terug in een aantal fotoalbums. Ik zie hen in allerlei levensfasen, vandaag trof ik ook de geboortekaartjes in de albums aan.
Ik ben gezegend met een intelligente nazaat. Zijn drie kinderen zijn heel verschillend. In de gesprekken bij hem thuis merk ik, hoe anders het leven van mijn kleinkinderen is als dat met mijn eigen jeugd vergelijk. Zowel de vaardigheden die ze op de middelbare school leren als de manier, waarop ze hun vrije tijd besteden verschillen hemelsbreed van wat ik pakweg zestig jaar eerder meemaakte.
De relatie tussen kinderen, kleinkinderen en hun ouders respectievelijk grootouders is weer individueel verschillend. Elk huisje heeft zijn kruisje.
Ik vraag mij hoe langer hoe meer af, hoeveel bemoeienis een grootouder kan hebben met het leven van de kleinkinderen. Wanneer die kleinkinderen zelf hun vriendschappen tot een relatie promoveren komt het voor, dat de grootouders daar weer anders tegen aan kijken dan de ouders, die er veel directer bij betrokken zijn.
Welke plaats nemen grootouders in in het leven van hun kleinkinderen? Ikzelf vind het nog wel zo relaxt om mij enkel aan de zijlijn met het gezin van mijn zoon te bemoeien
Als grootouder moet ik mij goed beseffen, dat relaties zestig jaar geleden qua inhoud heel verschillend zijn. Het woord “latten” was toen nog niet uitgevonden, er werd veel minder vaak gescheiden en samenwonen zonder boterbriefje noemde men hokken. Die term is in onbruik geraakt sinds de invoering van het geregistreerd partnerschap.
Toch gaat er wel wat door je heen, als jouw kleinkind kiest voor een invulling van zijn of haar leven, waarover jij nooit had durven denken.
Welke hulp kan en mag je geven als grootouder en als ouder van oudere kinderen? Ik hoor dat tegenwoordig financiële steun wijd en zijd geaccepteerd is om te voorkomen, dat jonge mensen onder de armoedegrens belanden. Maar andersom kan het ook gebeuren, dat kinderen goed “geboerd” hebben en hun financiële positie een eenmalige of regelmatige donatie aan hun ouders niet in de weg staat. Onlangs zag ik, dat een zoon, die goed in zijn slappe was zit zijn moeder maandelijks een paar honderd euro schenkt.
Toch zal het vaker voorkomen, dat ouders hun kinderen nadat ze uitgevlogen zijn een geldelijk steuntje in de rug geven. Daar zitten wel wat risico’s aan vast. Als er meer kinderen zijn dreigt het gevaar, dat het ene kind meer gesteund wordt dan het andere. Ik heb ontdekt, dat er tegenwoordig vaak om geldelijke steun wordt gevraagd door kinderen vanwege andere eisen die het leven, de maatschappij stellen. In de jaren ’50 en ’60 bestonden veel dingen niet, die nu niet meer weg te denken zijn uit de wereld om ons heen. Communicatiemiddelen, de tv (die toen nog maar in opkomst was) de mobiliteit, meer recreatiemiddelen.
Als mijn kleinkinderen in de wereld van mijn kinderjaren maar een dag zouden moeten leven zouden ze zich niet alleen in hoge mate verbazen maar zich al gauw heel ongelukkig voelen, door alles wat ze missen in vergelijking met hun leventje in de 21e eeuw.
Zijn we in onze welvaartsontwikkeling en consumptiedrang (te) ver doorgeschoten?
Dezelfde eisen zijn nu ook te zien als we een relatie willen starten. Wie met weinig luxe weet te leven wordt vaak met de nek aangekeken. Als je relatief eenvoudig leeft scoor je maar matig op de relatiemarkt. Mijn kleinkinderen zullen als ze een partner willen ontmoeten met wat anders moeten komen aanzetten als ik, in de tijd dat ik op vrijersvoeten ging. Of is dat een verkeerde voorspelling?
.
Binnen of buiten de lijntjes blijven?
Tja, het heeft allebei wel iets. Er mag best een beetje reuring zijn in mijn leven, anders wordt het wel erg saai. Maar wat als die charmante man een rokkenjager blijkt te zijn en absoluut geen relatietype? Ga ik dan de strijd aan met de concurrentie of denk ik : het was leuk zo lang hij mij het hof maakte, maar nu hij meer interesse toont in andere vrouwen is het wat mij betreft over?
Een belangrijke factor die ik vroeger niet had, zoals getrouwd zijn, later wel gescheiden, maar met kleine kinderen die ik nog groot moest brengen, hield me dat vanzelf wel in toom. Ik ben nu allang onafhankelijk van welke man dan ook, zowel financieel als wat betreft mijn woning. Maar dat is puur de materiële kant, hoe zit het met mijn diepere gevoelens? Het is uiteraard niet leuk als hij eerst alles uit de kast heeft gehaald om me te veroveren, om dan, als hij me al een paar maanden als zijn vaste vriendin heeft, hij opeens zijn aandacht gaat verleggen naar andere vrouwen.
In het begin dacht ik, nou ja, ik heb ook nog een paar goede vrienden van vroeger die ik af en toe zie, dat moet hij met zijn oude vriendinnen dan ook kunnen. Maar opeens ontmoette hij die niet meer, zoals ik ook voor hem deed, op een doordeweekse dag, maar sloeg hij zomaar een heel weekend over. Dan gaat er toch een bel rinkelen, dat dit niet klopt. Hij is allang met vervroegd pensioen, dus dat hoefde echt niet zo te gaan. De weekends waren op een enkele afspraak met zijn kinderen na, steeds voor ons samen geweest. Ik wilde dat eens rustig met hem bespreken.
Op mijn vraag wat er veranderd was, zei hij dit : hij wist ook niet hoe dat zo kwam, het lag echt niet aan mij, maar hij werd de laatste weken erg onrustig. Elk weekend bij elkaar zijn vond hij toch teveel. Bij nader inzien wilde hij liever zijn vrijheid weer terug. Dat deed best zeer, want we hadden de relatie rustig en serieus opgebouwd, dus ik had dit absoluut niet verwacht. Dit speelde zich weliswaar jaren geleden af, maar het heeft me wel geleerd om beter op te letten.
Als ik nu in een profiel lees dat een leuke man een veelzijdige vrouw zoekt die hem steeds positief weet te verrassen, denk ik toch onwillekeurig : klinkt goed, maar wat als de nieuwigheid eraf is? Bovendien ben ik nu een stuk ouder en hoef ik niet steeds nieuwe avonturen te beleven. Er zit toch een aanmerkelijk verschil tussen tussen 50+ en 70+. Niet alleen in fysiek opzicht, ook in geestelijk opzicht. Gelukkig zijn er op deze datingsite nog genoeg mannen van mijn ongeveer mijn eigen leeftijd, die er ook zo over denken...