Overwegingen bij een jaarwisseling
donderdag 6 januari 2022
Een droom. Ik word wakker van een stem die mij vanuit de verte bij de naam noemt, de stem van een kalme, dwingende vrouw. Ze duwt een wit briefje door de brievenbus, een briefje dat is vol gekriebeld met belangrijke woorden. De vrouw zelf is een witte schim; ze zweeft weg - terwijl mijn voordeur afgeplakt blijkt met bruin plastic. Het waait omhoog. Ik moet naar buiten, ik moet mijn zus van de trein halen. De Hubo-boxjes in m'n werkkamer liggen leeg op de vloer, overal dikke strengen versnipperd plastic en papier. De mannen in de gang leggen het me uit: Vanwege de tweevoudige moord in de flat was dit onderzoek noodzakelijk. Mijn te grote witte t-shirt en de klodders witte zalf op mijn bovenlip voelen aan als het bewijs van mijn schuld; het briefje van de roepende vrouw steekt uit een versleten dossier en alleen het woord 'vervolgen' is leesbaar. De mannen nemen me mee in hun jeep, de heide op. Ze strooien met gebaartjes en sussende woordjes om mijn vertrouwen te wekken. Ik wil terug, ik moet immers mijn zus van de trein halen, ik wil haar bellen. Mijn telefoon is van hout: blank gelakte plaatjes triplex die over elkaar kunnen schuiven. Ik zie haar naam, hoor haar stem. Ze loopt naast me over het zandpad, over het lege terrein vol geluidsapparatuur. Een openluchtconcert? Alleen voor de mannen - en voor het meisje in haar te grote bomberjack en haar te strakke spijkerbroek. Ze danst. Ze danst de stilte terwijl wij oplossen in de jeep.
Ach, hoe lang is het al geleden dat ik gezellig over bijna seks heb gedroomd? Al veel te lang; dromen hebben immers voeding nodig. Ik wist trouwens niet dat die Hubo-boxjes nog rondspookten in mijn brein. Kamerbewoners-rijkdom. De ontvankelijkheid voor schuld herken ik wel. En sinds ik bij een spelletje canasta feilloos alle rode drieën uit een stapel kaarten heb gepakt, besef ik dat er ook zoiets moet zijn als ontvankelijkheid voor occulte zaken. Ongelovig zijn is niet altijd een optie.
Vraag mij naar de toekomst - en ik vraag mij af hoe lang de toekomst nog duurt. Vraag mij naar jouw toekomst, naar de mijne, naar die van jou en mij - en ik heb geen flauw idee. Zo werkt het niet. Het is geruststellend om te lezen dat mensen die wel meenden zicht te hebben op de toekomst, slechts een betere versie van hun eigen heden zagen: In een krantenartikeltje uit 1924 (De Vrije Socialist) geven mensen antwoord op de vraag, hoe de wereld er in het jaar 2022 uit zal zien. Afhankelijk van hun vakgebied, verwachten zij (als de wereld niet is vergaan) een leven in broederschap, zonder oorlog of misdaad; een wereld waarin alle boeken zijn vervangen door filmbeelden; een wereld waarin de alcohol 'haar kracht en beteekenis' verloren zal hebben; een wereld waarin toestellen motorloos hun energie uit aantrekkingskracht halen; en een wereld waarin 'de vrouw in alle opzichten gelijkgesteld zal zijn met den man. Zij zal het beroep bekleeden, waarvoor zij de beste eigenschappen bezit, want de zorgen, die zij thans besteedt aan haar huisgezin, zullen voor het grootste gedeelte vereenigd zijn door de uitvindingen en de hulp van den man.'
