Van buiten lief...
woensdag 4 december 2019
Van buiten lief
Ik vind bij het opruimen nu vele tekeningen van allerlei kinderen, waar ik ooit mee heb mogen lopen om ze te laten zien hoe mooi ze van binnen zijn.
Gisteravond vond ik zo’n hartverscheurende tekening van een 6-jarig meisje.
Ze was een boos meisje. Een héél boos meisje en dat wilde ze vooral ook aan me laten zien.
In de hoop dat ik dat ook zou vinden en ze weer bevestigd zou worden hierin.
Self Fulfilling prophecy...
Ze deed enorm haar best om me te overtuigen. Omdat?
Omdat ze heel goed had ervaren, vanaf het eerste moment dat we elkaar ontmoetten,
dat ik niet “bang” was voor haar.
Dat maakte háár bang. Dat andere gedrag van haar omgeving was ze gewend. Mijn gedrag kende ze niet.
Stap voor stap bood ik haar ander gedrag aan.
Stap voor stap bood ze mij een stukje van haar hart aan, maar wel vooral onzichtbaar.
Toen het zover was en ik zicht had gekregen op de onderliggende oorzaken van haar gedrag
gaf ik haar een tekenschrift, mooie stickers, tekenpotloden en het allerbelangrijkste:
een geheime bewaarplek voor haar tekenschrift.
Zij mocht zelf gaan bepalen wanneer en wat zij wilde gaan tekenen.
Zij mocht zelf gaan bepalen óf ze mij haar tekeningen wilde laten zien, wat en wanneer.
Ik vroeg elke keer wel of ze al lekker aan het tekenen was, omdat ik haar wilde laten ervaren
dat haar welzijn ertoe deed voor mij. Dat ik haar zàg!
Het duurde even voor ze aan het tekenen begon en toen ze zover was vroeg ze mij te komen kijken naar haar tekeningen.
Ik zag een aantal hartverscheurende tekeningen, die ongeveer alles onthulde van haar binnenwereld.
Op 1 tekening zag ik een meisje staan en mensen eromheen, die vriendelijk lachten naar
het meisje.
“Dat is een vrolijke tekening” zei ik zo neutraal mogelijk.
“Dat is helemaal niet vrolijk!” zei ze met een zo boos mogelijk gezicht.
Ik keek haar uitnodigend, liefdevol aan en wachtte op het verdriet (dat ik ervoer onder het
boze masker) om bij me op schoot te komen zitten.
“Iedereen vindt dat mijn zus lief is en ik niet lief ben. Ik krijg altijd de schuld. Ik probeer van
buiten lief te zijn, maar dat ben ik niet.
Ik ben van binnen boos!
Ik ben van binnen niet mooi….”
Ik keek in de 2 meest droevige ogen, die ik ooit had gezien.
Ik sloeg mijn armen stilzwijgend om haar heen.
Ik voelde haar zakken op mijn schoot.
Ik zag haar zoeken in mijn ogen en voelde hoe ze zich nestelde in haar eigen Schoonheid.
Ik vraag me wel eens af: Hoe vaak laten mensen van buiten het tegenovergestelde zien van wat van binnen speelt?
Soms….
Soms doet een mens z’n jasje uit.
Neemt plotseling een spontaan besluit,
zichzelf te willen laten zien.
Aan wie wil kijken én bovendien
wil voelen naar die ander.
Zo’n mens doet met vereende krachten,
waarnaar velen van ons smachten.
Hij toont de wereld wat in ons allen schuilt,
terwijl hij Schoonheid voor zijn jas verruilt.
©
geplaatst door Felice19 - 803 keer gelezen
Vorige berichten
Helle spleet
We hadden het over slaapkamers, mijn Leidse vriendin en ik. We liepen ons ommetje Cronesteyn om even bij te kletsen; zij met pijn in haar rechterbeen en ik met pijn in mijn linkerbeen. Dat had wat mij betreft niet gehoeven, dat zij ook pijn zou hebben, bedoel ik. Gezellig is het wel: We vertellen elkaar over onze hoogsteigen oplossingen om samen te leven met de grillige gast die artrose is - en de enig mogelijke slaaphouding bracht ons bij die slaapkamers.
Ik had die ochtend juist mijn bed verplaatst - en ik weet het niet heel zeker, maar de vermoedelijke aanleiding was een vraag: ‘Je gaat toch niet dood, nu?’ We stonden bovenaan de trap het hoge duin op, mijn medewandelaars en ik. Ze hadden heel lief op me gewacht, op mij en mijn vertraagde trein. Bij meer dan tien minuten vertraging zeg ik af, had ik de gids geappt, niet wetende dat de oorspronkelijke vier minuten vertraging op het laatst zou oplopen tot acht. Ik kwam dus nogal gestresst aan, en dan direct in beweging en die trap op. Ademnood! Toen vroeg ze het, mijn medewandelaar: ‘Je gaat toch niet dood, nu?’
