Van kerkklok tot muziekvideo
dinsdag 5 januari 2021
Dit nieuwe jaar begon met luidende kerkklokken. Zingende kerkklokken. Een heldere lucht, een net niet volle maan, en dan die klokken. Zo mooi! Tien minuten later was alles alweer zoals het altijd was rond deze tijd: Het geknal van vuurwerk, de verstikkende dampen van vuurwerk. Ik-bepaal-zelf-wel-wat-ik-doe-vuurwerk. Ik stond daar met de vrouw die mij al langer kent dan ik haar, en het was goed.
De kerk van mijn jeugd had geen klokken; het klokgelui van mijn jeugd klonk uit de toren van de oude, grote kerk van mijn hartsvriendin. Een orgel had ´mijn´ kerk wel, een groot orgel dat werd bespeeld door de baas van het orgel. Hij trok altijd dezelfde registers open en hij speelde principieel alleen op zondag - zoals al het andere, zwemmen bijvoorbeeld, of een ijsje kopen, juist niet mocht op zondag. Ik weet niet meer welke muziek er eerder was: de liedjes die mijn moeder zong tijdens het eten koken of de logge orgelklanken in die kleine kerk. Ik weet wel dat ik àl mijn moeders liedjes wilde leren zingen, en dat ik mijn kriebelhoest moest inhouden totdat het orgel inzette. In deze kerk zaten de gezinnen op de voorste banken. Kregen twee jonge kerkleden verkering, dan mochten zij samen hun plaats kiezen op één van de banken achterin, onder de orgelgalerij. Ik heb nooit officieel op zo´n bank achterin gezeten tijdens mijn kerkelijke leven - al denk ik nog wel eens aan die stoere zoon van de stadsagent. Hij (de zoon) heeft mij tijdens een verboden wandeltocht door de weilanden gered bij het slootje springen. Hij greep me stevig vast bij mijn armen - wat in die tijd, in dat kleine stadje, al heel ver ging.
Een kleine eeuwigheid later stonden mijn schipper en ik samen stil te zijn in de lege Martinikerk van Bolsward toen die kerk zich vulde met orgelklanken: Toccata en fuga van Johann Sebastian Bach. Een organist was zijn registers aan het noteren voor zijn concert van die avond. Orgeltonen tot in het diepst van onze ziel.
Zomaar op een dag - hoe oud zal ik geweest zijn? Acht? Tien? - bleek er een gele koffergrammofoon in de huiskamer te staan. Een stapeltje singletjes ernaast. Een symfonie van Haydn, ´Erlkönig´van Schubert, ´Mary´s boy child´ gezongen door Harry Belafonte, en ´Dank sei Dir, Herr´ door Aafje Heynis. Wee mij, die vond dat haar stem zo lelijk bibberende, zij zong immers geestelijke muziek… In die Haydn-symfonie zat een melodielijn die mij raakte. Alle muziek die ik daarna heb gehoord, gespeeld en gezongen, lijkt voort te vloeien uit mijn fascinatie voor deze ene melodielijn.
Zomaar op een ochtend - ik zat in de keuken een kommetje yoghurt met muesli leeg te lepelen - hoorde ik deze tekst op de radio, voorgelezen alsof het een gedicht was:
¨Betoverend, deze partita´s op piano van J.S. Bach. Alsof ik een heerlijk warme trui aan trek en elk mens slechts een halve stap hoeft te zetten om gelukkig te zijn.
Maar nu moet ik kiezen: Een warme trui kopen of die cd met Bach-partita´s.
Ik kies de trui, ik moet wel, ik heb het koud en niet overal klinkt Bach.
Toch… zou het kunnen, de warme klanken van zijn partita´s in mijn woonkamer…
Zou dat kunnen?¨
Mijn tekst! Mijn argument om die cd thuisgestuurd te krijgen was gekozen als het beste argument! Ik was alleen daar in die keuken, ik had niet veel tijd. Er zat niets anders op dan door te gaan met yoghurt lepelen. Met trillende handen en een bonzend hart.
