Ik voel me âniet vis, noch vleesâ!
donderdag 1 oktober 2020
...en ik ben erg blij, dat ik het schilderen heb. Ik was blij, dat vanmiddag “ateliermiddag was geweest. Eindelijk kon ik een beetje ervan kwijt, wat de laatste dagen alles was gebeurd en hoe ik me ermee voelde. Ik mis het een aanspraak te hebben. Ik mis het over mijn bevindingen, mijn gevoelens te kunnen praten.
Terug van het atelier heb ik het rouwkaartje in mijn bus gehad. Nu weet ik eindelijk waarvoor “Rikie” staat. Henrica Elisabeth Maria. En da staat het dan ook, redenen hoezo ze een paar weken geleden tegen me heeft gezegd: “Ik ben een Maria-kind!” Daarom dus het “Ave Maria”. Een aantal maanden, bijna 1 jaar geleden, vroeg ze aan mij, “Wil je op mijn uitvaart voor me zingen?” Natuurlijk wilde ik dat, “en graag dan het Ave Maria?”.
Toen heb ik de volgende blog geschreven:
De buurvrouw en het Ave Maria (Bach/Gounod)
4 ½ (ondertussen meer dan 5 jaar) jaar geleden had ik voor een z.g. aangepast huis gekozen, een huis voor senioren. Alles gelijkvloers, laag drempelijk en, en… Mijn man woonde weliswaar in een verzorgingsthuis, maar met de weekenden, feestdagen en vakanties haalde en wilde ik hem “naar huis” kunnen halen. Ook een tuin hoort bij het huis en die wilde ik graag, om de honden.
Toen ik mijn buurvrouw voor het eerst tegen kwam, leefde ze al een aantal jaren alleen in het huisje naast me.
Levenslang zwaar werk heeft haar lichaam duidelijke getekend. Ze is klein van statuur, kleiner nog dan ik en ik ben al klein. Ook is ze gemoedelijk rond, zonder dat je ze dik zou kunnen noemen. Haar korte dunne haren zijn sneeuwwit en ook de zon doet er niets meer aan, om haar huid een kleurtje te geven. Het klein en licht persoontje loopt wat moeilijk en is altijd bang om op de eikels uit te glijden, die met de herfst massaal vallen en de wegen rond om onze huizen nagenoeg onzichtbaar maken. Ze is een stille dame en weinig geluiden komen af van haar kant. Alleen haar hoest (COPD) is niet te overhoren en valt me op. Omdat ik vak niet aanwezig was, vraag ik aan haar, aan me door te geven, als de honden haar lastig waren. “Maar nee,” zegt ze, “ik ben toch zwaar horend en blij dat de honden waaks zijn!” Ik kijk in haar ogen in die flitsen van humor wonen. En ja, de stille dame kan me verassen met haar humor en lachen maken. “Ga dan nu, anders trek je wortels!” zegt ze tegen me en we moeten beiden lachen. Ik had wel een tijd nodig, om ze goed te kunnen verstaan. Ze praat graag en veel plat. Helemaal moeilijk verstaanbaar wordt het voor me, als haar familie aanwezig is. Dan valt zij stil en haar familie weet er nog veel meer af van het plat “praoten”. Naar het overleiden van mijn man was ons band hechter geworden. Nog in het bezit van een auto, reed ik ze naar de arts, als haar familie het niet kon doen en nu, zonder auto, rijd ik ook geregeld de afvalbakken aan straat, zo dat ze niet over de eikels moet struikelen.
