De stilte-date
maandag 25 mei 2020
En paar regeltjes in de krant, een lezersreactie - dus wat zegt dat nou? Toch steekt het: ´Hoe nu om te gaan met mobiliteit? Wat ook kan: iedereen onder de zestig lekker treinen. De rest blijft thuis of neemt de auto.´ De rest. Nu bezit ik geen te nemen auto, beste briefschrijver. En de rest van wie ik ooit was heeft de afgelopen week haar eerste treinselfie rondgestuurd. Staat er ergens in dit land nog een heilige eik waaronder wijsheid wordt gedeeld, een put die niet echoot maar antwoord geeft?
Er is thuis anders genoeg te doen voor wie persé genoeg te doen wil hebben. Zo is er het kettinggedicht via de mail (wat ik vriendelijk blijf weigeren), de tien boeken die het meeste invloed hebben gehad op je leven, de tien platen die het meest bepalend zijn geweest voor je muzieksmaak, en het ´plaats je meest dierbare jeugdfoto´, allemaal op Facebook. De geplaatste foto´s waren zo schattig dat ik ze heb geliked - waardoor ik, vooruit dan maar, mee moest doen: mijzelf als vierjarige in een flanellen pyjama voor het krijtbord dat in onze huiskamer hing. Ik kijk verbaasd achterom. Mijn vader heeft de foto gemaakt; hij moet mijn tekening op het bord mooi hebben gevonden. Meisjes die touwtje springen, meisjes met vlechten en strikken in het haar.
Er was één opdracht die mij direct aansprak: kies zeven boektitels uit je boekenkast die op deze tijd slaan en maak een selfie met het stapeltje boeken. Hoewel, alleen het kiezen van die boektitels sprak mij aan, niet het maken van de selfie. (Ik hoor immers al zo lang bij de rest…) De boeken die nu in mijn boekenkast staan, zijn een zorgvuldige selectie; ze vertegenwoordigen wat mij tijdens die laatste maanden in Drachten waardevol leek voor de rest van mijn leven. Hoe kan een mens dat trouwens ooit weten? Maar goed, de eerste titel die ik koos, was ´Vroeger was de toekomst beter´, van reisschrijfster Carolijn Visser. De tweede titel was ´Geluk is gevaarlijk´, van dichter Rutger Kopland, de derde ´De vrouw die ik nooit was´ van Majgull Axelsson. Toen pakte ik een boek dat ik vergeten leek te zijn, een dun boek met de titel ´The Poet´s Notebook.´ Stijlvol zwart met zilver, prettig formaat, fijn dik papier en helemaal leeg - op één citaat per bladzijde na. Een boek om weloverwogen woorden in te schrijven, met een goede vulpen. Ik zag het in gedachten op een tafel liggen, een tafel voor een minstens anderhalve meter brede bank. Op het ene uiteinde van die die bank zit een vrouw, op het andere uiteinde zit een man. Ze behoren onmiskenbaar tot ´de rest´ van de bevolking. Ze schrijven in het boek, kijken elkaar even onderzoekend aan, schuiven het dan naar de ander, die leest en terugschrijft. Zo af en toe nemen ze een slokje koffie uit hun eigen thermosfles. Ze hebben een date, die vrouw en die man. Een stilte-date. Spreken is immers gevaarlijk, misschien nog wel gevaarlijker dan geluk. Spreken spettert en spettertjes zijn de bron van alle ellende. De nieuwe titel van het boek wordt ´Corona volente´ en de regels zijn helder: Wat geschreven staat, is en blijft privébezit van degene die het boek heeft ingebracht. Mocht het geschrevene niet tot zalig samen nagenieten leiden, dan worden de bladzijden uit het boek gescheurd en ter plekke vernietigd. In stilte.
