Een verhaal van toen
vrijdag 26 oktober 2018
Herfst. De bomen in de stad dragen lichtjes en de chocoladeletters zijn al haast uitverkocht. Het is tijd voor nostalgie. Ik ben immers verhuisd en het zal nog wel een jaartje duren voordat er een vertrouwde routine is ontstaan in m’n dagelijkse leven. Dit is een verhaal over zo’n vertrouwde routine: de busrit van Heerenveen naar Drachten, twee jaar geleden alweer.
Een bijna voorbije zondagmiddag in november. Koud en donker is het, maar hier binnen heerst de aangename schemer van net niet kunnen lezen, de schemer die gezichten mooi laat zijn en ogen laat glanzen, de schemer die tijdens het uitspreken reeds betreurde bekentenissen over zwakke lippen laat rollen. Mijn stoel is comfortabel genoeg (al zou vanwege de rechte rugleuning een voetenbankje fijn zijn) en ik kijk tot aan mijn horizon uit op een straatweg vol te vroege kerstverlichting en rode achterlichten van stadiongangers. Ze zijn sikkeneurig en het zijn er vooral te veel. De bus staat dus al twintig minuten stil. Nu, in deze schemerdonkere beslotenheid vastgegespt aan mijn stoel, zou ik een daad willen stellen die mijn verbintenis met de wereld buiten de bus bevestigt. Ik zou, net als mijn medepassagiers, willen bellen met iemand thuis: ‘Ja hallo lieverd met mij ik zit in de bus en die staat stil en dat kan nog wel even duren ik kom dus later wacht je op me?’
Thuis heerst de kille duisternis; er is geen lieverd die op mij wacht met hete thee en troost. Of met mijn favoriete wijn. Of met zachte, witte touwen. Met een spijkerbroek aan die uit mag, het liefst zo één met knopen die ik, hoe ongeduldig ook, langzaam mag lospeuteren. Met een mond die de mijne zoent tot mijn benen van rubber zijn. Met handen die een deken van vuur strelen op mijn buik. Met koffie, desnoods, ik kan toch 'nee, dank je’ zeggen? Met het verwijt dat ik zo impulsief wegging, vanmorgen, en dat ik zo laat weer terug ben...Hm, misschien is het voor zowel hem als mij beter dat hij niet thuis is. Ik had nog een treinkaartje, zie je, en ik had zin in die tentoonstelling. Picasso die zijn minnares als bijzettafel met fruitschaal schildert om haar voor zijn vrouw verborgen te houden. De krampachtig rechtop zittende zwart-witte vrouw uit mijn geboortejaar. De schalks glimlachende oude dame die losjes een gigantische penis onder haar arm draagt, compleet met ballen. De uitbundig gekleurde vreugde bij de intocht van Santa Pizza in Zwolle. Lieverd. Lieverd. Zou je met me meegegaan zijn?
Ik ga verzitten en de chauffeur kijkt vragend achterom. Alles wel aan boord? Jawel, alles wel. Evenals kappers kunnen buschauffeurs meesters zijn in het voeren van gesprekken over koetjes en kalfjes. Maar in tegenstelling tot de kapsalon laat de afgesloten ruimte van de bus volop ruimte open voor persoonlijke kwesties. Deze chauffeur houdt het bij de hoofdzaken: ‘Dit busstation is een slechte plek om te wachten. Eén nul voor Ajax. We staan hier nog wel even.’ Hoe dan ook, ik zou een boek kunnen volschrijven met bekentenissen van de buschauffeur met zwakke lippen en aanleg voor zelfbeklag. Helemaal onschuldig ben ik niet; misschien heb ik hem aangemoedigd in de schemer. Hij groot en sterk achter het stuur, ik op veilige afstand in mijn stoel met rechte rugleuning en de tijd aftellend tot mijn uitstaphalte. Een busreis is geen date. Tijdens een date is het soms nodig om hem er liefjes op te wijzen dat ik een vrouw ben. Dat ik tijdens het aanhoren van zijn onverkwikkelijke klaagzangen over zijn ex geneigd ben aan haar klaagzangen over hem te denken. En dat ik niet van zins ben de volgende ex te zijn op wie hij kankert tijdens een date. Jongeman. Met alle respect, zouden we hier een gesprek van kunnen maken?
