Op het spoor - het spoor bijster
dinsdag 29 oktober 2019
Als verwoed treinreiziger kan ik er niet omheen te kijken naar de geschiedenis die het treinwezen heeft beleefd. Daar word ik heel sterk bij bepaald omdat in 1839 de Arend, de eerste trein in Nederland, tussen mijn woonplaats Haarlem en Amsterdam reed.
Mijn grootvader woonde in een dienstwoning van NS in Uithoorn; hij was in de eerste helft van de twintigste eeuw overwegwachter bij de spoorlijn, die daar toen nog bestond. Het vervoervirus is later overgeslagen naar mijn zoon; die is ook zeer geïnteresseerd in het spoorwezen, en hij heeft korte tijd gewerkt bij NS.
Onlangs kreeg ik opnieuw de kans mij te vergapen aan allerlei prachtige oude locomotieven door een uitnodiging voor een reünie van leden van een werkgroep, waar ik ruim 20 jaar als notulist in actief was. De organisatoren hadden gekozen voor een dagje Spoorwegmuseum in Utrecht. Lekker centraal gelegen, leuk was, dat er een potje met geld opgemaakt moest worden, zodat die hele dag gratis was inclusief lunch en een heerlijk diner, elders in Utrecht. In het Spoorwegmuseum was het ontzettend druk, de woensdag in de herfstvakantie, allemaal gezinnen met kinderen.
Toch was het belangrijkste aspect die dag de ontmoeting, het liedje van Lodewijk van Avezaath uit 1984 “Verrek, zeg kerel ben jij dat” uit 1984 (!) komt me nu voor de geest, als ik zo’n bijeenkomst heb. Ik hoorde hoe het iedereen in de afgelopen jaren was vergaan. Twee personen waren nog betaald werkzaam, de anderen waren net als ik langere of kortere tijd gepensioneerd.
Ik vond het jammer, dat enkele leden van de werkgroep verhinderd waren. Graag had ik de toenmalige voorzitter uit Zeeland weer de hand willen drukken, speciaal voor hem had ik me weer eens getooid met de bedrijfsstropdas, die hij me ooit had verstrekt.
Het raakte me toen ik hoorde, dat iemand, die jarenlang heel inhoudelijk met het doel van deze werkgroep bezig was geweest (en met wie ik veel ook persoonlijk contact had onderhouden) niet op het appél was. Zijn vrouw had gemaild, dat hij kort geleden door Alzheimer was getroffen. Bizar, dat je dan niet spoort of het spoor bijster bent als er iets wordt georganiseerd in het spoorwegmuseum. We onderhielden nog jarenlang contact via de kerstgroeten, ik had me er juist op verheugd hem in levende lijve nu te zien. Hiervan leerde ik, dat je niet lang moet wachten met het opnieuw benaderen van iemand, van uitstel kwam nu echt afstel.
Iedereen gaat in zijn leven ergens naar toe, naar een bestemming. We zijn onderweg, waar en wat is het einde? Ik denk vaak dat ik mijn leven nu wel weer op de rails heb, maar is dat zo?
Er zijn wel eens werkzaamheden van Prorail, zodat ik mijn reis moet aanpassen, soms wordt er een wissel omgezet en dan word ik een andere kant uitgestuurd. Helpt het om me daar tegen te verzetten? In het leven gebeuren die dingen ook..
De man met Alzheimer was 15 jaar eerder gescheiden, de vrouw uit zijn eerste huwelijk had hem verlaten omdat zij met een vrouw ging samenwonen. Hij ontmoette toen zijn tweede partner, met wie hij een heel fijne relatie kreeg. Nu krijgt hun huwelijk een opdoffer door zijn ziekte. Er wordt veel van haar gevraagd, vooral liefde. Ik weet dat er onder de lezers van de blogs mensen zijn die ook hiermee geconfronteerd werden. Dan blijkt wat ware liefde is…
Soms ben ik het spoor een beetje bijster. Zowel hier in datingland, daar moet je er goed op letten dat je de juiste route volgt, maar ook op andere momenten kan dat gebeuren. Er is dan vaak een conducteur die mij en mogelijk ook anderen weer op het goede spoor zet. Met andere woorden, een beetje feedback, ook bij het daten, kan geen kwaad.
geplaatst door Aktivo1 - 4058 keer gelezen
Vorige berichten
Een toekomst zonder zorgen
De gemiddelde leeftijd van de deelnemers aan deze site zal 70 jaar zijn, schat ik. Vanaf de kleuterschool kan ik me dingen nog goed herinneren. Daarvoor zijn het nog vage momentopnames die af en toe door mijn hoofd flitsen, maar zo’n 65 jaar aan concrete herinneringen is er wel verzameld.Herinneringen aan vreugde en verdriet, ontmoeting en afscheid, succes en falen, gezondheid en ziekte, trots en schaamte, hulp en bedrog, geluk en pech. Ieder van ons heeft hetzelfde in meer of mindere mate meegemaakt.
