Vlinders
woensdag 4 augustus 2021
Regelmatig krijg ik de vraag van de heren waarmee ik contact heb, of ik al vlinders voel. Kan dat, vlinders krijgen, verliefd worden zonder iemand ook maar ooit gehoord of gezien te hebben?
De mannen zeggen dat ze het wel zijn. Helemaal hotel de botel, dromend van een leven met mij, niet kunnen wachten en enorm smachten. Ik verbaas me altijd over dit verbale liefdesgeweld. Eerlijk gezegd geloof ik er geen sikkenpit van. Hoe kun je nou zeggen dat je helemaal voor iemand gaat gebaseerd op een foto, profielbeschrijving en wat berichtjes heen en weer.
Zijn deze mannen eerder verliefd op het verliefd zijn? Zijn ze zo ontzettend op zoek dat ongeacht wie reageert dat de liefdeskandidaat is? Hoe hoog is dan de nood? Wat is er aan eigenwaarde in huis, wat is het zelfvertrouwen en misschien nog wel het belangrijkste, staan ze stil bij hoe het bij de ander binnenkomt?
Er wordt gesproken in clichés, in quasi erotische toespelingen, romantische benaderingen en meer van die, in mijn ogen, flauwekul. Het klinkt allemaal zeer gekunsteld en daardoor zo onoprecht dat het eerder lachwekkend is dan dat mijn hart sneller gaat kloppen.
In mijn hele leven ben ik nog nooit verliefd geworden via een schriftelijke kennismaking. Natuurlijk, er moet ergens een aantrekkingskracht zijn, anders reageer ik noch de ander niet. Maar vlinders in mijn buik, stapeldol op een foto met begeleidende tekst? Echt niet. Is dit nuchterheid, zelfbescherming of te veel realiteitszin?
Mijn vlinders komen pas als ik wat meer van de man in kwestie weet, als ik hem heb gesproken en gezien. Belangrijk onderdeel hierin is hoe het met zijn en mijn humor is gesteld. Komt dat overeen? Voor mij is er niets zo opwindend als samen lachen om dezelfde situatie. Het gaat hier niet om moppen, schuin of niet. Het gaat me juist om de zelfspot, de humoristische situaties die ontstaan door het leven zelf. Eigenlijk gewoon de ontspannen kijk op het leven.
Hoe is zijn stem? Ik ben gek op een wat hese stem. Niets is aantrekkelijker dan zwoel te worden toegesproken. Op piepstemmen knap ik totaal af. Grote man, kleine stem. Het past gewoon niet in mijn hoofd. Een zware, sonore stem, ook zo ontzettend mooi en aantrekkelijk. Dat komt schriftelijk nooit naar voren, dus er zal toch echt fysiek contact nodig zijn. En wat te denken van taalgebruik? Bij mij hoor je meteen dat mijn wieg in Brabant heeft gestaan. Dat mag als het maar wel gewoon ABN is. Spreken in een dialect dat ik niet versta is een totale afknapper. Hoe begrijpen we elkaar dan?
Aantrekkingskracht is ook heel belangrijk. Kan en durf ik me ooit volledig te geven aan de man in kwestie? Kortom, word ik opgewonden van de mens in het echt? Pas dan en alleen dan kunnen de vlinders zich ontpoppen in mijn buik. Dat heerlijke allesomvattende gevoel. Dat is pas verliefdheid. Dan zijn de vlinders echt en mogen ze uiteindelijk naar buiten vliegen en zal ik heel eerlijk aangeven wat hij met me doet, met mijn eigen hese, smachtende stem omringt door kaarsjes in een uitdagend pakje.
Via het geschreven woord dit allemaal ontdekken? Nee, voor mij geen vlinders vanaf een beeldscherm, maar in het echt, kom maar op!
PS: Inmiddels ben ik wat wijzer geworden. Mijn blogs schrijf ik vooraf, als ik inspiratie heb, soms achterhaalt de tijd me. Nee, ik word niet verliefd via het geschreven woord, maar ja, ik voel een enorme aantrekkingskracht, een vibratie en een enorme lust tot leven. Stiekem denk ik dat dit toch ook onder de noemer vlinders valt. Tegelijkertijd vraag ik me af wat er dan met me gebeurt als er een bezoekje aan elkaar wordt gebracht. Wow, vuurwerk?
geplaatst door RosaReis - 1734 keer gelezen
Vorige berichten
Vertrouwen
Gloednieuwe letters zijn dit - en zijn ze niet prachtig? Getypt op een spiksplinternieuw toetsenbord met toetsen die bij elke aanslag een klein geluidje maken, een blijmakend klein geluidje dat me aan een typemachine doet denken. Je weet wel, zo’n apparaat waarmee je de letters, zonder printer, direct op het papier drukt. Zo’n apparaat waarbij elke letter aan een apart stangetje zit, waardoor we nu nog steeds opgescheept zitten met een qwerty-toetsenbord. Het scherm is helder. Hm, veel te helder eigenlijk, dat kan wel wat minder. En met zo’n groot scherm kunnen de letters ook wel wat kleiner. Daar merk jij als lezer niets van. Ik als schrijver merk dat wel, ik moet dan opnieuw leren inschatten hoe lang mijn blog is - wat vergeleken bij het kiezen, bestellen, ophalen en installeren van een nieuw chromebook uiteraard een peulenschil is.
