Loslaten of toelaten
dinsdag 21 september 2021
Loslaten of toelaten?
Bij tijd en wijle wil ik niet relativeren en ben ik wars van uitdrukkingen als:
“het gaat in het leven om loslaten” of
“ Een van verleden zwangere geest heeft het altijd zwaar “
Vandaag is zo’n dag 😏
Volgende week maandag is het 65 jaar geleden, dat mijn moeder losliet wat ze niet vasthouden kon 😉 en daarmee begon dus direct voor mij (en ieder mensenkind) het toewerken naar het grote loslaten gedurende mijn leven.
Gelukkig zijn de meeste mensen vooral bezig met het Leven.
Ik in ieder geval wel, hoewel ik helemaal geen probleem heb om me bezig te houden
met de dood als zich dat voordoet.
Tijdens het leven vieren velen het leven in een soort van afgebakende perioden merk ik: Jubileumjaren…
Ik heb persoonlijk niets met jubileumjaren, maar als ik nu terugkijk zijn de jubileumjaren voor mijn naasten de aanleiding geweest om het/mijn Leven te vieren juist door erop terug te blikken. Vaak n.a.v. een recent (ingrijpende) plaatsgevonden gebeurtenis.
Met name mijn zonen spoorden mij dan aan om het wel te gaan vieren met allen, die me dierbaar zijn. En alhoewel dat laatste onmogelijk is, omdat het er teveel zijn en sommigen in andere werelddelen wonen, blijven hier in Nederland er nog héél veel over.
Mijn zonen namen de totale organisatie dan op zich en ik mocht, nee: móest 😛, gaan (zitten) genieten!!
Mijn 1e jubileumjaar, dat werd gevierd, was toen ik 40 jr. werd. Ik was net gescheiden gaan wonen en na de intense zorg van ook een heftige ziekteperiode van de oudste zoon vonden mijn zussen dat het tijd was voor een groot dansfeest.
Ik huurde een ruimte, kookte het eten en zij zorgden met behulp van mijn nog kleine zonen (die de ruimte mee hielpen versieren) voor het feestgebeuren.
Het werd een feest om nooit meer te vergeten!
Mijn 2e jubileumjaar, toen ik 50 jr werd, heb ik gepoogd te ontvluchten door een rondreis door Ghana te gaan maken. Dat wilde ik voor mezelf, maar wilde ik juist toen ook plaatsvervangend gaan doen voor een deel van mijn familie, die het nooit zouden kunnen doen. Mijn voorland is daar gelegen. Mijn voorouders zijn naar Suriname verscheept als slaven. Ik ben hun reis gaan maken over land (deels ook te voet) richting de zee via Elmina Castle. En ik ben toen via inwoners in delen van Ghana geweest, waar toeristen niet (mogen) komen.
Bij terugkomst in Nederland wachtte mij een groot feest van familie en vrienden.
Uiteraard wederom door mijn zonen georganiseerd.
Woorden schieten tekort om te omschrijven wat dit met me gedaan heeft.
Mijn 3e jubileumjaar viering vond plaats toen ik 60 jr. werd.
Na de intensieve zorg voor mijn moeder, haar overlijden, haar as terug te gaan brengen naar haar land waar haar navelstreng begraven was (Suriname) was deze sterke vrouw even niet zo sterk meer.
Dusss...tijd voor een feest vonden mijn zonen en ze nodigden 60 dierbare mensen uit om het Leven te vieren.
Ik werd op een versierde stoel gezet. Familie nam de zorg over van alles. Ik mocht nog net wèl opstaan om naar het toilet te gaan😅
Met dans, muziek, herinneringen ophalen via schrijven van deze en gene werd m.n. dat afgelopen jaar omgezet in een nieuw levensjaar van Liefde in verbondenheid.
En nu...nu zit ik binnenkort in de overgangsfase 😁 In between een 10-jaren cyclus: 65 jaar.
Ik had geen plannen om het te vieren, gezien alle mogelijke Corona gerelateerde toestanden.
En ineens had ik 3 mnd geleden zelfs geen zicht op het te kunnen gaan vieren door mijn plotselinge, ernstige ziekte.
Maar vorige week was er ineens die dag, dat moment, dat ik dit alles overdacht en wist wat me te doen staat: Ik ga alle shit uit het verleden en van de laatste maanden even loslaten en al mijn nabije dierbaren toelaten om samen met mij ons Leven te vieren!
Een gezamenlijk opgebouwd leven, waarin alles er mag zijn van elkaar.
For better and for worse…
Zeker nu...juist nu...
geplaatst door Hope - 1455 keer gelezen
Vorige berichten
Kansen, geluk, of gewoon dikke pech...
