Dit is het leven â Is dit het leven??
woensdag 21 november 2018
Iedereen hier heeft Abraham of Sara gezien. Je vijftigste verjaardag is iets in je leven, waar als regel op een speciale manier aandacht aan wordt besteed. Ik weet nog goed, dat ik op kantoor toen een heerlijke Abraham kreeg, deels van marsepein; ik ben een zoetekauw dus het delen van dat lekkers met anderen viel niet mee. Ik wist waar die man de mosterd vandaan haalt, maar tot op het moment dat ik vijftig werd niet dat hijzelf veel lekkerder is dan zo’n potje met gele smurrie..
Waar begint ons leven? Als we geboren worden, uiteraard, maar wanner heb je het gevoel dat je echt leeft? Als je een geweldige ervaring hebt opgedaan, of als je opgelucht bent, als je jezelf uit een vervelende situatie omhoog gewerkt hebt? En wat is het leven?
Opnieuw heb ik me laten inspireren door een lied, dat door een vrouw gezongen wordt.
Amy Mac Donald is in de jaren negentig beroemd geworden met “This is the life”
Soms denken we, dat dit het leven is, zoals we het nu leven. We leven onbewust van de diepere zin van ons bestaan.
Eerst bezingt Amy de sfeer: Oh the wind whistles down The cold dark street tonight De wind giert omlaag, vanavond in een donkere straat.
And the people they were dancing to the music vibe En de mensen dansen op de klanken van de muziek, And the boys chase the girls with the curls in their hair. terwijl de jongens achter de meisjes met krullen in hun haren aanzitten. While the shy tormented youth sit way over there en jongeren, die door hun verlegenheid gekweld worden aan de andere kant zitten.
And the songs they get louder Each one better than before And you're singing the songs
Thinking this is the life. De liederen klinken harder, elk lied is beter dan het vorige, jij zingt die liederen mee en je denkt dat dit het echte leven is. And you wake up in the morning and your head feels twice the size. ‘s Morgens word je wakker en je hebt een kater, Where you gonna go? Where you gonna go? Where you gonna sleep tonight? Waar ga je nu naar toe, waar ga ja vanavond slapen?
And you're singing the songs, Thinking this is the life. Terwijl je deze liederen zingt denk je dat dit het leven is…
Herken je dit voor jezelf? We gaan elke dag en elke week dikwijls zonder er bij na te denken door in de tredmolen van het dagelijks bestaan. Sommige handelingen, die we doen zijn voor ons zo normaal, dat we zelfs geen poging doen om eens een andere weg in te slaan.
Er is echt moed voor nodig om je leven een andere wending te geven.
Dat merken we ook in relatieland.
Ik werd getroffen door de tweedeling in dit lied, er zijn mensen die hun best doen een partner te vinden en er zijn er ook, die het maar niet wil lukken, die gewoon aan de kant blijven zitten. Ik mag graag gaan dansen, en ook daar zie je dit. Sommigen die het grootste deel van de avond op de vloer zijn, anderen die wel iemand proberen te vragen maar afgewezen worden, en weer anderen die aan de bar blijven hangen.
Weet je wat zo bizar is? Juist in zo’n grote groep kun je je ontzettend eenzaam voelen. Wie met een vriend of vriendin naar een gezellig avondje gaat loopt dat risico niet zo snel. Tenzij de partner je op het feestje laat stikken, omdat er ook een heel interessante, charmante dame of heer aanwezig is, waarnaar alle aandacht gaat. Om hem of haar zwermen ze als vliegen om de strooppot. Wanneer je dan nota bene met je vriend of vriendin het feest verlaat neem je de kater mee. De tekst van Amy snijdt dan als het ware door je hart heen.
Wat zou het mooi zijn, als we ook op zo’n gezellig feestje (kan ook gewoon een verjaardagsvisite zijn!) respect hebben voor elkaar. En als we ook eens praten met iemand, die er een beetje verloren bij zit. Waarom moeten we op zo’n party steeds “scoren”?
Luister nog maar eens maar het lied van Amy Mac Donald, misschien roept het bij jou dezelfde associaties op als bij mij. Ik wens jullie veel liefde, gezelligheid en respect!
Ik plaats op Things2share een linkje…
geplaatst door Aktivo1 - 4841 keer gelezen
Vorige berichten
Single of in een relatie: Ben je een eenpitter ?
Ik ben volgens de wet sinds de zomer van 2006 alleenstaand. Die twee decennia zijn weliswaar onderbroken door een “lange” relatie en twee kortere relaties. In die twintig jaar heb ik ervaren, dat het gegeven single-zijn niet automatisch aangeeft hoe je in het leven staat, hoe je je richt op je omgeving.
In mijn netwerk van mensen zijn veel singles van rond mijn leeftijd, die heel sociaal zijn en zich bekommeren om anderen die op hun pad komen, maar anderzijds ook alleenstaanden, die heel egocentrisch manoeuvreren. Er zijn singles die heel open zijn, heel toegankelijk, die aandacht hebben voor de wereld om zich heen en voor individuele personen. En dus ook alleen gaanden, die hun weg echt alleen gaan.
