Over teennagels
zondag 9 december 2018
Dit is een smerige titel, ik weet het. Om veel lezers te trekken zou ik de woorden seks, rode wijn en chocolade moeten gebruiken, gelardeerd met een vleugje ‘zout op mijn huid’. Teennagels doen mij denken aan de slappe lach-sessies met m’n ex-schipper, in de punt van zijn zeeschouw. Aan zijn quasi misnoegen omdat mijn ‘smerig’ de zijne overtrof. Seks, rode wijn en chocolade. Maar dit blog gaat nu eenmaal over teennagels - en over de liefde, natuurlijk: ‘Een goede test voor de ware liefde is of je de gedachte kunt verdragen de teennagels van je beminde te knippen.’*
Liefhebben is een ondoorgrondelijk leerproces, waarin tests en toetsen averechts werken - met alle onzekerheid van dien. Het enige houvast is je eigen verlangen om dicht bij die ander te zijn. Studiemateriaal is er genoeg: Zo vertelt de psychologie wat je wel en niet zou moeten doen tijdens een date en in de liefde. Probeer dat maar eens toe te passen met een meanderende geest, de verwarring die inherent is aan een geslaagde date en de bewustzijnsvernauwing die verliefdheid nu eenmaal veroorzaakt. Bovendien veranderen psychologische inzichten nogal eens, waardoor een beminde toch de benen kan nemen en je alleen achterblijft met al je theorieën. De filosofie stelt vragen die ik zelf mag beantwoorden. Daar hou ik van; dat geeft ruimte voor twijfelen en veranderen. De vraag: 'kan ik de gedachte verdragen om zijn teennagels te knippen?’, is een filosofische vraag, een verfrissende vraag die nieuwe inspiratie geeft. In gedachten laat ik hem los op mijn voormalige beminden en jawel, de teennagels van mijn favoriet zal ik knippen, zelfs nu de magie verdwenen is.
En de teennagels van mogelijk toekomstige geliefden? Van X, die ik eigenlijk al heb losgelaten? Hij vroeg mijn gezelschap om zijn huidhonger te stillen en ik snelde naar hem toe over het schelpenpad langs het water. Ik stond voor hem, voor zijn grote leren zetel - en toen ik dichterbij kwam spreidde hij zijn benen, maar zijn ogen sloot hij. Wil hij niet zien dat ik het ben? Zal ik zijn oorschelp zachtjes tussen mijn vingertoppen nemen? Na de derde ademhaling stromen de woorden uit zijn mond. Lustdovende woorden over geloof, hoop en liefde. Hij wil puur zijn. Goed, hoe puur wil je het hebben? Je hebt me over de tempelslaap verteld, ooit, en nu is er niets hemelser dan de maagdelijke geboorte? Geloof, hoop en liefde. Chocolade, rode wijn, en seks. Een film keken we nooit uit, want er was te veel om te vertellen, te veel om aan te raken. En nu huidhonger de inzet is, is begeerte je vijand. Zijn teennagels zal ik knippen, mits hij zelf zijn schoenen uittrekt...
Tot nu toe liet ik tijdens een date, terwijl we wat praatten, de handen van de man op mij inwerken: verlang ik naar de aanraking van die handen? En later, als het gesprek aangenaam is en wederkerig, als er magie is, herkenning: het zoenen. Zou ik met met deze man willen zoenen? Zonder zoenen kan het nu eenmaal niet... Maar vanaf nu roep ik het beeld op van zijn voeten. En hoe ik, gekleed in een zijden kamerjas, voor die voeten kniel en aandachtig de teennagels knip.
*uit: ‘De beste ideeën over de liefde’, The School of Life.
geplaatst door RodeJas - 5412 keer gelezen
Vorige berichten
Open tuinen weekend
Afgelopen weekend kon ik in Heiloo een aantal mooie tuinen bezoeken die aan het open tuinenweekend van Groei en Bloei meededen. Op internet kon ik de adressen vinden en ook of de tuin op zaterdag of zondag open was. Mijn festivalmaatje heeft ook een grote tuin en wilde wel met me meegaan. Onze fietsen ingeladen in zijn bestelbus en met de uitgeprinte adressenlijst + overzichtskaart hoe er makkelijk te komen naar Heiloo. De auto in de schaduw neergezet en verder met de fiets op stap.
