De ijskoningin
vrijdag 23 november 2018
Koud is de zee, zo zonder strandtenten. Straks ga ik sinterklaasgedichten schrijven, straks, als mijn jas de jas van een ijskoningin is, als ik het bibberen voorbij ben. Ik zou minder moeten dromen, misschien. Ik zou een man, dé man moeten kiezen en een charmeoffensief beginnen. Nu eet ik aardbeien. Aardbeien rood, zacht en zoet. Mijn huid gloeit van de zon, van het zout, van jouw handen. ¨Godin gepaneerd¨, zei je en je streek strelend zand over mijn rug.
De lucht trilt boven het strand; er is een ruimte die zee en hemel is. Schepen zweven voorbij. Ik loop met blote voeten door het water en ik weet dat jij het bent, die stip in de gloeiende verte. Ik voel je kracht, met elke stap voel ik je kracht sterker worden. Langzamer loop ik nu, nog langzamer; schelpjes vloeien rond mijn voeten en ik buk me om de mooiste, de meest roze, mee te nemen. Als ik me opricht, sta je voor me. Aardbeienijs stroomt uit je handen.
Ik zou minder moeten dromen, misschien. Ik zou ervaring moeten opdoen in digitaal verleiden en tactvol vasthouden. In op het juiste moment een dikke jas aantrekken. Maar het is warm en in de duinpan kookt het zand.
Luister je wel? Omarm je de woorden? Ik lees je voor; een aangenaam-erotisch vertelseltje van Amy Bloom. Eigenlijk heb ik twee handen en een mond nodig voor jou, maar het boek moet voorgelezen blijven en de bladzijden vrij van zand. Eigenlijk heb ik zand tussen m´n billen en vind ik dat jij ook zand tussen je billen moet hebben. Jouw billen zijn van spijkerbroek. Hoezo, eerst verdienen? Jij kreeg mijn zand zomaar voor het oprapen... Woorden wil je, hete woorden uit mijn mond en ik fluister ´Woestijntaal´ in je oor: “Tegenover mij staat hij, staat zijn kromzwaard. Wij dansen in doodlopende sporen, verdraaien het pad. Hij laat zijn handen op mijn huid verglijden, brandt gaten in mijn lijf. In deze vlammen komen oude stukken terug, hergroeperen zich. Iemand roept mij. Als ik onder hem lig, voel ik haar voetstappen in mij komen. Ik strek mijn handen uit naar een hemelzwaard. In een cirkel van sterren zit ik tegenover hem, kijk toe. Het is afscheid als ik thee zet, dit huis afbreek en de berg beklim. Hij zit op de bodem van zand, brandt zich aan de dag. Zij woont weer in de waterput, toont haar kleed van vreemdelinge. Allah houdt zich schuil..." Wat is het dat ik dit zo erotisch vind, erotischer dan het letterlijk beschrijven? Gedroomd heb ik. Er was een festival. Mensen, vrolijke kleuren, kleine houten huisjes, zand. Er gebeurde iets aangenaams met de man aller mannen en ik mocht zijn penis houden. Groot en warm lag hij in mijn hand maar ik wist niet wat te doen. Het is de hoogste tijd dat ik dit boek weg leg en zwijgend in je oorlel bijt.
Ik zou minder moeten dromen, misschien. Ik zou mijn angst voor het Grote Geluk beschaamd van mijn huid moeten spoelen, uit mijn ziel moeten mediteren. Maar de profielen blijven ongelezen, de foto’s ongezien. Hij mocht er eens tussen staan, hij over wie mijn dromen gaan. Ik eet wel aardbeien. Aardbeien zijn ook lekker.
