Tijd
maandag 7 september 2020
Terwijl de aardappelen op het vuur staan totdat gaar zijn, zo’n twintig minuten, of ik de tijd instel van het kookwekkertje voor een gekookt eitje, zo’n vier tot zeven minuten al naar gelang ik de hardheid wens, bedenk ik mij de vraag wat tijd nu eigenlijk inhoudt. Overigens doe ik ook wel eens de eitjes bij de aardappelen, maar dit terzijde. Ondertussen sta ik niet bij het fornuis alleen maar te wachten, maar onderneem ik in die tijd ook nog andere dingen. De was opvouwen, het bed opmaken en ik heb geconstateerd dat ik in vier en een halve minuut de kamer kan stofzuigen. Ondertussen is mijn eitje gekookt zoals ik het wil hebben. “De tijd gaat snel, gebruik haar wel”. Een veel gebruikte quote. Verspil nooit de tijd die je goed kunt gebruiken. We kennen allemaal wel de uitleg. Voornamelijk is het de klok die onze dagindeling bepaalt. We zetten de wekker om op tijd wakker te worden om op de juiste tijd op ons werk aanwezig te kunnen zijn. Maar dikwijls worden we wakker op het tijdstip, dat onze biologische klok dat aangeeft. Avondmensen zullen volgens die biologische klok op een ander tijdstip wakker worden, dan een ochtendmens. Is tijd een begrip, of zoals Einstein beweerde een illusie? Is tijd het verleden, of de toekomst? Of is tijd het nu? Op dit moment van de dag, of nacht? Tijd is een persoonlijk en rekbaar begrip. In het nu komen onze gedachten over het verleden en de toekomst samen. We leven dus eigenlijk in het nu, terwijl onze gedachten zich elders kunnen vertoeven. Ik kom op deze gedachten over tijd, omdat ik op een leeftijd ben beland, dat mijn toekomst steeds kleiner wordt. En ik ben niet de enige in de groep van senioren waaronder ik mijzelf nu bevindt, die deze uitspraak doet. En dan zegt men: “Komt tijd, komt raad”. Ja, dat zal wel en de tijd zal het uitwijzen, maar daar wil ik eigenlijk niet op wachten. Ik zou het nu willen weten. In de toekomst kijken gaat echter niet. De toekomst is dromen, hopen, verlangen, verwachtingen waarvan men hoopt dat die zullen uitkomen. Wensen dat iedereen die je liefhebt het goed zal blijven gaan. Dat iedereen, maar ook jezelf gezond mag blijven. “In lengte van tijd!” (Voor eeuwig). Voor eeuwig? En hoelang behelst die tijd voor eeuwig? Inderdaad, altijd, maar zal in onze beleving de tijd zijn die ons wordt gegeven.
Als singles op deze seniorenleeftijd een relatie wensen, is dat toch van een geheel orde, dan wanneer je jong bent en je nog een heel leven voor je hebt. Uit onderzoek is gebleken dat bij een jongere de tijd veel langer duurt dan wanneer je boven de veertig bent. De beleving in tijd is ook nog eens op diverse momenten anders. Eens reed een jongetje van vijf mij met zijn fietsje tegen het voorwiel aan. Ik duikelde voorover over het stuur en belandde op de grond. Dat moment, dat maar een fractie van enkele seconden was, duurde minutenlang. Bovendien wat er op dat kleine ogenblik allemaal door mijn hoofd ging. En dan mijn eerste zoen. Het was van een gelukzaligheid waarin minuten in uren geleefd werd. Hoe ouder men wordt hoe sneller de tijd voorbijgaat. Alhoewel… ‘We de tijd aan onszelf hebben.’ Vroeger dacht ik zeeën van tijd te hebben en nu als senior is het een race tegen de klok. Wanneer ik dat op mijzelf toepas, dan realiseer ik mij, dat mijn ervaring van jarenlang met een partner samen te zijn geweest, er een vertrouwensband is ontstaan. En een vertrouwensband opbouwen daar is tijd voor nodig. En dat is nu juist de kloe. Een stemmetje dat steeds opduikt en mij er op attendeert: “Je moet nu toch echt aan een relatie beginnen, wil je weer toekomen aan het opbouwen van het vertrouwen, dat je zo hoog in het vaandel hebt staan, want de tijd vliet snel.” En dan staat de tand des tijds ook nog eens voor de deur. Ik zet dat stemmetje maar in de ijskast, want liefde laat zich niet dwingen. “Met tijd en stond komt men de wereld rond”, gewoon geduld hebben dus.
En wat is nu eigenlijk tijd…? Wie het weet mag het zeggen.
“Tijd heeft vleugels en geen teugels”
Liefs,
Monique
geplaatst door monique3 - 3963 keer gelezen
Vorige berichten
Uitgehuwelijkt
Afgelopen weekend heb ik 2 kunstroutes bezocht. Ze waren allebei in de buurt en dus te bezoeken met de fiets. Als bonus heb ik ook diverse mooie tuinen mogen betreden waarin de beelden, het keramiek of de schilderijen zeer fraai stonden opgesteld. Toch hadden sommige kunstenaars hun werk ook nog volledig opgesteld staan in hun atelier.
