Quatsch
woensdag 30 juni 2021
Voor de oplettende lezer is het duidelijk waarom ik mijn blog begin met de Q. Toen ik besloot om me in te schrijven bij deze website en ik zag dat je ook kunt bloggen, heb ik mezelf een doel gesteld. Ik schrijf blogs op volgorde van het alfabet. Uiteraard moet de inhoud aansluiting hebben met de website maar ook zeker mijzelf reflecteren.
En zo geschiedde. Op het moment dat ik begon heb ik gewoon het volle pond betaald, wist ik veel. Later bleek dat je met regelmatig bloggen je lidmaatschap verdient. De mijne loopt dus zonder dat ik het in mijn knip merk, door. Toch een soort betaling voor de schrijfsels.
Quatsch is zo’n woord dat je kent maar zelden hoort of gebruikt. Ik vind het een woord dat ook precies weergeeft wat het betekent als je het uitspreekt. Het is breed inzetbaar. Even een greep uit het woordenboek: onzin, kletspraat, flauwekul, nonsens.
Ik verwonder mij nog steeds over deze website. Ik verwonder me ook dat ik nog steeds niet ben afgehaakt. Het is nogal niet wat, inschrijven met als doel een geliefde te vinden. Of dit kan vraag ik me regelmatig af. Het voelt nog steeds onnatuurlijk, geforceerd. Aan de andere kant, mijn kring wordt groter -ook al is het digitaal-, mijn kijk op de wereld verschuift -in mijn eentje heb ik altijd gelijk hè-, ik leer ontzettend veel van anderen en soms begrijp ik er geen snars van. Dan is het voor mij regelrechte quatsch. Dat zal ik alleen nooit zeggen want degene die schrijft ziet dan heel anders en laat net als ik een stukje van zichzelf zien.
Inmiddels heb ik mijn kinderen ingelicht dat hun moeder actief is op een datingsite. De reacties waren letterlijk 50-50. De ene vindt het prima en begrijpt het, de ander wil er niets van horen. Een geluk dat ik met de laatste een lange tijd in de auto zat; ik heb kunnen uitleggen waarom ik dit doe. Of het is begrepen weet ik niet, maar ik heb wel duidelijk kunnen maken dat het geen quatsch is; dat het iets is wat ik nodig heb op dit moment.
Op dit moment heb ik een intensieve correspondentie met een man. Vreselijk gezellig, ik leef helemaal op en geniet van hetgeen er op papier naar me toekomt. Dit kletsen via de digitale weg kost me helemaal geen moeite; er is altijd wat te vertellen of dat nu via een toetsenbord is of in het echt. Er zijn van mijn kant altijd vragen die gesteld moeten worden, wat zijn de beweegredenen, wat is de achtergrond, de passies in het leven? Ik kijk ook echt uit naar de berichten. Het is leuk om kennis te maken, ook al is het nog steeds min of meer abstract. Zou het veel anders zijn als ik hem in het echt had ontmoet tijdens een, tja feest, bijeenkomst, avondje uit? Ik weet het niet. Vroeger schreef ik met de hand naar penvrienden, in de verder gegane technologie zijn er mailvrienden. Ook leuk toch.
We hebben contact omdat we dat zelf willen. Het aftasten, kennismaken, ideeën uitwisselen en vragen beantwoorden. Hij wil met mij contact en ik met hem. Zoals altijd stap ik vol vertrouwen in het avontuur; het voelt goed dus is het goed. Ik heb er ontzettend veel lol in, lees de berichten aandachtig en soms meerdere keren. Schriftelijk contact is ook heel anders dan persoonlijk contact. Op een of andere manier is het makkelijker en tegelijkertijd moeilijker. De mimiek van de ander is onzichtbaar, verkeerd begrijpen ligt op de loer, de onderliggende non-verbale bedoeling gaat verloren. In mijn geval soms wel prettig; mijn gezicht is een open boek en laat heel duidelijk mijn gevoel zien.
Wel hoop ik dat wat ik schrijf niet als quatsch overkomt net zoals ik hoop dat hij mij geen quatsch vertelt. Dat zou wel een hele domper zijn.
geplaatst door RosaReis - 1496 keer gelezen
Vorige berichten
Vertrouwen
Gloednieuwe letters zijn dit - en zijn ze niet prachtig? Getypt op een spiksplinternieuw toetsenbord met toetsen die bij elke aanslag een klein geluidje maken, een blijmakend klein geluidje dat me aan een typemachine doet denken. Je weet wel, zo’n apparaat waarmee je de letters, zonder printer, direct op het papier drukt. Zo’n apparaat waarbij elke letter aan een apart stangetje zit, waardoor we nu nog steeds opgescheept zitten met een qwerty-toetsenbord. Het scherm is helder. Hm, veel te helder eigenlijk, dat kan wel wat minder. En met zo’n groot scherm kunnen de letters ook wel wat kleiner. Daar merk jij als lezer niets van. Ik als schrijver merk dat wel, ik moet dan opnieuw leren inschatten hoe lang mijn blog is - wat vergeleken bij het kiezen, bestellen, ophalen en installeren van een nieuw chromebook uiteraard een peulenschil is.
