De angsthaas
zaterdag 16 januari 2021
Goed. Nu liefde voor een nieuwe geliefde voorlopig van weinig liefde voor het leven getuigt, zal ik maar een kookrubriek beginnen hier. Een kookrubriek met als specialiteit: het bereiden van uit te sterven dieren? Toevallig bladerde ik onlangs in een dik, oud, zwart kookboek. Het was beduimeld, volgeplakt met krantenknipsels, en boven één van hoofdstukken stond in vette letters: ¨Bouillon trekken in de nachturen¨. Ik proefde de woorden voorzichtig op mijn tong - en plotseling wilde ik dat ook: bouillon trekken in de nachturen. Het klonk zo veilig, zo vertrouwd. Nachtbraken, nachtvoeding, bouillon trekken in de nachturen.
Naast het plat gereden dier (waar al een kookboek over is uitgegeven) kan het uit te sterven dier een zinvolle aanvulling zijn op het dagelijks menu van de alleenstaande mens. Geen invulling; er zijn aanwijzingen dat menig alleenstaande het daar benauwd van zal krijgen.
Wat mij betreft, is de axolotl als eerste aan de beurt om een uit te sterven dier te zijn. Tot volwassenheid gegroeide kinderen die kind zijn gebleven, dreigen immers dominant te worden in deze wereld. Wat mij tegenhoudt, is de beroemdheid van de axolotl. Het dier zou onbeduidend moeten zijn, maar het steelt de show, waar het ook verschijnt. Hiermee valt ook de blobvis af: hij is immers als knuffel te koop, en als pokemon kaart. De duckface, ook een veelbelovende kandidaat, lijkt op het eerste gezicht op de blobvis: de prominente neus, de kleine ogen, de wat ongemakkelijke mond. Als uit te sterven dier is dit een boeiende, veelvormige soort - wat juist een argument zou kunnen zijn om niet hem te kiezen. Echter, sinds de introductie van de selfiestick komt de duckface als juveniel vrijwel niet meer voor. In de huidige tijd is de duckface meestal een ouder mannetje dat zich als plaatje vertoont om zo een, eveneens ouder, vrouwtje te verleiden… Ach nee, misschien kan het te bereiden uit te sterven dier beter een strikt solitair levend dier zijn. Ik heb er lang en diep over nagedacht, en ik vond er één: de huiskat. De gesteriliseerde dan wel gecastreerde huiskat. Jawel, waarom niet? Uit wetenschappelijk onderzoek is ook nog eens gebleken dat de huiskat van alle onnutte dieren in het dierenrijk het meest onnutte dier is. Het kan gemakkelijk gemist worden op deze aardkloot. Een complicatie is wel, dat dit dier vooral in de nacht actief is - wat het lastig maakt om in die uren bouillon van hem trekken. De angsthaas dan maar? Tja, ik heb het noemen van dit dier zo lang mogelijk voor mij uitgeschoven, beducht als ik was om de rechtschapene die liever in de nachturen zijn angsten koestert, tegen mij in het harnas te jagen. Immers, ik wist waar het op uit zou draaien. Ik wist dat het niet zijn zus de paashaas kon zijn. Niet zijn achterneef het kerstkonijn. Niet zijn overzeese tante Thanksgiving Turkey. Ik wist dat de angsthaas uiteindelijk het uit te sterven dier zou zijn.
Ook de angsthaas manifesteert zich in vele gedaanten - wat ik in zijn geval als een voordeel zie: het verhoogt zijn voedingswaarde. Hij kan een hij zijn of een zij (voor het gemak noem ik alleen de hij); hij kan een gifkikker zijn, een schildpad, of een pauw. Hij kan zowel dominant zijn als onderdanig, bescheiden of wild om zich heen slaand, bang voor eenzaamheid of bang voor verbinding, bang voor zowel eenzaamheid als verbinding. Hij kan een lieverd zijn. Kortom, de angsthaas zal het prima doen als uit te sterven dier.
Sla dus de angsthaas van je keuze aan de haak en wees vriendelijk voor hem - tot je hem om je vinger kunt winden. Dat is het moment om het bouillon trekken in de nachturen aan te vangen.