(De geciteerde tekst komt uit het gedicht ‘Woestijntaal’ van Albertina Soepboer)
geplaatst door RodeJas - 5429 keer gelezen
Vorige berichten
Het zijn de mensen die de wereld interessant maken
Het zijn de mensen die de wereld interessant maken
Vannacht werd ik wakker en ging deze zin door mijn gedachten: “Het is de mens die de wereld interessant maakt”. Waarom? Ik zou het niet weten.. Maar vanmorgen liet mij deze plotseling ontstane gedachte niet los. Misschien is het de reden dat ik naar een serie heb gekeken waarin voornamelijk door manipulatie van situaties het beoogde resultaat moest worden bereikt. Mensen beïnvloeden elkaar. Manipulatie is een slechte manier om dingen naar je hand te zetten. Mensen zijn creatief, schrijven door het leven heen allemaal hun eigen verhaal. En niet iedereen komt in de geschiedenisboeken, zoals Napoleon, Martin Luther King, Obama, Kennedy, Albert Schweitzer om maar enkele bekende namen te noemen. Of het nu gaat om kunst, wetenschap en de manier waarop we met elkaar omgaan, elkaar ontmoeten, de menselijke factor zorgt ervoor dat de wereld daardoor volop in beweging blijft. Op dit moment nog een levend voorbeeld van invloed betreffende de menselijke factor; Donald Trump. Hij houdt de wereld in beweging en naast al zijn doelen voornamelijk de geschiedenisboeken in wil gaan als vredestichter.
Maar goed, wat zou de wereld zijn zonder mensen om ons heen. Mensen die we ontmoeten op straat, in cafés, in de supermarkt. Mensen die we liefhebben, familie en vrienden. Het zijn de mensen die kleur geven aan ons leven. Ik kan op een bankje gaan zitten, maar zonder iemand naast mij waarmee ik een interessant gesprek kan voeren blijft het maar een gewoon bankje. Hoewel even alleen zitten om in eigen gedachten tot rust te komen is ook weleens fijn. Zeker in, op dit moment, zo’n hectische wereld.
In mijn opinie: Mensen hebben mensen nodig. Mensen willen elkaar ontmoeten. Gedachten uitwisselen, elkaar om advies vragen, om samen te werken. Om een partner te vinden. Elkaar voor het eerst ontdekken bij een date. Wat zo’n ontmoeting interessant kan maken is niet enkel het uiterlijk, want achter elk uiterlijk zit een mens. Een mens met dromen, een mens met een verhaal dat nieuwsgierig maakt. En wie weet wordt de wereld leuker door wie je ontmoet.
Het zijn mensen die de wereld bijzonder en interessant maken.
Liefs,
Monique
Verjaardagen, je kunt er niet omheen
Elk jaar word ik een paar keer bepaald bij een verjaardag in de familiekring. Twee keer heel kort na elkaar, mijn zoon en een dag eerder ikzelf. Het is dan weer puzzelen wanneer we dat vieren. De rest van mijn familie verjaart op geheel andere tijden in het jaar, zoonlief en ik zijn veroordeeld tot de maand januari.
Verjaardagen werden vroeger doorgaans gevierd op de geboortedag. Nu in veel relaties tweeverdieners zijn zullen zij hun verjaardag vaker in het weekend vieren, voorop gesteld dat zij niet op zaterdag of zondag hoeven te werken. Mijn verjaardag viel dit jaar op zondag en de verjaardag van mijn zoon op maandag. De “viering” van de laatstgenoemde dag schuift dan een kleine week op.
Ik liep in voorgaande jaren tegen een dilemma aan. Wie nodig ik wanneer uit?
Het leek vroeger altijd eenvoudig iedereen op dezelfde dag en tijd bij mij thuis welkom te heten. Achteraf bleek dit nu mijn kleinkinderen wat ouder zijn en mijn zoon een hond heeft, die hij vorig jaar ook meenam niet zo’n slimme optie te zijn. Vorig jaar hoorde ik na de verjaardag van een van mijn kennissen, dat ze “not amused” was, door de combinatie van mijn jongste kleinkind, die ernstige gedragsproblemen heeft en de hond met de overige visite.
Ook tussen de kennissen onderling is het helaas niet altijd koek en ei…
Om herhaling van deze situatie uit te sluiten had ik nu twee “shifts” afgesproken, eerst komen mijn kennissen / vrienden en daarna mijn familie. Dat is ook met het oog op de beschikbare ruimte een goede oplossing.
