Love with Limits
zaterdag 1 augustus 2020
Liefde-Love with limits-Polyamorie
“Make love, no war”, één van de vele gezegdes tijdens de flower power periode in de jaren zestig. Aanleiding was vooral de Vietnamoorlog (1954-1975) tussen de Verenigde Staten die Zuid Vietnam hielpen en Noord Vietnam geholpen door Rusland en Noord China. Vele liedjes uit de jaren zestig herinneren mij aan die tijd: Give peace a change-John Lennon, Born in the USA-Bruce Springsteen om maar wat te noemen uit de reeks van talloze anderen. Het waren veelal protestliederen.
Er ontstond een hippiecultuur in Amerika, welke zich verzette tegen de materialistische en kapitalistische maatschappij. Ten grondslag lag daaraan de Flower Power beweging. Een tegencultuur in de Amerikaanse samenleving. De leefwijze van de hippie was vooral gericht op zelfredzaamheid, vrijheid, plezier en vrede. Vooral de vrijheid in liefde stond centraal. Men vormde communes. Seksuele vrijheid, zonder taboes, waarbij de vrije liefde ook binnen vaste relaties werd bedreven.
Eind jaren zestig en begin jaren zeventig had de Flower Power ook in Europa en Nederland zijn gevolg. Ik heb mijn jonge jaren, ik was toen rond de twintig, die periode volop meegemaakt en ervaren. Het was voor mij een tijd van grote veranderingen, veelal in mijn gevoel een beleving van vrijheid op allerlei terreinen. Ook op het gebied van seksualiteit. Aan de strenge opvoeding op de vrijheid van openlijk spreken hierover, of niet kunnen tonen van seksuele gevoelens kwam een einde. Men moest in vrijheid over al de aspecten van liefde, maar ook seksualiteit zich kunnen uiten. De NVSH ondersteunde en bevorderde het seksuele vrije gedrag. Maar die vrijheid had ook andere gevolgen. De emancipatie van de vrouwen. Er ontstonden vrouwenbewegingen: Dollo Mina’s, Baas in eigen buik. In ons kleine dorpje openden wij met een aantal vrouwen een vrouwencafé. Er werden sensitivy trainingen gegeven hoe de vrouwen met die nieuwe situatie thuis moesten omgaan. In de zeventiger jaren leidde dat tot veel onenigheid in de relaties en dikwijls tot scheidingen.
Gisteravond heb ik gekeken naar de documentaire Love with Limits door Louis Theroux. In de westerse samenleving is monogaam zijn in een intieme relatie de basis voor het goede verloop ervan. Wanneer er een derde in het spel komt, een partner verliefd word op iemand anders, zijn de poppen aan het dansen. Dikwijls is een scheiding dan het gevolg. Vreemd gaan wordt het dan genoemd. Het wordt ervaren als een groot verlies en veroorzaakt een diepe pijn. Het tast het hele menselijk zijn aan, zowel geestelijk, als fysiek. Degene waar je je hele hebben en houden aan hebt blootgegeven, welke alles voor je is, heeft jouw vertrouwen beschaamd. Voor velen is het onmogelijk nog een partner, met jouw liefde van je leven, te accepteren, of te delen. In de documentaire , over polyamorie in Portland, probeert Louis Theroux meer te weten te komen over mensen die op een andere manier naar relaties kijken. Een vrouw met twee mannen, samen slapen, de vrouw in het midden. Er werd door hen uitgelegd hoe ze de liefde bedreven. Nee, geen triootje, ze hadden het geprobeerd, maar voelden zich er toch niet behaaglijk bij. Ze kozen de tijd ervoor, wanneer de ander afwezig was. Een ander stel, waarbij de zwangere vrouw verliefd werd op iemand anders. Ik had het idee dat haar partner er toch enige moeite mee had, zeker nu er een baby op komst is. Maar hij wilde toch voornamelijk, dat zij gelukkig was, dus accepteerde hij de nieuwe liefde en hij werd ook zijn beste vriend. Schrijnend vond ik om te zien bij een ander stel, hoe in het bijzijn van haar echtgenoot haar vriend uit een andere relatie begroet werd. Een kleffe bedoening, waarbij echtgenoot op een afstandje het stond aan te zien. Het moest voor iedereen overkomen, dat beide gezinnen één grote familie waren en alles verliep in pais en vree. Ik vraag mij af, hoe kan men zich happy voelen bij zo’n situatie. In het algemeen heb ik de indruk, dat de vrije liefde veel haken en ogen met zich meebrengt. Dat werd in het laatste deel dan ook door één van de ondervraagden opgemerkt. Praktisch is het niet makkelijk, maar gevoelsmatig wordt er toch een aanslag gepleegd op gevoelens, tenminste naar mijn idee. Maar al de deelnemers wilden alleen maar, dat de ander gelukkig zou zijn. Men moet wel een heel groot hart hebben als men de extra liefdespartner van een lief in het hart kan sluiten en accepteren. Een mens heeft een groot hart en kan hierin vele liefdes bergen. De onvoorwaardelijke liefde voor een kind, de liefde voor de ouders, voor familie en genegenheid voor vrienden. Echter samen leven met nog een extra partner die verliefd is op jouw lief, welke niet jouw keuze is… Ach als men maar gelukkig is, dat was eigenlijk de rode draad door de documentaire, die door allen van belang werd geacht.