Scheid naar eigen inzicht het goede en het slechte van de angsthaas. Zorg er daarbij voor dat de gal intact blijft; een lekkende gal zal immers de gehele haas slecht maken. Als je de tijd hebt, kan je ook wachten totdat hij zijn gal heeft gespuwd. Realiseer je daarbij wel dat een angsthaas gemakkelijk nieuwe gal aanmaakt.
Trek in de nachturen een krachtige bouillon van het dier en dien die op met peterselie en een glaasje port.
geplaatst door RodeJas - 3109 keer gelezen
Vorige berichten
Tegenpolen
Tegenpolen trekken elkaar aan wordt alom beweerd. Maar is dat wel altijd zo ? Het kan heel fijn zijn als je daar echt naar zoekt . Voorbeeld : als jij van nature onzeker bent en daar soms zenuwachtig en druk van wordt, kan een rustige partner die niet gauw in de stress schiet een rots in de branding zijn. Maar hoe zit het met dingen die heel erg belangrijk voor je zijn?
Ik kan me goed voorstellen dat een man of vrouw die helemaal opgaat in de verzorging en liefde van de eigen huisdieren, het liefst een partner vindt die daar ook affiniteit mee heeft. Hetzelfde geldt voor normen en waarden, hoe je omgaat met het milieu kan veel invloed hebben op een relatie. Maar ook binnenshuis is de manier van omgaan met elkaar belangrijk Zeker als je van liefdevolle seks,houdt, met veel intimiteit, zal je toch een monogame partner zoeken. Zo zijn er nog veel meer dingen te bedenken.
Maar om even terug te komen op die tegenpolen. Wat je eerst zo aantrekkelijk vond, kan op de lange duur ook tegen gaan staan. Als die rustige partner later zo introvert blijkt te zijn dat je het gevoel krijgt dat hij of zij in een eigen wereld leeft en jou daar eigenlijk niet zo bij nodig heeft, kan dat de relatie bergafwaarts doen gaan. Omgekeerd : de spontaniteit en gevoeligheid die je partner bij jou zo leuk vond in het begin, kan ook gaan irriteren, als de rust in huis daar teveel door verstoord wordt. Dat zijn toch dingen waar je vaak veel later pas achter komt.
Daarom vind ik het belangrijk dat je elkaar goed aanvult. Als hij handig is en graag klust, laat hem lekker zijn gang gaan. Als jij graag leest, of je favoriete serie op tv wilt zien, so be it ! Maar alles valt of staat door dingen niet te overdrijven. Het bekende gezegde ; hier vindt je wat en daar laat je wat, is volgens mij nog steeds van toepassing. Een goede communicatie is daarbij onontbeerlijk. We zijn nu eenmaal niet hetzelfde en de gulden middenweg werkt meestal toch het beste...
Een toekomst zonder zorgen
De gemiddelde leeftijd van de deelnemers aan deze site zal 70 jaar zijn, schat ik. Vanaf de kleuterschool kan ik me dingen nog goed herinneren. Daarvoor zijn het nog vage momentopnames die af en toe door mijn hoofd flitsen, maar zo’n 65 jaar aan concrete herinneringen is er wel verzameld.Herinneringen aan vreugde en verdriet, ontmoeting en afscheid, succes en falen, gezondheid en ziekte, trots en schaamte, hulp en bedrog, geluk en pech. Ieder van ons heeft hetzelfde in meer of mindere mate meegemaakt.
Soms is het bitterzoet. Wat waren er veel fijne dingen en wat is het jammer dat ze nooit meer terugkomen! Toch prijs ik me gelukkig dat het per saldo een enorme rijkdom in mijn hoofd heeft opgeleverd. Rijkdom, die niemand me meer kan afpakken.
Ik vraag me ook niet meer af of ik het beter of anders had kunnen doen. Ongetwijfeld, maar zou mijn leven dan wel zonder vallen en opstaan zijn verlopen? Natuurlijk niet. Terugkijken doe je op onze leeftijd waarschijnlijk vaker, dan een half leven geleden. Ik zelf -en dat gun ik iedereen- kan zo’n moment van bezinning steeds afsluiten met een gevoel van tevredenheid en dankbaarheid.
Maar meer nog dan dat: het geeft ook vertrouwen in de toekomst. Het leven is nog niet voorbij en waarom zou er niet nog een mooie reis in het verschiet liggen? Ongetwijfeld met hier en daar een spannende hobbel, maar veel minder dan tot nu toe. Met minder bewijsdrang, minder lawaai en minder strijd en daarentegen meer tevredenheid, rust en vrede wordt de weg een stuk eenvoudiger en vriendelijker.