Dat ik weer een andere leeftijd moet noemen als iemand mij vraagt: “Hoe oud ben je” is soms confronterend, zeker als het iemand is die verder niets van mij weet. Standaard reageer ik dan met “Hoe oud denk je?” Dat lijkt tactisch, maar het is niet uitgesloten, dat de reactie niet gespeend is van een complimentje.
Wat er op tafel komt is een ander punt van aandacht. Een deel van de visite heeft heel specifieke wensen wat betreft een natje en droogje. Omdat van een eenpersoons huishouden nooit geëist mag worden, dat de bewoner standaard een assortiment van een lunchroom heeft heb ik dat wensenlijstje gelukkig vorig jaar goed uitgewerkt en zorgvuldig bewaard.
Het is fijn als een van mijn gasten aanbiedt wat te helpen bij het bedienen en opruimen. Door wie dat doet merk je meteen, hoe zorgzaam iemand is.
Ik hang thuis geen slinger of andere versiersels op. De hopelijk gezellige sfeer komt wel door de gesprekken. Die zijn weer geheel anders als familie of als vrienden / kennissen op bezoek zijn.
Zelf ontkom ik niet aan het evalueren van het voorbije jaar en een vooruitblik op het nieuwe levensjaar. In 2026 heb ik behalve een of twee keer een vakantiereisje maken niets bijzonders op de agenda staan. Maar ik ben terughoudend bij het boeken van het reisje, wie weet komt er iemand op mijn pad met wie ik samen op reis ga. Je weet maar nooit.
Welke ervaringen hebben jullie met het vieren van verjaardagen? Kiezen jullie voor een mix van familie en vrienden of juist niet? Vieren jullie het op de dag zelf of liever op een dag in het weekend? Of vieren jullie het helemaal niet?
Vorm
... of inhoud? Daar moest ik aan denken bij al het geneuzel en gebeuzel over taalfouten.
Ik heb lang geleden twee jaar een relatie gehad met een niet-geletterde vrouw. Dat de relatie geen stand hield kwam niet door haar gebrekkige geletterdheid, maar door mijn gebrekkige emotionele intelligentie. Over hoe het daar nu mee is gesteld doe ik geen uitspraken. Hij is al lang niet op de proef gesteld. Op een schrijffout heb ik haar overigens nooit kunnen betrappen, want ze kon niet schrijven.
Nu ben ik de laatste om te beweren dat taal alleen vorm is. Ik zou er een hele filosofische traditie die in het westen teruggaat tot op de Grieken mee ontkennen. Taal is betekenis, taal is context. Maar wat is de betekenis van betekenis en wat is context? Van die dingen.
Dus nee, ik ga taalgebruik, wel de meest pragmatische component, niet degraderen tot vorm, maar geneuzel en gebeuzel over d/t-fouten beslist wel. Dat gaat immers over hoe wij de taal vormgeven in zijn verschillende gedaantes, de geschreven taal wel te verstaan in dit geval. In de gesproken taal hoor je dat verschil helemaal niet. En laten we nu gemiddeld veel meer spreken dan dat we schrijven. Maar dan nog, ook in de gesproken taal horen we veel 'fouten'. Wat zijn eigenlijk fouten? Maar dat terzijde.
Helaas zijn we hier in eerste instantie aangewezen op het geschreven woord; die foto's zijn helemaal niet belangrijk toch? En laat nu niet iedereen de gave van het woord gegeven zijn. Kijk er langsheen, zou mijn tip zijn. En anders wordt het zoeken naar spelt in een hooiberg. Ik denk nog vaak aan haar.
Over de irritante gewoonte om taalfouten expliciet op taalfouten te wijzen en die te verbeteren en de onzin daarvan gaat in mijn vakgebied nog wel een leuke anekdote rond trouwens. Op maandag vraagt de juf tijdens het kringgesprek aan Jantje wat hij gedaan heeft in het weekend. En Jantje zegt: ik heeft bij papa geslapen. Nee, zegt de juf, ik héb bij papa geslapen. O, zeg Jantje, ik heeft u niet gezien.
Welterusten.