Over een pan pompoensoep en een paard
maandag 11 oktober 2021
Mijn idee over een pan goede pompoensoep was aan herziening toe. Wat jaren geleden is begonnen als een orgie van hakken, mengen, koken en stampen, was verworden tot een routine klusje met een voorspelbaar resultaat. De hoogste tijd voor verandering! Een behulpzame mede-pompoensoep-koker zette mij op het spoor van de Surinaamse pompoensoep. Kookte hij een vegetarische variant (met cashewnoten), ik besloot het originele zoutvlees te vervangen door uitgebakken spekjes en mijn eigen kruiderij, karwijzaad, te handhaven. Die spekjes zijn een heel verhaal, een doodgewoon verhaal eigenlijk - maar dat is nu eenmaal wat ik hier doe: doodgewone verhalen schrijven op mijn eigen manier. Mijn rode jas vervangen door een harnas zou daarbij niet nodig moeten zijn. En elke lezer zou zich vrij moeten weten om wat voor reactie dan ook onder mijn schrijfsels te schrijven.
Goed, die spekjes. Gevoed door de klasgenoot aan wiens handen ik mocht ruiken als hij de plaatselijke slager had mogen helpen, en door de grote stal vol ´stinkertjes´ die de vader van een vriendinnetje zo trots liet zien, was de keus snel gemaakt toen ik op kamers ging wonen: Geen vlees meer, en al helemaal geen varkensvlees. Vegetarisch eten was destijds domweg: vlees vervangen door peulvruchten en daar buikpijn van krijgen. Er hing nog geen label aan van morele superioriteit. Evenmin hoefde ik lichte linnen jurken te dragen om mijn identiteit als´rechtvaardig´ mens te versterken. Ik kende toentertijd trouwens niemand die ook vegetarisch kookte. Nu, na ruim veertig jaren, ben ik dan toch via voorzichtige flintertjes biologische kipfilet bij de spekjes aanbeland. En ik vind ze heerlijk.
We liepen door de Blauwe Kamer, een stukje land bij de Grebbeberg. Het was daar zo mooi, en zon scheen. We stonden even stil om het paradijs aan onze voeten te overzien. Achter ons liepen paarden, en dat ene paard kwam vlak naast ons staan. Ik liep terug naar het pad, met een grote boog om het nabije paard heen; de Blauwe Kamer is immers het thuis van deze paarden. Twee mede wandelaars, een man en een vrouw, liepen juist naar het paard toe. "Rustig, rustig, doe je oren maar naar voren", zei de vrouw. Het paard deed zijn oren naar voren. Ze lachten samen. Weer op weg zei de vrouw dat het paard aan haar kon ruiken dat zij geen vlees at, en daaruit de conclusie had getrokken dat het veilig was bij haar. Het voelde zich niet veilig bij mij, dat had zij ook aan die oren kunnen zien. Ik ben gek op dit soort conclusies. Althans, als ik nog zo'n tien kilometer met de conclusie trekster kan oplopen en het gesprek open kan zijn. De man die naast haar had gestaan bij dat paard was immers wel een vleeseter, en zij heeft mij niet zien weglopen. Haar conclusie was gebaseerd op onwetendheid, halve waarheden en een misplaatst gevoel van superioriteit. Op eigenbelang. Zij droeg een lichte, linnen jas, ik mijn kakelbonte wandeljack. Moet ik echt een lichte linnen jurk aantrekken om duidelijk te maken wie ik ben? Nou ja, een lichte linnen jurk met streepjes. Vanwege de spekjes in mijn vernieuwde pompoensoep.
geplaatst door RodeJas - 2778 keer gelezen
Vorige berichten
Deel 2. Hoe maken we daten leuk(er)?
Na mijn eerste blog zijn de mannen aan de beurt. Wat vinden mannen nu echt van het daten met vrouwen? Waar lijkt het mis te gaan, wat ga
Daten met beperkingen
Wie een tijdje als single door het leven ging heeft vaak behoefte aan een nieuwe start in een vriendschap, die waar mogelijk uitloopt op een relati
Is het sociale verkeer thuis voor de buis?
Het is algemeen bekend dat je op straat geen risico's moet nemen, niet inhalen als je niet zeker weet of het kan. Dat geldt voor alle voertuigen wa