Mijn hoed
donderdag 12 maart 2020
We moesten elkaar wel zoenen, nu het handen schudden door onze minister-president persoonlijk is bestempeld als risicogedrag in verband met de mogelijke overdracht van dat nieuwe virus. Nieuw is immers akelig en bedreigend. Ben ik toen mijn hoed verloren?
De kat is er trouwens niet jonger op geworden sinds we samen op de bank naar David Tennant keken; hij met zijn katerkop en zijn grote voorpoten op mijn rechter bovenbeen en ik voorzichtig naar mijn thee reikend om hem niet te ontrieven. Deze oppas-sessie begon met de aanschaf van een grootverpakking latex handschoenen voor eenmalig gebruik. Na al die jaren hou ik nog steeds niet genoeg van hem om het contact met zijn lichaamssappen te kunnen verdragen. Ik gruw van wat er uit hem stroomt. Zou wat wij liefde noemen niets anders zijn dan het kunnen verdragen van elkaars lichaamssappen? Ach, het raadsel van de aantrekkingskracht heb ik hiermee nog steeds niet opgelost…. Stom natuurlijk om te gaan zoenen. Een kuise knuffel zou een uitstekend voorbehoedsmiddel zijn geweest tegen elkaars kwalijke virussen.
Al met al moet ik tussen toen en het verlaten van het Haagse gemeentehuis mijn hoed hebben laten vallen. Mijn zachte, warme, waterdichte hoed. Een bruine hoed met een brede, soepele rand die niet van vorm verandert door de wind. Een perfecte hoed met een oranje touwtje eraan om hem aan m´n tas te kunnen vastbinden. Zodat ik hem niet kan verliezen. Ik weet niet zeker hoe de kotsende kat in m´n verloren hoed kwam, maar het begon, geïnspireerd door mijn latex handschoenen, met een verhaal over die kat. Een kat die dagelijks op de boekenkast klimt om daar met ontblote boventanden zijn maag te ledigen. Zijn huisgenote houdt van hem. Zij bracht hem dus voor behandeling naar de dierenarts en niet naar het abattoir. En nu zij weet dat haar kat ongelukkig is, en dat hij daarom vanaf de bovenste boekenplank zijn kots de kamer in sproeit, vergeeft zij hem. Hm, ik geloof niet dat ik in staat ben tot ware liefde. Althans, niet tot ware liefde voor een kat. Ik zou de boeken op die bovenste plank vervangen door een grote bak water. Eens kijken hoe gul hij dan nog is met zijn lichaamssappen. Ik denk aan de Hagenees die mijn hoed heeft opgeraapt en niet naar de receptie heeft gebracht. Ik denk heel hard aan die Hagenees - én aan die kat. En jawel, langzaam verdwijnt de kotskat in de bol van mijn hoed. Hij zet zijn nagels in de haren van de Hagenees. Of in zijn blote vel. Krrrtsj, míjn hoed!
Ik zal nog maar eens gaan informeren bij de receptie van het gemeentehuis.
In de trein op weg naar huis kan ik kiezen tussen een zwarte paraplu, een rood regenhoedje en de zaterdagbijlage van de NRC. Verweesde spullen, achtergelaten, vergeten. Ik kies de zaterdagbijlage - en bedenk al bladerend: Wat rijmt er eigenlijk op ´liefde´? Ik kan alleen maar werkwoordsvormen verzinnen. Werkwoordsvormen in de verleden tijd. Liefde. Griefde. Doorkliefde.