Wie heeft er een idee voor het jaar 2120?
geplaatst door RodeJas - 2658 keer gelezen
Vorige berichten
Slecht nieuws
De al wat oudere man is vaker het onderwerp van slecht nieuws in de vorm van een overlijdensbericht dan de al wat oudere vrouw, las ik. Wat ook slecht nieuws is voor die al wat oudere vrouw - in het bijzonder als ze single is, en op zoek naar een man om van te houden, een man om haar leven mee te delen. Zo blijven er immers steeds minder goede mannen over die een mogelijk toekomstige geliefde zouden kunnen zijn? Egoïstisch? Joh, het zijn maar woorden. En alleen iemand die mij niet kent, zal mij hier helemaal in herkennen.
Dit is al de achtste week van de steigers rond mijn flat. Naar buiten kijkend door de opening tussen mijn bolletjes gordijnen, zie ik niet de lindeboom die naar binnen kijkt, maar een steigerpaal. En mijn tuintje heeft het moeilijk. De mahonia’s bij het muurtje kunnen mij niet zoveel schelen; die stonden hier al, en zelf zou ik nooit voor een haag van mahonia's kiezen. De aardbeitjes, de primula’s, het daslook, en de jonge krentenbomen, taxussen en zwarte vlieren gaan mij wel aan het hart. Maar ja, waar moeten de werkmannen anders hun voeten neerzetten, onderweg naar een nieuw karwei? Ik vroeg hen wanneer het door de hogedrukspuit ontstane gat schuin boven mijn kamerraam gerepareerd zou worden. Het voegwerk aan de gevel leek immers afgerond te zijn? Ze kwamen een kijkje nemen, de twee mannen. Maar nee, mevrouw, dat is betonrot, en reparatie van betonrot staat niet in onze opdracht. Hè, betonrot, alarm, onmiddellijk repareren! Toch? Ik dacht aan de lijdensweg met de lekkende asbestleiding in mijn badkamer, een paar jaar geleden. Het laten repareren van betonrot zou weleens evenmin simpel kunnen zijn. Ze snapten het, geloof ik, die werkmannen. Eentje maakte een foto; hij ging contact opnemen met de beheerder.
Die al wat oudere mannen en het slechte nieuws: In de nieuwsbrief van het CBS las ik, dat het aantal in het verkeer omgekomen mannen het afgelopen jaar is gestegen, terwijl het aantal omgekomen vrouwen is gedaald. Het betreft vooral fietsende mannen, en vrijwel alleen fietsende mannen van zeventig jaar en ouder. Gevalletje vergrijzing, en van mannen die meer fietskilometers blijken te maken dan vrouwen? Of is het gecompliceerder? Zijn mannen, ook de al wat oudere, competitiever dan vrouwen, en zijn vrouwen meer risicomijdend? Deze vrouw in ieder geval wel: Vanwege de vele (door auto’s!) omver gereden fietsers in mijn nieuwe, oude woonplaats Leiden, verplaats ik mij daar te voet of per step. En ik vraag jullie, al wat oudere mannen… Nee, ik vraag jullie niks, helemaal niks. Wees vooral gelukkig, op die veel te snelle fiets!
Bron: CBS nieuwsbrief, cbs@nieuwsbrief.cbs.nl
Bakfiets
Er dendert weer zo'n fiets voorbij.
Dat hij, toen ik nog kroost had, niet bestond,
stemt me trouwens blij.
Ik geef toe, het was in mijn tijd meer gesjor,
een stoeltje achter en een stoeltje voor,
maar de mise-en-scène
smeedde een verbond,
dat ons vormde tot drieëenheid,
Vader, zoon en dochter.
Nu ik mijn driewielertijdperk met rasse schreden voel naderen,
kan ik me niet meer heugen,
is er iets dat dat geluk nog kan benaderen?
Niet direct, maar mocht er
iets in mij opkomen, dan zeg ik het geheid.
Ik weet, geheugen is een leugen,
en betekent voor de toekomst niets.
Wie weet, rijden wij hem ooit samen tegemoet
in wat dan ook, desnoods zo'n bakfiets.
Zit ik dan achter en jij voor?
Maakt mij niet uit, ik ga ervoor.
Eind goed, al goed.
