De bergen
zondag 16 augustus 2020
Droom. Een bol, hellend vlak van grijs graniet onder een brandend hete hemel. Linksonder de witte tesla van mijn dochter die helemaal geen tesla heeft. Ik ben uitgestapt om mijn fiets overeind te zetten. Stil komt de tesla in beweging, rijdt diagonaal het graniet over, recht de afgrond in. Een lemming-tesla. Hij was leeg. Het is mijn schuld. De reisleider roept, we gaan naar de trein fietsen. Hij heeft de zwart grijze krullenbol van de date met wie ik witte wijn heb zitten drinken op zo'n zwoel zomeravondterras.
Noem het faalangst, noem het hoogtevrees, noem het reis nervositeit; de droom dendert onbarmhartig verder. Halverwege de fietstocht naar het station besef ik dat mijn fietstassen niet vol genoeg zijn. Ik moet terug naar het hotel. Mijn zomerjurken, mijn kussen met het gebloemde kussensloop, allemaal laten liggen. Vergeten. De hotelkamers blijken leeggehaald, behalve die ene kamer waarin de reisleider tussen kleurig beddengoed staat te rommelen. Hij weet niet wanneer de trein vertrekt, misschien morgen pas.
Niet dat ik zo'n Bereisde Roel ben, maar van alle slapeloze nachten onderweg waren de recente nachten in de autoslaaptrein naar Innsbruck beslist de meest aangename. De nachtboot naar Engeland met een zwaar snurkende geliefde onbereikbaar in het bed onder mij, het vier uur vertraagde vliegtuig vanuit New York waarin ik vanwege de vele omboekingen drie stoelen voor mij alleen had en werd wakker geschud omdat ik veilig vastgegespt op één stoel moest gaan zitten; allemaal geen aanraders. Die nachttrein is dat wel. Urenlang ritmisch heen en weer bewogen worden, ontspannen liggend in een prima bed, op m'n eigen kussen met het gebloemde kussensloop - met op de heenreis het vooruitzicht van onbekende bergen en op de terugreis het begin van heimwee naar diezelfde bergen. Zou het de leeftijd zijn? Sentimentele oudere dame wandelt voor het eerst in haar leven een berg op en weer af? Met een griezelig hoge hartslag, benen die makkelijk sneller, hoger en steiler kunnen en longen die om zuurstof smeken? Even stilstaan voor een slok cola en nog langzamer verder lopen, nog langzamer. Ik zag de wolken beneden me als opgeloste engelen. Ik zag hen in het niets verdwijnen en plaatsmaken voor het welhaast geschilderde uitzicht over het Zillertal. Ik heb me onsterfelijk gevoeld toen hart en longen het weer aankonden, toen naar beneden lopen gewoon geconcentreerd naar beneden lopen bleek.
Terug in de zompige hitte van Nederland, ben ook ik ingelijfd bij de eeuwige terugverlangers. Bij de mensen die de platte wereld kunnen verdragen omdat ze weten dat die bergwereld er is. En er is nog iets: In Oostenrijk beschermt men elkaar tegen het coronavirus met mondkapjes, niet met regeltjes en uitzonderingen op die regeltjes zoals hier in Nederland. Winkel in? Mondkapje op. Restaurant naar binnen om naar het toilet te gaan? Mondkapje op. Gedeelde skilift? Mondkapje op. Altijd, iedereen vanaf zeven jaar. Zelfs een Nederlandse vader blafte ¨Op!¨ tegen zijn tienerdochter die dacht de discussie te kunnen rekken tot aan het eindstation van de gondel. Op, dat mondkapje!
In de sprookjestuin bij ons appartementenhotel (oude appelbomen, zwemvijver, ligstoelen, parasols) deelde de eigenares kleine glaasjes schnapps uit. Zelf gedistilleerd, uit appels van de eigen bomen. Ik dronk het spul in kleine slokjes. Fout fout helemaal fout maar het was zo of niet. Prosit! Op het mondkapje!
geplaatst door RodeJas - 3356 keer gelezen
Vorige berichten
Single Story: de Energeticus
“Doe mij maar gemberthee, alsjeblieft; zonder honing. Ik probeer de input zo zuiver mogelijk te houden, dat helpt bij het aarden. Zeker op een plek als deze, waar de energie nogal versnipperd is.”
“De vraag is niet wie je zoekt, maar wat je zoekt. Is het een relatie? Vriendschap? Een ont-MOET-ing? De labels die we gebruiken, creëren de realiteit. Dat is de kern. Wie daar anders over denkt, snapt het gewoon niet.”