Achteraf was besluiten dat mijn bijna tien jaar oude makker nu echt vervangen moest worden het meeste werk. Werk van jaren. Geen updates meer? Ik hoef geen updates, dit ding doet het zonder updates goed genoeg. Nou ja, YouTube reageert wat langzaam maar ik heb immers alle tijd? En geldzaken regel ik allang via mijn wel geüpdate, dus veilige smartphone. Uiteindelijk was het één toets. Eén toets die mijn schrijfwerk telkens weer dermate irritant onderbrak, dat het nut van zo lang mogelijk met een al wat ouder apparaat werken mij plotseling ontging: Het was de shift- toets. Die hield zich niet aan de afspraak. Steeds wanneer ik hem gebruikte, voegde hij ook een teken toe, een ) of een #. Zeg nou zelf, zo kan een mens toch niet schrijven? En jawel, hij had beslist gerepareerd kunnen worden, die toets. Maar mijn vertrouwen in het apparaat was weg. Vertrouwen verdwijnt te paard en komt te voet terug. Of nooit. Gewoon zoals dat bij mensen soms ook gaat.
Al met al vind ik het de hoogste tijd worden dat ik minder type en meer praat; dat ik mij minder met mensen van letters en plaatjes bezighoud en meer met mensen van vlees en bloed. Kortom, ik wil weer serieus aan de wandel - en wat mij betreft is het al zover. Dacht ik op een mooie dag. Ik liep dus een ommetje Cronesteyn in mijn normale tempo - voor zover dat ‘normale tempo’ na een jaar nog in mijn spiergeheugen zit. De fysiotherapeut keek me effen aan, toen ik dat vertelde. Wat geen goed teken is. Hij vraagt applaus van de hele sportzaal wanneer ik mijn evenwichtsoefeningen doe, en hij noemde me laatst ‘wondergirl’ omdat ik al best veel kracht kan zetten met die tien weken oude nieuwe titanium heup. Hij vroeg of ik napijn had gehad van dat snelle ommetje. Ja dus. Als ik iets geleerd heb in mijn leven, dan is het dat ik beter wél kan uitkomen voor fysieke pijn. Met mentale pijn is dat nog lastig, maar wees gerust, ik boek vooruitgang. Ik kreeg dus een preek van de man met de effen ogen: Nog niet op snelheid gaan trainen, wel op afstand. Beter twee rustig gelopen ommetjes dan één snel ommetje. Ik knikte gehoorzaam. Hij is de ervaren man - en omdat hij zijn ervaring inzet voor mijn welzijn en ik hem vertrouw, zal ik naar hem luisteren. Wel heb ik mezelf beloond met nieuwe schoenen. Hardloopschoenen in een spetterend zwart-wit design, uitgezocht op de enigszins ronde zool. Ze lopen heerlijk, deze nieuwe schoenen. Maar er al wandelend snelheid mee maken is onmogelijk. Dat worden dus twee ommetjes Cronesteyn, ontspannen tempo, met halverwege een limonade stop op een bankje. Loop je mee?
De eerstse keer
Disclaimer (speciaal, voor RodeJas). Omdat ik weinig ervaring heb met daten is het volgende vooral gebaseerd op wat ik erover heb gelezen en gehoord, gekleurd door eigen opvattingen. Toch vond ik het wel een goed idee om te delen, ook omdat ik dit weekend toch niks beters heb te doen.
Seks is voor 50-plussers geen ontdekkingsreis meer zoals het eens is geweest. Toch kan het beslist nog wel een dingetje zijn. Bijvoorbeeld omdat het al een tijdje geleden is en daardoor er enige onzekerheid is ontstaan. Of ik daarover wel kan meepraten? Afijn, laten we maar snel verder gaan. De eerste keer met elkaar slapen als 50-plusser kan ook voor beide partners een heel andere betekenis hebben en dat is iets wat van groot belang is indien je op zoek bent naar een relatie voor langere tijd.