De laatste weken, maanden ben ik nu vrijwel en tot 2 keer dagelijks bij mijn buurvrouw. Mijn kleine, lieve en stille vriendin is ziek met kanker. Langzaam, heel langzaam wil het bij me binnen dringen. De chemo zou haar wel helpen en op leeftijd groeit de kanker niet meer zo hard, denk ik. Gelukkig, ze heeft geen pijn! Het carcinoom zit in de blaas. Ze halen zo veel mogelijk weg, maar de chemo moet. Ze verliest al haar haren en het mutsje irriteert bij haar hoortoestellen. Ondertussen doe ik onze was bij mij, ook omdat zij geen droger heeft en ik het makkelijker vind de was de droger in te stoppen, als bij haar op zolder op te hangen. De chemo werkt op haar zenuwen en ze heeft tintelingen in haar vingers en voeten, die ervoor zorgen, dat ze niet meer goed kan grijpen en haar gang nog onzekerder wordt. Ik ga voor ze stofzuigen en medicijnen uit de apotheek halen, als ze deze niet op tijd kunnen brengen… Ik zie ze weinig succesvol haar vingernagels proberen te knippen tot ze eindelijk instemt dat ik dat voor ze doe.
…en ik ben zo blij, dat ze geen pijn heeft.
Ze stoppen met de chemobehandeling. Er waren uitzaaiingen geconstateerd. Ze gaan ook de bloedzuikerwaarden niet meer in de gaten houden…dus einde therapie?!
…en ik ben zo blij, dat ze geen pijn heeft.
We praten veel en lachen veel… “ik weet, ik weet, geen wortels trekken!”… en we huilen samen…
We zitten samen op haar bank en ze vertelt me, dat ze vlak naar de dood van mijn man met haar nicht in de tuin zat en vanuit mijn kant geluiden had gehoord. Ze vroeg toen aan haar nicht: “Wat hoor ik, is ze aan het huilen?”. “Nee, ze zingt!” zegt haar nicht. Lachend tegen haar zeg ik daarop: “ Na, dan kan mijn zang zo mooi niet zijn geweest”, maar ze lacht niet en vraagt aan me “Mag ik je wat vragen”, “Tuurlijk,” zeg ik “dat weet je toch, je mag alles aan me vragen, altijd!” “Zou je op mijn uitvaart voor me willen zingen? Ik wil wel graag, dat je het “Ave Maria” voor me zingt!”…
… en wat is het toch fijn, deze nu nog een keer te lezen…
Morgen ochtend heb ik met Joep afgesproken. We gaan even bij de koffie bijpraten en oefenen. Joep heeft me ook op de uitvaart van mijn man begeleidt. Toen heb ik het “Ave verum corpus” van Mozart gezongen. Of ik het nog kan?! Ik heb heel lang niet meer gezongen...
Gelukkig had ik op zaterdag in het hospice nog afscheid kunnen nemen. Ik was er heel bang om haar daar te zien, omdat ze in dezelfde kamer lag, in die ook mijn man zijn laatste dagen, uren, minuten.... Ik was er niet lang. Ze viel altijd alweer in een zachte slaap en ze was bleek... hemel, nog nooit had ik iemand zo bleek gezien... behalve in de dood. Met mijn afscheid rekte ik mijn hand uit, om over haar wang te strelen en nooit zou ik vergeten, hoe haar bleek gezichtje zich uitstrekte naar mijn hand.
Slaap lekker, lieve Rikie! Ik mis je!
geplaatst door Elli - 1940 keer gelezen
Vorige berichten
Hoe oud moet je zijn?
“Mijn leeftijdsrestrictie staat tussen de 51 en 69 jaar, want leeftijd zegt niets. Iemand van 55 kan al achter de geraniums zitten, terwijl iemand van 68 nog vol in het leven staat.”
“Die laatste vind ik veel interessanter, maar daar kan ik dan niet op reageren…”
De intro en de regel hierboven vormen samen de reactie van een 55-jarige lezeres op mijn vorige blog over de rol die afstand speelt bij het wel of niet beginnen aan een relatie.
Want hoe oud moet je eigenlijk zijn voor de liefde? En hoe oud moet die ander zijn? Op deze datingsite lijkt het antwoord simpel: dat bepaal je zelf met de schuifbalk. Met één muis- of vingerbeweging op het scherm stel je de harde grenzen in. Alsof de klik tussen twee mensen zich laat dwingen door een geboortejaar.