Er moest dus iets veranderen. Iets waardoor ik een hoge trap kan beklimmen zonder mijn medewandelaars ongerust te maken. Met kracht- en cardiotraining, fysiotherapie en paracetamol was ik tot hier gekomen. Ik moest meer doen. Beter slapen? Hoe dan? Mijn bed verplaatsen? Weg van de muur en terug naar de plek voor het raam waar de tweepersoons Auping Auronde heeft gestaan? Waarom niet? Een andere slaaphouding zit er voorlopig niet in, een andere slaaprichting heb ik zo voor elkaar.
De stoel met pop en beertje gaat naar de gang, net als het krukje met wekker, klemlamp en doos tissues. Het bed achteruit getrokken, zodat ik het kleed kan oprollen. Niks oprollen. De antislip mat heeft zich aan de geoliede houten vloer gehecht, met een innigheid die me haast wanhopig maakt. Ik kies voor het behoud van de vloer, de mat krijgt geen tweede kans. Het witte stalen kamerscherm dat daar stond als extra buffer tussen mijn kussen en het gordijn, mag op Marktplaats, naar zijn broer, de witte stalen TV-kast. Wat heb ik toch met meubels van wit staal? Ingeklapt is het scherm zo zwaar dat ik het niet in mijn eentje op de personen weegschaal kan zetten. Oh ja, ook op de handleiding van dit scherm stonden twee (niet meegeleverde) personen. Ik zal om hulp moeten vragen; Marktplaats wil nu eenmaal graag weten hoe zwaar een te verkopen ding is.
Ik heb het bed op zijn nieuwe plek geschoven, de stoel met pop en beertje ernaast. Artemide lampje aan de stoel geklemd, voor wekker en doos tissues is geen plek. Pop en beertje naar de vensterbank verhuisd. Het wollen kleed weer uitgerold - en klaar is de verandering. Hoewel. Die muur is nu wel heel erg leeg en wit. En het is een rommeltje op de stoel. Op zoek naar zo’n wat hoger, open kastje? Een kastje van warm beukenhout? Dan kunnen beertje en pop er ook weer bij zitten.
Tegen het einde van ons ommetje waren we bij de voordelen van gewone verduisteringsgordijnen ten opzichte van black-out gordijnen, mijn vriendin en ik: als je zo’n stugge lap plastic niet goed dichttrekt, krijg je bij het ochtendgloren toch licht in je ogen. Een helle spleet licht.
Verhouding
Ik ben alweer negenenzestig jaar geworden, liever had ik dat nog even uitgesteld, maar je houdt het niet tegen ;-).Een goed moment om weer eens tegen het licht te houden hoe we leeftijd ervaren, hoe we daarmee omgaan. Volgens mij draait het om verhoudingen. Als vormgever denk ik in verhoudingen; hier op deze site verhouden we ons tot elkaar en met een minnaar of minnares heb je een verhouding. Gaandeweg ga je begrijpen dat de werkelijkheid, zoals we die ervaren, niet in steen is gebeiteld, maar steeds weer samenhangt met omstandigheden. Hoe de wereld om je heen eruit ziet en en hoe die op jouw aanwezigheid reageert. Zijn er kansen of tegenslagen, krijg je energie, word je aangemoedigd om een en ander te ondernemen, hoe zien anderen jou, zulke factoren bepalen uiteindelijk of het glas halfvol of halfleeg is.
Hoe jong of oud ik mij voel heeft óók met verhouding te maken. Iemand die veel met jongere mensen omgaat an zich daardoor ook jeugdiger voelen, in de zin van energiek, levenslustig, creatief. Het moet liefst wel van twee kanten komen, het is een wisselwerking. Als bijvoorbeeld die jeugdigen je kleinkinderen zijn, dan kan ik me voorstellen dat je, door deelgenoot te zijn van hun spel en ontwikkeling, ook weer het kind in jezelf ervaart. Maar als je wordt neergezet als een kwetsbare bejaarde (“rustig jongens, opa is moe”) dan ben je oud in hun ogen en misschien meer geneigd om jezelf ook zo te zien. Zo is je gevoelsleeftijd dus relatief.
