Overwegingen aan een ronde tafel
dinsdag 30 juni 2020
Zo is het dus om zeventig te zijn. Zeventig jaar. Beetje moe wakker. Logisch, na het duin- en strand ommetje van ruim twintig kilometer, gisteren? Het zou zomaar kunnen. Maar misschien is ´Broze aarde, een mis voor het universum´ van Antjie Krog niet het goede boek om vredig bij in slaap te vallen: ´... hoe kunnen wij zorgen voor de aarde als wij niet zorgen voor elkaar / hoe kunnen wij zorgen voor elkaar als wij niet zorgen voor de aarde?´
Een groot glas koffie plus een haver-rozijnen boterham met boter én chocolade hagelslag als voedsel voor het stoffelijke omhulsel van de ziel, en een smartlap door sopraan en barokorkest als voedsel voor de ziel zelf. Zeventig. Ze-ven-tig. Het woord klinkt traag. Het ruikt naar ongewassen haar, dunne oorschelpen en natte, beige regenjassen.
Ik zit alleen aan m´n ronde tafel - wat prima is. Mijn vooruitzicht is immers het inmiddels traditionele rondje Cronesteyn met m´n Leidse dochter, een etentje, en appelcider op een Leids terras toe. Het is elf uur in de ochtend. Ik weet nog niet dat het vanavond veel te hard zal waaien voor appelcider op een terras, en dat ik het verrukkelijke ´Olijven moet je leren lezen´ van Ellen Deckwitz zal krijgen, vers uit een Leidse boekhandel. Ik weet evenmin dat mijn lunch van morgen de overvloed van vanavond zal vertegenwoordigen: een dikke punt rabarbertaart. Zonder custard want Engeland is gesloten, de sleutel is gebroken, en er is geen ene stropdassenman, die de sleutel maken kan. Ik heb weinig argumenten om optimistisch te zijn, al vertelde mijn broer (door de telefoon, dat wel) dat hij juist helemaal níet ziek was geweest, de afgelopen maanden. Hij gebruikte het woord ´broddelwerk´ - waardoor ik hem blij aan mijn borst wilde klemmen, maar ja. Ik hou van dat woord. Broddelwerk. De handwerkjuffrouw op de lagere school gebruikte het als de kruissteekjes niet netjes op een rij stonden, of als een meisje haar handjes niet had gewassen voordat ze een babyjurkje ging smocken. Linkshandig breien bestond niet, volgens haar, zodat ik rechtshandig moest leren breien. Wat desastreuze gevolgen had voor mijn inbrei-techniek. Broddelwerk werd het. Ach, wat weet je als kind? Dat een vrouw van zeventig jaar een oude oma is, dat wist het kind dat ik was. Wat weet ik vandaag, de allereerste dag dat ik zelf zeventig ben? De filosofie-scheurkalender is juist vandaag, op de dag van mijn verjaardag, sinds 16 juni niet meer omgeslagen - wat ik maar als een voorteken beschouw: ´Het leven is een probleem dat niet kan worden opgelost´, staat er. Opgetekend uit de mond van de Hongaarse filosofe Àgnes Heller, die (volgens de verklarende tekst) ook stelt dat er wereldschokkende voorvallen nodig zijn om zich te kunnen bezighouden met filosofische kwesties. Anders zou de mens niet leren om over de wereld na te denken. Àgnes Heller is overleden op 19 juli 2019, negentig jaar oud.
De wereld. De aarde. Plotseling moet Wikipedia hulp bieden:´De wereld is de antropocentristische betekenis voor de Aarde, waarbij het niet gaat over de planeet zelf, maar over het geheel van menselijke beschaving, zoals de landen, de steden en het internet.´ Helder. Filosofe Àgnes Heller schrijft over de wereld, dichteres Antjie Krog over de aarde - en over de onnadenkende mensen die haar bewonen:
´Onze Broze Aarde die zich onder het universum uitstrekt,
laat Uw Bestaan ons heilig worden,
laat ons U zien als een koninkrijk,
laat ons goed voor U zorgen,
voor Uw oppervlak
als ook Uw diepten.
U geeft ons elke dag
ons dagelijks licht, getemperd water, fotosynthese en brood
maar onze vervuiling kunt u niet vergeven,
ook niet hoe we elkaar mishandelen en vernietigen;
leid ons in de verzoeking om U boven alles lief te hebben
U te verlossen van alle etterende ontering.