Een steuntje in de rug of voor de benen
De ouderdom komt met gebreken. Hoewel het verouderingsproces bij iedereen verschillend verloopt, zal een 80-jarige( let wel gemiddeld) minder fit zijn dan een twintiger. Uitzonderingen daar gelaten, ik hoorde onlangs van een man van 25, met wie ik zowel door zijn sociale situatie als zijn conditie niet zou willen ruilen.
Om de gevolgen van het ouder worden de baas te kunnen zijn bestaan hulpmiddelen, hulppersonen en aanwijzingen voor betere gedragspatronen. Die drie soorten hulpjes zijn vaak met elkaar verweven. Naast de reguliere eerste - en tweedelijns gezondheidszorg kent ons land een ratjetoe van organisaties, die allen beweren het beste met ons welzijn voor te hebben.
Die organisaties zijn bedoeld om iedereen een steuntje in de rug te bieden en hen te helpen zo mobiel mogelijk te blijven. Er zijn organisaties, die dit beroepsmatig doen, met betaalde krachten, en organisaties waarvan de bezetting voor (een deel) uit vrijwilligers bestaat. Denk hierbij aan de mantelzorg, die ook en misschien wel grotendeels onbetaald door vrienden of familieleden wordt verstrekt.
Het proces dat vooraf gaat aan het verkrijgen van zo’n steuntje is heel verschillend. Er is een tekort aan kwalitatief goede mantelzorg. Niet iedere goedwillende vrijwilliger is opgewassen tegen de problemen, waarmee hij of zij in de praktijk mee te maken krijgt. De cursussen kunnen hem of haar maar deels op het goede been zetten. Waar er een kostenplaatje bij komt kijken is het goed, dat er financiële tegemoetkomingen zijn.
Wie een steuntje in de rug of voor de benen krijgt blijft hoe dan ook kwetsbaar. Ik vind het niet alleen jammer, maar zelfs schandalig dat sommige mensen misbruik maken van dat kwetsbaar zijn. Verder hebben mensen met zo’n steuntje vaak dezelfde wensen voor de invulling van hun leven als fysiek en geestelijk gezonde mensen.
Er zijn onder de steunverkrijgers (als ik zo mag noemen) personen die een relatie hebben. Ik zie regelmatig op een dansmiddag een vrouw, die haar eega rondrijdt op de dansvloer, hij is meervoudig gehandicapt. Aan de blijheid die uit zijn ogen straalt merk ik hoe zeer hij die middagen op prijs stelt. En zij doet dit vol vreugde voor haar echtgenoot.
Veel singles die minder valide zijn of dat na een tijd geworden zijn missen een partner, zij verlangen wel degelijk naar een maatje om zich heen. Voor de gezelligheid, het contact, en uiteraard als hun steuntje. Er bestaan sites speciaal bedoeld voor deze groep. Sommigen van hen zullen niettemin ook proberen een vriendschap te krijgen door iemand “in het wild” te ontmoeten of door zich op een reguliere site aan te melden.
Het dilemma dat zich dan voordoet is gelijkwaardigheid. Waar de een volop kan meedoen aan allerlei activiteiten is zijn of haar wederhelft beperkt. Er kan sowieso een mooie spirituele band ontstaan. Maar is dat genoeg? En het gevaar is levensgroot aanwezig, dat er een andere, potentiële partner tussenbeide komt, een die nog wel “recht van lijf en leden “ is.
Wie heeft in zo’n situatie verkeerd of kent mensen, die er in verkeren? Die ongelijkheid kan natuurlijk ook tijdens de relatie ontstaan. Als het steuntje dan weg is valt de steunverkrijger in een diep gat… Soms krijgt een contact tussen een hulpverlener en een ontvanger een update naar een liefdesrelatie. Dan blijkt er meer te zijn dan aanvankelijk bedoeld was. Mogelijk heeft een van de lezers ook zo’n ontwikkeling meegemaakt..