Opgeruimd neuriënd draait de buschauffeur de snelweg op. Ik ben bijna thuis.
geplaatst door RodeJas - 5842 keer gelezen
Vorige berichten
Verjaardagen, je kunt er niet omheen
Elk jaar word ik een paar keer bepaald bij een verjaardag in de familiekring. Twee keer heel kort na elkaar, mijn zoon en een dag eerder ikzelf. Het is dan weer puzzelen wanneer we dat vieren. De rest van mijn familie verjaart op geheel andere tijden in het jaar, zoonlief en ik zijn veroordeeld tot de maand januari.
Verjaardagen werden vroeger doorgaans gevierd op de geboortedag. Nu in veel relaties tweeverdieners zijn zullen zij hun verjaardag vaker in het weekend vieren, voorop gesteld dat zij niet op zaterdag of zondag hoeven te werken. Mijn verjaardag viel dit jaar op zondag en de verjaardag van mijn zoon op maandag. De “viering” van de laatstgenoemde dag schuift dan een kleine week op.
Ik liep in voorgaande jaren tegen een dilemma aan. Wie nodig ik wanneer uit?
Het leek vroeger altijd eenvoudig iedereen op dezelfde dag en tijd bij mij thuis welkom te heten. Achteraf bleek dit nu mijn kleinkinderen wat ouder zijn en mijn zoon een hond heeft, die hij vorig jaar ook meenam niet zo’n slimme optie te zijn. Vorig jaar hoorde ik na de verjaardag van een van mijn kennissen, dat ze “not amused” was, door de combinatie van mijn jongste kleinkind, die ernstige gedragsproblemen heeft en de hond met de overige visite.
Ook tussen de kennissen onderling is het helaas niet altijd koek en ei…
Om herhaling van deze situatie uit te sluiten had ik nu twee “shifts” afgesproken, eerst komen mijn kennissen / vrienden en daarna mijn familie. Dat is ook met het oog op de beschikbare ruimte een goede oplossing.
Dat ik weer een andere leeftijd moet noemen als iemand mij vraagt: “Hoe oud ben je” is soms confronterend, zeker als het iemand is die verder niets van mij weet. Standaard reageer ik dan met “Hoe oud denk je?” Dat lijkt tactisch, maar het is niet uitgesloten, dat de reactie niet gespeend is van een complimentje.
Wat er op tafel komt is een ander punt van aandacht. Een deel van de visite heeft heel specifieke wensen wat betreft een natje en droogje. Omdat van een eenpersoons huishouden nooit geëist mag worden, dat de bewoner standaard een assortiment van een lunchroom heeft heb ik dat wensenlijstje gelukkig vorig jaar goed uitgewerkt en zorgvuldig bewaard.
Het is fijn als een van mijn gasten aanbiedt wat te helpen bij het bedienen en opruimen. Door wie dat doet merk je meteen, hoe zorgzaam iemand is.
Ik hang thuis geen slinger of andere versiersels op. De hopelijk gezellige sfeer komt wel door de gesprekken. Die zijn weer geheel anders als familie of als vrienden / kennissen op bezoek zijn.
Zelf ontkom ik niet aan het evalueren van het voorbije jaar en een vooruitblik op het nieuwe levensjaar. In 2026 heb ik behalve een of twee keer een vakantiereisje maken niets bijzonders op de agenda staan. Maar ik ben terughoudend bij het boeken van het reisje, wie weet komt er iemand op mijn pad met wie ik samen op reis ga. Je weet maar nooit.
Welke ervaringen hebben jullie met het vieren van verjaardagen? Kiezen jullie voor een mix van familie en vrienden of juist niet? Vieren jullie het op de dag zelf of liever op een dag in het weekend? Of vieren jullie het helemaal niet?