Vanmiddag liep ik door de hal van Museum Catharijne Convent, op weg naar de tentoonstelling ´Allemaal Wonderen.´ Maar er liepen allemaal kinderen. Ze stroomden de omringende ruimtes uit - en op een bankje siste een oude dame tegen de oude dame naast haar dat zij niet zo luid moest hoesten. Ik ben niet bang voor dat nieuwe virus. Het vertrouwde griepvirus is ook elk jaar nieuw, en het norovirus laat zich nog steeds niet indammen. Maar ik wilde weg, naar mijn Leidse flat. Waar ik las dat de musea vanaf morgen dicht zijn...
geplaatst door RodeJas - 3602 keer gelezen
Vorige berichten
Een steuntje in de rug of voor de benen
De ouderdom komt met gebreken. Hoewel het verouderingsproces bij iedereen verschillend verloopt, zal een 80-jarige( let wel gemiddeld) minder fit zijn dan een twintiger. Uitzonderingen daar gelaten, ik hoorde onlangs van een man van 25, met wie ik zowel door zijn sociale situatie als zijn conditie niet zou willen ruilen.
Om de gevolgen van het ouder worden de baas te kunnen zijn bestaan hulpmiddelen, hulppersonen en aanwijzingen voor betere gedragspatronen. Die drie soorten hulpjes zijn vaak met elkaar verweven. Naast de reguliere eerste - en tweedelijns gezondheidszorg kent ons land een ratjetoe van organisaties, die allen beweren het beste met ons welzijn voor te hebben.
Die organisaties zijn bedoeld om iedereen een steuntje in de rug te bieden en hen te helpen zo mobiel mogelijk te blijven. Er zijn organisaties, die dit beroepsmatig doen, met betaalde krachten, en organisaties waarvan de bezetting voor (een deel) uit vrijwilligers bestaat. Denk hierbij aan de mantelzorg, die ook en misschien wel grotendeels onbetaald door vrienden of familieleden wordt verstrekt.
Het proces dat vooraf gaat aan het verkrijgen van zo’n steuntje is heel verschillend. Er is een tekort aan kwalitatief goede mantelzorg. Niet iedere goedwillende vrijwilliger is opgewassen tegen de problemen, waarmee hij of zij in de praktijk mee te maken krijgt. De cursussen kunnen hem of haar maar deels op het goede been zetten. Waar er een kostenplaatje bij komt kijken is het goed, dat er financiële tegemoetkomingen zijn.
Wie een steuntje in de rug of voor de benen krijgt blijft hoe dan ook kwetsbaar. Ik vind het niet alleen jammer, maar zelfs schandalig dat sommige mensen misbruik maken van dat kwetsbaar zijn. Verder hebben mensen met zo’n steuntje vaak dezelfde wensen voor de invulling van hun leven als fysiek en geestelijk gezonde mensen.
Er zijn onder de steunverkrijgers (als ik zo mag noemen) personen die een relatie hebben. Ik zie regelmatig op een dansmiddag een vrouw, die haar eega rondrijdt op de dansvloer, hij is meervoudig gehandicapt. Aan de blijheid die uit zijn ogen straalt merk ik hoe zeer hij die middagen op prijs stelt. En zij doet dit vol vreugde voor haar echtgenoot.
Veel singles die minder valide zijn of dat na een tijd geworden zijn missen een partner, zij verlangen wel degelijk naar een maatje om zich heen. Voor de gezelligheid, het contact, en uiteraard als hun steuntje. Er bestaan sites speciaal bedoeld voor deze groep. Sommigen van hen zullen niettemin ook proberen een vriendschap te krijgen door iemand “in het wild” te ontmoeten of door zich op een reguliere site aan te melden.
Het dilemma dat zich dan voordoet is gelijkwaardigheid. Waar de een volop kan meedoen aan allerlei activiteiten is zijn of haar wederhelft beperkt. Er kan sowieso een mooie spirituele band ontstaan. Maar is dat genoeg? En het gevaar is levensgroot aanwezig, dat er een andere, potentiële partner tussenbeide komt, een die nog wel “recht van lijf en leden “ is.