Achteraf was besluiten dat mijn bijna tien jaar oude makker nu echt vervangen moest worden het meeste werk. Werk van jaren. Geen updates meer? Ik hoef geen updates, dit ding doet het zonder updates goed genoeg. Nou ja, YouTube reageert wat langzaam maar ik heb immers alle tijd? En geldzaken regel ik allang via mijn wel geüpdate, dus veilige smartphone. Uiteindelijk was het één toets. Eén toets die mijn schrijfwerk telkens weer dermate irritant onderbrak, dat het nut van zo lang mogelijk met een al wat ouder apparaat werken mij plotseling ontging: Het was de shift- toets. Die hield zich niet aan de afspraak. Steeds wanneer ik hem gebruikte, voegde hij ook een teken toe, een ) of een #. Zeg nou zelf, zo kan een mens toch niet schrijven? En jawel, hij had beslist gerepareerd kunnen worden, die toets. Maar mijn vertrouwen in het apparaat was weg. Vertrouwen verdwijnt te paard en komt te voet terug. Of nooit. Gewoon zoals dat bij mensen soms ook gaat.
Al met al vind ik het de hoogste tijd worden dat ik minder type en meer praat; dat ik mij minder met mensen van letters en plaatjes bezighoud en meer met mensen van vlees en bloed. Kortom, ik wil weer serieus aan de wandel - en wat mij betreft is het al zover. Dacht ik op een mooie dag. Ik liep dus een ommetje Cronesteyn in mijn normale tempo - voor zover dat ‘normale tempo’ na een jaar nog in mijn spiergeheugen zit. De fysiotherapeut keek me effen aan, toen ik dat vertelde. Wat geen goed teken is. Hij vraagt applaus van de hele sportzaal wanneer ik mijn evenwichtsoefeningen doe, en hij noemde me laatst ‘wondergirl’ omdat ik al best veel kracht kan zetten met die tien weken oude nieuwe titanium heup. Hij vroeg of ik napijn had gehad van dat snelle ommetje. Ja dus. Als ik iets geleerd heb in mijn leven, dan is het dat ik beter wél kan uitkomen voor fysieke pijn. Met mentale pijn is dat nog lastig, maar wees gerust, ik boek vooruitgang. Ik kreeg dus een preek van de man met de effen ogen: Nog niet op snelheid gaan trainen, wel op afstand. Beter twee rustig gelopen ommetjes dan één snel ommetje. Ik knikte gehoorzaam. Hij is de ervaren man - en omdat hij zijn ervaring inzet voor mijn welzijn en ik hem vertrouw, zal ik naar hem luisteren. Wel heb ik mezelf beloond met nieuwe schoenen. Hardloopschoenen in een spetterend zwart-wit design, uitgezocht op de enigszins ronde zool. Ze lopen heerlijk, deze nieuwe schoenen. Maar er al wandelend snelheid mee maken is onmogelijk. Dat worden dus twee ommetjes Cronesteyn, ontspannen tempo, met halverwege een limonade stop op een bankje. Loop je mee?
De eerstse keer
Disclaimer (speciaal, voor RodeJas). Omdat ik weinig ervaring heb met daten is het volgende vooral gebaseerd op wat ik erover heb gelezen en gehoord, gekleurd door eigen opvattingen. Toch vond ik het wel een goed idee om te delen, ook omdat ik dit weekend toch niks beters heb te doen.
Seks is voor 50-plussers geen ontdekkingsreis meer zoals het eens is geweest. Toch kan het beslist nog wel een dingetje zijn. Bijvoorbeeld omdat het al een tijdje geleden is en daardoor er enige onzekerheid is ontstaan. Of ik daarover wel kan meepraten? Afijn, laten we maar snel verder gaan. De eerste keer met elkaar slapen als 50-plusser kan ook voor beide partners een heel andere betekenis hebben en dat is iets wat van groot belang is indien je op zoek bent naar een relatie voor langere tijd.
