If I only had time
donderdag 18 juli 2019
De wetenschap is het er over eens, dat er minstens vier en wellicht zelfs vijf dimensies zijn.
Van de vier dimensies die we kennen zijn er drie ruimtelijk: omhoog (een lijn), naar voren (een plat vlak) en opzij (een bol, een kubus of een andere vorm). De vierde dimensie is de tijd, zodat we met deze vier dimensies kunnen bepalen waar en wanneer zich ergens iets bevindt.
De eerste drie dimensies zijn goed grijpbaar, de vierde dimensie, de tijd kunnen we maar lastig beheersen. Hoewel we wel denken, dat we in staat zijn alles met de tijd te doen, glipt de tijd toch vaak tussen onze vingers door. Zandlopers, horloges, klokken, agenda’s en tegenwoordig timemanagement staan ons ter beschikking, en toch gaat het regelmatig mis.
Tijd is kostbaar. Dat merken mensen die nog betaald werk moeten doen, velen in loondienst worden per uur of per maand betaald. Het is in het belang van een werkgever dat ze zo productief mogelijk bezig zijn. Ik zie in de economie vaak een verharding van het werkklimaat. Het is gelukkig nog niet zo erg als in Japan, waar mensen door een hoge werkbelasting overlijden. Dat vreselijke verschijnsel, Karoshi moet ons ook hier zorgen baren! Toch rukt de 24uurs economie ook op in ons land. En dan dat werken tot op hoge leeftijd. Eigenlijk zou elke dag 32 uur moeten duren. De natuur heeft dat evenwel niet in zich.
Vrije tijd is een ander dilemma. Mij is in het verleden (terecht) verweten dat ik door mijn invulling van mijn vrije tijd eigenlijk geen tijd voor een serieuze relatie zou hebben. Die kritiek heb ik me aangetrokken; een half jaar geleden heb ik 90 procent van mijn vrijwilligerswerk aan de kant gezet. Er ging een nieuwe wereld voor me open; het grote genieten, wat iedereen na zijn pensionering kan ervaren, begon nu pas echt! Maar vooral de ruimte die ik kreeg om een nieuw contact aan te gaan is verbazend. Wat heb ik veel kansen in het verleden moeten laten schieten, grotendeels uit plichtsbesef.
Ik heb de afgelopen maanden nu een paar keer de keerzijde van de medaille ervaren. Een paar keer kreeg ik een afspraakje met verschillende lady’s. Allereerst werd de date een paar keer verzet. Toen het uiteindelijk tot een afspraak kwam bleek, dat de dame in kwestie veel tijd kwijt was aan haar huisdieren en aan mantelzorg. De afspraak kon enkel in haar woonlocatie plaatsvinden, ze had maar weinig tijd om ergens naar toe te reizen.
Het is prachtig, dat iemand zich zo inzet voor zijn of haar omgeving. Maar die toewijding vormt aan de andere kant weer een belemmering als er iemand in je leven komt, met wie je een relatie wilt aanknopen. Jij moet op jouw beurt begrip en respect hebben voor de levenswijze van de mantelzorger of dierenliefhebber. Het moge duidelijk zijn, dat ik het zeer lovenswaardig vind, als iemand zich opoffert voor een medemens of heel gehecht is aan huisdieren, dan wel tijd besteedt aan een organisatie, waar velen de vruchten van plukken. Is het desalniettemin handig, als men, nog voor dat er sprake is van een afspraak dit in een profiel vermeldt? Daarmee voorkom je een teleurstelling. Ik denk, dat zowel voor mantelzorg, huisdieren als maatschappelijke betrokkenheid best een aparte vermelding in een profiel mag komen, naast leeftijd, woonplaats etc.
Heel wat jaren geleden, in 1968, heeft John Rowles, een zanger uit Nieuw Zeeland een mooi lied gewijd aan het gebrek aan tijd. If I only had time. Vrij vertaald:
Oh, had ik toch maar tijd, ik heb zoveel te doen. Ik heb dromen die ik najaag, als ik tijd had zou zij de mijne zijn. Tijd is als de wind, de winden haasten me voorbij en de uren vliegen voorbij. Waar moet ik beginnen. Als ik genoeg tijd had zou ik bergen kunnen beklimmen. Sinds ik jou ontmoette ben ik heel gelukkig; het leven duurt te kort om van jou te kunnen houden, we zouden zoveel wensen in daden kunnen omzetten.
Dit lied is dus zo actueel als het maar kan.
Nogmaals, beschouw mijn ontboezeming niet als een aanklacht; meer als constatering, dat tijd super belangrijk is.. De tijd gaat snel, gebruik haar wel!
geplaatst door Aktivo1 - 5041 keer gelezen
Vorige berichten
Kansen, geluk, of gewoon dikke pech...