Ga je mee op zoek naar die heilige eik waaronder wijsheid wordt gedeeld? Naar de put die niet echoot maar antwoord geeft?
geplaatst door RodeJas - 4217 keer gelezen
Vorige berichten
Het zijn de mensen die de wereld interessant maken
Het zijn de mensen die de wereld interessant maken
Vannacht werd ik wakker en ging deze zin door mijn gedachten: “Het is de mens die de wereld interessant maakt”. Waarom? Ik zou het niet weten.. Maar vanmorgen liet mij deze plotseling ontstane gedachte niet los. Misschien is het de reden dat ik naar een serie heb gekeken waarin voornamelijk door manipulatie van situaties het beoogde resultaat moest worden bereikt. Mensen beïnvloeden elkaar. Manipulatie is een slechte manier om dingen naar je hand te zetten. Mensen zijn creatief, schrijven door het leven heen allemaal hun eigen verhaal. En niet iedereen komt in de geschiedenisboeken, zoals Napoleon, Martin Luther King, Obama, Kennedy, Albert Schweitzer om maar enkele bekende namen te noemen. Of het nu gaat om kunst, wetenschap en de manier waarop we met elkaar omgaan, elkaar ontmoeten, de menselijke factor zorgt ervoor dat de wereld daardoor volop in beweging blijft. Op dit moment nog een levend voorbeeld van invloed betreffende de menselijke factor; Donald Trump. Hij houdt de wereld in beweging en naast al zijn doelen voornamelijk de geschiedenisboeken in wil gaan als vredestichter.
Maar goed, wat zou de wereld zijn zonder mensen om ons heen. Mensen die we ontmoeten op straat, in cafés, in de supermarkt. Mensen die we liefhebben, familie en vrienden. Het zijn de mensen die kleur geven aan ons leven. Ik kan op een bankje gaan zitten, maar zonder iemand naast mij waarmee ik een interessant gesprek kan voeren blijft het maar een gewoon bankje. Hoewel even alleen zitten om in eigen gedachten tot rust te komen is ook weleens fijn. Zeker in, op dit moment, zo’n hectische wereld.
In mijn opinie: Mensen hebben mensen nodig. Mensen willen elkaar ontmoeten. Gedachten uitwisselen, elkaar om advies vragen, om samen te werken. Om een partner te vinden. Elkaar voor het eerst ontdekken bij een date. Wat zo’n ontmoeting interessant kan maken is niet enkel het uiterlijk, want achter elk uiterlijk zit een mens. Een mens met dromen, een mens met een verhaal dat nieuwsgierig maakt. En wie weet wordt de wereld leuker door wie je ontmoet.
Het zijn mensen die de wereld bijzonder en interessant maken.
Liefs,
Monique
Verjaardagen, je kunt er niet omheen
Elk jaar word ik een paar keer bepaald bij een verjaardag in de familiekring. Twee keer heel kort na elkaar, mijn zoon en een dag eerder ikzelf. Het is dan weer puzzelen wanneer we dat vieren. De rest van mijn familie verjaart op geheel andere tijden in het jaar, zoonlief en ik zijn veroordeeld tot de maand januari.
Verjaardagen werden vroeger doorgaans gevierd op de geboortedag. Nu in veel relaties tweeverdieners zijn zullen zij hun verjaardag vaker in het weekend vieren, voorop gesteld dat zij niet op zaterdag of zondag hoeven te werken. Mijn verjaardag viel dit jaar op zondag en de verjaardag van mijn zoon op maandag. De “viering” van de laatstgenoemde dag schuift dan een kleine week op.
Ik liep in voorgaande jaren tegen een dilemma aan. Wie nodig ik wanneer uit?
Het leek vroeger altijd eenvoudig iedereen op dezelfde dag en tijd bij mij thuis welkom te heten. Achteraf bleek dit nu mijn kleinkinderen wat ouder zijn en mijn zoon een hond heeft, die hij vorig jaar ook meenam niet zo’n slimme optie te zijn. Vorig jaar hoorde ik na de verjaardag van een van mijn kennissen, dat ze “not amused” was, door de combinatie van mijn jongste kleinkind, die ernstige gedragsproblemen heeft en de hond met de overige visite.
Ook tussen de kennissen onderling is het helaas niet altijd koek en ei…
Om herhaling van deze situatie uit te sluiten had ik nu twee “shifts” afgesproken, eerst komen mijn kennissen / vrienden en daarna mijn familie. Dat is ook met het oog op de beschikbare ruimte een goede oplossing.