Want U behoort dit punt in het heelal
en zijn kracht, zijn overvloed en zijn heerlijk evenwicht tot
in de oneindigheid.´
geplaatst door RodeJas - 3572 keer gelezen
Vorige berichten
Kom je zondag ook weer?
Spontane ontmoetingen met een onbekende hebben voordelen boven een date via een datingsite, nadeel is wel, dat je voordien vrijwel niets van de ander weet. Omdat je vanuit je luie stoel kunt lezen, wat iemand bezig houdt en wat zijn of haar achtergronden zijn. Ik vraag me af welke vorm het meeste kans biedt op een geslaagd oftewel duurzaam contact.
Ook is het mogelijk dat je spontaan iemand ontmoet, die je wel oppervlakkig of al heel goed kent, en dat die ontmoeting resulteert in iets moois.
Eind februari dit jaar was ik een kleine week druk met het bezorgen van folders over de verkiezingen voor de nieuwe gemeenteraad van mijn stad. Omdat ik dit jaar zelf als lijstduwer ook op een kandidatenlijst sta en er op een van beide folders ook foto’s van mij staan was ik extra gemotiveerd om een paar duizend folders in die brievenbussen te doen, waar geen nee - nee of nee – ja stickers op geplakt waren. Tijdens die actie ontmoet ik af en toe ook bijzondere mensen.
Voor mij staat een vrouw – vrij klein van stuk, ik zou er zo over heen kijken – en kijkt mij aan. “Kom je zondag ook weer in Amsterdam dansen?” Opeens herinnerde ik mij haar, en ik vinkte in gedachten mijn agenda af. “Jazeker, ik kom!” Bijzonder dat ze zo dicht bij mij in mijn stadsdeel woont, en haar tot nu toe nooit onderweg ben tegen gekomen.
Een halve week later zag ik haar binnenkomen, we hebben en paar keer een dansje gemaakt. Hoewel zij met haar auto was gekomen en ik met het OV heb ik er niet op aangestuurd om een lift te krijgen. Dat zou er te dik bovenop liggen, alleen als ze dat had aangeboden had ik daar dankbaar gebruik van gemaakt.
Ik ben niet iemand die wanneer hij onderweg iemand tegenkomt “urenlang” aan de praat blijft. Liever druk ik mijn gevoelens uit op papier of via de mail. Niettemin heeft zo’n gesprekje mij een fijn gevoel. Ook als iemand mij zomaar op straat groet of bedankt, dat ik hem of haar voorliet gaan bij het passeren op een smalle stoep is een opsteker voor mijn humeur.
Bij de “spontane” ontmoetingen met mensen uit mijn eigen omgeving – eigenlijk bedoel ik daarmee elke ontmoeting met uitzondering van die, die via een datingsite tot stand kwamen – besef ik mij goed, dat ik van velen weinig afweet, hoewel ze al in mijn “inner circle” verkeren. Zeker als mijn gesprekspartner en ik in een groter gezelschap verkeren ga ik niet snel de diepte in. Gevaar is dan dat er meeluisteraars zijn en in het ergste geval dat die zich met ons gesprek bemoeien.
Het valt mij wel op dat spontane ontmoetingen in deze leeftijdsfase minder frequent voorkomen. Of zou er een verschil zijn tussen het wonen in een stad of een dorp of tussen de regio waar we wonen? Hebben mensen op het platteland nog meer aandacht voor elkaar dan stedelingen? Mogelijk ligt het juist aan het karakter, sommigen zullen wat gemakkelijker iemand zomaar aanspreken dan mensen, die zich in het openbaar niet zo gemakkelijk spontaan uiten.
Wellicht is voor die laatste categorie daten via internet dé weg naar een serieuze relatie.
Overigens heeft het contact met het danseresje uit mijn eigen woonomgeving geen vervolg gekregen. Soms denk je dat het geluk binnen handbereik ligt, maar dat is doorgaans “wishful thinking”. Dat betekent dat je dingen graag ziet zoals je hoopt dat ze zijn, in plaats van hoe ze écht zijn. En een ultra korte woonafstand is op zich genomen dus geen garantie voor een duurzaam contact.
