Over denken
dinsdag 12 november 2019
Denken onderscheidt mensen van dieren. Het heeft ons voorspoed gebracht (vooruitgang), maar ook nadelen (uitputten van de Aarde). We profiteren dagelijks van het vermogen tot nadenken. Het stelt je in staat je werk goed te doen, te leren, te plannen of ... klaar te staan voor een ander. Het nadeel van altijd maar klaarstaan voor anderen is, dat de kans groot is dat je teveel voorbijgaat aan je eigen behoeftes. Deze nobele eigenschap heeft dus soms een keerzijde. Een eigenschap by the way, die dieren en planten niet kennen, dus ook niet hebben.
Vrouwen denken meer dan mannen. Er wordt zelfs beweerd dat vrouwen altijd denken, terwijl mannen beter in staat zijn om even niet te denken. Dat niet denken werkt heerlijk ontspannend, maar maakt je in de regel wel wat impulsiever, terwijl je met plannen en nadenken jezelf beter kan behoeden tegen ongelukken. Natuurlijk moet je niet zoveel denken, dat het "malen" wordt. Het gevaar van malen is, dat je iets niet meer los kunt laten, het buiten normale proporties treedt en je daardoor misschien verkeerde conclusies gaat trekken.
Als je voor het beste en hoogste gaat in het leven kan je veel bereiken, maar ook teleurgesteld raken, als na alle inspanning het doel niet bereikt wordt. Dan liggen depressie, faalangst en onzekerheid op de loer. Maar ook hier is er gelukkig een keerzijde. Dat is o.a., blij kunnen zijn over iets wat WEL gelukt is, verwachtingen die uitgekomen zijn. Dankbaarheid is ook een typische menselijke eigenschap, zoals dankbaar zijn voor de liefde die je hebt ontvangen, de spontane hartelijkheid die je ten deel gevallen is, of alle troostende woorden aan jou gericht bij moeilijke en verdrietige situaties.
Persoonlijke ontwikkeling doe je op door al deze dingen te ervaren en het kan je ook helpen om hinderlijke gewoontes of bezwarende gedachten "af te pellen" Daarna sta je een stuk vrijer in het leven, kan je weer nieuwsgierig zijn en genieten van wat er allemaal wel is, zonder te piekeren over toekomst of verleden. En misschien ervaar je dan ook het genot van even niet denken, als de wind je hoofd een keer helemaal heeft leeggeblazen of je onder de douche lekker even wegzwijmelt. Train jezelf maar eens in gedachteloosheid, daar knap je van op...
geplaatst door sixty - 3814 keer gelezen
Vorige berichten
De kunst van daten na je vijftigste: het is net fietsen... maar dan met tegenwind
Er zijn van die momenten waarop je denkt: hoe moeilijk kan het zijn?
Je hebt een leven achter je, je weet wat je wilt, je weet vooral wat je niet meer wilt… en toch voelt daten soms alsof je opnieuw moet leren fietsen. Maar dan op een kinderfietsje, met een zadel dat net te laag staat.
Als single van boven de vijftig ontdek je dat de liefde niet verdwenen is — ze is alleen wat selectiever geworden. Je komt geen mensen meer tegen die "gewoon maar wat proberen". Iedereen heeft bagage, voorkeuren, eigenaardigheden en soms een hond die belangrijker is dan hun auto. En eerlijk is eerlijk: ik heb zelf ook zo mijn eigenaardigheden. Ik denk soms te veel na… behalve als er een leuke vrouw tegenover me zit. Dan vergeet ik ineens waar ik mee bezig was.
Online daten helpt daarbij. Je bladert door profielen alsof je in de supermarkt staat: deze is leuk, die is interessant, die heeft een hond, die houdt van wandelen — hé, dat doe ik ook. Maar het blijft spannend. Want achter elk profiel zit een echt mens, met een echt verhaal, en soms met een echt goed gevoel voor humor. En soms… ook niet.
Wat ik vooral leer? Dat daten op deze leeftijd niet gaat om perfectie, maar om verbinding. Om lachen. Om iemand die je dag net een beetje lichter maakt. En om de moed om opnieuw te beginnen, zelfs als je al een heel leven achter je hebt.
Dus ja — daten na je vijftigste is net fietsen. Je kunt het nog steeds. Je moet alleen soms even op gang komen. En als je geluk hebt, fiets je op een dag naast iemand die precies jouw tempo heeft.
Vrijheid blijheid, wat een feest
Vorige week maandag was het 4 mei, en aansluitend Bevrijdingsdag. Opnieuw aanleiding voor een feest. Het feest van vrij zijn mag best gevierd worden. Vrij van onderdrukking, vrij om te zeggen en te doen wat jij wilt. Dat is niet zo vanzelfsprekend!
Vrijheid is niet alleen van belang als een groot goed voor een land, een volk, een groep mensen met een specifieke overtuiging of geaardheid. Het is ook een situatie die ik in een kleiner verband ervaar. Ik draai er niet om heen, in een relatie is er ook als het goed is een stuk vrijheid, vrijheid in gebondenheid. Die term klinkt als een cliché,
Hoe ver gaat die laatste vorm van vrij zijn? Mag je als je een relatie hebt je bemoeien met de invulling van het leven van je partner?