Dat ik weer een andere leeftijd moet noemen als iemand mij vraagt: “Hoe oud ben je” is soms confronterend, zeker als het iemand is die verder niets van mij weet. Standaard reageer ik dan met “Hoe oud denk je?” Dat lijkt tactisch, maar het is niet uitgesloten, dat de reactie niet gespeend is van een complimentje.
Wat er op tafel komt is een ander punt van aandacht. Een deel van de visite heeft heel specifieke wensen wat betreft een natje en droogje. Omdat van een eenpersoons huishouden nooit geëist mag worden, dat de bewoner standaard een assortiment van een lunchroom heeft heb ik dat wensenlijstje gelukkig vorig jaar goed uitgewerkt en zorgvuldig bewaard.
Het is fijn als een van mijn gasten aanbiedt wat te helpen bij het bedienen en opruimen. Door wie dat doet merk je meteen, hoe zorgzaam iemand is.
Ik hang thuis geen slinger of andere versiersels op. De hopelijk gezellige sfeer komt wel door de gesprekken. Die zijn weer geheel anders als familie of als vrienden / kennissen op bezoek zijn.
Zelf ontkom ik niet aan het evalueren van het voorbije jaar en een vooruitblik op het nieuwe levensjaar. In 2026 heb ik behalve een of twee keer een vakantiereisje maken niets bijzonders op de agenda staan. Maar ik ben terughoudend bij het boeken van het reisje, wie weet komt er iemand op mijn pad met wie ik samen op reis ga. Je weet maar nooit.
Welke ervaringen hebben jullie met het vieren van verjaardagen? Kiezen jullie voor een mix van familie en vrienden of juist niet? Vieren jullie het op de dag zelf of liever op een dag in het weekend? Of vieren jullie het helemaal niet?
Vorm
... of inhoud? Daar moest ik aan denken bij al het geneuzel en gebeuzel over taalfouten.
Ik heb lang geleden twee jaar een relatie gehad met een niet-geletterde vrouw. Dat de relatie geen stand hield kwam niet door haar gebrekkige geletterdheid, maar door mijn gebrekkige emotionele intelligentie. Over hoe het daar nu mee is gesteld doe ik geen uitspraken. Hij is al lang niet op de proef gesteld. Op een schrijffout heb ik haar overigens nooit kunnen betrappen, want ze kon niet schrijven.
Nu ben ik de laatste om te beweren dat taal alleen vorm is. Ik zou er een hele filosofische traditie die in het westen teruggaat tot op de Grieken mee ontkennen. Taal is betekenis, taal is context. Maar wat is de betekenis van betekenis en wat is context? Van die dingen.
Dus nee, ik ga taalgebruik, wel de meest pragmatische component, niet degraderen tot vorm, maar geneuzel en gebeuzel over d/t-fouten beslist wel. Dat gaat immers over hoe wij de taal vormgeven in zijn verschillende gedaantes, de geschreven taal wel te verstaan in dit geval. In de gesproken taal hoor je dat verschil helemaal niet. En laten we nu gemiddeld veel meer spreken dan dat we schrijven. Maar dan nog, ook in de gesproken taal horen we veel 'fouten'. Wat zijn eigenlijk fouten? Maar dat terzijde.
Helaas zijn we hier in eerste instantie aangewezen op het geschreven woord; die foto's zijn helemaal niet belangrijk toch? En laat nu niet iedereen de gave van het woord gegeven zijn. Kijk er langsheen, zou mijn tip zijn. En anders wordt het zoeken naar spelt in een hooiberg. Ik denk nog vaak aan haar.
Over de irritante gewoonte om taalfouten expliciet op taalfouten te wijzen en die te verbeteren en de onzin daarvan gaat in mijn vakgebied nog wel een leuke anekdote rond trouwens. Op maandag vraagt de juf tijdens het kringgesprek aan Jantje wat hij gedaan heeft in het weekend. En Jantje zegt: ik heeft bij papa geslapen. Nee, zegt de juf, ik héb bij papa geslapen. O, zeg Jantje, ik heeft u niet gezien.
Welterusten.