Kansen en geluk of gewoon dikke pech…
Hoeveel kansen hebben we om een loterij winnen, of het geluk te mogen ervaren door dit te beproeven op een dating site. Dat ging door mijn hoofd toen ik wachtte bij een zelfscankassa in een Supermarkt. Ik had maar één artikel om te scannen, toen het scherm oplichtte met “steekproef”. Terwijl ik wachtte op een medewerker om mij te verlossen van het versleutelde systeem zodat ik kon betalen, bedacht ik mij hoe groot is de kans, dat iemand gecontroleerd zal gaan worden. Ik zag een kom met briefjes, en ook nog lottoballetjes voor mij en vroeg mij af welke kans heb ik op het juiste briefje, of de juiste getallen voor een prijs met de gespeelde balletjes. Wanneer ikzelf een briefje uit de kom mag pakken, krijg ik het gevoel, dat ik er zelf misschien nog invloed op kan hebben. Bij de balletjes en eveneens bij de zelfscankassa is het een willekeurig systeem, een algoritme, waar ik totaal geen invloed op heb. Schrijf ik mij in op een datingsite dan kan ik mijn invloed vergroten door meermaals berichten te sturen, mijn profiel aantrekkelijk te maken en te reageren op ontvangen uitnodigingen. De aanhouder wint zou je kunnen zeggen. Bij een datingsite en bij de gevallen balletjes draait het allebei om kansen. Hoe vaker je iets onderneemt, of meedoet met een loterij hoe groter de kans, dat er iets gebeurt. Maar een grotere kans hebben is nog steeds geen garantie op een prijs, of voor het vinden van de liefde.
Soms vind ik een datingsite lijken op een etalage. Alleen maar kijken naar de profielen en bepalen wat is aantrekkelijk, het interessantste, het mooiste, het beste. Wanneer ik niets beslis zal ieder profiel anoniem blijven. En toch zit er achter elk profiel een mens. Iemand met hoop, twijfels en verlangens. Door in te schrijven op een datingsite hebben we kansen op het vinden van een partner zelf al gecreëerd. Iemand te vinden die dan niet meer anoniem is.
Liefde laat zich niet berekenen. Het kost misschien alleen moed om de kans te wagen. Zonder actie geen reactie, zowel op de kans bij het vinden van een partner op een datingsite, als bij het winnen van een prijs bij een loterij. “Wie niet waagt, die niet wint”.
Liefs,
Slangen
Ik heb een slang gekocht; soms heb ik nu eenmaal iets nodig dat ik eigenlijk niet wil hebben. Het is een slang voor in bed, een slang die tussen mijn benen moet liggen wanneer ik op mijn zij slaap. Voor de nieuwe titanium heup met zijn porseleinen kop (die ik ook liever niet had willen hebben, maar dat is een ander verhaal) is het beter dat mijn knieën niet op elkaar liggen, en ook niet voor of achter elkaar. Ik trok hem voorzichtig uit de kleine kartonnen doos, mijn slang, en keek gefascineerd toe hoe hij zich vol zoog met lucht. Wat werd hij groot. Hoe kon dat hele geval ooit bij mij in bed passen? Hij was groot genoeg om tegelijkertijd én mijn benen op gepaste afstand van elkaar te houden én mijn hoofdkussen te zijn. Ik zou zelfs voorzichtig mijn armen om hem heen kunnen slaan. Mijn slang!
En nu het toch over huisdieren gaat: Ja hoor, het gaat hier zowaar weer over huisdieren. Over katten welteverstaan, vooral over katten. Hoe zou het trouwens komen dat een vrouwelijke kat uiteindelijk een 'hoofd' krijgt, terwijl de kater, ook na jaren liefdevolle verzorging, zijn 'kop' behoudt? Er is meer dat ik mij afvraag wat huisdieren betreft, ik vraag me zelfs af of ik strikt genomen wel een dierenvriend ben. Waarom zou een mens een dier in huis nemen? Ooit moesten de mensen een geit in het achterhuis houden, of een varken, of allebei. Voor de melk, voor het vlees, domweg om te kunnen overleven. Het moet er gestonken hebben! Mijn Drentse opa en oma hadden een duif in een hokje boven de kamerdeur van hun boerderij. Op zolder, waar de kinderen sliepen, hoorden we hem koeren. Pas later leerde ik over de duif als waarschuwings dier: zolang hij levendig was, was de lucht in de kamer niet vervuild. Er stond immers een turfkachel? De katten vingen muizen, en de hond, ja wat deed de hond eigenlijk op die boerderij? Blaffen en bijten. Hij zal wel een waakhond zijn geweest. Ik kwam niet op het feestje dat ‘kip slachten’ heette - en uiteindelijk ben ik, vanwege al die stinkende dieren in hun te krappe stinkende stallen, vegetarisch gaan eten. Maar ben ik een dierenvriend? Ik ben jarenlang, tot volledige wederzijdse tevredenheid, het vervangend personeel geweest voor de katten van mijn dochter. Toch moet ik bekennen dat ik geen dierenvriend ben. Ik verafschuw het fenomeen dier in huis. Kan een hond nog nuttig zijn als hulphond, de huiskat is het meest onnutte dier ter wereld. Moet ik nog zeggen hoeveel ik van mijn oppaskat Charly hou, en hoe blij ik ben dat zijn vaste personeel uit alle asielkatten juist hem heeft verkozen? Ach, de mens is het meest irrationele zoogdier ter wereld. Ik zal dus ook van jouw huiskat houden, domweg omdat het jouw kat is en ik van jou hou.