De trotse eigenaren gaven zelf een rondleiding door hun tuin om toelichting te geven over de prachtig aangelegde borders met bloeiende heesters en fleurige bloemperken. Ze wisten ook bijna alle namen van de soms zeldzame planten in hun tuin. Ik moest af en toe best lachen om de Nederlandse benaming van sommige planten. Ik had bijvoorbeeld nog nooit gehoord van de plant Schout bij Nacht en ook de plant Jan op de Preekstoel was mij volledig onbekend. De topper vonden we allebei een reusachtig grote tuin, bijna aan de rand van het Heiloo-er bos,
Deze tuin had geen schutting nodig, lag (bijna) direct bij het bos. Een aangrenzende, eveneens grote tuin, had alleen wat doorzichtig gaas als afscheiding ivm huisdieren. Een andere buur had helemaal geen afscheiding geplaatst, want dat was makkelijker omdat ze allebei dezelfde grasmaaier gebruikten. Er was nu wel tijdelijk een lint gespannen, want deze buren deden dit jaar niet mee aan Groei en Bloei. Je kon wel hun hele tuin overzien. Het geheel was net een park, met uitzicht aan alle kanten op de hoge bomen van het bos, schitterend gewoon !!
Overal in deze prachtige tuin stonden zitjes, waar je even mocht neerstrijken om volop van de tuin te genieten. De meeste bezoekers waren echtparen op leeftijd, of 2 vriendinnen, die ook deze route per fiets deden. Alleengaande heren heb ik niet gezien, misschien omdat het toen ook best wel warm was. Of is bij anderen in de tuin gaan kijken, hoe de mensen alles zo smaakvol hebben ingericht iets wat vooral vrouwen leuk vinden om te doen?
Aangezien ik in mijn eigen tuin altijd wel een struik zie die gesnoeid moet worden of bloemen die uitgebloeid zijn, die weggeknipt moeten worden, kan ik nooit zo lang stil zitten in mijn eigen tuin. Die behoefte is er niet in andermans tuin. Ik kon heerlijk blijven zitten en ik genoot met volle teugen van deze prachtige tuin. Heel rustgevend en beslist een uitje dat voor herhaling vatbaar is...
Mijn huis
Ik heb een mooi oud en groot huis, waar ik graag en (een beetje trots) binnenkom. Ik ken de geluiden, weet waar het licht mooi valt en waar je fijn zit. Ik kan me hier goed redden.
En dat is misschien wel precies het woord: redden.
Ik kook, ruim op, zet de vuilnis buiten en heb mijn leven aardig op orde. Geen zorgen, goede gezondheid, veel sociale contacten. Maar soms, vooral ’s avonds, als het huis stil wordt, ontbreekt er iets.
Ik mis een partner.
Niet zo zeer voor vakanties of feestdagen. Om ergens te gaan eten of drinken, naar een museum te gaan of een wandeling te maken. Dat zijn fijne dingen, zeker. Maar …..
Ik mis iemand, die er gewoon is. Die niet per se naast mij op de bank hoeft te zitten. Die misschien een film kijkt of in de keuken een kop thee maakt, terwijl ik achter de computer zit. Iemand van wie je de aanwezigheid voelt, zonder dat er gepraat hoeft te worden. Dat je allebei je eigen dingen doet, soms zelfs op grote afstand, maar gewoon weten en vooral voelen: wij horen bij elkaar, wij zijn er voor elkaar. Altijd de verbinding en de liefde voor elkaar voelen.
Mijn huis is mijn huis. Daar ben ik blij mee. Echt. Maar soms denk ik: het zou nog warmer zijn als iemand hier niet op bezoek kwam, maar thuiskwam.
En…. hoe ik ook gehecht ben aan mijn huis. Ik hoop dat duidelijk is, dat dat dus niet het belangrijkste in mijn leven is. Ik zou het graag ruilen voor een gezellig huisje vol liefde ergens op een dijk langs de rivier, naast het bos of bij het strand. Een leuk appartement in het centrum van de stad mag ook. Het maakt eigenlijk niet uit zolang er op zaterdag een ouderwetse papieren krant in de bus ligt en een kopje koffie van je geliefde op tafel staat en er vrede in je hart is.
