Terugblik in het verleden
zaterdag 3 april 2021
Zo langzamerhand krijg ik het gevoel dat "helemaal gaan voor elkaar" bijna een illusie is geworden. Ik pleit mezelf ook niet vrij van die gedachte. Op de leeftijd die ik nu heb bereikt, heb ik veel levenservaring opgedaan, ook met liefdesrelaties. Een serieuze liefdesrelatie vergt tijd, energie en doorzettingsvermogen. Bovendien hebben we allebei een bestaan opgebouwd, wellicht een fijn huis en familie of dierbaren in de directe omgeving. Kortom, oude bomen verplant je niet meer zo makkelijk.
Ik ben op jonge leeftijd gescheiden en heb lang de hoop gehad dat ik opnieuw een levenspartner zou vinden, met wie ik, in die tijd nog twee piepjonge zonen (kleuterleeftijd) alle lief en leed zou delen. We zouden samen mijn/zijn kinderen opvoeden en oud worden. Het heeft niet zo mogen zijn. Ik heb wel langdurige relaties gehad, maar nooit meer samengewoond. Een keer bijna, maar hij kleedde de woonvoorwaarden bij hem zodanig in, dat ik bij het eventueel mislukken van de relatie het huis onmiddellijk zou moeten verlaten. Ook als hij onverhoopt zou overlijden, want dan zouden zijn 2 kinderen het huis erven. Ik zou in beide gevallen opnieuw overgeleverd zijn aan ambtenaren, dit keer van zijn woonplaats en de daarbij behorende woningbouwvereniging. Dit was niet te vermijden, omdat ik mijn huurhuis en woonvergunning na een half jaar op proef samenwonen met hem op zou moeten zeggen, als ik definitief bij hem in zijn huis zou gaan wonen. En daar zat hem nou net de kneep.
Ik ben nog onderdeel geweest van de ouderwetse cultuur uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, waarbij een vrouw haar betaalde baan opgaf als er kinderen kwamen en dus geen arbeidsinkomen meer had. Bij een echtscheiding was je overgeleverd aan uitkeringsinstanties, gemeente-ambtenaren, urgentielijsten voor woningtoewijzing etc. Weliswaar had ik nu wel een fulltime baan, maar het urgentierecht op een vervangende woning bestond niet meer. Ik zou op straat komen te staan, dus ik durfde het risico niet te nemen. Ook was ik inmiddels erg gehecht geraakt aan mijn eigen fijne huurwoning in de kuststreek met grote voor en achtertuin, voor een heel schappelijke huurprijs.
Hij wilde uiteraard zijn koopwoning niet opgeven, omdat die woning helemaal verbouwd was naar zijn zin en tevens zijn erfenis was. Toen ik zei dat ik het niet aandurfde om bij hem te komen wonen, heeft hij onze relatie van 4 jaar abrupt afgebroken en in zeer korte tijd (6 weken!) een andere vrouw ontmoet. Zij had zelf een koopwoning, waarbij al die onzekerheden niet om de hoek kwamen kijken. Een koopwoning kan je immers verkopen of onderverhuren. Ik gunde hem zijn nieuwe relatie van harte, maar was achteraf wel blij dat ik de stap niet genomen had, want hij was mij na onze intense relatie van 4 jaar wel heel rap vergeten.
Veertien jaar later rinkelde opeens mijn huistelefoon en meldde hij zich uit het niets opnieuw. Hij had mijn oude telefoonnummer nog en probeerde het gewoon. Ik schrok, ik had zelf een relatie van ruim 12 jaar achter de rug en ik stond inmiddels ingeschreven bij 50plus. Even was ik bang dat hij mij daar had gespot en herkend, maar hij stond niet op een datingsite, zei hij. Hij was na enige jaren relatie met deze zelfde vrouw van 14 jaar geleden getrouwd. Zij was na 10 huwelijksjaren overleden. Na zijn rouwperiode dacht hij weer aan mij. Hij stelde voor om samen ergens een hapje te eten (het was nog voor de Corona-periode). Ondanks dat ik ook weer alleen was en er dus eigenlijk niks op tegen was, aarzelde ik. Ik vroeg bedenktijd. Ik besloot het niet te doen en belde hem daarover na 3 dagen terug. Hij draaide meteen als een blad aan de boom om en snauwde kortaf tegen me dat ik hem dan maar nooit meer moest opbellen in de toekomst. Bijna onmiddellijk schoten mij 2 eerdere voorvallen van hem met dit soort gedrag van vroeger te binnen.