Muziek was er altijd al en zal er altijd zijn. Muziek troost, betovert, verleidt. Dus het plaatsen van een muziekvideo op een datingsite moet welhaast dé ultieme daad van verleiding zijn...
geplaatst door RodeJas - 3231 keer gelezen
Vorige berichten
Je Perspectief
Mijn tuin is momenteel zo mooi! Heel veel staat al in bloei, van sommige dingen is dit de enige bloei die ze zullen hebben. Zoals mijn brem die prachtig staat te pronken met lange takken bomvol gele bloemetjes die heerlijk geuren.
Achter de vorig jaar nieuw aangelegde border, met nu al bloeiende korenbloemen, groeit een weelde van boshyacinten. Je moet er wel even voor omlopen om die te kunnen zien omdat ze een beetje verstopt staan achter de hoge planten in de border.
Niet alles in de tuin -of in het leven- is in één oogopslag zichtbaar.
Ik geniet altijd intens van mijn tuin al is hij niet in tiptop perfecte staat van onderhoud. Hij is te groot voor mij alleen om dat voor elkaar te krijgen. Maar ik ben er blij mee, zie de schoonheid van de natuur, de bloemen overal, de hommeltjes die dankbaar honing komen drinken. En straks zelfs een paar wespen die blij zijn met het water uit het watervalletje en vijverton.
Vreemde mensen echter zeggen óf niets óf komen met iets als “ach, ik hou wel van een natuurtuin.” Wat een beleefde manier is om te zeggen dat ze het maar een zootje vinden, of als ze het ergens wel waarderen dat ze het zeker zelf niet zouden willen hebben.
De schoonheid die zo uitbundig aanwezig is, lijkt men niet te zien. En ook niet de liefde en het vele werk die ik er in stop. Meestal denkt men dat ik er amper wat aan doe.
Ik heb nog nooit iemand gehad die zei, “Wauw, wat goed dat jij dat in je eentje zo mooi kunt houden!”
Perspectief is zo’n apart iets.
Het gros van de mensen is niet heel positief georiënteerd, al zeggen ze zelf van wel. Maar het is net een beetje als in de stressvolle Westerse maatschappij leven. Dan voel je niet meer dat je stress hebt, maar het is er toch.
In daten speelt hoe je dingen ziet ook een grote rol. Sowieso al om iemand te treffen die op dezelfde golflengte zit en eenzelfde kijk heeft als jij.
Maar ook hoe je zelf potentiële partners ziet.
Net zoals je in mijn tuin niet direct de boshyacinten ziet staan, kunnen bepaalde karaktertrekken ook niet meteen in het oog springen.
Belangrijk om niet te snel te zijn met oordelen zodat je niet het kind met het badwater weggooit.
Maar net zo belangrijk om eventuele rode vlaggen op tijd op te merken en niet te negeren.
Er is echter ook een ander iets wat voorkomt. Als je langere tijd zoekende bent als single, of minder leuke ervaring achter de rug hebt in relatie of daten, kun je een beetje vast komen te zitten in een bepaald perspectief. Eentje die niet helpt. Bijvoorbeeld te snel oordelend, te bang, niet meer echt open, er niet meer in geloven, rigide in plaats van flexibel.
Het advies van John Gray –auteur van Mannen komen van…- is dan misschien best wel eens een goede!
Dat is om een jaar lang te gaan daten maar niet met het idee dat je je droompartner of soulmate gaat ontmoeten. Dat laat je los. Je gaat met het idee daten dat je pas na een jaar die ene geweldige partner gaat ontmoeten.
Het doel is om weer te gaan leren ontspannen, open te zijn, niet bang of rigide enzovoorts.
Dat is uiteraard allemaal veel makkelijker als je (tijdelijk) niet het doel hebt dat je je droompartner moet vinden. Je wordt dan vanzelf al veel ‘losser’.
Als je dat zo een jaar doet, kom je op een heel andere flow, je straalt heel anders uit. Je haalt met dit doen de druk van de ketel.
De kans dat je dan daarna je soulmate gaat vinden én dat het ook gaat werken omdat je niet meer zo ‘strak’ staat, is veel groter.
En er blijft natuurlijk altijd de mogelijkheid dat je gedurende dat jaar alsnog die geweldige partner ontmoet.