Vorm
... of inhoud? Daar moest ik aan denken bij al het geneuzel en gebeuzel over taalfouten.
Ik heb lang geleden twee jaar een relatie gehad met een niet-geletterde vrouw. Dat de relatie geen stand hield kwam niet door haar gebrekkige geletterdheid, maar door mijn gebrekkige emotionele intelligentie. Over hoe het daar nu mee is gesteld doe ik geen uitspraken. Hij is al lang niet op de proef gesteld. Op een schrijffout heb ik haar overigens nooit kunnen betrappen, want ze kon niet schrijven.
Nu ben ik de laatste om te beweren dat taal alleen vorm is. Ik zou er een hele filosofische traditie die in het westen teruggaat tot op de Grieken mee ontkennen. Taal is betekenis, taal is context. Maar wat is de betekenis van betekenis en wat is context? Van die dingen.
Dus nee, ik ga taalgebruik, wel de meest pragmatische component, niet degraderen tot vorm, maar geneuzel en gebeuzel over d/t-fouten beslist wel. Dat gaat immers over hoe wij de taal vormgeven in zijn verschillende gedaantes, de geschreven taal wel te verstaan in dit geval. In de gesproken taal hoor je dat verschil helemaal niet. En laten we nu gemiddeld veel meer spreken dan dat we schrijven. Maar dan nog, ook in de gesproken taal horen we veel 'fouten'. Wat zijn eigenlijk fouten? Maar dat terzijde.
Helaas zijn we hier in eerste instantie aangewezen op het geschreven woord; die foto's zijn helemaal niet belangrijk toch? En laat nu niet iedereen de gave van het woord gegeven zijn. Kijk er langsheen, zou mijn tip zijn. En anders wordt het zoeken naar spelt in een hooiberg. Ik denk nog vaak aan haar.
Over de irritante gewoonte om taalfouten expliciet op taalfouten te wijzen en die te verbeteren en de onzin daarvan gaat in mijn vakgebied nog wel een leuke anekdote rond trouwens. Op maandag vraagt de juf tijdens het kringgesprek aan Jantje wat hij gedaan heeft in het weekend. En Jantje zegt: ik heeft bij papa geslapen. Nee, zegt de juf, ik héb bij papa geslapen. O, zeg Jantje, ik heeft u niet gezien.
Welterusten.
Opa
Een bekend fenomeen is dat veel mannen het fijner vinden om opa te zijn dan vader,en zo ook mijn vader. Groot voordeel was dat hij al op zijn 45ste voor de eerste keer opa werd en hij speelt deze rol nu al veertig jaar met verve:) Eerst natuurlijk voor mijn dochters, en mijn nichtjes. En inmiddels is hij ook al weer geruime tijd overgrootvader gelukkig. Maar een opa, dat hebben mijn kleinkinderen niet. Met mijn kleinzoon doe ik wel wat stoere dingen zoals samen varen met de kano of schatzoeken langs de geocaches. Maar niemand die met hem timmert of hem banden leert plakken en zo. Zijn vader doet dat ook niet met hem, die heeft een eigen bedrijf en altijd druk en weg. Zijn moeder heeft ook eigen bedrijven en als er iets stuk is, regelt ze iemand die het fixt
Maar hoe leuk is het, als er rolmodellen zijn in je leven waarvan je kan leren dat je heel veel zelf ook kan maken? Deze week zag ik een film uit Tokyo waarbij je familieleden kon huren. Best wel triest om te bedenken dat ook in Japan de familie verbanden al zo verwaterd zijn dat inhuur nodig kan zijn. Deze film had ook wel een vleugje humor en verhuurde geen opa's, maar wel vaders, echtgenoten en journalisten. Maar goed, wat heb je eraan om eenmalig een opa in te huren? Je wil toch dat je kleinkinderen iemand hebben die echt van ze houdt, en niet alleen deze week maar volgend jaar ook nog. Er zit niet veel anders op, ik moet ze maar zelf leren timmeren en banden plakken dan:)