“Ik zie die profielen en voel de intentie niet. Het is allemaal zo transactioneel. ‘Vrouw zoekt man.’ Voor wat? Om de leegte op te vullen? Dat is geen verbinding, dat is symptoombestrijding. En dat is precies de kant die je niet op wilt.”
“Weet je, mijn reis is de laatste jaren intens geweest. Ik heb mijn schaduwwerk gedaan. Mijn hechtingsstijl doorgrond. Ik heb geleerd om vanuit mijn authentieke kern te leven, niet vanuit het ego dat bevestiging zoekt. Daardoor kijk je anders naar die hele datingwereld. Het is een toneelstuk van onverwerkte trauma’s. Mensen die hun eigen script niet kennen, maar wel een tegenspeler eisen.”
“Een tijdje geleden dacht ik een connectie te hebben. Op papier een bewuste vrouw; bezig met yoga, meditatie. We spraken af voor een wandeling. De energie stroomde. Maar toen ik haar vroeg wat haar diepste verlangen was, begon ze over een huis met een tuin. Een concreet, aards doel. Ik voelde de energie meteen verschuiven.”
“Ze zat duidelijk nog vast in het ‘doen’, in de materie. Dus probeerde ik het gesprek te verdiepen naar het ‘zijn’, maar ze kon die switch niet maken. Ik heb het met compassie losgelaten. Je kunt iemand niet meenemen naar een plek waar diegene nog niet klaar voor is. Haar ziel was nog niet op die frequentie.”
“Mijn kinderen zeggen weleens: ‘Pap, misschien moet je gewoon een keer koffie gaan drinken en niet meteen iemands ziel willen doorgronden.’ Ze begrijpen het niet. Een oppervlakkige connectie is een spirituele caloriebom. Het voelt even goed, maar het voedt je niet.”
“Waarom zou ik mijn energie investeren in een gesprek dat niet bijdraagt aan mijn groei, of die van de ander? Wat is een relatie dan nog? Is het niet gewoon een label voor een connectie die een bepaalde vorm heeft aangenomen?”
“Het gaat om de trilling. De sensatie van volledige herkenning in elkaar. Daar kun je geen etiket op plakken. Dat moet je gewoon voelen. Diep en nog dieper. En als je daar bent, nóg dieper. Dat is de enige manier.”
“Misschien is een diepgaand gesprek van één avond wel een completere 'relatie' dan een huwelijk van twintig jaar waarin nooit echt iets is uitgewisseld. Het gaat om de puurheid van het moment. De rest is een verhaal dat we onszelf vertellen. Een verhaal waar ik eerlijk gezegd steeds minder in geloof.”
“Een vriend vroeg me, na weer een relaas van mij over een ‘bijna-connectie’: ‘Maar hoe begin je zo’n mailwisseling dan? Wat is je openingszin?’ Die heb ik niet. Een zin is een statement.”
“Daarom begin ik met een vraag. Een vraag die de intentie zuivert en de ander uitnodigt om echt te verschijnen. ‘Mooi profiel. Ik ben benieuwd: wat is de belangrijkste les die jouw ziel de laatste tijd heeft geleerd?’”
Deze Single Story is fictief. Het verhaal is 'opgetekend' in Grand Café 'De Nieuwe Kans', dat alleen op digitaal papier bestaat. Dat het allemaal verdacht veel op de werkelijkheid lijkt, is puur toeval. Maar misschien ook niet...
Opkomen voor jezelf
Voor de komende bijeenkomst van de Powervrouw training heb ik huiswerk te doen over “opkomen voor jezelf”.
Volgens de opdracht moet je eerst een mening over iets hebben en dan volgt het opkomen voor jezelf middels een ik-boodschap.
Maar ergens is een mening niet wat bij mij als eerste stap opkomt, maar grenzen. Je grens weten. Misschien gaat dat hand in hand met een mening?
Toch voelt voor mij die grens belangrijker.
En nu ik erover nadenk, is die grens meer gevoelsmatig en een mening eerder mentaal. Wat ook in kan houden dat je in emotie schiet om je grens te handhaven en een mening uiten mogelijk makkelijker op een kalmere manier kan.
Als ik even denk aan mijn akkefietje met de achterbuurman vorige maand, dan ging ik toch echt wel in emotie. Hij was over mijn grens heen gegaan, praktisch letterlijk omdat het de schutting –begrenzing van mijn perceel- betrof.
Ik had hem de dag ervoor op een kalme manier mijn mening gegeven. En die werd niet gerespecteerd.
In relaties is opkomen voor jezelf ook een ding. Een kunst. Wat ik heb geleerd is dat het vooral belangrijk is om het niet op te potten.
Ook hier weer van belang om je grenzen te weten. En die dan ook te handhaven.