Terug naar de eenvoud en de essentie van waar het in dit leven echt om gaat. Ergen thuiskomen.
Waar val ik op en wie valt op mij?
In een vorige blog heb ik de consequenties aangeroerd van een letterlijke val. Niemand vindt het fijn om ongewild een val te maken. Alleen parachutisten is het gegeven door een goede beveiliging een – lange – val te maken. Maar verder? Soms letten we niet op, en dan gaat het goed fout. Er is nog een andere valpartij: als een regering ten val wordt gebracht gaat dat veelal gepaard met geweld of doordat ze ernstige fouten heeft gemaakt en daardoor opstapt.
Er is ook een verschil tussen ergens over vallen en op iemand vallen. Bij het daten gaat het er om, dat iemand je eerst opvalt – opvallend vindt, dat je dan op die persoon valt omdat hij of zij je bevalt. Grappig dat het werkwoord vallen dus positief en negatief gebruikt wordt, al naar gelang de context waarin het geplaatst wordt.
Ik geloof dat het een enkele keer voorkomt, dat beide personen meteen op elkaar vallen. Vaker zal een van de twee zich erg aangetrokken voelen, terwijl de ander nog onzeker is over zijn of haar gevoelens. Als na enige tijd het samenzijn – de ontmoeting beiden bevalt kan het na verloop van een jaar zelfs leiden tot een bevalling…. Anderzijds kan een date ook gruwelijk tegenvallen.
Ik kan er niet omheen, het valt mij op dat ook als je niet meer zo piepjong bent toch het uiterlijk bij de eerste ontmoeting essentieel is. Hoewel, is uitstraling een betere omschrijving?
De eerste keer, dat je elkaar aankijkt bij een date is uiterst belangrijk. Daar staat of valt alles mee. Mannen vallen vaak op een bevallige dame, vrouwen kijken meer dan mannen naar de kleding en uiterlijke verzorging.
Veel uiterlijke aspecten zijn vaak momentopnamen. Er zijn legio cartoons van vrouwen met krulspelden in het haar als ze wakker worden en van mannen met een buik welke bij geval als dienblad gebruikt kan worden. Niemand gaat op voorhand proberen te daten met zulke mensen. Daten is een zaak van vallen en opstaan. Wie vaker dan een of twee keer een afspraakje had dat geen vervolg kreeg moest zich zeker als zo’n gevalletje zich voor het eerst voordeed even herpakken, voordat hij of zij het opnieuw probeert. Een afzegging – een blauwtje valt niet lekker.
Sommige dates zijn echt niet leuk. Het is nog net geen gevecht. Ik herinner mij nog dat ik als jonge knaap een keer werd uitgenodigd bij een dame thuis. Zij zat nota bene achter een bureau en ik mocht op een stoel daarvoor plaats nemen. Misschien was ze bang dat ik in de aanval zou gaan?
Nu schiet mij de spreuk te binnen van Karel Doorman, Karel Doorman wordt vaak geëerd omdat hij in 1942 tijdens de Slag in de Javazee “Ik val aan, volg mij” zou hebben gezegd, wat erg dapper werd gevonden. Dit is echter niet geheel waarheidsgetrouw. Doorman gaf aan alle schepen het sein “Follow me” (“[to] All ships. Follow me”). Daarmee gaf hij aan dat ze niet de Exeter, maar het vlaggenschip De Ruyter moesten volgen. (bron Wikipedia)
Ik zal die kreet absoluut nooit slaken. Maar het kan geen kwaad er voor te zorgen, dat ik niet steeds in de zelfde valkuil loop, mocht ik ooit weer een date hebben… Andersom zet ik wel een valletje als ik een muis wil vangen, maar die strategie hanteer ik niet voor een date..
Hopelijk valt deze blog niet verkeerd en misschien valt hij in de smaak, en ik hoop dat niemand zich aangevallen voelt..