Er zijn geen regels wanneer de eerste keer aan de orde is. Voor het ene stel kan dat meteen na de eerste date gebeuren, voor een ander stel wellicht pas na 6 maanden of is het zelfs iets wat geen deel uit hoeft te maken van een relatie. Beide partners moeten het erover eens zijn en dat klinkt als een dooddoener. Ook op latere leeftijd kan een van beide echter toegeven aan wat wordt gevoeld als een dringende wens van de ander en uit angst dat anders de relatie zal worden beëindigd. Juist dat zou toch wel eens het gevolg kunnen zijn, als het ‘afgedwongen’ voelt.
De opvattingen over de eerste keer kunnen heel verschillend zijn:
Het is een voordeel van daten om wat tijd plezierig samen door te brengen zonder extra betekenis.
Het is een test om te zien of het ook op dat vlak klikt want het zou een belangrijk onderdeel kunnen worden van een langdurige relatie
Het is de bevestiging van het feit dat er een relatie is ontstaan of zelfs het startpunt van een ‘echte’ relatie.
Het is daarom van belang dat er vooraf eerlijk over gesproken wordt hoe beide partners tegen die eerste keer aankijken. Het voorkomt dat indien er toch geen relatie tot stand komt, een van beide zich ‘gebruikt’ zal voelen en bij volgende dates het wellicht echt een item wordt. Denken dat ‘het’ wel spontaan gebeurt als beiden er aan toe zijn, is bijna net zo onwaarschijnlijk als liefde op het eerste gezicht.
Als beiden dan toe zijn aan de eerste keer, wat kan je dan nog doen om daar een succes van te maken?
Kies een lokatie waar beiden zich op het gemak kunnen voelen. Eén hotelkamer is wellicht een betere keuze dan thuis bij een van de partners
Neem de spullen mee die je nodig denkt te hebben, zoals je tandenborstel, maar ook gewoon die nachtkleding waarin je lekker slaapt.
Durf te vertellen wat je wilt en waar voor jou grenzen liggen. Ook ouderen hebben nog wel eens de neiging te overdrijven omdat ze denken dat het anders geen goede indruk maakt.
Maak je geen zorgen over de morning after. Niemand ziet er op het best uit na een nacht slapen.
En natuurlijk wist iedereen dit al…
Fietsen langs het verleden naar de toekomst
Ik ben een paar dagen wezen fietsen. Niet ver weg, gewoon in Nederland, langs plekken waar ik vaker geweest ben.Een vertrouwde route is ook een tijdlijn. Bij een nieuwe bocht dook vaak een herinnering op. Voor ik het wist fietste ik niet alleen door het landschap, maar ook door mijn eigen leven.
Soms voelde dat licht en gelukkig. Soms ook niet. Je denkt ook aan mensen die er niet meer zijn.
Niet zo lang geleden maakte ik een lijstje. Vrienden, klanten, collega's, familie, mijn echtgenote natuurlijk, bandleden met wie ik ooit op een podium stond, klas- en studiegenoten, buren, jongens van het voetbal. Ik noteerde uiteindelijk vijfennegentig namen. Vijfennegentig mensen die ik goed gekend heb en die er niet meer zijn. Allemaal jonger gestorven dan ik nu ben.
Allemaal met hun eigen dromen en hun eigen zoektocht naar geluk. Dat geeft een gevoel dat ik niet in één woord kan vangen. Dankbaarheid en verdriet zitten er allebei in, dicht tegen elkaar aan. Zij hebben hun rustige, mooie levensavond niet mogen meemaken. Ik, bijna eenenzeventig, ben nog helemaal gezond en actief en fiets door datzelfde Nederland dat zij te vroeg moesten achterlaten.
Als je zo alleen op je fiets zit, dringt dat soort dingen pas echt door. Je beseft hoeveel leven je eigenlijk al achter de rug hebt. De meeste mensen om me heen zijn inmiddels jonger dan ik en hebben nooit gezien wat ik gezien heb, nooit meegemaakt wat ik meegemaakt heb. Dat maakt je soms eenzaam. Niet dramatisch, maar op een stille manier waarbij je merkt hoezeer je iemand mist om gevoelens en herinneringen te delen. Iemand om naar te luisteren, of die naar jou luistert.
En toch, en dat is misschien het rare van ouder worden, geeft al dat gemis me ook iets anders: moed. Energie, zelfs. Het besef dat je nog leeft, is een reden om er ook echt iets van te blijven maken. Ik geloof nog steeds dat ergens een lieve vrouw op me wacht, dat we samen nog een fijne tijd tegemoet gaan.
Eigenlijk kan en mag je ook niet anders, dan genieten van het leven. Ik zie het als een verplichting aan al die mensen van wie ik afscheid heb moeten nemen. Zij hebben die kans niet gekregen. Ik wel en dus moet ik er iets van maken ook. Dus morgen weer op de fiets. Niet om te vluchten voor het verleden, maar om het mee te nemen naar de toekomst.
Machiel van der Schoot