Laat ik het maar bij twee houden om elkaar gelukkig te maken en gelukkig te houden, dat is al niet zo eenvoudig.
Liefs,
Monique
geplaatst door monique3 - 2794 keer gelezen
Vorige berichten
Maartse buien
De winter voorlopig weer voorbij, dat is goed nieuws, maar daarmee is het nog geen zomer. Het is de tijd van ‘regen en wind, daarvan is maart een vrind’. En mijn stemming gaat zo’n beetje op en neer met het weer. Een mooie dag nodigt uit om plannen te maken voor méér van zulke dagen. Heerlijk, het hele jaar nog voor de boeg! placht een optimistische vriendin rond deze tijd te zeggen. De klokjes en krokussen hebben hun best alweer gedaan en de narcissen zijn op hun beurt weer uit de grond gespoten. Elk jaar opnieuw een bijzondere ervaring, je let even niet op en hocuspocus simslalabim daar staat een veld vol bloemen. En er is genoeg te klussen als het weer wat warmer wordt. Schilderwerk vooral. Houtrot die moet worden bestreden. Fietsen die weer een beurt moeten krijgen, en zo meer. Maar ook de tijd voor fijne wandelingen in het ontluikende lentegroen. Ik krijg er weer zin in. “O wat is het leven fijn als de zon schijnt”: André van Duin had daar in 1983 nog een daverende hit mee. Die wist wel waar mensen vrolijk van worden, heel eenvoudig: de warmte van zonnestralen. En licht.
Maar op een kille dag als vandaag wil de inspiratie niet zo van de grond komen. Gek eigenlijk, dat je van mooi weer, een lichte dag met wat zonneschijn, ineens overal zin in krijgt, opruimen, plannen maken. Ook van allerlei zaken op je to-do-lijst waar je eigenlijk helemaal geen mooi weer voor nodig hebt. Die je dus juist beter had kunnen doen toen het buiten nog winter was, zoals bijvoorbeeld die reparaties aan de tent. Dat je daarmee alvast voorpret hebt voor het volgende buitenseizoen en met voorbereidingen bezig bent. Ik denk dat het voor sommige mensen ook zo werkt. Voor anderen is de winterstop ook echt een pas op de plaats, goed voor boeken en musea. Het voorjaar, ramen open, frisse lucht, grote schoonmaak, een nieuw begin, dat is natuurlijk ook beeldspraak voor mijzelf, hoe ik me voel, waar ik energie van krijg. Daar is ook niks mis mee. En ook in het voorjaar moeten er boeken gelezen en stukjes geschreven worden, dusdaar is deze dag dan weer goed voor.
Alles op z’n tijd. Eén zwaluw maakt de lente niet, ook zo’n fijne boerenwijsheid, daar heb je nog eens wat aan. Nog even geduld wil dat zeggen. Dan kunnen we weer met elkaar afspreken voor gezellige wandelingen, bediend worden op een zonnig terras of creatief picknicken in het gras. Tot dan!
Geven & Ontvangen
Wat me de laatste tijd steeds duidelijker begint te worden, is hoe geven en ontvangen werkt tussen man en vrouw. Of hoe het zou moeten werken.
En als ik dat begrijpen als een soort blauwdruk over vorige relaties leg, zie ik ook waar het mis is gegaan wat dat betreft. En wat het effect daarvan was –op termijn- op de relatie.
Waarschijnlijk heeft het zelfs regelrecht aangestuurd op de beëindiging ervan.