Mist
Al een paar dagen vrij mistig, maar het duinbos waar ik direct op uitkijk heb, is nog kaal, dus de vogels kunnen hun voortplantings- en nesteldrift niet verbergen; hebben ze ook helemaal geen behoefte aan.
Mijn aandacht wordt vooral getrokken door twee duiven die verschrikkelijk omslachtig en ingewikkeld om elkaar heen hippen en wippen. Ik word er ongeduldig van en maak onwillekeurig ook een vergelijking met (online) dating, dus besluit mij te verdiepen in het paringsritueel van de duif.
Sekseverschillen zijn bijna niet zichtbaar, het vrouwtje is meestal iets kleiner en slanker dan het mannetje.
Die vergelijking laat ik onbeslist.
De eenvoudigste manier om het geslacht te bepalen is door het gedrag te observeren.
Dat klopt als een bus
Tijdens de balts, en zelfs na het vormen van een koppel, neemt het mannetje een typische houding aan: hij zwelt zijn hals op, tilt de iriserende veren iets op, beweegt ritmisch op en neer, draait om zijn as en maakt een kenmerkend geluid.
Sorry mannen, dit klopt ook wel, zij het niet letterlijk
Wanneer het koppel gevormd is, wrijven ze hun wangen tegen elkaar en vertonen ze heel teder gedrag. Ze zijn monogaam, hun band duurt een leven lang en eindigt pas bij de dood van een van de twee. Alleen dan besluit de overlevende om wel of niet een nieuwe partner te zoeken.
Dit aspect bevindt zich helaas buiten het blikveld van deze site, maar ik zie toch met enige regelmaat duiven terugkeren op dit nest.
Tijdens de paring houden de duiven elkaar vast bij de snavel en buigen ze hun nek herhaaldelijk naar links en rechts, totdat het vrouwtje door de knieën zakt om door het mannetje bevrucht te worden.
Ik kan alleen uit eigen ervaring spreken. Doorgaans verloopt het dan iets anders.
Het is inmiddels donker. Ik doe de gordijnen maar toe, net als mijn snaveltje.
Kan ik dichtbij je zijn...
Afgelopen week dacht ik na over een onderwerp om een blog te schrijven. Ik kan natuurlijk schrijven over de disasters, of de leuke momenten welke ik heb meegemaakt tijdens mijn datingperiode. Ik kan het hebben over liefde, maar ook haat in relaties. Over het wel, of niet geloven in horoscopen, over het laten lezen van koffiedik betreffende de liefdesverwachtingen in de toekomst. En nog zoveel meer onderwerpen. Echter, de gedachten aan al die onrust in de wereld laten mij niet los. Zeker in deze periode moet ik weer denken aan wat mijn ouders en grootouders vertelden over de tweede Wereldoorlog. Hoe ze, na gevlucht te zijn, weer terugkeerden bij hun beschadigde woning. De winkelpui was er uitgeblazen en er hingen twee overleden Canadese soldaten over de toonbank. Soldaten die misschien ook een partner hadden, die ouders en familie hadden. Zoveel verdriet en pijn wat oorlog veroorzaakt.
Kan ik dichtbij je zijn
De maan wordt versluierd door stof en rook,
sirenes loeien door stille straten,
waar is nog te schuilen
nu de aarde trilt door bommen.
Ik wil alleen maar dichtbij je zijn.
Tussen huizen met kapotte daken
is de oorlog rood en zwart.
Scheuren in muren waar stenen los van raken,
waarachter eerder werd gelachen.
Ik wil alleen maar dichtbij je zijn.
Maar je bent er niet,
ergens, ergens ver weg beland,,
strijdend aan verre grenzen
voor je cultuur en je vaderland.
Ka ik dichtbij je zijn.
Kan ik nog geloven in wat raketten beloven,
dat door deze waarheid
de wereld op vrede wordt voorbereid,
en dat verschroeide aarde weer groen wordt,
nu we op deze wijze tot hoop op vrede worden verleid.
Dus zeg me: kan ik dichtbij je zijn,
als raketten beloven, dat ik je hand weer kan vasthouden
je hart weer kan voelen kloppen
en ik het verlangen naar vrede kan behouden.
Laat tussen onze adem een kleine vrede heersen.
Ik wil alleen maar dichtbij je zijn.
Liefs,
Monique