Kansen en geluk of gewoon dikke pech…
Hoeveel kansen hebben we om een loterij winnen, of het geluk te mogen ervaren door dit te beproeven op een dating site. Dat ging door mijn hoofd toen ik wachtte bij een zelfscankassa in een Supermarkt. Ik had maar één artikel om te scannen, toen het scherm oplichtte met “steekproef”. Terwijl ik wachtte op een medewerker om mij te verlossen van het versleutelde systeem zodat ik kon betalen, bedacht ik mij hoe groot is de kans, dat iemand gecontroleerd zal gaan worden. Ik zag een kom met briefjes, en ook nog lottoballetjes voor mij en vroeg mij af welke kans heb ik op het juiste briefje, of de juiste getallen voor een prijs met de gespeelde balletjes. Wanneer ikzelf een briefje uit de kom mag pakken, krijg ik het gevoel, dat ik er zelf misschien nog invloed op kan hebben. Bij de balletjes en eveneens bij de zelfscankassa is het een willekeurig systeem, een algoritme, waar ik totaal geen invloed op heb. Schrijf ik mij in op een datingsite dan kan ik mijn invloed vergroten door meermaals berichten te sturen, mijn profiel aantrekkelijk te maken en te reageren op ontvangen uitnodigingen. De aanhouder wint zou je kunnen zeggen. Bij een datingsite en bij de gevallen balletjes draait het allebei om kansen. Hoe vaker je iets onderneemt, of meedoet met een loterij hoe groter de kans, dat er iets gebeurt. Maar een grotere kans hebben is nog steeds geen garantie op een prijs, of voor het vinden van de liefde.
Soms vind ik een datingsite lijken op een etalage. Alleen maar kijken naar de profielen en bepalen wat is aantrekkelijk, het interessantste, het mooiste, het beste. Wanneer ik niets beslis zal ieder profiel anoniem blijven. En toch zit er achter elk profiel een mens. Iemand met hoop, twijfels en verlangens. Door in te schrijven op een datingsite hebben we kansen op het vinden van een partner zelf al gecreëerd. Iemand te vinden die dan niet meer anoniem is.
Liefde laat zich niet berekenen. Het kost misschien alleen moed om de kans te wagen. Zonder actie geen reactie, zowel op de kans bij het vinden van een partner op een datingsite, als bij het winnen van een prijs bij een loterij. “Wie niet waagt, die niet wint”.
Liefs,
Slangen
Ik heb een slang gekocht; soms heb ik nu eenmaal iets nodig dat ik eigenlijk niet wil hebben. Het is een slang voor in bed, een slang die tussen mijn benen moet liggen wanneer ik op mijn zij slaap. Voor de nieuwe titanium heup met zijn porseleinen kop (die ik ook liever niet had willen hebben, maar dat is een ander verhaal) is het beter dat mijn knieën niet op elkaar liggen, en ook niet voor of achter elkaar. Ik trok hem voorzichtig uit de kleine kartonnen doos, mijn slang, en keek gefascineerd toe hoe hij zich vol zoog met lucht. Wat werd hij groot. Hoe kon dat hele geval ooit bij mij in bed passen? Hij was groot genoeg om tegelijkertijd én mijn benen op gepaste afstand van elkaar te houden én mijn hoofdkussen te zijn. Ik zou zelfs voorzichtig mijn armen om hem heen kunnen slaan. Mijn slang!
En nu het toch over huisdieren gaat: Ja hoor, het gaat hier zowaar weer over huisdieren. Over katten welteverstaan, vooral over katten. Hoe zou het trouwens komen dat een vrouwelijke kat uiteindelijk een 'hoofd' krijgt, terwijl de kater, ook na jaren liefdevolle verzorging, zijn 'kop' behoudt? Er is meer dat ik mij afvraag wat huisdieren betreft, ik vraag me zelfs af of ik strikt genomen wel een dierenvriend ben. Waarom zou een mens een dier in huis nemen? Ooit moesten de mensen een geit in het achterhuis houden, of een varken, of allebei. Voor de melk, voor het vlees, domweg om te kunnen overleven. Het moet er gestonken hebben! Mijn Drentse opa en oma hadden een duif in een hokje boven de kamerdeur van hun boerderij. Op zolder, waar de kinderen sliepen, hoorden we hem koeren. Pas later leerde ik over de duif als waarschuwings dier: zolang hij levendig was, was de lucht in de kamer niet vervuild. Er stond immers een turfkachel? De katten vingen muizen, en de hond, ja wat deed de hond eigenlijk op die boerderij? Blaffen en bijten. Hij zal wel een waakhond zijn geweest. Ik kwam niet op het feestje dat ‘kip slachten’ heette - en uiteindelijk ben ik, vanwege al die stinkende dieren in hun te krappe stinkende stallen, vegetarisch gaan eten. Maar ben ik een dierenvriend? Ik ben jarenlang, tot volledige wederzijdse tevredenheid, het vervangend personeel geweest voor de katten van mijn dochter. Toch moet ik bekennen dat ik geen dierenvriend ben. Ik verafschuw het fenomeen dier in huis. Kan een hond nog nuttig zijn als hulphond, de huiskat is het meest onnutte dier ter wereld. Moet ik nog zeggen hoeveel ik van mijn oppaskat Charly hou, en hoe blij ik ben dat zijn vaste personeel uit alle asielkatten juist hem heeft verkozen? Ach, de mens is het meest irrationele zoogdier ter wereld. Ik zal dus ook van jouw huiskat houden, domweg omdat het jouw kat is en ik van jou hou.