Zo betrad ik een atelier waar de kunstenaar veel schilderijen van Rembrandt van Rijn had nageschilderd. Hij zei met een brede lach : je hoeft niet meer naar het Rijksmuseum om zijn schilderijen te bekijken, je kunt zijn werk hier ook bewonderen. Hij had ook nog "het puttertje" van Carel Fabritius nageschilderd, Rembrandts meest getalenteerde leerling. Rembrandt is helaas niet zo netjes met het werk van zijn beste leerling omgesprongen.
Als hij een schilderij van Carel mooi vond, zette hij gewoon zijn eigen handtekening eronder, vertelde de kunstenaar me. Hij kwam ermee weg, omdat Fabritius nog een leerling van hem was. Meestervervalser Han van Meegeren, die o.a. schilderijen van Vermeer had vervalst kreeg er gevangnisstraf voor. Rembrandt was in wel meer dingen niet zo netjes, antwoordde ik hem. Ik heb ooit eens gehoord dat hij veel schulden had gemaakt en dat hij in 1656 vrijwillig failliet ging om het erfdeel van zijn zoon te beschermen, maar zijn huis & inboedel werden later toch nog verkocht.
Ook weet ik dat hij na de dood van zijn vrouw Saskia van Uylenburgh een kindermeisje, Geertje Dircx had ingehuurd voor zijn zoon Titus. Zij was ook de huishoudster. Hij werd op haar verliefd en zij werd zijn minnares. Niet vreemd, maar wel ongepast dat ze ongehuwd samenleefden als man en vrouw, dat kon echt niet in die tijd. Hij deed haar dus een trouwbelofte. die hij net zo makkelijk weer verbrak, toen hij een relatie kreeg met Hendrickje Stoffels, zijn grote liefde en muze. Geertje pikte dat niet en klaagde hem aan. Dat kon ze niet winnen want Rembrandt was toen al een beroemd kunstenaar. Sterker nog, zij had de ringen van zijn vrouw, die hij zelf aan haar geschonken had, naar de lommerd gebracht. Hij klaagde haar dus ook aan. Door zijn toedoen werd zij 5 jaar opgesloten in een tuchthuis.
Het gesprek met deze kunstenaar ging als volgt verder. Hij zei : geloof het of niet, maar mijn vrouw en ik zijn aan elkaar uitgehuwelijkt. Wat, hier in Nederland (?), dat meen je niet, zei ik en keek hem verbaasd aan. Tja, mijn vader had een grote boerderij, haar vader was ook een rijke boer. Wij werden door onze ouders gezien als een uitstekende huwelijkskandidaat. Ook kenden onze ouders elkaar, wij hadden dezelfde achtergrond, dezelfde waarden en normen, kat in het bakkie. Hoe liep dat af, vroeg ik hem, zijn jullie gelukkig geworden? Na 55 jaar huwelijk is ze nog steeds mijn vrouw. Geen enkel probleem, onze ouders hadden het goed gezien, antwoordde hij met pretlichtjes in zijn ogen.
By the way, ik heb hier ook nog een dienblad vol met kleine borreltjes oranje bitter staan, voor al mijn bezoekers. Tast toe, proost ...
Wat ik ben, ben ik door mijzelf...
“Wat ik ben, ben ik door mezelf”
Deze uitspraak van L. van Beethoven zag ik deze morgen op een muurschildering tijdens mijn wandeling in Nijmegen. Hij schreef dit in 1806 aan zijn beschermheer Prins Lichnowsky. Hij schrijft: “Prins, wat jij bent ben je door je geboorte. Wat ik ben, ben ik door mezelf. Er is maar één Beethoven.”
Vandaag is het mijn verjaardag. Vier ik mijn geboortedag. Vier ik het leven. Eens, dat kleine mensje, wat is geworden, zoals ik nu ben. Niet met de muzikale kwaliteiten van L. van Beethoen, maar net andere kwaliteiten, niet groots, maar met een unieke persoonlijkheid. Gevormd door mijn keuzes, mijn dromen. Geleerd van mijn fouten. Waar geen twee sterren aan de hemel hetzelfde schijnen. Zo is er nooit iemand geweest – en zal er ook nooit iemand zijn – die precies hetzelfde is zoals ik ben. Zoals iedereen anders is met een eigen verhaal.