Toen ik hem leerde kennen lang geleden, was zijn relatie met een vrouw waar hij 3 jaar mee was omgegaan net uit en begon hij razendsnel een relatie met mij. Enige weken later kwam ik erachter dat al haar spullen nog in zijn huis stonden en nog niet teruggebracht waren. Het 2e voorval was het feit dat hij binnen 6 weken na het einde van onze relatie alweer een nieuwe vriendin had. Natuurlijk, dacht ik, de kans is groot dat er nu ook binnen de kortst mogelijke tijd een andere vrouw naast hem zit en dan komt het natuurlijk niet uit als ik hem zou bellen. Deze ommekeer in zijn gedrag was precies hetzelfde als toen ik jaren geleden zei dat ik toch maar niet bij hem kwam wonen en meteen voor hem was afgedaan. In een flits zag ik weer dezelfde film van veertien jaar geleden...
geplaatst door sixty - 2572 keer gelezen
Vorige berichten
Je Perspectief
Mijn tuin is momenteel zo mooi! Heel veel staat al in bloei, van sommige dingen is dit de enige bloei die ze zullen hebben. Zoals mijn brem die prachtig staat te pronken met lange takken bomvol gele bloemetjes die heerlijk geuren.
Achter de vorig jaar nieuw aangelegde border, met nu al bloeiende korenbloemen, groeit een weelde van boshyacinten. Je moet er wel even voor omlopen om die te kunnen zien omdat ze een beetje verstopt staan achter de hoge planten in de border.
Niet alles in de tuin -of in het leven- is in één oogopslag zichtbaar.
Ik geniet altijd intens van mijn tuin al is hij niet in tiptop perfecte staat van onderhoud. Hij is te groot voor mij alleen om dat voor elkaar te krijgen. Maar ik ben er blij mee, zie de schoonheid van de natuur, de bloemen overal, de hommeltjes die dankbaar honing komen drinken. En straks zelfs een paar wespen die blij zijn met het water uit het watervalletje en vijverton.
Vreemde mensen echter zeggen óf niets óf komen met iets als “ach, ik hou wel van een natuurtuin.” Wat een beleefde manier is om te zeggen dat ze het maar een zootje vinden, of als ze het ergens wel waarderen dat ze het zeker zelf niet zouden willen hebben.
De schoonheid die zo uitbundig aanwezig is, lijkt men niet te zien. En ook niet de liefde en het vele werk die ik er in stop. Meestal denkt men dat ik er amper wat aan doe.
Ik heb nog nooit iemand gehad die zei, “Wauw, wat goed dat jij dat in je eentje zo mooi kunt houden!”
Perspectief is zo’n apart iets.
Het gros van de mensen is niet heel positief georiënteerd, al zeggen ze zelf van wel. Maar het is net een beetje als in de stressvolle Westerse maatschappij leven. Dan voel je niet meer dat je stress hebt, maar het is er toch.
In daten speelt hoe je dingen ziet ook een grote rol. Sowieso al om iemand te treffen die op dezelfde golflengte zit en eenzelfde kijk heeft als jij.
Maar ook hoe je zelf potentiële partners ziet.
Net zoals je in mijn tuin niet direct de boshyacinten ziet staan, kunnen bepaalde karaktertrekken ook niet meteen in het oog springen.
Belangrijk om niet te snel te zijn met oordelen zodat je niet het kind met het badwater weggooit.
Maar net zo belangrijk om eventuele rode vlaggen op tijd op te merken en niet te negeren.
Er is echter ook een ander iets wat voorkomt. Als je langere tijd zoekende bent als single, of minder leuke ervaring achter de rug hebt in relatie of daten, kun je een beetje vast komen te zitten in een bepaald perspectief. Eentje die niet helpt. Bijvoorbeeld te snel oordelend, te bang, niet meer echt open, er niet meer in geloven, rigide in plaats van flexibel.
Het advies van John Gray –auteur van Mannen komen van…- is dan misschien best wel eens een goede!
Dat is om een jaar lang te gaan daten maar niet met het idee dat je je droompartner of soulmate gaat ontmoeten. Dat laat je los. Je gaat met het idee daten dat je pas na een jaar die ene geweldige partner gaat ontmoeten.
Het doel is om weer te gaan leren ontspannen, open te zijn, niet bang of rigide enzovoorts.
Dat is uiteraard allemaal veel makkelijker als je (tijdelijk) niet het doel hebt dat je je droompartner moet vinden. Je wordt dan vanzelf al veel ‘losser’.