Eenrichtingsverkeer
De lezeres die deze reactie achterliet, liep misschien pardoes tegen de muur van de instellingen van haar potentiële partner op. Waar haar eigen schuifbalk ruim genoeg stond om die vitale man van 68 te zien, had hij de digitale deur aan zijn kant mogelijk iets strakker in het slot gegooid. Eenrichtingsverkeer door een algoritme. Het laat precies zien hoe de schuifbalk, die bedoeld is om te filteren, verandert in een boemerang. En dat roept de vraag op of ‘we’ de neiging hebben om een getal te verwarren met een karakter.
De biologische illusie
Het selecteren op een geboortejaar is een overblijfsel uit de tijd dat we dachten dat de cijfers op de verjaardagskalender onze vitaliteit bepaalden. Vroeger was je met zestig oud. Punt. Dan mocht je gaan zitten wachten op het einde.
Vandaag de dag is die grens vloeibaar. Je hebt vijftigers die mentaal al met de vut zijn en achter de geraniums zitten. Maar het omgekeerde is net zo waar: er lopen zestigers en zeventigers rond die marathons lopen, reizen, ontdekken en een agenda hebben waar een dertiger een burn-out van krijgt. En toch vertrouw je blind op die digitale restrictie.
Het filter als schild
Waarom doe je dat? Waarom richt je de focus zo scherp op de geboortedatum? Misschien is het angst. Angst voor de mismatch, of simpelweg de drang naar grip op je eigen leven. Het filter is je schild. Het beschermt je tegen de chaos van de werkelijkheid. Als je de vijver maar klein genoeg maakt, blijft het overzichtelijk.
Maar met het uitsluiten van het risico, sluit je ook de verrassing buiten. De lezeres van 55 die niet kan reageren op de man van 68 is het slachtoffer van een digitaal systeem dat geen nuance kent. Want op datingsites is de leeftijdgrens vaak een onverbiddelijke uitsmijter: wie één dag over de grens is, komt de club niet in. Hoe goed je van binnen ook danst.
Achter de geraniums
De vraag 'Hoe oud moet je zijn' gaat naar mijn idee helemaal niet over cijfers, maar over de blik in de ogen en het vuur in de ziel. Er is een wezenlijk verschil tussen biologische leeftijd en mentale leeftijd. De geraniums zijn geen bloemen; het is een gemoedstoestand. Het is het moment waarop de nieuwsgierigheid sterft. Het moment waarop iemand besluit dat alles wat de moeite waard was, al achter hem/haar ligt.
Je herkent ze direct: de mensen die alleen nog praten over hun fysieke ongemakken en waarom vroeger alles beter was. Ze hebben de deur naar de wereld op slot gedaan. Aan de andere kant staat de categorie die weigert te capituleren. De man of vrouw tegen de 70 die nog volop durft te dromen; die zich laat verrassen door een nieuw boek, een vreemde stad of een spontane ontmoeting. Die niet vraagt: 'Hoe lang heb ik nog?', maar: 'Wat gaan we vandaag doen?'
De kilometerstand
Dus, hoe oud moet je nu eigenlijk zijn? Misschien moeten we die schuifbalken gewoon met rust laten. Misschien moeten we accepteren dat de liefde zich niet laat vangen in een vooraf ingesteld bereik. Wat zegt een getal nu helemaal over de warmte van een stem, de scherpte van een grap of het vermogen om er simpelweg te zijn?
De uitdaging is simpel, al vraagt het wel wat moed: zet die restrictie aan jouw kant naar beide kanten eens vijf (of toon lef: tien) jaar ruimer dan je comfortzone nu toelaat. Kijk niet naar het bouwjaar, maar naar de kilometerstand en het onderhoud. Je zou zomaar iemand kunnen tegenkomen die nooit geraniums heeft gehad en ook niet van plan is om die in huis te halen. Want uiteindelijk gaat het er niet om hoeveel jaren er in je leven zitten, maar hoeveel leven er in je jaren zit. En dat laat zich niet filteren.