De mens is ook een veranderlijk wezen. Met de woorden ‘ik ben’ belemmert hij zichzelf in wie hij ook zou kunnen zijn. Ik heb het ‘ik ben’ op mijn profiel braaf ingevuld hoor - maar weet wel dat ik nog steeds word!
Het is zoals Hermann Hesse beschreef in zijn sprookje ‘De gedaanteveranderingen van Piktor’: In het paradijs heeft ieder mens de mogelijkheid om van gedaante te veranderen - mits hij weerstand biedt aan de verleiding van de slang om geen ander mens toe te laten in zijn wezen. Die slang is het zelf dat fluistert: ‘Zo was ik, dus zo ben ik, dus zo zal ik voortaan zijn.’
Alle ogen zijn gericht op Kwatta
Ik verbaas mij elke keer als ik in een groep mensen verkeer over de diversiteit. Zoveel mensen, zoveel zinnen. Nooit kom ik in een groep van louter gelijkgestemden. Een enkele keer zie ik op de tv beelden uit Noord Korea, waar hele regimenten mannen en vrouwen in hetzelfde saaie grijze kostuum als hun leider gekleed zijn en ook allemaal dezelfde mening zijn toegedaan. Het lijkt op hersenspoeling, vreselijk om deel uit te maken van zo’n samenleving. En we worden voor de gek gehouden: Er is wel degelijk weerstand tegen deze poppenkast.
Midden in de veelzijdige groepen die ik ken zijn weer een paar personen, die er qua uiterlijk en soms ook door hun gedrag uitspringen. Er zijn heel sociale mensen bij, die mij benaderen, vragen hoe het met mij gaat, die klaar staan om mij van koffie te voorzien. Anderen zijn juist heel stil, ze zullen nooit uit eigener beweging contact zoeken. En dan komt die ene binnen, waardoor alle ogen dezelfde richting op gaan. Oftewel: "Alle ogen zijn gericht op Kwatta". Dat is een bekende Nederlandse uitdrukking die betekent dat iemand of iets volop in de belangstelling staat.
Sommige mensen hebben nu eenmaal een bepaalde uitstraling, door hun uiterlijk, maar ook door hun manier van bewegen en hun vorm van communiceren. Het is in hun voordeel. Of ze gemakkelijk contact maken, hangt af van het karakter van het Kwatta meisje of de Kwatta jongen. Het zijn in elk geval geen muurbloempjes. Ze zullen als ergens gedanst kan worden zich een groot deel van de middag of avond op de dansvloer bewegen. Mannen, die alle moeite doen om zo’n jongedame voor zich in te nemen moeten zich goed indenken, dat zij niet de enige zijn!
Ik vraag mij af, hoe zo’n Kwattameisje of – jongen zich bij dit alles voelt. Zij of hij kan aan elke vinger tien geliefden krijgen. Maar wordt hij of zij daar blij van?
Voor hen is van belang, of ze over voldoende tact beschikken bij al hun contacten en bij de mannen of vrouwen, die achter het net vissen hoeveel respect zij hebben voor de keuze die “Kwatta” heeft voor hun “concurrenten”.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat het mijn ego streelt, als ik, al is het maar even, met een dame contact heb, die een als boven omschreven uitstraling heeft. Zoals ook een week geleden, toen ik A. het buurthuis zag binnen schrijden. Ik heb haar wederom ten dans gevraagd, moest haar wel nog enkele bekende variaties van de cha cha leren, maar toch. A. heeft de hele middag verder ook met de andere mannen zonder onderscheid des persoons een dansje gemaakt.
Na een paar uur vond ik het tijd om op te stappen, ik nam afscheid van enkele bekenden maar A. was nergens te bekennen. Toen ik naar buiten liep stond ze daar in haar eentje; het was buiten een stuk aangenamer dan binnen, waar de airco minimaal functioneerde. Uiteraard groette ik haar, ze wist nog niet zeker of ze daar zou blijven eten. Ik kreeg de indruk dat ze even pas op de plaats maakte en buiten de interessesfeer wilde zijn. Even die begerige blikken ontwijken? Misschien is het verlegenheid mijnerzijds, maar ik drong uit respect voor haar gevoelens niet verder aan op nader contact. Daarop ben ik mijns weegs en dus naar huis gegaan.
Overal vind je Kwatta-jongens en – meisjes. Afgelopen zondag kwam ik in een ander buurthuis ook weer zo’n lady tegen. Maar, hoe verschillend! Zij kon wel goed dansen en zij was super sociaal actief door met enkele anderen de zaal in te richten en iedereen aandacht te geven. Kwatta zijn heeft dus niet uitsluitend met een leuk uiterlijk te maken…