Als je dat zo een jaar doet, kom je op een heel andere flow, je straalt heel anders uit. Je haalt met dit doen de druk van de ketel.
De kans dat je dan daarna je soulmate gaat vinden én dat het ook gaat werken omdat je niet meer zo ‘strak’ staat, is veel groter.
En er blijft natuurlijk altijd de mogelijkheid dat je gedurende dat jaar alsnog die geweldige partner ontmoet.
You never know!
Slecht nieuws
De al wat oudere man is vaker het onderwerp van slecht nieuws in de vorm van een overlijdensbericht dan de al wat oudere vrouw, las ik. Wat ook slecht nieuws is voor die al wat oudere vrouw - in het bijzonder als ze single is, en op zoek naar een man om van te houden, een man om haar leven mee te delen. Zo blijven er immers steeds minder goede mannen over die een mogelijk toekomstige geliefde zouden kunnen zijn? Egoïstisch? Joh, het zijn maar woorden. En alleen iemand die mij niet kent, zal mij hier helemaal in herkennen.
Dit is al de achtste week van de steigers rond mijn flat. Naar buiten kijkend door de opening tussen mijn bolletjes gordijnen, zie ik niet de lindeboom die naar binnen kijkt, maar een steigerpaal. En mijn tuintje heeft het moeilijk. De mahonia’s bij het muurtje kunnen mij niet zoveel schelen; die stonden hier al, en zelf zou ik nooit voor een haag van mahonia's kiezen. De aardbeitjes, de primula’s, het daslook, en de jonge krentenbomen, taxussen en zwarte vlieren gaan mij wel aan het hart. Maar ja, waar moeten de werkmannen anders hun voeten neerzetten, onderweg naar een nieuw karwei? Ik vroeg hen wanneer het door de hogedrukspuit ontstane gat schuin boven mijn kamerraam gerepareerd zou worden. Het voegwerk aan de gevel leek immers afgerond te zijn? Ze kwamen een kijkje nemen, de twee mannen. Maar nee, mevrouw, dat is betonrot, en reparatie van betonrot staat niet in onze opdracht. Hè, betonrot, alarm, onmiddellijk repareren! Toch? Ik dacht aan de lijdensweg met de lekkende asbestleiding in mijn badkamer, een paar jaar geleden. Het laten repareren van betonrot zou weleens evenmin simpel kunnen zijn. Ze snapten het, geloof ik, die werkmannen. Eentje maakte een foto; hij ging contact opnemen met de beheerder.
Die al wat oudere mannen en het slechte nieuws: In de nieuwsbrief van het CBS las ik, dat het aantal in het verkeer omgekomen mannen het afgelopen jaar is gestegen, terwijl het aantal omgekomen vrouwen is gedaald. Het betreft vooral fietsende mannen, en vrijwel alleen fietsende mannen van zeventig jaar en ouder. Gevalletje vergrijzing, en van mannen die meer fietskilometers blijken te maken dan vrouwen? Of is het gecompliceerder? Zijn mannen, ook de al wat oudere, competitiever dan vrouwen, en zijn vrouwen meer risicomijdend? Deze vrouw in ieder geval wel: Vanwege de vele (door auto’s!) omver gereden fietsers in mijn nieuwe, oude woonplaats Leiden, verplaats ik mij daar te voet of per step. En ik vraag jullie, al wat oudere mannen… Nee, ik vraag jullie niks, helemaal niks. Wees vooral gelukkig, op die veel te snelle fiets!
Bron: CBS nieuwsbrief, cbs@nieuwsbrief.cbs.nl
Bakfiets
Er dendert weer zo'n fiets voorbij.
Dat hij, toen ik nog kroost had, niet bestond,
stemt me trouwens blij.
Ik geef toe, het was in mijn tijd meer gesjor,
een stoeltje achter en een stoeltje voor,
maar de mise-en-scène
smeedde een verbond,
dat ons vormde tot drieëenheid,
Vader, zoon en dochter.
Nu ik mijn driewielertijdperk met rasse schreden voel naderen,
kan ik me niet meer heugen,
is er iets dat dat geluk nog kan benaderen?
Niet direct, maar mocht er
iets in mij opkomen, dan zeg ik het geheid.
Ik weet, geheugen is een leugen,
en betekent voor de toekomst niets.
Wie weet, rijden wij hem ooit samen tegemoet
in wat dan ook, desnoods zo'n bakfiets.
Zit ik dan achter en jij voor?
Maakt mij niet uit, ik ga ervoor.
Eind goed, al goed.