Ook in relaties kom ik eenpitters tegen, oftewel einzelgängers. Zelfs bij mensen, die verschillende huwelijksjubilea achter de rug hebben merk ik, dat elk van beiden steeds z’n eigen ding doet. Dat hoeft op zich geen probleem op te leveren. Het wordt lastiger als beiden een eenpitter zijn. Dan liggen botsingen, aanvaringen continu op de loer.
Kan een eenpitter veranderen? Is het net zo eenvoudig om een eenpitter zo ver te krijgen, dat hij of zij zijn / haar houding aanpast als wanneer je in je keuken een een pits komfoor inruilt en een kooktoestel met meer branders neerzet?
Zo’n verandering in de keuken vraagt ook om inzicht en handigheid. Als het een pits gaskomfoor ingeruild wordt voor een elektrische kookplaat (in verband met de energietransitie) moet je wel weten of het huidige vermogen dat de energieleverancier levert voldoende is, en of je deze belangrijke wijziging wel echt wilt!
Een poging om een eenpitter te veranderen die lange tijd zonder partner heeft geleefd lijkt op het eerste gezicht een onmogelijke opgave. Eerst moet je weten of hij of zij wil veranderen.
Dan rijst er nog een ander gevaar: Je probeert hem of haar te veranderen op die punten, die jou goed uitkomen. Of, waar je je bij hem of haar aan ergert.
Als je een een pits gaskomfoor inruilt voor een vierpits toestel verdwijnt het oude apparaat niet zonder blikken of blozen. Raar, maar zo is het ook met een single eenpitter. Op het eerste gezicht is-ie veranderd, maar na een tijdje duikt het eenpitter zijn toch weer op.
Ik moet niet steeds onomwonden eenpitters in een kwaad daglicht steken. In hun werksituatie hebben ze vaak veel verantwoordelijkheidsgevoel, ze zijn gemotiveerd om hun taak goed uit te voeren. Het zijn ook vaak mensen aan de top van een organisatie. Hoe straalt dat af naar hun privéleven? Daar zijn andere verbanden, daar hoort geen hiërarchie te bestaan.
Bekend is de grap over de nieuwe baas die een bordje op zijn bureau plaatste: “Hier ben ik de baas” Een dag later miste hij dat irritante bordje. Zijn ondergeschikten vertelden hem toen hij vroeg waar het bordje gebleven was, dat zijn vrouw het was komen ophalen..
Moraal: Hoe iemand op het eerste gezicht lijkt te zijn stemt niet (altijd) in alle situaties overeen met de realiteit! Schijn bedriegt.
Wie heeft met eenpitters te maken (gehad)? En hoe ben je daar dan mee omgegaan??
Een klein leven
Een droom. Ik lig te slapen op mijn blauwe bank. De bel gaat, dochter doet open. Een werknemer van het bedrijf waar ik een tuinbankje heb besteld, stapt de kamer in; hij heeft een rol prikkeldraad bij zich. Hij is een grote man, en hij staat te roken. Ik vraag hem om niet te roken in mijn huis. Hij zet een paar stappen vooruit en morst sigarettenas op mijn slaapzak. De man legt het prikkeldraad op de vloer en neemt mijn dochter mee de gang in. Ik loop hen achterna, raak haar rug aan. Hij laat haar los en verdwijnt in de deur.
En nu vraag ik mij af: Is dit een voorspellende droom, of een reactie op een gebeurtenis in het verleden? Want dat is het lastige met dit soort dromen: ik weet zelden of het onheil al is gebeurd of nog moet gebeuren. Al met al zal ik blij zijn als het bankje op mijn balkon staat.
Een droom. Mijn plafond lekt, het water drupt op de kale, houten vloer. Mijn vader zet een hoge trap in het midden van de kamer, klimt naar boven en steekt met een schroevendraaier het plafond open. Het water gulpt het gat uit. Hij lacht: ‘Dat scheelt een slok op een borrel!’
Sinds ik grotendeels aan huis gekluisterd ben, heb ik een valhorloge om. Het belt mijn dochters, mocht ik komen te vallen. Zij willen zoiets liever direct weten: ook in een klein leven kan de weg vol liggen met voetangels en klemmen. En doordat mijn jongste dochter aan mijn ronde tafel, dus via mijn wifi, naar het meest geschikte horloge heeft gezocht, krijg ik op mijn facebookpagina advertenties met foto’s van vrolijke, al wat oudere mensen. Ze zijn op zo’n hoge huishoudtrap geklommen om de heg te snoeien. Tekst: Je weet dat je moeder/vader het toch zelf doet. Geef haar/hem een valhorloge!