Soms is het bitterzoet. Wat waren er veel fijne dingen en wat is het jammer dat ze nooit meer terugkomen! Toch prijs ik me gelukkig dat het per saldo een enorme rijkdom in mijn hoofd heeft opgeleverd. Rijkdom, die niemand me meer kan afpakken.
Ik vraag me ook niet meer af of ik het beter of anders had kunnen doen. Ongetwijfeld, maar zou mijn leven dan wel zonder vallen en opstaan zijn verlopen? Natuurlijk niet. Terugkijken doe je op onze leeftijd waarschijnlijk vaker, dan een half leven geleden. Ik zelf -en dat gun ik iedereen- kan zo’n moment van bezinning steeds afsluiten met een gevoel van tevredenheid en dankbaarheid.
Maar meer nog dan dat: het geeft ook vertrouwen in de toekomst. Het leven is nog niet voorbij en waarom zou er niet nog een mooie reis in het verschiet liggen? Ongetwijfeld met hier en daar een spannende hobbel, maar veel minder dan tot nu toe. Met minder bewijsdrang, minder lawaai en minder strijd en daarentegen meer tevredenheid, rust en vrede wordt de weg een stuk eenvoudiger en vriendelijker.
Het is nog niet voorbij, in tegendeel.
Machiel van der Schoot
Buitenland
Mijn leraar Frans, lang geleden op de middelbare school, vertelde eens een verhaaltje over een gebeurtenis ergens in Frankrijk. Hij was bij een viskraam gekomen en had wel trek in een rolmops. Dat is een zure haring om een augurkje heen gerold, met een paar cocktailprikkers erdoorheen. Maar hij wist niet hoe je dat noemde in het Frans, dus hij begon het te omschrijven: hareng, rouler, cornichon, bâtonnet… De visboer begreep het : Ah! Un rollmops! Dat vond ik erg grappig. Daarbij kwam ook het ontzag van dorpsjongens voor iemand die over Frankrijk kon vertellen. Onze wereld was klein, zelf was ik toen nog nooit in het buitenland geweest. Afgezien dan van het schoolreisje naar Trier, dat zo rond die tijd moet hebben plaatsgevonden – nadat de traditionele Rome-reis ons, wegens de economische malaise van die jaren, door de neus was geboord.
Buitenlandse reizen waren in onze familie meestal beperkt tot de bedevaartsreis naar Lourdes. Wie zich die pelgimage kon permitteren kon rekenen op een verhoogde status, want blijkbaar werd er goed geboerd. Vol trots kwamen ze dan ook terug met flesjes gewijd Lourdeswater voor iedereen. Een eeuwenoude lokroep waar buitenland synoniem was van bedevaart. Iets anders had je er niet te zoeken. En die traditie is nog steeds levend, er is een neef die tot op de dag van vandaag Lourdes-reizen organiseert.
Mijn ouders hoorden niet bij de uitverkorenen, zij zagen Lourdes alleen op de stereofoto’s uit de souvenirshop. Maar gelukkig hadden wij in Roermond, de stad die tegenwoordig vooral bekend is van de Designer Outlet, onze eigen Maria-bedevaart. Dat is de Kapel-in-’t-Zand, ook met een legende en bijpassend mirakel, iets met een beeldje in een put. Water uit die put is dus ook gewijd en werkzaam tegen kwalen en ongelukkige toestanden. Minder heilig natuurlijk dan het water uit Lourdes, dus we hoefden er niet mee aan te komen bij familie. Maar als die familie bij ons op visite kwam, dan namen ze vaak toch wel een flesje mee… voor de zekerheid.
De Kapel-in-’t-Zand (de naam is bedrieglijk, het is een forse neogotische kerk van de 19e eeuw) heeft ook, net als Lourdes en andere bedevaartsoorden, wanden vol devotietegeltjes. Daarop uiten mensen hun dankbaarheid jegens Maria, wegens verleende gunsten, of ze vragen Maria om voor hen te bidden in moeilijke tijden, of om genezing van een ziekte. Om een link te leggen, bidden om een lieve man/vrouw te vinden, of dankbaarheid voor een geslaagde verbintenis hoort ook tot de mogelijkheden.
