Doe eens lief. Kan dat ook steeds opnieuw
maandag 15 november 2021
Achter de titel van deze column hoort een vraagteken. Omdat sommige leestekens niet correct in een titel overkomen stip ik het hier even aan. Het valt niet mee om het iedereen naar de zin te maken. Als ik met iemand een leuk contact heb gehad komt het voor, dat anderen uit mijn omgeving mij er op aanspreken, hoe ik het in mijn hoofd kan halen de band met die persoon weer aan te halen.
Als de liefde over is wordt er niet meer nagevreeën. Maar geldt dat altijd en overal?
Het komt vaker voor dan u zult denken, dat een oude liefde opnieuw opbloeit. Oude liefde roest niet. Vraag is of de pijn uit het verleden dan helemaal verdwenen is.
Een collega van mij was getrouwd, zijn eerste kleine diende zich ruim voor de trouwdag al aan. Niet lang daarna kwam spruit twee. Het koppel ging evenwel na een jaar of vier uiteen; Mijn – echt aardige – collega is ongeveer een jaar single geweest. Maar, oh wonder: er vond een verzoening plaats en nu zijn ze al naar schatting dertig jaar bijeen. Een herkansing is dus mogelijk, maar of het altijd kans van slagen heeft? Voordeel is dat de echtelieden elkaar uit het verleden kennen, ze weten alles van elkaars nukken en (eigen-) aardigheden.
Er is nog een andere mogelijkheid nadat een stel uit elkaar is gegaan. Sommigen passen de rebound toe: De definitie van een rebound relatie is een relatie die iemand begint om een recente beëindiging van een relatie te verwerken. Het zou dé manier zijn om over je verbroken relatie heen te komen. Onlangs heb ik een paar keer geskypet met een leuke vrouw, opeens reageerde zij niet meer op mijn oproepen voor een videogesprek. Plotseling kreeg ik een tekstbericht op Skype dat zij haar ex weer had ontmoet, de vonk was opnieuw overslagen. Voor mij was het dus einde oefening.
Lief zijn voor elkaar is een nobel streven. Ik kan echt niet voor iedereen lief zijn. Selectief aardig zijn, tja, dat gaat ook mij goed af. Is dat niet zoiets als schone schijn?
Is het wel nobel om aardig te zijn voor hen, die ook zelf voor mij aardig zijn? Dat lijkt meer op “Voor wat hoort wat”. Oftewel, het beginsel van wederkerigheid.
Hoe uit ik dat lief zijn? Met woorden, daden, op papier?
Het bloemetje dat ik meeneem als ik bij iemand thuis word uitgenodigd, een lekker flesje wijn, dat is al een aardige start. Met Valentijnsdag een chocolade hart, en niet vergeten een mooie Valentijnskaart. Er zijn mensen, waar je niet lief tegen kunt zijn. Dat verschil merk ik in mijn directe omgeving. Met mijn buren links en rechts van mij heb ik een goede verstandhouding, met een van beide kan ik ook goede inhoudelijke gesprekken voeren. Met mijn vorige bovenburen was het anders gesteld.
Op papier lief zijn is een andere tak van sport. Het emailverkeer heeft de handgeschreven brief grotendeels verdrongen, de liefdesbrief met hartjes is een appje met emoticons geworden. Jammer? In zekere zin wel, maar de huidige vorm van schriftelijk communiceren gaat wel lekker snel. Of het even romantisch is mag ik betwijfelen.
Voordeel van emailverkeer en geschreven brieven versus mondelinge liefdesuitingen is, dat het vast ligt. Je kunt er nog eens op terug komen.
Sommige mensen bewaren de liefdesbrieven die ze van hun partner in het begin van een relatie ontvingen. Met een rood strikje er om heen, en bewaard in een speciaal doosje, Zouden mensen die hun partner verliezen door overlijden deze brieven eerder bewaren dan mensen die scheiden? En hoe gaat dat met liefdesmailtjes? In de ICT is nog veel werk te verrichten bij de duurzaamheid van digitale bestanden…
Doe eens lief! moet geen loze kreet zijn. Het is een oproep die twee jaar geleden ietwat verbasterd als Doeslief gedaan is door de SIRE, Stichting Ideële Reclame. Of het veel heeft uitgehaald? Dat is moeilijk te meten…
geplaatst door Aktivo1 - 2876 keer gelezen
Vorige berichten
Een toekomst zonder zorgen
De gemiddelde leeftijd van de deelnemers aan deze site zal 70 jaar zijn, schat ik. Vanaf de kleuterschool kan ik me dingen nog goed herinneren. Daarvoor zijn het nog vage momentopnames die af en toe door mijn hoofd flitsen, maar zo’n 65 jaar aan concrete herinneringen is er wel verzameld.Herinneringen aan vreugde en verdriet, ontmoeting en afscheid, succes en falen, gezondheid en ziekte, trots en schaamte, hulp en bedrog, geluk en pech. Ieder van ons heeft hetzelfde in meer of mindere mate meegemaakt.