Wie heeft in zo’n situatie verkeerd of kent mensen, die er in verkeren? Die ongelijkheid kan natuurlijk ook tijdens de relatie ontstaan. Als het steuntje dan weg is valt de steunverkrijger in een diep gat… Soms krijgt een contact tussen een hulpverlener en een ontvanger een update naar een liefdesrelatie. Dan blijkt er meer te zijn dan aanvankelijk bedoeld was. Mogelijk heeft een van de lezers ook zo’n ontwikkeling meegemaakt..
Keuze mogelijkheden
Een voordeel om lid te zijn van een datingsite is, dat zowel man als vrouw kan kiezen uit een groot aanbod singles van de andere sekse. Een meisje werd in het verre verleden meestal door de man benaderd, zij ging niet zelf achter een man aan. De mening van haar ouders telde ook zwaar mee : een man uit eigen milieu of geloofskring had sterk de voorkeur. Ging een vrouw toch haar eigen weg, had ze het moeilijk, want een net meisje deed dat niet, dan werd je al gauw gezien als een slet en was je geen serieus relatiemateriaal meer.
Eind jaren zestig kwam de ommekeer door de bloeitijd van de hippies met hun flower power. De seksuele moraal werd een stuk losser door de komst van de anti conceptie pil. Het werkte ook door in de mode : de rokjes werden steeds korter, flaneren op straat door meiden in hotpants kwam ook in. Later waren ook nog naveltruitjes in zwang. Bij sommige stellen werd het begin jaren zeventig spannend gevonden of als zeer vooruitstrevend gezien om aan partnerruil te gaan doen.
In ons nog kleine dorp heb ik zelfs horen fluisteren dat er een sleutelclub bestond, waarbij een bevriende buurman of goede kennis in een ander huis mocht overnachten bij de vrouw des huizes. De sleutel werd hem dan overhandigd door haar man. Kennelijk is die sleutelclub toch niet zo goed bevallen, want na enige tijd hoorde ik er niks meer over. Deze vorm van partnerruil stierf mede uit, omdat er door het ontluiken van nieuwe liefdes en/of jaloezie best veel echtscheidingen waren ontstaan.
Parenclubs kwamen in opkomst, daar moest een (echt)paar zelf heen, daarmee vermeed je controle van de buren. Ook swingerfeesten werden populair, waarbij met het afspreken van duidelijke grenzen met je eigen partner, een stel naar een seksfeest ging. Deze feesten waren puur en alleen op seksuele contacten gericht zonder emotionele band. Romantische relaties buiten het eigen stel waren niet de bedoeling. Ik ken een echtpaar die al vanaf hun tienertijd samen waren, die daardoor toch uit elkaar zijn gegaan : hij wilde ermee stoppen, zij niet. Ze was verslaafd geraakt aan de spanning en de aantrekkingskracht die van dit gebeuren uitging. Ze had niet genoeg meer aan alleen haar eigen man.
Laat ik nu maar overstappen op keuzes die we zelf in alle rust kunnen maken op een datingsite. Sommigen daten veel, anderen zijn daar bijzonder selectief in. In het geval dat je exclusief alleen met die ene man of vrouw wil daten is het moeilijk als je door hem of haar op de reservebank wordt gezet, omdat hij of zij niet exclusief met jou date, maar met meerdere dates in dezelfde tijdsperiode afspreekt. Het is best belangrijk om daar eerlijk over te zijn. Als er na enige tijd toch een relatie ontstaat, is het niet zo fijn om na verloop van tijd te ontdekken dat het profiel van jouw uitverkorene nog steeds open staat voor anderen.
Jezelf tijdelijk afsluiten voor dates met anderen door een stop op alle e-mails via je profiel is dan erg netjes. Wil je toch bereikbaar blijven voor e-mails van bevriende andere leden van de datingsite, kan je ook met 1 of 2 regels bij wie wil ik vinden kort vermelden dat je momenteel iemand hebt gevonden en niet voor dates beschikbaar bent...