Dat laatste vind ik zelf altijd het lastigste. Ik voel wel wanneer iets niet goed valt bij me, wanneer er over mijn grenzen wordt gegaan. De volgende stap om dan aan te geven dat ik het niet fijn vind, of in een erger geval meer “tot hier en niet verder!” is niet altijd makkelijk.
Bij velen komen dan toch wel bepaalde angsten op. Angst dat het over is, verlatingsangst, faalangst, angst bevestigd te krijgen dat je niet de moeite waard zijn een paar voorbeelden.
Om door dat soort angsten dan maar niets te zeggen waarmee er over je grens wordt gegaan.
In mijn laatste relatie was ik heel erg aan het ‘oefenen’ met op de juiste manier communiceren als iets me dwars zat. Toen heb ik wel een aantal keren dingen helder aangegeven.
Eén van die keren staat me nog heel helder voor de geest. Omdat ik het zo ongelofelijk spannend vond om te doen. Het is ook niet iets wat je doorgaans in je opvoeding meekrijgt.
Mijn partner was na het eten op de bank gaan liggen om even een dutje te doen. Ik weet nog dat ik in de keuken stond met de afwas. Waar hij voor de zoveelste keer niet bij hielp. Leuk vond ik dat niet, want ik ben geen huishoudster die eten maakt en dan de afwas doet terwijl hij lekker op de bank ligt. Ik doe ook liever iets anders dan afwassen, maar het moet nou eenmaal gedaan worden.
Ik wilde dat op de juiste manier communiceren met een ik-boodschap. Hoe lang het duurde voor ik de kamer in durfde lopen, weet ik niet meer. Ik weet wel dat ik helemaal stond te shaken, over mijn hele lichaam. Ik vond het zó eng!
Toen ik eindelijk de kamer in liep, barstte ik van de zenuwen in tranen uit. In plaats van rustig communiceren wat ik niet leuk vond, zat ik hartverscheurend te snikken in mijn bureaustoel.
Hij was meteen helemaal alert en kwam naar me toe. Hij maakte een opmerking die niets met het voorval van doen had, maar wel uit zijn hart kwam. Ik schoot erdoor in de lach waardoor hij ook moest lachen, en de lucht was geklaard. We hebben er kort over gesproken, het was opgelost.
Ik was blij dat ik het toch gedurfd had al vond ik het nog zo spannend!
Onlangs heb ik een gevalletje opkomen voor mezelf gehad toen de buurman voor de zoveelste keer zijn vrachtwagen met de cabine voor mij raam wilde plaatsen.
Dat ging me bizar genoeg heel goed af. Ik zag het toen ik de gordijnen opende en als uit het niets kwam er een “Nope, gaat niet gebeuren!” op.
Zonder twijfel of zenuwen erop af, klaar.
Maar in andere gevallen, met sommige mensen, blijf ik het toch lastig vinden. Zeker ook als ik tevoren al weet dat ik een lawine van verbaal geweld over me heen ga krijgen.
Dan is het voor mij ook altijd even afwegen of het wel de moeite waard is om iets te zeggen. In bepaalde situaties weet ik dat de consequentie van iets zeggen voor mij erger is dan het maar te laten zitten.
Soms laat ik de ander dan gewoon zeggen wat ze zeggen, zonder dat ik het in mezelf opneem en zonder dat ik me schik naar hun wensen/eisen.
Ik ken een paar mensen bij wie dat zo kan gaan. De volgende keer dat ik ze zie, kunnen ze weer heel chill zijn. Wisselvallige mensen dus.
Toch kan het ook bij zulke mensen soms werken als je kalm aangeeft, “Ik vind dit niet fijn…” En soms werkt het niet. Ik ben ook een keer opgestaan en weggegaan. Zonder emotioneel gedoe, gewoon kalm. Mijn grens was bereikt en als iemand door blijft gaan, is kalm weggaan ook opkomen voor jezelf.
Het is wel zo dat ik me bij die mensen niet emotioneel veilig kan voelen. In een liefdesrelatie zou dat voor mij niet werken.
Met daten, wat toch het voorstadium is van een relatie, is het in romantiek het lastigst. Dan moet je samen nog het raamwerk creëren voor de relatie. En als dat niet lukt, dan houdt het op.
Al met al toch wel een dingetje, dat op een goede manier opkomen voor jezelf!
Hoe gaat jullie dat af? En doe je het ten koste van alles of laat je het soms ook maar waaien?