Ik werd op 4 mei weer bepaald bij wat onvrij zijn is. Door de toespraken van een wethouder en anderen tijdens de herdenking in het Reinaldahuis, (een woonvoorziening voor ouderen en gehandicapten), door de zelfgemaakte gedichten die kinderen hebben voorgedragen. Maar toch vooral door de man van 95 jaar die daar naast mij kwam zitten. Hij begon spontaan met een stukje van zijn levensverhaal. Hij had de Tweede Wereldoorlog nog meegemaakt.
Hij en zijn vrouw van 90 zijn ruim 60 jaar getrouwd. Zij verblijft in de woonvoorziening, waar hij haar dagelijks opzoekt. Hij had een paar jaar voor haar thuis gezorgd, nadat zij door Parkinson bezocht was geworden. Toen dat niet meer ging, moesten zij als het ware scheiden van tafel en bed. Na dit gesprek kreeg mijn gevoel van vrij zijn een andere dimensie.
Na de herdenking in de woonvoorziening liepen we met een paar honderd mensen naar de kranslegging in het Reinaldapark. Om mij heen ontwaarde ik bekenden uit de wijk en leden van de wijkraad. Na het blazen van de Last Post, de twee minuten stilte en het defilé langs het monument wandelden we weer terug. Er waren relatief veel jongeren bij deze herdenking, de organisatrice memoreerde dit in haar afsluitende toespraak.
Op 5 mei was ik in de gelegenheid om naar Bevrijdingspop te gaan. Maar mijn gevoel zei mij dat deze beleving van vrijheid niet goed aansluit bij de herdenking van vrijheid van maandag 4 mei. In Haarlem is Bevrijdingspop een massaal gebeuren, met veel muziek, zang en beweging. Die drie elementen zijn mij wel bekend, maar toch laat ik deze manifestatie aan mij voorbij gaan.
Ik moet steeds denken aan het oude echtpaar, dat nu grotendeels gescheiden moet leven. Hij kookt thuis zijn eigen potje, zij wordt verzorgd. Af en toe eten ze samen.
Hij is wel vrij om te gaan en te staan waar hij wil, dat gaan gaat hem goed af, hij loopt als een kievit! Parkinson heeft haar dement gemaakt.
Nu besef ik nog meer, hoe fijn het is als je vrij kunt zijn zonder beperkingen. Beperkingen kunnen er zijn door dwingelandij van een overheid, van een dictatoriaal regime, maar ook door een ziekte, die niet te genezen is.
Ik hoop in een eventuele relatie ook goed om te kunnen gaan met vrijheid. Want dan is die relatie een feestje… Dat moet wel voor beide partners gelden. Als nog voordat er sprake is van relatie beperkingen zijn die zwaar op de schouders van een van beiden drukken, hoeveel impact hebben die problemen dan op een relatie in spé? Moet je het dan toch een kans geven??? Uiteraard, als die beperkingen openbaar worden als je elkaar al lang kent en een relatie hebt is er hierover geen discussie.
Janszen
Onlangs kwam meneer Janszen een boekje onder ogen met de titel 'Mannen zonder vrouw'.
De schrijver was een Japanse man met een naam die meneer Janszen, aan wie een zeker taalgevoel en een doorgaans goed geheugen toch niet konden worden ontzegd, nauwelijks langer dan tien seconden kon onthouden. Het was de opeenvolging van lettergrepen. Maar dit geheel terzijde.
Omdat meneer Janszen zelf al geruime tijd tot de categorie mannen zonder vrouw behoorde, pakte hij, als altijd bereid om iets nieuws toe te voegen aan zijn brede schat van kennis en ervaring op dit gebied, het boek uit het schap en las hij de tekst op de achterkaft.
Het waren verhalen, zo stond er geschreven, over eenzame, beschadigde mannen, mannen die iets wezenlijks mankeert, melancholieke mannen. Om nu te zeggen dat hij zich zonder voorbehoud kon identificeren met deze typering zou te veel zijn gezegd, maar een zekere weerklank vonden de woorden toch wel in zijn overzichtelijke binnenwereld.
Hoe was hij eigenlijk zelf een man zonder vrouw geworden? Het antwoord van de schrijver sprak meneer Janszen bepaald aan. Volgens deze was het gemakkelijk: je hoefde alleen maar zielsveel van een vrouw te houden en haar te verliezen, hoe en waarom dan ook. Meneer Janszen dacht aan de eerste mevrouw Janszen en knikte instemmend voor zich uit.
Hij bladerde door het boekje en zijn oog viel op een passage die hem zowel verontrustte als de troost van de herkenning bood. De strekking was zelfs in de ogen van meneer Janszen, die in zijn denken en doen toch graag de hoofdweg mocht verlaten om de zijpaden te verkennen, maar voor één uitleg vatbaar: eens een man zonder vrouw, altijd een man zonder vrouw, hoeveel vrouwen er daarna ook nog in je leven kwamen.
Op weg naar huis liet de vraag waarom hij in zijn levensavond nog altijd op een datingsite stond hem niet los. Toen hij de deur achter zich dichttrok, wist hij wat hem te doen stond.