Soms is het bitterzoet. Wat waren er veel fijne dingen en wat is het jammer dat ze nooit meer terugkomen! Toch prijs ik me gelukkig dat het per saldo een enorme rijkdom in mijn hoofd heeft opgeleverd. Rijkdom, die niemand me meer kan afpakken.
Ik vraag me ook niet meer af of ik het beter of anders had kunnen doen. Ongetwijfeld, maar zou mijn leven dan wel zonder vallen en opstaan zijn verlopen? Natuurlijk niet. Terugkijken doe je op onze leeftijd waarschijnlijk vaker, dan een half leven geleden. Ik zelf -en dat gun ik iedereen- kan zo’n moment van bezinning steeds afsluiten met een gevoel van tevredenheid en dankbaarheid.
Maar meer nog dan dat: het geeft ook vertrouwen in de toekomst. Het leven is nog niet voorbij en waarom zou er niet nog een mooie reis in het verschiet liggen? Ongetwijfeld met hier en daar een spannende hobbel, maar veel minder dan tot nu toe. Met minder bewijsdrang, minder lawaai en minder strijd en daarentegen meer tevredenheid, rust en vrede wordt de weg een stuk eenvoudiger en vriendelijker.
Het is nog niet voorbij, in tegendeel.
Machiel van der Schoot
Buitenland
Mijn leraar Frans, lang geleden op de middelbare school, vertelde eens een verhaaltje over een gebeurtenis ergens in Frankrijk. Hij was bij een viskraam gekomen en had wel trek in een rolmops. Dat is een zure haring om een augurkje heen gerold, met een paar cocktailprikkers erdoorheen. Maar hij wist niet hoe je dat noemde in het Frans, dus hij begon het te omschrijven: hareng, rouler, cornichon, bâtonnet… De visboer begreep het : Ah! Un rollmops! Dat vond ik erg grappig. Daarbij kwam ook het ontzag van dorpsjongens voor iemand die over Frankrijk kon vertellen. Onze wereld was klein, zelf was ik toen nog nooit in het buitenland geweest. Afgezien dan van het schoolreisje naar Trier, dat zo rond die tijd moet hebben plaatsgevonden – nadat de traditionele Rome-reis ons, wegens de economische malaise van die jaren, door de neus was geboord.
Buitenlandse reizen waren in onze familie meestal beperkt tot de bedevaartsreis naar Lourdes. Wie zich die pelgimage kon permitteren kon rekenen op een verhoogde status, want blijkbaar werd er goed geboerd. Vol trots kwamen ze dan ook terug met flesjes gewijd Lourdeswater voor iedereen. Een eeuwenoude lokroep waar buitenland synoniem was van bedevaart. Iets anders had je er niet te zoeken. En die traditie is nog steeds levend, er is een neef die tot op de dag van vandaag Lourdes-reizen organiseert.
Mijn ouders hoorden niet bij de uitverkorenen, zij zagen Lourdes alleen op de stereofoto’s uit de souvenirshop. Maar gelukkig hadden wij in Roermond, de stad die tegenwoordig vooral bekend is van de Designer Outlet, onze eigen Maria-bedevaart. Dat is de Kapel-in-’t-Zand, ook met een legende en bijpassend mirakel, iets met een beeldje in een put. Water uit die put is dus ook gewijd en werkzaam tegen kwalen en ongelukkige toestanden. Minder heilig natuurlijk dan het water uit Lourdes, dus we hoefden er niet mee aan te komen bij familie. Maar als die familie bij ons op visite kwam, dan namen ze vaak toch wel een flesje mee… voor de zekerheid.
De Kapel-in-’t-Zand (de naam is bedrieglijk, het is een forse neogotische kerk van de 19e eeuw) heeft ook, net als Lourdes en andere bedevaartsoorden, wanden vol devotietegeltjes. Daarop uiten mensen hun dankbaarheid jegens Maria, wegens verleende gunsten, of ze vragen Maria om voor hen te bidden in moeilijke tijden, of om genezing van een ziekte. Om een link te leggen, bidden om een lieve man/vrouw te vinden, of dankbaarheid voor een geslaagde verbintenis hoort ook tot de mogelijkheden.