Daarvoor is het nu dan wel te laat, dacht ik, want elke centimeter is bedekt. Maar op de site (laatst bijgewerkt 2024) lees ik tot mijn verbazing, dat er ruimte voor nieuwe tegeltjes is gecreëerd. Tegen een bijdrage van honderd euro per tegel kunnen we voor iedere wens de hulp van Maria inroepen. Overigens mag bidden natuurlijk altijd, dus mocht de de lezer(es) na een bezoek aan de Designer Outlet nog een paar uurtjes te besteden hebben, dan is een bezoekje aan de Kapel in ‘t Zand zeker aan te bevelen. Het is een wonderlijke plek, echt.
Wat Lourdes betreft, ik ben daar vele jaren later nog wel eens langs gekomen, meermaals zelfs, op de route naar de Pyreneeën. Ik kan persoonlijk geen deel uitmaken van die wereld en ik werp een cynische blik werp op de bedevaartsindustrie met gewijd water plastic jerrycans als dieptepunt. Maar tegelijk heeft het ook iets ontzagwekkends, die mensenmassa die daar uit de hele wereld samenkomt, verenigd in een gezamenlijk verhaal. Dat is wonderbaarlijk.
Titanium
Vroeger, vorig jaar nog, liep ik met gemak tochten van zo’n dertig kilometer, met een bewogen gemiddelde van vijf-en-een-halve kilometer per uur. Vandaag denk ik: het gaat best goed met me. Ik vergeet namelijk steeds weer waar ik mijn kruk heb laten staan; de rechter, de enige die ik nog gebruik. Ik loop ongemerkt verder zonder kruk. En de fysiotherapie begint, met roeitrainer, leg-press en crosstrainer, steeds meer op een sportschool te lijken. Ik hou van trainen in een sportschool. Maar waarom staat mijn facebookpagina plotseling vol met filmpjes van mannelijke paaldansers?
Een droom: Er is een jonge vrouw in huis. Ze danst, ze zingt, en ze draagt een wijde, rode jurk. Het is iets met een opname; overal lopen technici en camera mannen. Maar ze regelt het zelf, soepel heen en weer bewegend op mijn volle aanrecht. Ze heeft haar eigen beeltenis over het grote schilderij in mijn huiskamer gehangen. Ik heb haar twee popjes gegeven om mee te spelen, maar ze wil ook het derde hebben, het popje met de witte kleertjes. Ze stampvoet en ze schreeuwt.
Over welk lichaamsdeel ben je het meest tevreden, vroeg ze, de meest welgeschapene onder ons, wandelaars. We zaten dicht bij elkaar, op drie ronde stenen, en we aten onze meegebrachte boterhammen. Zelf noemde ze haar sexy vrouwelijke sleutelbeenderen, verstopt onder een modieus lila fleecevest. Ik noemde mijn stevige billen, en ik ging even staan om te laten zien hoe ik dat bedoelde. De vrouw tegenover mij was het meest tevreden over haar dikke haardos. De andere vrouw wist niets speciaals, ze was met alles wel tevreden. En tot slot noemde de enige man in het gezelschap zijn neus.
Wat mis ik deze gesprekjes, deze saamhorigheid, deze lange wandelingen! Nou ja, het was de afgelopen week toch veel te warm voor het echte wandelwerk. En het duurt nog wel een week of wat voordat het kunstwerk van titanium en porselein zich als zorgeloos belastbare heup in mijn bekken heeft genesteld. Ik heb al wel een nieuwe wandeljas gekocht. Hij is rood - als oranjerood ook rood mag heten!
De laatste droom: Ik sta vanaf een hoog bovenraam naar beneden te kijken; ik woon blijkbaar in zo’n prachtig, voormalig pakhuis. Er komt een auto de hoek om scheuren, een Lamborghini ofzo. Hij rijdt op mijn (onze?) voordeur in, keert en scheurt er weer vandoor. Ik ga bij de voordeur kijken: het is een mosgroene deur van dubbel staal, en hij is helemaal verbogen aan de zijkant. Een man in een beige overjas komt de schade opnemen. Ik zie helaas geen schade, zegt hij. Er is nog een man, een man in een lange, donkere jas. Hij rinkelt met iets in zijn jaszakken en glimlacht naar me, met schitterende ogen. Ik heb geen flauw idee wat hij bedoelt.