Ik heb een goed contact met mijn zoon die nu in de dertig is. Ik denk wel dat we kameraadschappelijk met elkaar omgaan en daar voel ik me dan jong bij. Want we zijn serieuze gesprekspartners en hij is voor mij ook een voelspriet in de wereld van zijn generatie. Maar op andere momenten, als hij vindt dat ik meer aan sport moet doen (ik doe al best veel), of dat ik een bangerik ben geworden met hoogtevrees (dat is waar) dan kan ik me ook behoorlijk oud voelen. Stel je niet aan, zeuren doe je maar als je negentig bent, zegt-ie dan. En dat is een fijn hart onder de riem. Nog ruim twintig jaar dus, dat is een hele tijd. Het is heel wat waard om zo met mijn kind om te kunnen gaan.
Als obstakel bij het ouder worden, maar dat is uiteraard persoonlijk, ervaar ik de hogere drempel om nog eens iets nieuws te beginnen. Ik ga bijvoorbeeld niet meer actief op zoek naar werk. En met een boel ervaringen achter de rug het ook niet altijd eenvoudig om inspiratie te vinden. Wat valt er nog te leren, te ontdekken? Heel veel nog, maar maak ik daar dan werk van? Dat gaat niet vanzelf en het lukt ook niet altijd, zeker niet met de gretigheid van weleer. Want hoe ik het ook wend of keer, de noodzaak van toen, om een bestaan op te bouwen, om op ontdekkingsreis te gaan op onbekend terrein, is er niet meer en dus ook niet meer die drive. Ik moet de motivatie nu dieper zoeken.
Dat kan voor sommige mensen een reden zijn om een relatie te zoeken, om die motivatie te vinden om (weer) op ontdekkingsreis te gaan. Want met steun en feedback van een partner is de motivatie een stuk hoger, althans dat is de verwachting. Dan kun je met elkaar overleggen, ervaringen met elkaar te delen; en dat kunnen reizen zijn, maar bijv. ook interessante boeken. Dat is top, maar van het omgekeerde kan ook sprake zijn, denk ik wel eens. Want zolang als ik ‘zoekende’ ben heb ik een reden om een goed figuur te slaan in de relatiemarkt (gezonde leefstijl, interessante bezigheden en dergelijke), maar als ik eenmaal een levenspartner heb gevonden, zou die motivatie dan juist minder kunnnen worden? Dat is natuurlijk niet de bedoeling, als je het mij vraagt. Toch een kwestie van alert blijven hoe dan ook, op naar de zeventig.
Oude liefde roest niet
Soms hoor ik dat mensen die gescheiden zijn of waar de partner van is overleden, na hun verwerkingsperiode op zoek gaan hun vriend(in) uit hun jeugd. Die vinden ze dan terug via hun oude middelbare school maar ook facebook is een goede optie. Zo hoorde ik deze week dit verhaal van een gezellige, rasechte Amsterdamse taxichauffeur.
We reden weg van het AMC-ziekenhuis in Amsterdam terug naar huis en kwamen vrijwel meteen langs een plein waar 3 bekende fastfoodrestaurants vlak naast elkaar gebouwd zijn. Weet je hoe Amsterdammers dit plein noemen, vroeg hij mij? Ik zou het niet weten, antwoordde ik. Het "Obesitasplein" lachte hij en wreef over zijn buik, ik kom er ook regelmatig. Ik schoot ook in de lach en zei vrolijk : Dat is een goeie , die zal ik onthouden.
Toen we op de snelweg reden zag ik opeens een whatsapp bericht bovenin zijn navigatie verschijnen met een foto erbij van een knappe, donkerharige vrouw. Huh, hoe kan dit nou op je navigatiescherm verschijnen? zei ik verbaasd. Simpel, mijn navigatie is verbonden met mijn telefoon, antwoordde hij. Leuke vrouw heb je, zei ik waarderend. Jazeker, ik heb het enorm getroffen met haar, zei hij zacht.
Hij vervolgde, ik ben 7 jaar geleden gescheiden en een half jaar later ben ik mijn oude schoolvriendin weer gaan zoeken, waar ik stapelverliefd op was toen ik 14 jaar oud was. Ik vond haar op facebook. Zij was al enige tijd weduwe stond daar vermeld, dus heb ik de moed bij elkaar geraapt en contact met haar gezocht. We zijn nu alweer ruim 6 jaar een setje en hebben het bijzonder fijn met elkaar. Dan heb je echt geluk gehad, antwoordde ik hem.
Nou, niet helemaal hoor, zei hij serieus. Ik heb wel ZELF de actie ondernomen om haar weer te vinden. Als ik thuis had blijven zitten kniezen was ik waarschijnlijk nu nog alleen geweest. Met mijn drukke baan en wisseldiensten had ik weinig tijd om uitgebreid met allerlei vrouwen te gaan daten. Bovendien had ik het altijd jammer gevonden dat wij elkaar uit het oog waren verloren. Misschien was ik anders lang geleden al met haar getrouwd. Joost mag het weten...