Jaren terug hoorde ik al van een dating- & relatiecoach dat je een man niet meer geeft dan hij verdient.
Het gaat erom dat als een man zelden of nooit iets voor jou doet, in wat voor zin dan ook, de meeste vrouwen automatisch meer gaan doen.
Feitelijk ga je daarmee achter een man aan jagen. En dat is iets wat instinctief een man afstoot.
De reden daarvan gaat weer terug naar hormonen, want je mannelijk of vrouwelijk voelen, hangt daar 100% vanaf.
Geven is eigenlijk voor de man. Dat is namelijk een uitgaande, uitreikende energie. Anders gezegd is het penetrerend. Alles wat mannelijk is, is globaal gezien penetrerend.
Het vrouwelijke is ontvangen van wat de man aanreikt.
Daarmee kom je meteen op één van de lastigste dingen voor de meeste mensen: ontvangen. Echt kunnen ontvangen.
Om dat te doen, moet je hart open zijn en bij bijna iedereen is het hart grotendeels of geheel gesloten.
Denk eens aan een complimentje krijgen van iemand. Hoe normaal is het dan niet om dat waar je een pluim voor krijgt teniet te doen, kleiner te maken.
En zelfs als je wél “dank je wel” zegt, voel je dat dan echt diep van binnen?
Meestal is het een soort getrainde reactie dat je dat hoort te zeggen op zo’n moment.
Als je het echt binnen kunt laten, vervult het je met vreugde. Dan stroomt er liefde door je heen.
Maar terug weer naar het geven.
Ik weet nog dat ik hier in mijn laatste relatie tegenaan liep. Ik geef zo graag, vind dat zo leuk!
De eerste keer dat hij naar mij zou komen, mopperde hij wat over de afstand. Hij zei toen dat hij wel kwam, maar alleen als ie koffie en een knuffel kreeg.
Voor de grap had ik voor hem een knuffel konijntje gekocht. Niets bijzonders, gewoon voor E2 of zo bij de Action.
Ik vond het gewoon leuk gezien de woordspeling.
Toen hij hier was en we aan de koffie zaten, gaf ik hem die knuffel. Hij was helemaal verbouwereerd, wist niet heel goed hoe te reageren. Het levenslot van het konijn was ook geen liefdevolle plek in zijn woon- of slaapkamer. Het arme beestje kwam achteloos op de achterbank van zijn auto te liggen.
Maanden later naderde Valentijnsdag. Ik verwachtte stiekem een verrassing van hem. Ik had zelf een hele mooie kaart gekocht, leuke tekst erin geschreven en opgestuurd.
Maar… ik kreeg geen kaart terug, noch iets anders. Ik verwachte dat mijn kaart wel ergens bij hem in huis stond of hing op een ereplekje. Hij had een zuil in de keuken waar allerlei kaarten op hingen. Maar mijn kaart hing er niet tussen.
Met mijn verjaardag was hij hier. Hij had een mooie bos bloemen bij en een kaart die helemaal bij me paste. Maar geen kado. Met een beschaamde blik zei hij dat hij niet wist wat hij voor me moest kopen.
Ik snapte dat niet, want ik ben toch geen vrouw die geen hobby’s of interesses heeft. En hij kende me goed genoeg.
Met zijn verjaardag een paar maanden later maakte ik een schilderij, liet een T-shirt bedrukken en kocht nog iets kleins waarop ik een persoonlijk tekst liet graveren.
Toen ik hem zijn cadeaus gaf was hij totaal overdonderd. Ik voelde heel duidelijk dat het veel te veel was. Maar ik had het met zoveel vreugde en liefde gemaakt en gekocht…
Een hoop voorbeelden van hoe je teveel kunt doen, meer dan een man verdient. En hij voelde en wist dat het veel meer was dan hij in mij investeerde, vandaar dat hij zich ernstig ongemakkelijk eronder voelde.
Toen de relatie tot een eind kwam, had ik daarna echt iets van, “ik kan in een relatie met een man niet mezelf zijn, want als ik mezelf ben, ben ik gul en vrijgevig. Daar geniet ik van. Maar het ruïneert een relatie! Ik moet me dus anders voor gaan doen dan ik ben?!”
Nu begint het allemaal beter tot me door te dringen hoe het in elkaar zit, of hoort te zitten.
Een man geeft om te krijgen, een vrouw geeft als ze heeft ontvangen/gekregen.