Het is nog niet voorbij, in tegendeel.
Machiel van der Schoot
Buitenland
Mijn leraar Frans, lang geleden op de middelbare school, vertelde eens een verhaaltje over een gebeurtenis ergens in Frankrijk. Hij was bij een viskraam gekomen en had wel trek in een rolmops. Dat is een zure haring om een augurkje heen gerold, met een paar cocktailprikkers erdoorheen. Maar hij wist niet hoe je dat noemde in het Frans, dus hij begon het te omschrijven: hareng, rouler, cornichon, bâtonnet… De visboer begreep het : Ah! Un rollmops! Dat vond ik erg grappig. Daarbij kwam ook het ontzag van dorpsjongens voor iemand die over Frankrijk kon vertellen. Onze wereld was klein, zelf was ik toen nog nooit in het buitenland geweest. Afgezien dan van het schoolreisje naar Trier, dat zo rond die tijd moet hebben plaatsgevonden – nadat de traditionele Rome-reis ons, wegens de economische malaise van die jaren, door de neus was geboord.
Buitenlandse reizen waren in onze familie meestal beperkt tot de bedevaartsreis naar Lourdes. Wie zich die pelgimage kon permitteren kon rekenen op een verhoogde status, want blijkbaar werd er goed geboerd. Vol trots kwamen ze dan ook terug met flesjes gewijd Lourdeswater voor iedereen. Een eeuwenoude lokroep waar buitenland synoniem was van bedevaart. Iets anders had je er niet te zoeken. En die traditie is nog steeds levend, er is een neef die tot op de dag van vandaag Lourdes-reizen organiseert.
Mijn ouders hoorden niet bij de uitverkorenen, zij zagen Lourdes alleen op de stereofoto’s uit de souvenirshop. Maar gelukkig hadden wij in Roermond, de stad die tegenwoordig vooral bekend is van de Designer Outlet, onze eigen Maria-bedevaart. Dat is de Kapel-in-’t-Zand, ook met een legende en bijpassend mirakel, iets met een beeldje in een put. Water uit die put is dus ook gewijd en werkzaam tegen kwalen en ongelukkige toestanden. Minder heilig natuurlijk dan het water uit Lourdes, dus we hoefden er niet mee aan te komen bij familie. Maar als die familie bij ons op visite kwam, dan namen ze vaak toch wel een flesje mee… voor de zekerheid.
De Kapel-in-’t-Zand (de naam is bedrieglijk, het is een forse neogotische kerk van de 19e eeuw) heeft ook, net als Lourdes en andere bedevaartsoorden, wanden vol devotietegeltjes. Daarop uiten mensen hun dankbaarheid jegens Maria, wegens verleende gunsten, of ze vragen Maria om voor hen te bidden in moeilijke tijden, of om genezing van een ziekte. Om een link te leggen, bidden om een lieve man/vrouw te vinden, of dankbaarheid voor een geslaagde verbintenis hoort ook tot de mogelijkheden.
Daarvoor is het nu dan wel te laat, dacht ik, want elke centimeter is bedekt. Maar op de site (laatst bijgewerkt 2024) lees ik tot mijn verbazing, dat er ruimte voor nieuwe tegeltjes is gecreëerd. Tegen een bijdrage van honderd euro per tegel kunnen we voor iedere wens de hulp van Maria inroepen. Overigens mag bidden natuurlijk altijd, dus mocht de de lezer(es) na een bezoek aan de Designer Outlet nog een paar uurtjes te besteden hebben, dan is een bezoekje aan de Kapel in ‘t Zand zeker aan te bevelen. Het is een wonderlijke plek, echt.
Wat Lourdes betreft, ik ben daar vele jaren later nog wel eens langs gekomen, meermaals zelfs, op de route naar de Pyreneeën. Ik kan persoonlijk geen deel uitmaken van die wereld en ik werp een cynische blik werp op de bedevaartsindustrie met gewijd water plastic jerrycans als dieptepunt. Maar tegelijk heeft het ook iets ontzagwekkends, die mensenmassa die daar uit de hele wereld samenkomt, verenigd in een gezamenlijk verhaal. Dat is wonderbaarlijk.