Het leugenbankje en de Schrijver
Het leugenbankje en de Schrijver
Bijna iedereen kent het wel, een plek in het dorp waar senioren/gepensioneerden samenkomen om het laatste nieuws, of de dag door te nemen. Meestal zijn het mannen. Weduwnaars, of mannen die hun echtgenote tevens de vrijheid gunnen om haar eigen ding te doen. Tenminste, dat idee hoop ik dan maar. Want na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd breekt er voor beiden een andere levensfase aan. Een nieuwe invulling geven aan het leven en in de relatie. Dat is voor sommige relaties vaak even wennen en vergt opnieuw aanpassingen.
Vlakbij het plein in het dorp waar ik dikwijls naar de Supermarkt ga, staan twee bankjes in een driehoek. Iedere keer wanneer ik naar het plein loop, kom k er langs. Vaak zijn beide bankjes bezet. Sinds een jaar schuif ik weleens bij hen aan. De namen weet ik niet, maar in gedachten noem ik een man met altijd een pet op en doorgaans verhalen over zijn schip verteld ‘de schipper’, een man met een stropdas om ‘directeur’, een immer alles uitleggende man, intellectueel’, een man met zijn haar in een paardenstaart , hippie’, en de man met een blocnote ‘schrijver’.
Een jaar geleden in Mei, de zon scheen, het was een heerlijke temperatuur, waarop ik bij het passeren tegen de mannen op de bankjes de geijkte opmerking over het weer maakte: ‘Lekker hè hier in het zonnetje’. De aanleiding voor een praatje was geboren en ik ging op een hoek zitten naast een man die zat te schrijven. Stilzwijgend zat hij naast mij, terwijl de gesprekken gewoon doorgingen. Het intrigeerde mij. Op mijn vraag waarom hij schreef, was zijn antwoord: “Ik hou van schrijven, maar ook van een verhaal maken. Niet alleen wil luisteren, maar ook omdat ik wil begrijpen. Wil aanvoelen en verstaan en het waarom de verhalen en meningen geuit worden.” Ik dacht hem te begrijpen. Ik legde het hem uit in mijn eigen woorden. “Doordat je gedachten omgezet worden in uitgesproken woorden geef je het vorm. Vaak ook voor jezelf. En door het op te schrijven in eigen woorden, wordt het een blijvende herinnering in een eigen verhaal met het begrip en het waarom men dit aan elkaar vertelt.”
“De waarheid zit niet in wat men zegt, maar waarom men het zegt.” De schrijver.
Vanmorgen liep ik langs de vijver voor het Gemeentehuis. Zoals wel vaker het geval is, zaten er nu ook een aantal mannen te vissen. Alleen mannen. Vrouwen heb ik er nog nooit gezien. En toch zullen er wel dames zijn, die van deze volkssport genieten. Een sport waarvoor je eindeloos geduld moet hebben. Soms vraag ik weleens, of er al wat gevangen is. Waarop dikwijls het antwoord volgt van “Nee, nog niet!” Laatst kwam ik in de vroege morgen een jonge knul tegen op het Schelpenpad langs de Vliet. Hij duwde een volgeladen kar voort waarop allerlei benodigdheden om te vissen. Hij vertelde dat hij de nacht had doorgebracht langs het water en nu naar huis ging om te slapen.
Zo ongeveer veertien dagen geleden wandelde ik langs dezelfde vijver en zag een ganzenechtpaar met maar liefst elf kuikentjes. Vanmorgen was het ouderpaar luidruchtig aanwezig, mede door de bedrijvigheid rond het water. Behoed maar eens elf jonge gansjes voor gevaar en houdt ze bij elkaar. Leuk om dit schouwspel op een afstand te volgen. “I love it.” En ja het Engels wordt steeds meer verweven in onze taal. Zelf vind ik het soms ook leuker klinken, of soms beter in uit te drukken. En natuurlijk door films en muziek wordt een andere taal ook vertrouwder. Toen mijn vriend in onze verkeringstijd terugkwam van een reis uit Noorwegen zei hij: “Jeg elsker dig.” Ik hou van jou. Net zoals ‘I love you en ‘Je t’aime’ vind ik het in een andere taal toch leuker klinken. Vooral in het Frans klinkt het wat lieflijker. Frans wordt niet voor niets de taal der liefde genoemd. En misschien klinkt in de moedertaal ‘ik hou van jou’ minder magisch. Wanneer wordt gezegd bijvoorbeeld: ‘Ik vind je lief’, dan klinkt het toch wat speelser en niet zo hard.
Of zoals een quote in Het Frans:
Chaque jour je t’aime davantage, aujourdhui plus qu’hier, et bien moins que demain
Elke dag hou ik meer van je, vandaag meer dan gisteren en heel wat minder dan morgen.
Rosemonde Gerard
Liefs,
Monique