Het krijgen van de man zit hem in de blijdschap van de vrouw om wat hij heeft gedaan of gegeven.
Een man geeft om een vrouw gelukkig en blij te maken.
Daar gaat zijn testosteron van omhoog en maakt dat hij zich goed voelt, het verlaagt zijn stress enzovoorts.
Dat houdt in dat als je als vrouw dankbaar en blij reageert op wat hij voor je doet, je hem al teruggegeven hebt!
Wat je als vrouw geeft, is globaal gezien je vreugde, warmte, speelsheid en blij zijn met wat hij voor je doet.
Als je als vrouw meer voor een man doet dan hij voor jou, verlaag je zijn testosteron, dan ontman je hem feitelijk.
Dat heb ik met mijn ex heel goed gemerkt. Het was zichtbaar op zijn gezicht, zijn lichaamshouding en gehele reactie. Hij wist zelf verdomd goed dat hij niet half zoveel deed voor mij als andersom en voelde zich daar duidelijk niet prettig onder.
Ik heb het helder en hopelijk lukt het me een volgende keer ook om in het vrouwelijke ontvangen te blijven!
Over thuiskomen
Een droom. Ik sta voor een zaaltje vol vrolijke mensen, het zaaltje waar ik een lezing zal gaan houden over mijn Drentse afkomst, mijn thuisgrond die totaal niet aanvoelt als thuisgrond. Op het papier in mijn hand staat een rijtje steekwoorden, in het handschrift van mijn Rotterdamse vader. Het is een verfrommeld stukje bruin pakpapier. Ik kijk vol vertrouwen het zaaltje rond: ook hier zal zo’n man zitten die na mijn eerste zes zinnen het woord neemt en mij uitlegt wat ik heb gezegd, en wat ik zal gaan zeggen. Het komt wel goed. Naast mij staat een leraar, mentor, presentator, organisator, geldschieter of wat zijn rol hier dan ook is. Hij kijkt op mijn briefje en lacht naar me - wat ik opvat als het sein om te beginnen. Prompt vormen de vrolijke mensen groepjes om mijn woorden alvast te bespreken. Tevreden ga ik de kat eten geven: zelfgebakken zandkoekjes. Ze zijn een beetje nat geworden, die koekjes.
Hij had een vakantiereis naar Indonesië geboekt, vertelde mijn medewandelaar - en ik vroeg mij plotseling bezorgd af hoe de komende kilometers zouden verlopen. Hij is een leuke, slimme vent. Ooit heeft zich ergens in mijn hoofd het idee genesteld dat leuke, slimme mannen te weldenkend zijn om nog met het vliegtuig op vakantie te gaan. ‘Heb je een speciale reden om juist naar Indonesië te willen’, vraag ik voor alle zekerheid. Ik ben tenslotte ook twee keer heen en weer met het vliegtuig naar New York geweest, omdat mijn dochter daar woonde met haar gezin. Zijn grootouders blijken in Indonesië gewoond te hebben, in dienst van de overheerser. Zijn moeder is daar geboren. Hij wilde onderzoeken of daar zijn, thuiskomen zou betekenen. Hm, twijfelgeval. We worden het eens, de leuke, slimme man en ik: Vliegvakanties kunnen echt niet meer, niemand zou nog met het vliegtuig op vakantie moeten gaan, echt niemand. Alleen die ene aardige vriend, die mag wel. Omdat je hem het plezier zo gunt.
Ik heb mijn pumps verplaatst. Lagen ze eerst in een plastic krat in de schuur, nu liggen ze in de kledingcontainer. ‘Geen afval inwerpen’, staat er op die container. Gelukkig maar, het zijn immers best deftige pumps: soepel, bruin leer, zolen van zwart rubber. Mijn pumps vies laten worden van het afval, zou onverdraaglijk zijn. En ach, zo zonder pumps kan ik altijd nog op sneakers trouwen. Wat ik makkelijk kan beloven. Ooit heb ik beloofd dat ik mijn knalblauwe hardloopschoenen zou dragen op een beslist deftig, besloten korenfestival. Mijn jurk was halflang, getailleerd en van zware, glanzend donkerblauwe stof. En dan die schoenen! Ach, ik had toen al kunnen weten dat ik nooit meer pumps zou dragen. En ik wil ook helemaal niet trouwen, ik wil thuiskomen.
Thuiskomen, uiteindelijk thuiskomen: Weten dat jij het bent voor wie ik al die tijd mijn stukjes heb geschreven.