De mens is ook een veranderlijk wezen. Met de woorden ‘ik ben’ belemmert hij zichzelf in wie hij ook zou kunnen zijn. Ik heb het ‘ik ben’ op mijn profiel braaf ingevuld hoor - maar weet wel dat ik nog steeds word!
Het is zoals Hermann Hesse beschreef in zijn sprookje ‘De gedaanteveranderingen van Piktor’: In het paradijs heeft ieder mens de mogelijkheid om van gedaante te veranderen - mits hij weerstand biedt aan de verleiding van de slang om geen ander mens toe te laten in zijn wezen. Die slang is het zelf dat fluistert: ‘Zo was ik, dus zo ben ik, dus zo zal ik voortaan zijn.’
Alle ogen zijn gericht op Kwatta
Ik verbaas mij elke keer als ik in een groep mensen verkeer over de diversiteit. Zoveel mensen, zoveel zinnen. Nooit kom ik in een groep van louter gelijkgestemden. Een enkele keer zie ik op de tv beelden uit Noord Korea, waar hele regimenten mannen en vrouwen in hetzelfde saaie grijze kostuum als hun leider gekleed zijn en ook allemaal dezelfde mening zijn toegedaan. Het lijkt op hersenspoeling, vreselijk om deel uit te maken van zo’n samenleving. En we worden voor de gek gehouden: Er is wel degelijk weerstand tegen deze poppenkast.
Midden in de veelzijdige groepen die ik ken zijn weer een paar personen, die er qua uiterlijk en soms ook door hun gedrag uitspringen. Er zijn heel sociale mensen bij, die mij benaderen, vragen hoe het met mij gaat, die klaar staan om mij van koffie te voorzien. Anderen zijn juist heel stil, ze zullen nooit uit eigener beweging contact zoeken. En dan komt die ene binnen, waardoor alle ogen dezelfde richting op gaan. Oftewel: "Alle ogen zijn gericht op Kwatta". Dat is een bekende Nederlandse uitdrukking die betekent dat iemand of iets volop in de belangstelling staat.
Sommige mensen hebben nu eenmaal een bepaalde uitstraling, door hun uiterlijk, maar ook door hun manier van bewegen en hun vorm van communiceren. Het is in hun voordeel. Of ze gemakkelijk contact maken, hangt af van het karakter van het Kwatta meisje of de Kwatta jongen. Het zijn in elk geval geen muurbloempjes. Ze zullen als ergens gedanst kan worden zich een groot deel van de middag of avond op de dansvloer bewegen. Mannen, die alle moeite doen om zo’n jongedame voor zich in te nemen moeten zich goed indenken, dat zij niet de enige zijn!
Ik vraag mij af, hoe zo’n Kwattameisje of – jongen zich bij dit alles voelt. Zij of hij kan aan elke vinger tien geliefden krijgen. Maar wordt hij of zij daar blij van?
Voor hen is van belang, of ze over voldoende tact beschikken bij al hun contacten en bij de mannen of vrouwen, die achter het net vissen hoeveel respect zij hebben voor de keuze die “Kwatta” heeft voor hun “concurrenten”.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat het mijn ego streelt, als ik, al is het maar even, met een dame contact heb, die een als boven omschreven uitstraling heeft. Zoals ook een week geleden, toen ik A. het buurthuis zag binnen schrijden. Ik heb haar wederom ten dans gevraagd, moest haar wel nog enkele bekende variaties van de cha cha leren, maar toch. A. heeft de hele middag verder ook met de andere mannen zonder onderscheid des persoons een dansje gemaakt.
Na een paar uur vond ik het tijd om op te stappen, ik nam afscheid van enkele bekenden maar A. was nergens te bekennen. Toen ik naar buiten liep stond ze daar in haar eentje; het was buiten een stuk aangenamer dan binnen, waar de airco minimaal functioneerde. Uiteraard groette ik haar, ze wist nog niet zeker of ze daar zou blijven eten. Ik kreeg de indruk dat ze even pas op de plaats maakte en buiten de interessesfeer wilde zijn. Even die begerige blikken ontwijken? Misschien is het verlegenheid mijnerzijds, maar ik drong uit respect voor haar gevoelens niet verder aan op nader contact. Daarop ben ik mijns weegs en dus naar huis gegaan.
Overal vind je Kwatta-jongens en – meisjes. Afgelopen zondag kwam ik in een ander buurthuis ook weer zo’n lady tegen. Maar, hoe verschillend! Zij kon wel goed dansen en zij was super sociaal actief door met enkele anderen de zaal in te richten en iedereen aandacht te geven. Kwatta zijn heeft dus niet uitsluitend met een leuk uiterlijk te maken…