Ja, ik leef voorlopig een klein leven. Elke ochtend weer leer ik mijn linker been dat het prima kan lopen, en dat gaat me steeds beter af. Maar dat been vindt fietsen op een hometrainer veel fijner, het zadel zo hoog dat ik het volledig moet strekken. De verrader. Hij weet best dat ik niet van fietsen hou, dat ik veel liever loop. Veel te veel fietsongevallen hier in Leiden. Hm, misschien eens uitkijken naar zo’n licht fietsje met kleine wielen.
Een droom. Er is een muziekstuk op de televisie; groot orkest met drie zangeressen. Blond, donker, rood. Alt, mezzo, sopraan. Ik kijk er beneden op de bank naar, ik kan immers de trap niet op. De anderen kijken boven. Zo af en toe breng ik hen (wie eigenlijk?) koffie, thee en koekjes op mijn ronde, stalen dienblad. Ze zijn er blij mee. Dan maakt de blonde zangeres een fout en wordt de uitzending gestaakt. We zien haar weer als ze vanaf een bospad in de trein wil stappen. De trein rijdt weg zonder haar, en ze loopt langzaam terug. Ze draagt een beige overjas.
Ik heb alle tijd - en tegelijkertijd heb ik nergens tijd voor. Ik mis het reizen met de trein, de lange wandelingen, de zee, het voorjaarsbos. Maar ik moet er niet aan denken, dat gemis in te vullen met daadwerkelijke acties. Ik zou alvast nieuwjaarskaarten kunnen gaan tekenen, een engeltje 2.0 ontwerpen. Echt? Lezen dan? Ik koos uit alle boeken die wachten om gelezen te worden, de minst gecompliceerde. Zo’n Young Adult boek over een boekwinkel waar iedereen elkaar helpt om een stap verder te komen in het leven.
Zelf heb ik ook een grote stap vooruit gezet: ik heb mijn oudste dochter geholpen met de afwas. Ze had heerlijk voor me gekookt - en plotseling leek het me gezellig om er een theedoek bij te pakken en samen af te wassen. We zongen, net als vroeger, het lied over de Prins van Doedel aan de Vlier uit de televisieserie Hamelen, een duet tussen koor en solist. De prins ontmoet een kikker met ‘ogen van saffier’ en trouwt met haar omdat hij gelooft dat ze een prinses is. Ze houdt immers van hem? Maar ja, klokslag twaalf blijft de kikker wie zij is en verandert hij zelf in een kikker. Grootser hoeft geluk niet te zijn.
Macon
Ik houd wel van open eindes en dit is er zeker een.
Op mijn hotelkamer in Mâcon gaan mijn gedachten terug naar zes jaar geleden in hetzelfde hotel. Ze is eigenlijk best leuk, dacht ik, aan de rand van het zwembad. Was dat nou voor of na een paar glaasjes Gallo? Ja, u leest het goed. Aan de rand van het zwembad bood ze mij in een van de beroemde wijngebieden van Frankrijk een glaasje rode Gallo aan. Of liever een plastic koffiebekertje dat nog net niet smolt van de hitte. Knap vond ik haar zeker. Vink maar af. Of moest ik ook dat oordeel toeschrijven aan het onbestemde Gallo-mengsel? Nee, ze was knap!
Haar dochters verdwenen naar de tafeltennistafel waar de hormonen geen grenzen kennen op een late en zwoelwarme avond in Zuid-Frankrijk en de tweede fles ging open. Ze waren in de aanbieding, kirde ze, terwijl ze inschonk. Ze draaide zich naar me toe en legde haar voeten in mijn schoot. Of ik ze wilde masseren.
De rest van de avond was een opmaat naar wat voor de hand lag, maar niet zou gebeuren, want toen ze me voorstelde om naar mijn kamer te gaan, verzamelden we de laatste restjes die nog over waren van ons gezond verstand en besloten we dat er ergens ook nog twee pubers rondzwierven, wat overigens niet in de weg stond aan een potje slaap-lekker-tongzoenen van een half uur.
Toen ik de volgende ochtend naar de ontbijtzaal liep, vond ik een briefje: We moesten vroeg weg. Waren we maar wat onverstandiger geweest. Tot ooit. Kus.
Sindsdien kan ik niet meer in Mâcon zijn zonder aan het prachtige gedicht van Jean Pierre Rawie te denken:
Ooit
Het is niet meer in dagen of in weken
dat ik de spanne die ons scheidt,
dat ik de eeuw dat ik je kwijt ben reken;
wie meet de leegte aan de tijd?
en wie weet of de tijd die is verstreken
niet telkenmale weer verglijdt?
Wie weet keert ook de tijd die is vergleden
eens tegen elke rede om
en worden lijnen die elkaar nooit sneden
alsnog als door een wonder krom,
zodat ik je in een volmaakt verleden
opnieuw in leven tegenkom.
Ontneem mij nimmer dit subliem vertrouwen
waar ieder aards begrip voor zwicht,
dat steeds mijn levenslijn nog met de jouwe
in één fataal verlengde ligt
en wij elkaar ooit weer zullen aanschouwen
van aangezicht tot aangezicht.