Waarom zoeken mensen toch naar iemand die perfect is. Iemand die voldoet aan een lijstje? Ik sprak een kennis nadat ze iemand voor het eerst ontmoet had. Lyrisch vertelde ze ,dat ze dezelfde interesses hadden. Wat belangrijk is, dat we ieder onszelf durven te zijn. Vooral weten wie wij zelf zijn. En vooral de tijd geven om elkaar te ontdekken. Om elkaars unieke persoonlijkheid te leren kennen. Wat soms jammer is, dat bij een eerste bericht al wordt geconstateerd, dat beider interesses op een heel ander vlak liggen en dat dan een verder vervolg geen zin heeft. Al vaker heb ik ervaren dat communicatie via WhatsApp, mail, of op welke manier dan ook, anders wordt geïnterpreteerd, dan bedoeld was. Dat kan door mijn manier van omschrijven komen, maar ook door de invulling en opvatting van de lezer. Maar of dat dan bewijst, dat er geen mogelijkheid bestaat om bij elkaar te kunnen passen? Het zou kunnen. Door het verder in real life geen kans te geven mis je wel de intonatie van een stem, de gezichtsuitdrukkingen, het zien van een persoonlijkheid in uitstraling, denk ik. Geef het een kans, Ontmoet elkaar. Wie weet wordt je beiden verrast.
Ik schreef al eerder over puzzelstukjes. Geen enkel puzzelstukje is identiek, maar samen vormen ze wel een geheel, zonder dat ze hun eigen vorm verliezen. Elkaar aanvullen, ook al zijn er andere interesses, kan een relatie alleen maar meer boeiend maken. Het unieke zien van iemand anders geeft alleen maar meer ruimte om elkaar echt te leren kennen. Jezelf blijven zonder de vorm te willen verliezen ,maar ook de unieke vorm van iemand anders niet te willen veranderen.
Nog een uitdrukking op deze muurschildering:
“Wanneer de kunst het leven is, is leven een grote kunst” J. S. Bach
Mooi aansluitend op deze dag, het vieren van mijn geboorte dag:
“Wat ik ben, ben ik door mijzelf”
Liefs,
Monique
Single of in een relatie: Ben je een eenpitter ?
Ik ben volgens de wet sinds de zomer van 2006 alleenstaand. Die twee decennia zijn weliswaar onderbroken door een “lange” relatie en twee kortere relaties. In die twintig jaar heb ik ervaren, dat het gegeven single-zijn niet automatisch aangeeft hoe je in het leven staat, hoe je je richt op je omgeving.
In mijn netwerk van mensen zijn veel singles van rond mijn leeftijd, die heel sociaal zijn en zich bekommeren om anderen die op hun pad komen, maar anderzijds ook alleenstaanden, die heel egocentrisch manoeuvreren. Er zijn singles die heel open zijn, heel toegankelijk, die aandacht hebben voor de wereld om zich heen en voor individuele personen. En dus ook alleen gaanden, die hun weg echt alleen gaan.
Ook in relaties kom ik eenpitters tegen, oftewel einzelgängers. Zelfs bij mensen, die verschillende huwelijksjubilea achter de rug hebben merk ik, dat elk van beiden steeds z’n eigen ding doet. Dat hoeft op zich geen probleem op te leveren. Het wordt lastiger als beiden een eenpitter zijn. Dan liggen botsingen, aanvaringen continu op de loer.
Kan een eenpitter veranderen? Is het net zo eenvoudig om een eenpitter zo ver te krijgen, dat hij of zij zijn / haar houding aanpast als wanneer je in je keuken een een pits komfoor inruilt en een kooktoestel met meer branders neerzet?
Zo’n verandering in de keuken vraagt ook om inzicht en handigheid. Als het een pits gaskomfoor ingeruild wordt voor een elektrische kookplaat (in verband met de energietransitie) moet je wel weten of het huidige vermogen dat de energieleverancier levert voldoende is, en of je deze belangrijke wijziging wel echt wilt!
Een poging om een eenpitter te veranderen die lange tijd zonder partner heeft geleefd lijkt op het eerste gezicht een onmogelijke opgave. Eerst moet je weten of hij of zij wil veranderen.
Dan rijst er nog een ander gevaar: Je probeert hem of haar te veranderen op die punten, die jou goed uitkomen. Of, waar je je bij hem of haar aan ergert.
Als je een een pits gaskomfoor inruilt voor een vierpits toestel verdwijnt het oude apparaat niet zonder blikken of blozen. Raar, maar zo is het ook met een single eenpitter. Op het eerste gezicht is-ie veranderd, maar na een tijdje duikt het eenpitter zijn toch weer op.
Ik moet niet steeds onomwonden eenpitters in een kwaad daglicht steken. In hun werksituatie hebben ze vaak veel verantwoordelijkheidsgevoel, ze zijn gemotiveerd om hun taak goed uit te voeren. Het zijn ook vaak mensen aan de top van een organisatie. Hoe straalt dat af naar hun privéleven? Daar zijn andere verbanden, daar hoort geen hiërarchie te bestaan.
Bekend is de grap over de nieuwe baas die een bordje op zijn bureau plaatste: “Hier ben ik de baas” Een dag later miste hij dat irritante bordje. Zijn ondergeschikten vertelden hem toen hij vroeg waar het bordje gebleven was, dat zijn vrouw het was komen ophalen..
Moraal: Hoe iemand op het eerste gezicht lijkt te zijn stemt niet (altijd) in alle situaties overeen met de realiteit! Schijn bedriegt.
Wie heeft met eenpitters te maken (gehad)? En hoe ben je daar dan mee omgegaan??