Single Story: de Energeticus
“Doe mij maar gemberthee, alsjeblieft; zonder honing. Ik probeer de input zo zuiver mogelijk te houden, dat helpt bij het aarden. Zeker op een plek als deze, waar de energie nogal versnipperd is.”
“De vraag is niet wie je zoekt, maar wat je zoekt. Is het een relatie? Vriendschap? Een ont-MOET-ing? De labels die we gebruiken, creëren de realiteit. Dat is de kern. Wie daar anders over denkt, snapt het gewoon niet.”
“Ik zie die profielen en voel de intentie niet. Het is allemaal zo transactioneel. ‘Vrouw zoekt man.’ Voor wat? Om de leegte op te vullen? Dat is geen verbinding, dat is symptoombestrijding. En dat is precies de kant die je niet op wilt.”
“Weet je, mijn reis is de laatste jaren intens geweest. Ik heb mijn schaduwwerk gedaan. Mijn hechtingsstijl doorgrond. Ik heb geleerd om vanuit mijn authentieke kern te leven, niet vanuit het ego dat bevestiging zoekt. Daardoor kijk je anders naar die hele datingwereld. Het is een toneelstuk van onverwerkte trauma’s. Mensen die hun eigen script niet kennen, maar wel een tegenspeler eisen.”
“Een tijdje geleden dacht ik een connectie te hebben. Op papier een bewuste vrouw; bezig met yoga, meditatie. We spraken af voor een wandeling. De energie stroomde. Maar toen ik haar vroeg wat haar diepste verlangen was, begon ze over een huis met een tuin. Een concreet, aards doel. Ik voelde de energie meteen verschuiven.”
“Ze zat duidelijk nog vast in het ‘doen’, in de materie. Dus probeerde ik het gesprek te verdiepen naar het ‘zijn’, maar ze kon die switch niet maken. Ik heb het met compassie losgelaten. Je kunt iemand niet meenemen naar een plek waar diegene nog niet klaar voor is. Haar ziel was nog niet op die frequentie.”
“Mijn kinderen zeggen weleens: ‘Pap, misschien moet je gewoon een keer koffie gaan drinken en niet meteen iemands ziel willen doorgronden.’ Ze begrijpen het niet. Een oppervlakkige connectie is een spirituele caloriebom. Het voelt even goed, maar het voedt je niet.”
“Waarom zou ik mijn energie investeren in een gesprek dat niet bijdraagt aan mijn groei, of die van de ander? Wat is een relatie dan nog? Is het niet gewoon een label voor een connectie die een bepaalde vorm heeft aangenomen?”
“Het gaat om de trilling. De sensatie van volledige herkenning in elkaar. Daar kun je geen etiket op plakken. Dat moet je gewoon voelen. Diep en nog dieper. En als je daar bent, nóg dieper. Dat is de enige manier.”
“Misschien is een diepgaand gesprek van één avond wel een completere 'relatie' dan een huwelijk van twintig jaar waarin nooit echt iets is uitgewisseld. Het gaat om de puurheid van het moment. De rest is een verhaal dat we onszelf vertellen. Een verhaal waar ik eerlijk gezegd steeds minder in geloof.”
“Een vriend vroeg me, na weer een relaas van mij over een ‘bijna-connectie’: ‘Maar hoe begin je zo’n mailwisseling dan? Wat is je openingszin?’ Die heb ik niet. Een zin is een statement.”
“Daarom begin ik met een vraag. Een vraag die de intentie zuivert en de ander uitnodigt om echt te verschijnen. ‘Mooi profiel. Ik ben benieuwd: wat is de belangrijkste les die jouw ziel de laatste tijd heeft geleerd?’”
Deze Single Story is fictief. Het verhaal is 'opgetekend' in Grand Café 'De Nieuwe Kans', dat alleen op digitaal papier bestaat. Dat het allemaal verdacht veel op de werkelijkheid lijkt, is puur toeval. Maar misschien ook niet...