You never know!
Slecht nieuws
De al wat oudere man is vaker het onderwerp van slecht nieuws in de vorm van een overlijdensbericht dan de al wat oudere vrouw, las ik. Wat ook slecht nieuws is voor die al wat oudere vrouw - in het bijzonder als ze single is, en op zoek naar een man om van te houden, een man om haar leven mee te delen. Zo blijven er immers steeds minder goede mannen over die een mogelijk toekomstige geliefde zouden kunnen zijn? Egoïstisch? Joh, het zijn maar woorden. En alleen iemand die mij niet kent, zal mij hier helemaal in herkennen.
Dit is al de achtste week van de steigers rond mijn flat. Naar buiten kijkend door de opening tussen mijn bolletjes gordijnen, zie ik niet de lindeboom die naar binnen kijkt, maar een steigerpaal. En mijn tuintje heeft het moeilijk. De mahonia’s bij het muurtje kunnen mij niet zoveel schelen; die stonden hier al, en zelf zou ik nooit voor een haag van mahonia's kiezen. De aardbeitjes, de primula’s, het daslook, en de jonge krentenbomen, taxussen en zwarte vlieren gaan mij wel aan het hart. Maar ja, waar moeten de werkmannen anders hun voeten neerzetten, onderweg naar een nieuw karwei? Ik vroeg hen wanneer het door de hogedrukspuit ontstane gat schuin boven mijn kamerraam gerepareerd zou worden. Het voegwerk aan de gevel leek immers afgerond te zijn? Ze kwamen een kijkje nemen, de twee mannen. Maar nee, mevrouw, dat is betonrot, en reparatie van betonrot staat niet in onze opdracht. Hè, betonrot, alarm, onmiddellijk repareren! Toch? Ik dacht aan de lijdensweg met de lekkende asbestleiding in mijn badkamer, een paar jaar geleden. Het laten repareren van betonrot zou weleens evenmin simpel kunnen zijn. Ze snapten het, geloof ik, die werkmannen. Eentje maakte een foto; hij ging contact opnemen met de beheerder.
Die al wat oudere mannen en het slechte nieuws: In de nieuwsbrief van het CBS las ik, dat het aantal in het verkeer omgekomen mannen het afgelopen jaar is gestegen, terwijl het aantal omgekomen vrouwen is gedaald. Het betreft vooral fietsende mannen, en vrijwel alleen fietsende mannen van zeventig jaar en ouder. Gevalletje vergrijzing, en van mannen die meer fietskilometers blijken te maken dan vrouwen? Of is het gecompliceerder? Zijn mannen, ook de al wat oudere, competitiever dan vrouwen, en zijn vrouwen meer risicomijdend? Deze vrouw in ieder geval wel: Vanwege de vele (door auto’s!) omver gereden fietsers in mijn nieuwe, oude woonplaats Leiden, verplaats ik mij daar te voet of per step. En ik vraag jullie, al wat oudere mannen… Nee, ik vraag jullie niks, helemaal niks. Wees vooral gelukkig, op die veel te snelle fiets!
Bron: CBS nieuwsbrief, cbs@nieuwsbrief.cbs.nl
Bakfiets
Er dendert weer zo'n fiets voorbij.
Dat hij, toen ik nog kroost had, niet bestond,
stemt me trouwens blij.
Ik geef toe, het was in mijn tijd meer gesjor,
een stoeltje achter en een stoeltje voor,
maar de mise-en-scène
smeedde een verbond,
dat ons vormde tot drieëenheid,
Vader, zoon en dochter.
Nu ik mijn driewielertijdperk met rasse schreden voel naderen,
kan ik me niet meer heugen,
is er iets dat dat geluk nog kan benaderen?
Niet direct, maar mocht er
iets in mij opkomen, dan zeg ik het geheid.
Ik weet, geheugen is een leugen,
en betekent voor de toekomst niets.
Wie weet, rijden wij hem ooit samen tegemoet
in wat dan ook, desnoods zo'n bakfiets.
Zit ik dan achter en jij voor?
Maakt mij niet uit, ik ga ervoor.
Eind goed, al goed.