Daarvoor is het nu dan wel te laat, dacht ik, want elke centimeter is bedekt. Maar op de site (laatst bijgewerkt 2024) lees ik tot mijn verbazing, dat er ruimte voor nieuwe tegeltjes is gecreëerd. Tegen een bijdrage van honderd euro per tegel kunnen we voor iedere wens de hulp van Maria inroepen. Overigens mag bidden natuurlijk altijd, dus mocht de de lezer(es) na een bezoek aan de Designer Outlet nog een paar uurtjes te besteden hebben, dan is een bezoekje aan de Kapel in ‘t Zand zeker aan te bevelen. Het is een wonderlijke plek, echt.
Wat Lourdes betreft, ik ben daar vele jaren later nog wel eens langs gekomen, meermaals zelfs, op de route naar de Pyreneeën. Ik kan persoonlijk geen deel uitmaken van die wereld en ik werp een cynische blik werp op de bedevaartsindustrie met gewijd water plastic jerrycans als dieptepunt. Maar tegelijk heeft het ook iets ontzagwekkends, die mensenmassa die daar uit de hele wereld samenkomt, verenigd in een gezamenlijk verhaal. Dat is wonderbaarlijk.
Titanium
Vroeger, vorig jaar nog, liep ik met gemak tochten van zo’n dertig kilometer, met een bewogen gemiddelde van vijf-en-een-halve kilometer per uur. Vandaag denk ik: het gaat best goed met me. Ik vergeet namelijk steeds weer waar ik mijn kruk heb laten staan; de rechter, de enige die ik nog gebruik. Ik loop ongemerkt verder zonder kruk. En de fysiotherapie begint, met roeitrainer, leg-press en crosstrainer, steeds meer op een sportschool te lijken. Ik hou van trainen in een sportschool. Maar waarom staat mijn facebookpagina plotseling vol met filmpjes van mannelijke paaldansers?
Een droom: Er is een jonge vrouw in huis. Ze danst, ze zingt, en ze draagt een wijde, rode jurk. Het is iets met een opname; overal lopen technici en camera mannen. Maar ze regelt het zelf, soepel heen en weer bewegend op mijn volle aanrecht. Ze heeft haar eigen beeltenis over het grote schilderij in mijn huiskamer gehangen. Ik heb haar twee popjes gegeven om mee te spelen, maar ze wil ook het derde hebben, het popje met de witte kleertjes. Ze stampvoet en ze schreeuwt.
Over welk lichaamsdeel ben je het meest tevreden, vroeg ze, de meest welgeschapene onder ons, wandelaars. We zaten dicht bij elkaar, op drie ronde stenen, en we aten onze meegebrachte boterhammen. Zelf noemde ze haar sexy vrouwelijke sleutelbeenderen, verstopt onder een modieus lila fleecevest. Ik noemde mijn stevige billen, en ik ging even staan om te laten zien hoe ik dat bedoelde. De vrouw tegenover mij was het meest tevreden over haar dikke haardos. De andere vrouw wist niets speciaals, ze was met alles wel tevreden. En tot slot noemde de enige man in het gezelschap zijn neus.
Wat mis ik deze gesprekjes, deze saamhorigheid, deze lange wandelingen! Nou ja, het was de afgelopen week toch veel te warm voor het echte wandelwerk. En het duurt nog wel een week of wat voordat het kunstwerk van titanium en porselein zich als zorgeloos belastbare heup in mijn bekken heeft genesteld. Ik heb al wel een nieuwe wandeljas gekocht. Hij is rood - als oranjerood ook rood mag heten!
De laatste droom: Ik sta vanaf een hoog bovenraam naar beneden te kijken; ik woon blijkbaar in zo’n prachtig, voormalig pakhuis. Er komt een auto de hoek om scheuren, een Lamborghini ofzo. Hij rijdt op mijn (onze?) voordeur in, keert en scheurt er weer vandoor. Ik ga bij de voordeur kijken: het is een mosgroene deur van dubbel staal, en hij is helemaal verbogen aan de zijkant. Een man in een beige overjas komt de schade opnemen. Ik zie helaas geen schade, zegt hij. Er is nog een man, een man in een lange, donkere jas. Hij rinkelt met iets in zijn jaszakken en glimlacht naar me, met schitterende ogen. Ik heb geen flauw idee wat hij bedoelt.