Weer of Geen Weer
Er zijn toch maar weinig dingen zoveel besproken als het weer! In Nederland dan toch.
Toen ik in Jakarta woonde hadden we het zelden over het weer, omdat het daar vrijwel altijd hetzelfde was. Alleen in het regenseizoen mopperde je wat vaker, maar dan heb je ook een reden om te mopperen ook!
Een Nederlandse regenbui is doorgaans kinderspel vergeleken met een tropische stortbui.
Het weer heeft gewoon een grote invloed op de mens. Toen ik in Den Bosch in de kunsthandel van mijn ouders werkte, werd het impact ervan duidelijk. Een kunsthandel is natuurlijk sowieso al niet zo druk bezocht als een supermarkt of Blokker, maar met slecht weer kwam er meestal de hele dag niemand.
En als er al iemand kwam, waren ze meestal niet in een goed humeur. Drijfnat, een paraplu waar nog flink water afliep. Daar moest je als winkelier ook een oplossing voor hebben, want die lekkende regenschermen wil je niet je hele winkel door.
Als de zon scheen, kwamen er veel meer mensen, ook wel meer kijkers, en dan waren mensen veel vrolijker en meer ontspannen.
Heel vroeger had ik een enorme hekel ik had aan regen. Ik moest op de fiets naar school en in het najaar hadden we geregeld pittige buien. Ik had een regencape en dat hielp wel wat, maar de onderkant van je broekspijpen en je schoenen werden alsnog kletsnat.
Ik had echt altijd een snerthumeur als ik door regen moest fietsen. Dan kwam ik ook goed sjaggo thuis.
Ook met daten kan het weer een grote rol spelen. Als het 36C is, is in de auto kruipen om iemand te gaan ontmoeten niet uitnodigend. Oké, bijna iedereen heeft dan wel airco, maar toch.
Ik heb zelf geen airco, althans, die werkt helaas niet, en ik ga met flinke hitte liever niet in mijn zwarte autootje op pad. Dan zou ik een date verplaatsen.
Als het pijpenstelen regent, zit je ook weer. Dat kan je keuze van kleding al flink beïnvloeden. En indien je een stuk moet lopen van parking naar bestemming moet de paraplu voor de dag komen.
Je kunt ook voor een pet of capuchon of iets dergelijks gaan, maar als vrouw vind ik dat niets. Ik wil dan geen nat geregend haar, vreselijk, maar haar wat zo plat zit als wat door een capuchon vind ik ook niet prettig.
En dan heb je nog perikelen met vorst, eventuele gladheid en kou. Dat kan ook je plannen overhoop gooien om af te spreken of beperken wat je samen gaat doen.
Ik ben geen held met autorijden als het glad is. De laatste paar jaar viel me op dat er ook minder gestrooid wordt. Zeker ook iets om rekening mee te houden. Hier in dit achteraf gebied zijn nogal wat smallere ‘boerenweggetjes’ die je met gladheid beter links kunt laten liggen.
Maar er zijn ook nog andere weer-gerelateerde factoren waar je mee van doen kunt krijgen.
Zo had ik een eerste ontmoeting met iemand in juni. Het was prachtig mooi weer, lekker zonnetje. Niet te heet, echt heerlijk.
Vóór de ontmoeting moest ik nog even snel de stad in en daar merkte ik hoe ontzettend druk het was. De winkelassistente vertelde dat er iets te doen was waardoor er heel veel toeristen waren. Zeker gezien het zulk mooi weer was.
Meteen had ik helder dat de ontmoeting op de afgesproken plek niet zou gaan werken. We zouden elkaar treffen bij een restaurant vlakbij mij, maar met die drukte zou het heel lastig worden je auto ergens kwijt te kunnen.
Samen een tafeltje op het terras van het restaurant kon ook nog wel eens problematisch zijn. En een eerste ontmoeting waarbij je beiden noodgedwongen aan een andere tafel moet gaan zitten of met andere vreemde mensen een tafel moet delen, schiet natuurlijk ook niet op.