Er zijn geen regels wanneer de eerste keer aan de orde is. Voor het ene stel kan dat meteen na de eerste date gebeuren, voor een ander stel wellicht pas na 6 maanden of is het zelfs iets wat geen deel uit hoeft te maken van een relatie. Beide partners moeten het erover eens zijn en dat klinkt als een dooddoener. Ook op latere leeftijd kan een van beide echter toegeven aan wat wordt gevoeld als een dringende wens van de ander en uit angst dat anders de relatie zal worden beëindigd. Juist dat zou toch wel eens het gevolg kunnen zijn, als het ‘afgedwongen’ voelt.
De opvattingen over de eerste keer kunnen heel verschillend zijn:
Het is een voordeel van daten om wat tijd plezierig samen door te brengen zonder extra betekenis.
Het is een test om te zien of het ook op dat vlak klikt want het zou een belangrijk onderdeel kunnen worden van een langdurige relatie
Het is de bevestiging van het feit dat er een relatie is ontstaan of zelfs het startpunt van een ‘echte’ relatie.
Het is daarom van belang dat er vooraf eerlijk over gesproken wordt hoe beide partners tegen die eerste keer aankijken. Het voorkomt dat indien er toch geen relatie tot stand komt, een van beide zich ‘gebruikt’ zal voelen en bij volgende dates het wellicht echt een item wordt. Denken dat ‘het’ wel spontaan gebeurt als beiden er aan toe zijn, is bijna net zo onwaarschijnlijk als liefde op het eerste gezicht.
Als beiden dan toe zijn aan de eerste keer, wat kan je dan nog doen om daar een succes van te maken?
Kies een lokatie waar beiden zich op het gemak kunnen voelen. Eén hotelkamer is wellicht een betere keuze dan thuis bij een van de partners
Neem de spullen mee die je nodig denkt te hebben, zoals je tandenborstel, maar ook gewoon die nachtkleding waarin je lekker slaapt.
Durf te vertellen wat je wilt en waar voor jou grenzen liggen. Ook ouderen hebben nog wel eens de neiging te overdrijven omdat ze denken dat het anders geen goede indruk maakt.
Maak je geen zorgen over de morning after. Niemand ziet er op het best uit na een nacht slapen.
En natuurlijk wist iedereen dit al…
Fietsen langs het verleden naar de toekomst
Ik ben een paar dagen wezen fietsen. Niet ver weg, gewoon in Nederland, langs plekken waar ik vaker geweest ben.Een vertrouwde route is ook een tijdlijn. Bij een nieuwe bocht dook vaak een herinnering op. Voor ik het wist fietste ik niet alleen door het landschap, maar ook door mijn eigen leven.
Soms voelde dat licht en gelukkig. Soms ook niet. Je denkt ook aan mensen die er niet meer zijn.
Niet zo lang geleden maakte ik een lijstje. Vrienden, klanten, collega's, familie, mijn echtgenote natuurlijk, bandleden met wie ik ooit op een podium stond, klas- en studiegenoten, buren, jongens van het voetbal. Ik noteerde uiteindelijk vijfennegentig namen. Vijfennegentig mensen die ik goed gekend heb en die er niet meer zijn. Allemaal jonger gestorven dan ik nu ben.
Allemaal met hun eigen dromen en hun eigen zoektocht naar geluk. Dat geeft een gevoel dat ik niet in één woord kan vangen. Dankbaarheid en verdriet zitten er allebei in, dicht tegen elkaar aan. Zij hebben hun rustige, mooie levensavond niet mogen meemaken. Ik, bijna eenenzeventig, ben nog helemaal gezond en actief en fiets door datzelfde Nederland dat zij te vroeg moesten achterlaten.
Als je zo alleen op je fiets zit, dringt dat soort dingen pas echt door. Je beseft hoeveel leven je eigenlijk al achter de rug hebt. De meeste mensen om me heen zijn inmiddels jonger dan ik en hebben nooit gezien wat ik gezien heb, nooit meegemaakt wat ik meegemaakt heb. Dat maakt je soms eenzaam. Niet dramatisch, maar op een stille manier waarbij je merkt hoezeer je iemand mist om gevoelens en herinneringen te delen. Iemand om naar te luisteren, of die naar jou luistert.
En toch, en dat is misschien het rare van ouder worden, geeft al dat gemis me ook iets anders: moed. Energie, zelfs. Het besef dat je nog leeft, is een reden om er ook echt iets van te blijven maken. Ik geloof nog steeds dat ergens een lieve vrouw op me wacht, dat we samen nog een fijne tijd tegemoet gaan.
Eigenlijk kan en mag je ook niet anders, dan genieten van het leven. Ik zie het als een verplichting aan al die mensen van wie ik afscheid heb moeten nemen. Zij hebben die kans niet gekregen. Ik wel en dus moet ik er iets van maken ook. Dus morgen weer op de fiets. Niet om te vluchten voor het verleden, maar om het mee te nemen naar de toekomst.
Machiel van der Schoot