Hij was al onderweg, dus ik heb hem snel geAppt en mijn adres gegeven. Dat doe ik nooit, maar ja, op dat moment bleef er niet veel anders over.
Als je in een toeristisch gebied woont, kan het weer zo indirect ook een grote rol spelen!
En dan is er nog wind. Als het heel heet is, ben je blij met een briesje. Maar wat als je geregeld van doen hebt met harde wind of heftige stormen?
Daar had ik nooit zo over nagedacht tot ik hier in dit dorp kwam wonen. Toch wel het ergste in die zin van het eiland.
Langs de gehele westkust heb je veel meer met wind en storm van doen dan verderop in het binnenland.
Ook dat kan weer een invloed hebben op daten. Zo was ik ooit in Flevoland bij de man waarmee ik al een tijdje aan het daten was.
Ik moest die avond naar huis, wat een rit inhield langs de gehele westkust. Maar het stormde en er werd zelfs gewaarschuwd niet de weg op te gaan als het niet perse hoefde.
Het was zo heftig dat ik moest blijven slapen. Nou waren wij al wat langer samen, maar dan nog.
Maar als je zoiets meemaakt met een nieuw iemand kan dat toch voor ongemakkelijke situaties zorgen.
We klagen er wel eens over dat mensen niet zo moeten klagen over het weer, maar al met al speelt het toch gewoon een grote rol!
Eindig ik ermee ons allemaal een mooie zomer te wensen met heerlijke temperaturen en veel zon!
Op naar beter
Licht! De muur tegenover mij is wit, met hoge, donkere ramen. Een vrouwenstem noemt mijn naam, en nog een keer. Een slang blaast warme lucht mijn bed in, mijn heup is een bal van vuur. Mijn voet ligt naar buiten, dat mag niet! Dat mag helemaal niet! Ik heb alles al kapot gemaakt, ik krijg geen adem meer, dit is een droom, dit moet wel een droom zijn. De vrouw tilt mijn been op en vraagt of ik het kan ontspannen. Nee, te veel pijn. Er is nog een vrouw; ze praten zacht met elkaar en één van de twee geeft me een prik in mijn buik. Het vuur in mijn heup dooft, de pijn trekt weg. Ik droom niet. Vanaf nu ben ik een wandelaar met een heupprothese. Ik krijg een rood waterijsje. De chirurg komt even langs; hij is blij en tevreden. En als hij dat is, ben ik het ook!
Al met al breng ik veel te veel tijd door in mijn inmiddels veelbesproken eenpersoonsbed. Lange nachten, middagslaapjes. Dat moet anders. Voortaan doe ik mijn middagdutjes op de bank.
Mijn rode stoel is het middelpunt van mijn tijdelijke universum. Zittend op die stoel leg ik mijn been omhoog, deed ik de eerste oefeningen, at ik de door mijn dochters gekookte maaltijden en keek ik tv. ‘Good omens’ met de ene dochter, ‘Bodkin’ met de andere. Ze zijn weer terug naar hun eigen huis, mijn schatten van dochters! En hierbij bedank ik ook mijn zusje hoog in de hemelen: Zij heeft me min of meer gedwongen om mijn verrijdbare en verstelbare tekentafel mee te verhuizen. Hij stond bijna acht jaar lang in de schuur, en nu is hij mijn àlles tafel. Zo af en toe bedienen liefdevolle handen de stofzuiger rond mijn universum, anders zou het een muizenparadijs worden.
Tijdens de nacontrole liet de chirurg me een röntgenfoto zien van zijn werk, de ‘nieuwe heup’. Wat ik zag was een futuristisch ogende constructie à la Picasso. Hij leek op een heup zoals een moderne vibrator op een penis lijkt. Helemaal niet dus.
Gistermiddag heeft de fysiotherapeut me geleerd hoe ik in mijn eentje, op krukken, door de zware voordeur van mijn flat naar buiten kan lopen. Op naar beter!